is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 46, 19-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De coalitie kapot

In een artikel, dat het onder-opschrift droeg van „Waarom slaagde De Geer” en dat de redactie van „Het Volk” wijdt aan de oplossing der kabinetscrisis, hebben wij een analyse kunnen lezen van de krachten, die tot zulk een verrassende wending hebben geleid. Een traditie van jaren immers werd vaarwel gezegd, en het zou een christelijk-historische jonker, de leider van de partij met de dubbele namen zi,in. die voor het eerst in Nederland de scheiding tussen de socialistische arbeidersbeweging en de anderen doorbreekt. Hier hebben krachten gewerkt, die voor de grote massa verborgen waren, maar die den oplettenden waarnemer niet waren ontgaan. „Het Volk” noemt die krachten: de gedachtewisseling over het Plan van de Arbeid, de publicaties van R.K. economen, het werk van de C.H. economen, die hun centrum hebben te Rotterdam, en ook de „Volkseenheid”-conferenties van Woudschoten. De betekenis van elk dier stromingen afzonderlijk na te gaan is nu nog niet mogelijk. Voor ons, die dit alles meemaken, kan de korte afstand tot gezichtsbedrog leiden.

Toch waag ik het, nog één verschijnsel te noemen, waar ~Het Volk” aan voorbijgaat. Ik ben ervan overtuigd, dat de verschuivingen op politiek gebied, vooral bij de C.H., mede haar oorzaak vinden in het veranderde theologisch klimaat. Hier zal men, als zo vaak, in de diepte zoekend, 0p... theologie stuiten.

Wij hebben ef al meermalen op gewezen: ook al heeft men gegronde bezwaren tegen de Barthiaanse theologie, wij mogen de ogen niet sluiten voor haar heilzame werking. Als dynamiet, schreef eens de „Standaard”, en zij heeft gelijk gekregen. De Barthiaanse theologie heeft als gevolg, dat haar belijders God en wereld, dus ook Kerk en wereld, dus ook geloof en politiek in minder nauwe, althans anderssoortige relatie brengen. Nu zullen weinige orthodox protestanten in Nederland zover gaan, dat zij elke vorm van christelijke politiek verwerpen. Maar christelijke politiek is door de Barthiaanse critiek een probleem geworden. Ook voor de talloos vele rechtszinnigen, die niets van Barth moeten hebben.

Daar komt nog bij, dat er binnen de C.H.U. een traditie was, die haar oorsprong vond in Hoedemaker, wiens eeuwfeest juist herdacht is. Deze stroming aanvaardt wel de christelijke politieke partij-vorming, maar juist tegenover de Anti-Revolutionnairen, die zij sectarisme verweet en isolement in het volksleven. Dit heeft tot gevolg gehad, dat de invloeden vanuit het volksleven in de C.H.U. minder dan bij de A.R. stuitten op een muur van beginselen, maar konden doordringen. Zodoende kreeg de C.H.U. een zeer behoudende allure (volksinvloed werkt vaak conservatief), maar kon zij anderzijds open staan voor de resultaten van nieuwere onderzoekingen op economisch gebied.

Mede hierdoor is het leven van de coalitie beëindigd.

De vraag wordt nu, hoe het Christelijk-Historisch kiezerscorps, d.i. orthodox-hervormd Nederland, hierop zal reageren. De liberale kranten verheugen zich al bij de gedachte, dat dit kiezerscorps zal rebelleren, en dat De Geer het kind van de rekening zal worden.

Laten zij maar niet al te vast hun vertrouwen daarop stellen! Laten zij niet steeds maar weer op het verschil in inzicht wijzen tussen de „radikale” „Nederlander” en de C.H.U. Zeker, dat verschil is er. Maar dat ligt op economisch terrein. Het kiezerscorps van de C.H.U. wordt echter niet bijeengehouden door eenheid van economisch inzicht, maar in de tweede plaats door het gevestigde vertrouwen in de voormannen en in de eerste plaats door hun godsdienstig inzicht. En zowel op het eerste punt als op het tweede punt zijn geen rebellieën te verwachten. De liberalen, die dat wél verwachten, begaan daarmee dezelfde vergissing als de oudere socialisten, die zich maar niet konden neerleggen bij het feit, dat mensen een beweging trouw blijven, óók al strookt die niet met hun economische overtuiging, ja met hun persoonlijk belang.

