is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 48, 09-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lit de kerkelijke >rereld

Wat ons te doen staat

Wat zouden wij ver beneden de maat blijven, indien wij thans niet konden spreken. En wat ligt het ver boven onze macht, iets wezenlijks te zeggen.

In deze spanning zal menig religieus-socialist in deze dagen leven. Want hij behoort niet tot hen, die „het altijd wel gezegd hebben”. Die cynisch alle idealistische pogingen hebben weggemeesmuild. Maar hij behoort ook niet tot hen, die in beminnelijk, onzakelijk optimisme voor de verbetering der mensheid hebben gewerkt, zonder contact met maatschappelijke organen, die hem leerden wat macht betekent en die de grens van menselijk kunnen in kaart brachten. Wij, religieus-socialisten, wij hebben zakelijk én gelovig wilien zijn, nuchter én idealistisch. En daar staan wij nu. Wij hebben het verloren. Wij kunnen niet zeggen, wat nu gebeuren moet. Wij kunnen hoogstens proberen de brandende wereld zonder ogenknipperen aan te zien.

En laten wij het goed weten: dit is al zeer veel waard. Ik zou er voor willen pleiten, dat wij de waarde van deze houding inzagen en als onmiddellijke taak op ons namen om bij die houding te volharden: zonder ogenknipperen de wereld aanzien!

Het enorme gevaar is thans, dat wij meegesleept worden. Ik bedoel niet, dat wij ons kunnen onttrekken aan enige gruwelijke werkelijkheid. De tijd van Bart de Ligt is voorbij. Hij kon, fier en klaar, in Nuenen zeggen: leg 'de wapenen neer. Thans kunnen wij ons hoogstens indenken, dat iemand, die het wapen in zijn hand heeft zo onmiddellijk dit als geweldsrealitelt voelt, dat hij zegt: „neen, dit niet; al het andere is beter”. Wie dat zegt, mag misschien menen zich aan de geweldsuitoefening te hebben onttrokken, in feite doen wij allen mee. Ook zonder geweren en sabels.

Neen, het gevaar van meegesleept te worden is elders gelegen, n.l. in de roeswekkende toespraken, die ons warm maken vóór dit of tegen dat. Wie b.v. de woorden van Greenwood, de leider van de Labour-fractie in het Engelse parlement, hoorde als antwoord op Chamberlain, zal zich verbaasd hebben, dat daar een socialist aan het woord was. Ook al deelt men zijn oordeel, dat in de gegeven omstandigheden Engeland zijn verplichtingen jegens Polen had na te komen, waartoe dan die onzakelijke exclamaties. Waarom dan over dit semi-fascistische land te spreken als van een natie van kameraden? Hier sprak een man die zich had iaten meeslepen. Hij zag de juiste verhoudingen niet meer. Het gaat immers niet voor de Polen, maar tegen de Duitse methode van regeling van internationale geschillen, die niet zo lang geleden de meest gebruikelijke methode was.

Wij moeten oppassen voor allerlei dierbaarheden, die een stuk machtspolitiek bemantelen. Zeker, daar zijn ook ideeële motieven in ’t spel. Als socialisten weten wij het zeer goed • nimmer werd een ideëel doel bereikt anders dan in het spoor van de strijders om macht. Maar wij hebben steeds volgehouden, dat ergens de machtsstrijd zulke vormen aanneemt, dat de ideeële motieven verstikt moesten worden. Dit moeten wij nog zeggen. Wij moeten ons nu reeds wapenen tegen de vergissing, die een noodlottige iliusie zou blijken te zijn, dat het resultaat van deze oorlog het verkrijgen van vrede zal zijn. Vooral wij, die precies ditzelfde nu al voor de tweede maal in ons leven horen, moeten dubbel op onze hoede zijn.

Het socialisme heeft ons geleerd analytisch te denken. Het heeft ons het materiaal gegeven voor de ontmaskering van ideologieën Nu het er de schijn van heeft, dat in de socialistische beweging, waar de haat tegen Hitler enorm sterk is, dit materiaal niet goed gebruikt zal worden, nu moeten wij ervoor zorgen, dat van ons althans niet gezegd kan worden, wat Berdjajew in zijn laatste boek zegt van de communisten: zij zijn boven hun haat niet uitgekomen.

