is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 45, 12-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

De Engelsen gaan met vacantie

Het Engelse parlement is de vorige week naar huis gegaan. Voor twee maanden is het grote forum, waarop de Internationale politiek voor een wereldpubliek ten tonele wordt gevoerd, gesloten. Het is een leegte, die vooral in de geladen atmosfeer, waarin wij verkeren, meer dan ongezellig aandoet.

Het scheiden is niet erg feestelijk geweest. Chamberlain had enige moeite om de pariementariërs aan het verstand te brengen, dat zij een vacantie dringend nodig hadden. Tegen een aanzienlijke groep uit zijn eigen partijgelederen, moest hij daartoe zelfs een zeker niet elegante pressie gebruiken. De tegenpartij deed haar uiterste best om aan te tonen, dat zij in deze benarde tijd de leiders van de staat toch niet geheel alléén voor de verantwoot'delijkheid kon laten opdraaien. Een merkwaardig toumooi in attenties!

Het wil ons voorkomen, dat de bezorgdheid van de zijde van het Lagerhuis meer reden had dan die van den minister-president. Het parlement is de laatste jaren wel allerminst, zoals de gangbare critiek het pleegt voor te stellen, voor de Britse staatsleiding een blok aan het been geweest. De volksvertegenwoordiging die haar élan aan de actieve openbare Sng ontbeende is integendeel telkens nnHio- p-pmepsit om de Britse regering vooral SS ZÓ V» h"af o»ae cSSI:B0llt» ieeens de fascistische chantage bekeerd was, marmeer eTerÏ in de ntS ricM voort S"sS»'enSar in ner reenre spoor .e houden.

Van zeer uiteenlopende kanten is dan ook in Engeland duidelijk te kennen gegeven, dat men de regering stellig niet een zekere rust van de zijde van het parlement misgunde, maar een periodieke ontmoeting van regering en volksvertegenwoordiging ook tijdens de zomermaanden toch zeer heilzaam zou hebben gevonden. Zoals de Londense „Economist , een waarlijk niet door dik en dun antiregeringsgezind orgaan, meende: Een pariement, dat eens in de veertien dagen of zo zou bijeenkomen om verklaringen te ontvangen en vragen te stellen, zou twee vitale functies kunnen vervulien: ten eerste de regering voortstuwen bij haar voorbereidende arbeid en verder het land waarlwrgen tegen ontijdige pogingen tot „bevrediging”. „Dit is een tijd, waarin waakhonden zo scherp mogelijk op hunl hoede moeten zijn. Het is een zeer grote fout, juist dit moment uit te kiezen om de meest praktische en doeltreffende waakhond in de democratische wereld te muilkorven.”

Het Engelse volk schijnt overigens wel beter immuun te zijn tegenover „bevredigings”-campagnes dan vorig jaar. Er is veel minder crisisstemming in Engeland, hoewel de toestand toch minstens zo critiek is. De mensen gaan rustig met vacantie, maar het is de rust van degeen, die van oordeel is, dat hij zijn huis veilig en opgeruimd heeft achtergelaten, „Wij hebben onze oude, blije, veilige leventjes bij elkaar gepakt zo lazen we in een gemoedelijk praatje in één der Engelse bladen wij zijn thans met Onzekerheid op reis naar Gevaar, maar het heeft geen zin om verder te piekeren en je met vragen af te martelen.” Zij is natuurlijk niet zonder bedenking, deze gemoedsrust. Maar zij is verre te verkiezen boven de angstige paniek-stemming, die maar al te velen in de na-zomer van het vorige jaar bevangen hield en hen rijp maakte voor een „opluchting”, die in wezen het geweten en de toekomst met een zware iast heeft beladen.

Afcrhpid van Tirol Er zijn nog heel wat Engelsen, die het Kanaal oversteken om hun vacantie op het vasteland door te brengen. Maar de toeristenzóne is tegenwoordig wei zeer beperkt en buiten de westerse grote en kleine staten zal men niet zo heel veel vacantie-reizigers tegenkomen.