Het conservatisme van de C.H.U., het in lange jaren verworven vertrouwen, samen met

de verschuivingen op theologisch gebied, zijn krachten, die vertrouwen geven, dat de nieuwe samenwerking van nationaal-sociale aard niet spoedig zal eindigen.

Tevens zal het de Sociaal-Democraten duidelijk moeten maken, dat in zulk een samenwerking de mogelijkheden begrensd zijn. Het leiderschap van De Geer moet hoeden voor overspannen verwachting indien deze inderdaad aanwezig mocht zijn. Zonder die verwachting de gegeven verhoudingen aanvaardend, kan van de komende ministeriële arbeid onzer geestverwanten het hoogste verwacht worden.

Venijnige tegenstanders hebben het spookbeeld opgeroepen van een heetbegeerde roomsrode coalitie. Zij doen nog, alsof de S.D.A.P. teleurgesteld is, omdat haar ideaal niet verwezenlijkt is. Laten zij dan weten, dat althans onder religieus-socialisten niet het minste verlangen was naar zulk een verbond. Juist omdat soms wij beter dan niet-reUgieuze socialisten op de hoogte zijn van de kracht en de zwakheid van ~Rome”, is een loyale medewerking, in het bijzonder van christelijkhistorischen tot de wederopbouw (veel minder is het niet) van ons volksbestaan zéér veel waard.

Dat de coalitie kapot is, schenkt ons vreugde. En dat zij op deze wijze een oplossing heeft gevonden, is een reden tot blijdschap temeer. L. H. RUITENBERG.

Lit de kerkelijke Trereid

Dr. H. de priyaat>doeent in Groningen

De dagbladen hebben het simpele berichtje gebracht, dat dr. H. de Vos is toegelaten tot privaat-docent aan de Theologische faculteit te Groningen, om onderwijs te geven in de Nieuwe Wijsbegeerte van de Godsdienst. Een enkel dagblad o.a. Het Volk, dat in zijn rubriek Godstdienstig leven wel eens meer betere voorlichting geeft dan de „grote” pers —• heeft een en ander opgenoemd van de wetenschappelijke prestaties van den nieuwen privaat-docent.

Maar daarbij mogen wij het niet laten. Zeker, een „privaat-docentsehap” is niet zoveel, is heel ver van een gewoon hoogleraarschap. In de theologische faculteit is het gewoonlijk een aanwijzing, dat er iets niet deugt; dat een bepaald vak of een bepaalde richting niet tot hun recht kunnen komen. En de man, die er zich voor beschikbaar stelt, krijgt een héél stuk werk te verrichten, dat officieel niet betaald wordt. Ingewijden weten, dat De Vos dit werk niet zelf gezocht heeft, maar dat er sterke aandrang op hem is uitgeoefend om het aan te vatten. Al weten wij heel goed, dat er een grote afstand ligt tussen professoraat en 'privaatdocentsehap, toch verheugt het'ons, dat voor het eerst een sociaal-democraat aan een theologische faculteit gaat les geven. Het moge het beloftevolle begin zijn van belangrijk loerk. De Groningse studenten zullen in dr. De Vos een bekwaam en toegewijd mede-werker vinden, die ook een open oog heeft voor de sociale taak van de kerk.

Aantekeningen oyer T s jechosloyrakij e

Uit Tsjecho-Slowakije wordt aan het laatstverschenen nummer van het orgaan van de internationale christen-studenten beweging, de „Student World” het volgende gemeld: De September-tragedie drukt ons zwaar. ledere Tsjeehische man en vrouw was verscheidene weken fysiek en moreel ziek. De afscheiding van de sudeten-duitse districten was niet het beslissende voor hen. Wat zij niet konden begrijpen, was het feit, dat zij overgeleverd waren aan een andere natie zonder enige hulp of redding. De inval van de 15de Maart, voorafgegaan door een onheilspellende en ongelofelijk hevige officiële propaganda werd door de meeste Tsjechen voorzien en verwacht. Zij hebben een vreselijke les gehad in de werkelijke waarde van tractaten en garanties.