Dat kan, omdat wij religieus-socialisten

zijn. D.W.Z., omdat onze religieuze overtuiging ons dwingt, neen, nu in dit verband niet tot allerlei dapperheden, maar allereerst tot zingeving. Wij kunnen nooit in de gewone zin van het woord realisten zijn. Omdat wij rekening moeten houden met andere dan voor de handliggende werkelijkheden. Omdat wij óók deze tijd moeten zien in heilig licht. In Gods licht. Dat betekent, dat de huidige zwartheid niet het laatste kan zijn. Noem het, hoe men wil: duivel, zonde, schuldeloze schuld, als wij ons maar nooit overgeven aan deze zwartheid als aan de allerlaatste en enige werkelijkheid.

Wij kunnen dus feitelijk niet iets doen. Dat wel te willen, zou van een onreëel activisme getuigen. Wij moeten pogen iets te zij n. N.l. religieus-socialist. D.w.z. nuchter socialist, met nimmer verflauwende aandacht voor de maatschappelijke werkelijkheid en haar krachten, zonder fraze, zonder haast; en godsdienstige mensen, levend uit de ~kennis” van dat Andere, dat onuitsprekelijk heilige, dat blijft als een zeker weten, dieper dan al het andere weten.

Eénmaai zal op een of andere wijze weer aan de opbouw moeten worden begonnen Natuurlijk wanhopen veien. Wij soms ook Want zeggen wij dan: het is te laat. Toch is het goed’ er aan te denken, dat er voor den gelovige geen te-laat bestaat.

Ziehier, wat ons te doen staat. Het is niet veel. Maar het is wellicht méér, dan waartoe wij in staat zijn.

Wahriieit

Dat veel nieuw-testamentische teksten door vakgeleerden op hun echtheid betwijfeld zijn, mag na 80 jaar moderne theologie bekend worden geacht.

Natuurlijk gingen sommige geleerden wel wat heel ver bij hun schifting van wat Jezus wel en wat hij niet gezegd kon hebben. Tijdens de vorige wereldoorlog moet er aan een van onze universlteiten een hoogleraar les gegeven hebben in de Nieuw-Testamentische wetenschappen. Hij was onderdaan van het Duitse Rijk. En tevens een vurig, toegewijd Duitsers.

Met Duitse degelijkheid en evengrote zekerheid kon hij alle mogelijke teksten onweerlegbaar voor onecht verklaren.

Op een examen kon een student zijn ergernis daarover niet meer voor zich houden. Hij moet gezegd hebben: „Professor, ik wilde, dat het Nieuwe Testament als oorlogsbulletin van het Duitse leger was uitgegeven. Dan zou het aantal onjuiste zinnen in uw oog niet zo groot zijn.”

Omgekeerd geloof ik, dat wij er thans goed aan doen, alle oorlogsbulletins te lezen, zoals die Duitse professor het N.T.

OTcrblijfsclen ran hel kapitalisme in de Soisjet'lJnie

A. Struik schrijft in het comm. maandblad ~Politiek en Cultuur” van Aug. j.l. over wat nog niet aan kapitalistische gezindheid in Sowjet-Rusland overwonnen is. Op zichzelf is de vraag gewettigd, of er in het Czaristisch Rusland inderdaad sprake was van kapitalisme. Het was juist een van de grote twistpunten tussen de meerderheidssocialisten (bolsjewiki) en de minderheidssocialisten (mensjewiki), of het socialisme gevestigd kon worden na de doorwerking van het kapitalisme, dan wel reeds daarvoor. De bolsjewiki hebben het kapitalisme niet afgewacht, en hebben in een feodale maatschappij het communisme gevestigd.

Maar goed. Van dat kapitalisme, dat in Rusland niet bestond, is natuurlijk de godsdienst een van de hardnekkigste overblijfselen. Als een merkwaardig voorbeeld van verwisseling van woordinhouden geef ik hier het citaat van de kern van het betoog, telkens met eigen opmerking.

„Het geestelijk besef blijft bij de economische ontwikkeling sterk achter”.