Het opzienbarendst is de sluiting voor het internationale publiek geweest van het schone Zuid-Tirol, waar nog altijd tallozen uit den vreemde, ondanks alle politieke bedenkingen, van de Dolomieten-pracht kwamen genieten. De beide dictatoren hebben echter iets met dit stukje natuur-monument voor, dat kennelijk het licht der openbaarheid niet verdragen kan. Alle vreemde potkijkers hebben daarom op korte termijn hun biezen moeten pakken. Het staat nog niet vast, of bij de Duits—Italiaanse overeenkomst inzake Zuid-Tirol, het strategische dan wel het nationaal-politieke motief overwoog. Enerzijds wordt nog altijd volgehouden, dat deze vitale verbinding tussen de beide totalitaire staten bestemd is om tot strategisch centrum te dienen voor de gemeenschappelijke af weer van een aanval op de Italiaanse en de Duitse vleugels van het eventuele nieuwe „westfront”. Anderzijds, en daarvoor zijn wel de meeste aanwijzingen aanwezig, heeft men hier waarschijnlijk te maken met een totalitaire „oplossing”, voor hetgeen nog altijd een precaire aangelegenheid voor de beide dictaturen opleverde. Zuid-Tirol, aan de voet van de Brennerpas, is een van de voornaamste winsten, die de wereldoorlog aan Italië heeft opgeleverd. Maar de 200.000 Duits—Oostenrijkse Tirolers vormden tevens één der nijpendste vraagstukken, die aan de heren der ~bloed-en-bodem”-theorie ooit konden worden voorgelegd. De oplossing, die men in Berlijn en Rome thans geaccepteerd heeft, is verbluffend eenvoudig, maar zij vormt tevens het bankroet voor die hele ,bloed-en-bodem”-mythe. Want zij bestaat daarin, dat het „bloed”, de 200.000 Tirolers, ruwweg van de ~bodem” worden losgescheurd.

Het is niet uit eerbied voor de „bloed-enbodem”-leer, wanneer wij deze oplossing verwerpen. Er kunnen omstandigheden zijn, dat een zekere uitwisseling van bevolking of een hele volksverhuizing, zeer verdedigbaar is. De uitwisseling na de wereldoorlog van de Griekse bevolking van Klein-Azië tegen de Turken in Europa, die onder Griekse heerschappij waren geraakt, heeft ongetwijfeld veel leed en veel offers gevergd, maar zij heeft nog meer ellende en ondragelijkheid uit de wereld geholpen.

Tot de zeer enkele gebieden, waar een dergelijke volksverhuizing onder bepaalde omstandigheden misschien ook tot normalere verhoudingen zou kunnen leiden, kan men het sterk gemengde grensland van Duits- en Pools-Silezië rekenen. Het denkbeeld alleen, ook hier door een of andere uitwisseling meer normale verhoudingen te scheppen, zou echter de totalitaire heren tot wilde razernij brengen. Het is de politieke en strategische berekening, die in deze kwesties beslist en die de dictatoren plompverloren over alle principiële en gemoedsbezwaren doet heenstappen, als het de bevolking betreft van een land, dat door eeuwenoude traditie en uitgesproken natuurlijke gesteldheid inniger met zijn bewoners verbonden is dan enig deel van ons oude Europa. Het leed en het onrecht, dat de bevolking van het land van Andreas Hofer en van den oudsten Duitsen dichter, Walther von der Vogelweide, wordt aangedaan door de gedwongen verhuizing naar het verre zuiden van Italië of het voor de Alpenbewoners even vreemde lage Duitse noorden, is een bewijs, tot welke afgronden een politiek voert, die het aan elke eerbied voor de levensgewoonten en de levenssfeer der volkeren ontbreekt. In de verdelende rechtvaardigheid der dictatoren heeft een volk slechts zolang recht op een onaangetast en ongemoeid bestaan, als het de opmars naar hun wereldheerschappij niet in de weg staat. Dat heeft tot consequen-

tie, dat, het ene na het andere, tenslotte alle zelfstandige volken voor de keuze zouden worden gesteld, goedschiks of kwaadschiks van dit ondermaanse te verdwijnen. Hoe lang zou het dan nog duren, tot het Europese vasteland geen enkel veilig plekje meer zou bieden, waarop de gulden vrijheid haar moede hoofd zou kunnen neerleggen, of zelfs een ingetogen Brits tourist de voet zou kunnen zetten?