Tsjechische Protestanten (en de hele natie) moeten een periode van loutering doormaken. Slechts indien zij de diepste waarheid van het Evangelie weten te vertolken, zullen zij waarlijk een steun zijn voor hun volk. Zij en nog meer de Tsjecho-Slowaakse Nationale Kerk moeten sommige oppervlakkige godsdienstige uitingen, die te nationalistisch en te liberalistisch zijn, kwijt raken, ten einde de huidige crisis te boven te komen. De tegenwoordige toestand, hoe tragisch en duister ook, kan een bron van genade en zegen voor hen zijn.”

Het Tredikant'Daad' lidmaatschap

De Synode van de Ned. Herv. Kerk heeft blijkens de verslagen gehoor gegeven aan de wens van verschillende classikale vergaderingen om het lidmaatschap van gemeenteraden voor predikanten te verbieden. Het besluit is genomen met 17 stemmen vóór en 2 tegen. Nu is dit besluit nog wel geen wet, maar gepeild de stemming in het algemeen mag men verdachten, dat met ingang van 1 Januari 1941 dit besluit Wetskracht krijgt.

Daarmee heeft de Ned. Herv. Synode dan aan één geval, n.l. dat van den N.5.8.-predikant ds. Ekering, wel zeer veel eer bewezen. Zij heeft toegegeven aan de vulgaire vaak klein-burgerlijke afkeer van de politiek en zij heeft zich op een ondergeschikt geval uitgesproken over de verhouding van Kerk en Staat, de moeilijkere gevallen in beginsel onaangetast latend.

Slechts de gemeenteraden zullen er niets van merken. Zij hebben het steeds zonder predikanten gesteld en het zal in het vervolg even goed en even slecht gaan.

De Tempel yan de Godsdienst

Op de New-Yorkse wereldtentoonstelling is een soort cecuminiciteit bereikt, die wij alleen kunnen verklaren uit de dure grondpachten op het tentoonstellingsterrein. De „Christian Century” bericht n.l. het volgende:

„De dagelijkse programma’s van de Tempel van de Godsdienst op de Wereldtentoonstelling hebben over het algemeen gunstige commentaren uitgelokt. Onder de gezamenlijke auspiciën van katholieken, protestanten en joden worden ’s middags orgelrecitals gegeven en koraalzang met vesper ’s avonds om 6 uur door verschillende koren, waarbij een korte preek gehouden wordt met als algemeen onderwerp: „De plaats van God in ’s mensens leven”.

De tempel zelf is verschillend becritiseerd. De jongste critiek is die van Pater Edward L. Curran, president van de Internationale Vereniging voor Katholieke Waarheid te Brooklyn, die de tempel het leegst en minst aantrekkelijk gebouw van het ganse tentoonstellingsterrein vond, en hij vroeg, hoe het gebouw de naam van tempel kon krijgen, zonder zelfs maar één symbool van God op de muur.”

Wereid'Uiiitarisme

Het probleem van de verhouding tussen de verschiliende wereld-godsdiensten is door de verzwakking van het Europese Christendom in een ander licht getreden. Ofschoon in het algemeen de superieuriteit van het Christendom niet wordt opgegeven, wil met name de zendingswetenschap de vreemde godsdiensten zeer ernstig nemen.

Een andere houding nemen vaak de vrijzinnig-godsdienstigen aan. Zij zien godsdienst in het licht van de ontwikkeling en kunnen derhalve niet aannemen, dat deze ontwikkeling met het Christendom zou eindigen. Het gevolg is, dat de zendingsdrift niet groot is onder de vrijzinnigen en dat bij de ontmoeting met een andere wereldgodsdienst al spoedig gezocht zal worden naar de noemer, waartoe beide godsdiensten herleid kunnen worden. Een merkwaardig voorbeeld daarvan is te vinden in het weekblad van de Engelse Unitariërs (een geheel vrijzinnig kerkgenootschap, enigszins te vergelijken met de Remonstranten ten onzent), „The Inquirer” van 22 Juli j.1., waarin Khadim Rohmani schrijft. Deze noemt