Alsof hier waarlijk wetmatigheid is! „Het behoeft dus geen verwondering te baren, dat ook in de Sowjet-Unie de godsdienstige gezindheid nog bij vele mensen bewust en ook wel onbewust aanwezig is.”

Naar de oorzaak van het verschijnsel, dat de godsdienstige gevoelens zo verbazend hardnekkig zijn, wordt niet gevraagd. o'trt y-J „u. – 1. _ ..

„Een der eerste besluiten van de Sowjetmacht was de vrijheid van geweten te herstellen door de kerk van de staat te scheiden en ook de school van de kerk, waarmee de vrijheid om te geloven en niet te geloven werd gewaarborgd.”

De gunstige indruk van deze maatregelen wordt onmiddellijk teniet gedaan door wat dan volgt;

„De Communistische Partij (de enige partij die yom mocht geven aan de volksovertuiging) heeft een uitgebreid vrovagandawerk verricht om de mensen bewust te doen zijn van. de kracht van hun eigen geest en gemobiliseerd tegen bijgeloof en geestelijke slaver-

Vragen; welk geloof staat eigenlijk achter de propaganda voor de kracht van eigen geest? waar zijn de maatstaven, waarmee bijgeloof en geestelijke slavernij gemeten worden. IS mobilisatie, ook dit soort mobilisatie met evenzeer een zaak van geestelijke slaver-

„De wetenschap en de kunst brengen thans schoonheidszin tot de massa.”

Het ziet dus met de schoonheidszin van de Russen er droevig uit. Waar ter wereld werd ooit door wetenschap schoonheidszin bügebracht? Ja, wél door kunst. Maar een der voornaamste voedingsbronnen der kunst is steeds geweest... de godsdienst.

, Het stijgen van het beschavingspeil blijkt gelijke tred te houden met het verdwijnen van de godsdienst”.

Wij kennen ook in West-Europa een bepaald soort vlakke kennis, die de blik troebel maakt voor de religieuze verschijnselen.

Het artikel eindigt met de mededeling, dat pe nieuw gepropageerde godsdienstvormen door resten van de kapitalistische klassen of direct door agenten van vreemde mogendheden werden gevoerd. En als wij op dit punt gekomen zijn, doen wij beter, verder te zwijgen. •'

Verandering roor de joden?

Twee berichten, die elkander aanvullen trekken de aandacht in het „Nieuw Israëlitisch Weekblad” van 1 September j.l. In het buitenlands overzicht, waarin de toestand van het Jodendom over de gehele wereld besproken wordt, lezen wij o.m. het volgende:

„In Duitsland zijn de speciale Joden-zitban-Ken uit de Berlijnse parken verdwenen. Joden mochten weer lopen in verschillende, tot nu toe verboden stadsgedeelten. Ofschoon uitvoerige mededelingen ontbreken, kan wel gezegd worden, dat plotseling de borden met „Juden unerwünscht” verdwenen zijn. Verder moet de gecensureerde pers ophouden met de gemeenplaatsen „Judenbolschewismus” en ~jüdischbolsjewistische Weltpest” te gebruiken. Dit alles wordt verklaard uit het sluiten van het Duits-Russisch pact. De Joden, met hun macht in Sowjet Rusland zouden ontzien moeten worden.”

Tot zover dit bericht. Er is geen reden, om aan de vermelde feiten te twijfelen, al zal de verklaring niet zo makkelijk te geven zijn. Het tweede bericht, als pendant, komt uit Moskou;

De Jüdische Welt-Rundschau van 25 Aug. heeft medegedeeld, dat op het banket, dat te Moskou ter ere van Ribbentrop gegeven is, de Joodse functionarissen der Sowjet-Regering niet werden uitgenodigd.

Indien deze berichten waar zijn, en inderdaad voor de oplossing gezocht moet worden in de richting van het jongste pact, dan zien wij, dunkt ons, iets heel natuurlijks geschieden, dat tevens antwoord geeft op de vraag, wie eigenlijk „er in gelopen” is, Duitsland of Rusland. Het antwoord moet luiden; als bij communicerende vaten houden zij elkander in evenwicht.

L. H. RUITENBERG.