is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 50, 23-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Totalitair

Zoals een ziekte, die zich herhaalt, de tweede maal veel heftiger het lichaam aangrijpt: zoals een tweede faze in een grote revolutie vaak veel bloediger is dan de eerste; zo is deze tweede Europese oorlog binnen de periode, die een mens nodig heeft om tot volwassenheid te rijpen, veel intenser, veel sneller in zijn ontwikkeling en ontaarding dan de Wereldoorlog. En ondanks zijn vreselijkheid, is er geen enkele waarborg, dat hij korter zal zijn.

Als een verzengende en verstikkende woestijnstorm is het Duitse oorlogsgeweld over de Poolse aarde gegaan. De Polen zijn, daaraan lijdt geen twijfel, door de gemotoriseerde „bliksem-oorlog” verrast. Niet uit het veld geslagen, want behalve in sommige centra en op bepaalde knooppunten is het tot gevechten op grote schaal, tot de vorming van een slagveld niet gekomen. Pas rondom Warschau is er een front ontstaan. Daarvóór was er niets anders dan beweging.

Een bewegingsoorlog, die overigens bloedig genoeg was en dat niet alleen aan één kant. De Duitse hospitalen in de grote steden beginnen zich reeds te vullen: die in Berlijn en Wenen zouden reeds aan het eind van hun opnemingsvermogen geraken. Een aanwijzing, dat de „gewonden-trein” reeds een normaal verschijnsel is geworden, troffen we in het verhaal van de Nederlanders, die uit Zwitserland via Duitsland huiswaartskeerden en wier trein in één der stations voor een gewondentransport werd aangezien.

Voor de Poolse bevolking, soldaten en burgers, is het lijden toch nóg erger, omdat niet alleen hun lichaam aan dodelijk letsel of levenslange misvorming blootstaat, maar heel hun leven, in al zijn betrekkingen, in flarden wordt gescheurd. Ziet, hoe ze daar staan, de enkelen, die zich buiten wagen, op de hoeken van de straten, wanneer de vijand door hun dorp of stad heenjaagt, als de gesel van de Dood. Ziet hoe de haat zich van hen meester maakt, een verwilderende haat, die tot misdaden voert, welke dan weer nog beestachtiger worden ~gewroken”. Triomfantelijk stond het er, bij een plaatje in de „Völkische Beobachter”, hoe een woning, waarin zich franc-tireurs hadden genesteld, als een nest met ongedierte was uitgebrand.

Hitler heeft vorige week openlijk Polen met een verdelgingsoorlog bedreigd. Het zou de veralgemening zijn van de methodes, die reeds thans incidenteel en wellicht veel vaker dan wij kunnen bevroeden, worden toegepast. Het dreigement heeft een reactie opgeroepen in de wereld. Er zijn stemmen opgegaan, in het Vaticaan, later ook in Amerika, stemmen, die ook ten onzent weerklank vonden, om neutrale commissies ter observatie van de oorlogsmethodes in te stellen. In de hoop, dat daarvan een zekere remmende werking zou kunnen uitgaan.

Wij zouden geen enkele poging tot vermindering van het oorlogsleed willen ontmoedigen en geen enkele uiting van levend verantwoordelijkheidsbesef willen doen verstommen, maar wij mogen toch waarschuwen tegen illusies aangaande een humanisering van de oorlog. „Helaas zeide Léon Blum dezer dagen, toen men hem zijn oordeel vroeg over het beroep van Roosevelt ten gunste van een humane oorlogsvoering ~helaas, de beide woorden oorlog en menselijkheid vloeken, wanneer zij worden saamgebracht!”

Neutraliteit Men heeft het een gunstige onderscheiding tussen de huidige en de vorige oorlog genoemd, dat er thans zo veel meer „neutralen” zijn. Laat ons vooropstellen, dat wij geen voorstander zijn van de stelling van hen, die de oorlog zich liefst zo spoedig mogelijk zouden zien veralgemenen. Alle strategische of sociaal-

revolutionnaire motieven, welke daarvoor worden aangevoerd, ten spijt, blijft voor ons de oorlog in de kern toch een ontzaglijk gokspel, waaraan een zo groot mogelijk deel van de wereld onttrokken moet blijven.