Danzig-crisis no. 2 Het is dit schrikbeeld van een totale onderwerping van Europa aan de machtswil der dictatoren, dat de Engelse conservatieve staatslieden er toe heeft gebracht, een nooddam tegen de totalitaire springvloed op te werpen. Danzig vormt het zwaarst bedreigde punt: daar zal de haastige constructie der Britse dijkenbouwers op de proef worden gesteld, al bestaat ook nog altijd de mogelijkheid, dat men toch een uiterste poging zal ondernemen, de voortdurend stijgende druk in Europa door het doorsteken van de Danzigse dam althans tijdelijk nog te verlagen. Het achter ons liggende weekeind heeft ons al weer de tweede Danzigse crisis gebracht. Na de stUzvnjgend door Europa aanvaarde her-bewapening van de Vrije Stad, grotendeels met uit Duitsland geïmporteerd materiaal, meenden de nazi-regeerders van de Vrije Stad reeds tot de tweede etappe te kunnen overgaan en de Poolse verkeers-contróle met één slag uit de weg te ruimen. Het staat thans wel vast, dat eind van de vorige week het merendeel der Poolse douane-ambtenaren, die de controle op de Danzigse douane-diensten uitoefenen, practisch uit hun ambt zouden worden ontheven. De Polen beantwoordden deze volkomen onwettige maatregel met een soort ultimatum, waarvoor de Danzigse regering, de Senaat, is gezwicht. Dat ging met heel wat gerucht en met allerlei tegenspraken en protesten gepaard, maar er is geen twijfel aan, of achter dit rookscherm vond een feitelijke terugtocht van de Danzigse doordrijvers plaats.

Polen heeft, des Zondags nogmaals bij monde van maarschalk Smigly Rydz, duidelijk te verstaan gegeven, dat het van zijn wettige rechten in de Vrije Stad geen afstand zal doen. Die rechten zijn voornamelijk van economische aard, want het is een absolute misleiding om het voor te stellen, alsof de Danzigers onder Poolse verdrukking zouden verkommeren. Integendeel, de Vrije Stad heeft politiek vrijwel een volkomen zelfstandig bestaan; van die zelfstandigheid hebben de nazi’s dan ook gretig gebruik gemaakt om <ie vrijheid in de Vrije Stad radicaai om hals te brengen. Zij zijn thans bezig, ook het economisch bestaan van deze oude koopstad aan hun politieke hartstochten op te offeren. Want zonder het Poolse achterland kan Danzig niet bestaan en is de Vrije Stad gedoemd, terug te zinken op het peU, waarop zij het grootste deel van de vorige eeuw, de enige periode, dat Danzig van Polen gescheiden was, heeft verkeerd.

De nazi’s zullen voor die consequenties van hun blinde ijver om alle Duitsers binnen het Rijk te verenigen, eventueel niet terugschrikken. Wanneer zij ditmaal zijn teruggedeinsd, moeten daartoe overwegingen van militaire en politieke aard de doorslag gegeven hebben. Want alleen die gaan boven de eisen van de „bloed en bodem-theorie”, zoals Zuid-Tirol ons heeft geleerd.

Of deze militaire overwegingen dit hele jaar 1939 Duitsland van een avontuur in Danzig zullen weerhouden, ligt nog in het onzekere, der eventuele tegenpartij af. Het zou een goed ding zijn, wanneer de nazi’s in en buiten Danzig er absoluut van overtuigd konden worden, dat de „hoofd-ingeianden” van de Europese vredespolder de Vrije Stad niet als „overlaat” zullen gebruiken, wanneer opnieuw een totaiitaire springvioed opsteekt. Het zou ons een derde Danzigse crisis kunnen besparen. I

Op het ogenblik zit de Britse premier, Chamberlain, rustig te vissen aan de Schotse meren. Er zijn er, die hem dit onschuldig genoegen misgunnen. Maar het is ons waarlijk liever, dan dat wij hem in een „vredes-vliegtuig” op het Frische Haff bij Danzig zouden zien neerstrijken. B. W. SCHAPER,