Maar dat belet ons niet om in te zien, dat de risico’s der neutralen reeds van de eerste oorlogsnacht af men denke maar aan de boven ons land zwermende vliegtuigen oneindig veel groter zijn, dan zij de gehele vorige oorlog (afgezien natuurlijk van de misdaad in 1914 tegen België begaan) ooit zijn geweest.

Hitler heeft verklaard, het van groot belang te achten, dat in Europa een krachtige groep neutrale mogendheden aanwezig waren. De praktijk wijst echter uit, dat deze belangstelling allerminst onbaatzuchtig is. Integendeel, van het begin van de oorlog af zijn de neutrale staten op alle mogelijke manieren bij de oorlog betrokken geraakt. Neutraliteit waarborgt allerminst ongereptheid of, dat het land met rust wordt gelaten. Het betekent alleen, dat de strijd om de hulpbronnen, de strategische positie en zelfs de morele steun van zulk een land niet met de blanke wapenen, maar met de middelen der diplomatie wordt uitgevochten. Waarbij de methodes dier diplomatie volledig zijn aangepast aan de moderne oorlogsmethodes.

Welk een intimidatie reeds naar aanleiding van schendingen van de ~luchtkolommen” boven de neutrale landen! Welk een afpersingssysteem om de handel en scheepvaart der neutralen aan de doeleinden der oorlogvoerenden te onderwerpen. De Engelse blokkade werkt reeds op volle kracht. De Duitse reactie dreigt de neutrale staten regelrecht tot een doorbréken van die blokkade te pressen, op straffe anders elke toevoer tot de neutrale landen onmogelijk te zullen maken. Een bedreiging, die men overigens niet al te ernstig moet nemen gezien het feit, dat de Duitse macht op zee, ondanks de duikboten, beperkt is.

Pers-vertegenwoordigers van neutrale landen worden min of meer gedwongen, de Duitse gruwel-propaganda over Polen (de „bloedbaden in Bromberg”) als een soort kroongetuigen te boekstaven. Hun berichtgeving wordt volledig ingeschakeld in het dagelijkse offensief op de openbare mening in het eigen land en in de nog openstaande wereld.

Het kan voor ons een waarschuwing zijn, niet al te stellig op beloften aangaande de erkenning der neutraliteit te rekenen. Zo goed als de handel of de openbare mening der neutralen reeds met inschakeling in de oorlog wordt bedreigd, zo kan ook de bodem eventueel in de strategische berekeningen worden opgenomen. En het gevaar bestaat, dat men ook hierbij meer uit is op militaire ogenbliksuccessen, dan op een politiek, die pas op de lange duur zou komen.

Vast staat wel, dat bij de ruwe methodes van de totalitaire oorlog met juridische formules zeer weinig rekening zal worden gehouden. En wie in het gedrang raakt, wordt meedogenloos onder de voet gelopen.

Uitbreiding?

Het is echter uitermate de vraag, of de omvang van de huidige oorlog reeds als vaststaand mag worden aangenomen. Zoals de scheiding tussen oorlog en vrede in onze tijd is vervaagd, zo is ook het onderscheid tussen partij en buitenstaander in de totalitaire oorlog aanzienlijk minder scherp geworden.

Naast de ouderwets-neutrale staten van het Oslo-blok: Scandinavië en de Lage Landen, benevens Zwitserland, is er een hele reeks neutrale staten, wier onpartijdigheid allerlei schakeringen aanwijst. Zelfs de Verenigde Staten van Amerika zijn aanzienlijk minder van het Europese gebeuren verwijderd dan in 1914. Niet alleen dat de openbare mening vrijwel volkomen op de hand van de beide grote democratieën is, dit oordeel is ook openlijk door de hoogste autoriteit bevestigd. Maar bovendien

heeft de regering van Roosevelt er geen twijfel aan laten bestaan, of de hele herziening van de Neutraliteitswet, waarvoor het Congres tegen 21 September is bijeen geroepen, beoogt om de voorziening van de westerse mogendheden met oorlogsmateriaal zo weinig mogelijk belemmeringen in de weg te leggen.

Sowjet-Rusland heeft, voorzover wij weten, nimmer zich officieel neutraal verklaard, maar het is tot daadwerkelijke afzijdigheid in het Duits-Poolse conflict verplicht krachtens de niet-aanvalsverdragen, die het met beide landen bezit. Er is echter sedert de vorige week grondige twijfel gerezen, of Rusland zich inderdaad afzijdig wenste te houden, welke indirecte inmenging, economisch of anderzins, het overigens ook mocht nastreven. De concentratie van Russische troepen aan de Poolse grens, gepaard gaande met een ernstige critiek op de behandeling der nationale minderheden in Polen (alsof ook in de Sowjet Unie het leerstuk der culturele autonomie niet reeds lang in de dictatoriale praktijk was verdonkeremaand!) maakte een uitermate verdachte indruk. De wapenstilstand met Japan, die op zijn minst voor een rugdekking kon doorgaan, maakte de zaak er niet beter op. leder had reeds de mond vol van een nieuwe Poolse deling, door Duitsland en Rusland.

Rusland’s openlijk optreden als handlanger van het Derde Rijk zou onmiddellijk de ernstigste gevolgen voor de Balkan-statenwereld medebrengen. De veiligheid van het van alle kanten dan door vijanden omringde Roemenië zou, tenzij deze staat zich aan de controle van Duitsland en Rusland onderwierp, onmiddellijk in groot gevaar geraken. En dan ligt er verderop op de Balkan nog brandstof genoeg, om het vuur ook naar andere plaatsen te laten overslaan. Uitermate duister is de positie van Italië. Was men aanvankelijk geneigd, de Italiaanse neutraliteit hetzij als voorlopig, hetzij als flankdekking en toevoers-organisatie voor de Duitse oorlogsvoorziening op te vatten, aan het eind van de vorige week maakte de Italiaanse pers een zwenking door, die slechts als een toenadering tot de westerse staten, met name tot Frankrijk, kon worden opgevat. Laatste manoeuvre om zich als bemiddelaar aannemelijk te maken voor een uiterste vredespoging? Of inderdaad voorbereiding van het „tweede Italiaanse verraad?”

De Duits-Russische toenadering en de zichtbare gevolgen daarvan zijn een aanwijzing, hoe de politiek van Berlijn en Moscou volkomen los van iedere ideologie in imperialistische banen is geraakt. Een frontvorming, die Italië aan de zijde der westerse staten zou brengen, verhoogt voor ons de bezorgdheid, dat ook in West-Europa de louter egoïstische oogmerken geheel zouden gaan overheersen. De oorlog, die door de massa’s toch werkelijk als een strijd voor recht en vrijheid, of voor internationaal fatsoen wordt opgevat en van westerse zijde tot dusver ook in hoge mate als zodanig wordt gevoerd, zou dan gemakkelijk in een naakte machtsstrijd, om het behoud van de verworven posities in de wereld, kunnen ontaarden. En daarmee zou het vooruitzicht op een vrede, die een toekomst openstelde voor alle volken, het Duitse o.a. inbegrepen, vrijwel geheel worden verduisterd.

Maar misschien is het reeds overmoedig om over een toekomst te spreken, al kunnen wij de hoop op een einde van deze- verschrikking nauwelijks missen. Misschien maakt deze verwoestende krijg onze hele aarde tot een Niemandsland. Het zal reeds thans niemand verbazen, indien de Pool in dit land ener zinledige toekomst doofstom zou verschijnen, zoals in de aangrijpende oorlogsfilm, die velen onzer zich zullen herinneren. Maar de Pool zou ditmaal stellig niet de enige zijn, die met stomheid geslagen was.

Deze oorlog werd door Léon Blum, voorzover zij door het westen werd gevoerd, in tweeërlei zin, „menselijk” genoemd: in methode en in doel. Het klinkt moedig, wanneer Blum zegt: „wij strijden voor het mensdom”. Maar dreigt juist dit mensdom niet in elke moderne oorlog ten onder te gaan?

B. W. SCHAPER

[Men zal begrijpen, dat dit artikel voor Zondag 17 September werd geschreven. Red.l