is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 16, 13-01-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r BUITENLANDSE KRONIEK V.

De chantage duurt voort

Zelden is men een oorlogsjaar met zoveel onzekerheden begonnen, als dit jaar 1940. Deze volslagen ongewisheid aangaande hetgeen ons te wachten staat, kwam duidelijk tot uiting in de Nieuwjaars-redevoeringen.

De grootste gemene deler der uitgesproken verwachtingen bestaat hieruit, dat men tegen het voorjaar een verheviging van de oorlog voorziet. Het laatst en duidelijkst is dit uitgesproken door den Britsen ambassadeur in Washington, Lord Lothian, die een Duitse poging verwacht, om in het begin van de lente een beslissing te behalen op de Geallieerden door een „verschrikkelijke aanval te land, ter zee en in de lucht”.

Wat men verwacht is, dat het Derde Rijk toch tenslotte alles op de ene kaart van de „Blitzkrieg”, de „bliksemoorlog”, zal zetten en liever in een uiterste manifestatie van geweld ten onder wil gaan, dan langzaam in een uitputtingsooriog te verteren. Met andere woorden: liever een „Ende mit Schrecken”, dan een „Schrecken ohne Ende”.

Hoewel voor deze opvatting veel te zeggen valt en zij niet alleen met de geestesgesteldheid van het Derde Rijk, maar misschien wel in het algemeen met de ietwat onevenwichtige Duitse mentaliteit overeenkomt, is het toch de vraag, of men met deze speculaties de nazi-politiek niet meer in de kaart speelt, dan gewenst is. Een van de typische kenmerken van Hitier’s tactiek is, concessies en overgave af te dwingen door bedreiging met geweld, veeleer dan door daadwerkelijke strijd. Hitler, dat mag men zeker aannemen, heeft deze oorlog met de westerse staten niet gewild. Zijn hele politiek was erop gebaseerd, door de plotselinge zwenking naar Moscou de westerse staten uit het veld te slaan en hen ertoe te nopen, van Polen een „redelijke” houding af te dwingen. In September 1939 is deze speculatie gelukt, hoewel men toen reeds zeide (Rauschning o.a. wijst daarop), dat Hitler het Duitse volk veel dichter bij het werkelijke oorlogsgevaar moest brengen, dan hem lief was en zijn prestige als „vredes-man’ lijden kon. Ditmaal is het spel mislukt, maar dat is geen reden, waarom het Derde Rijk ook tijdens de oorlog zelf niet de chantagetactiek, die het de grootste voordeien heeft opgeleverd, trouw zou blijven.

Niets kan daarom voor de nazi-poiitiek gunstiger zijn, dan de westerse statenwereld, in het bijzonder ook de zwakke neutrale staten, onder de indruk te brengen van een naderend onheil, dat met ongekende hevigheid zich over de westerse mensheid zal uitstorten. Het grote gevaar schuilt hierin, dat men, door de bedreiging met een „Blitzkrieg” in voorjaar-1940 al te ernstig te nemen, de speculatie bevordert en haar tenslotte zulke proporties doet aannemen, dat degenen, die het spel hebben opgezet, niet meer terug kunnen. Het zou niet de eerste maal zijn, dat de heren van het Derde Rijk de geesten, die zij hebben opgeroepen, niet meer de baas konden worden.

Scandinavië verdeeld?

Het dreigement met een „yerschrikkingsoorlog” is niet de enige kaart, waarmede Berlijn in het spel van de groene tafel manoeuvreert. Ondanks de veie punten van overeenstemming, die er in mentaliteit, ontwikkelingsgang en omstandigheden tussen het Derde Rijk en de Sowjet-Unie te constateren zijn, en die voor een samenwerking op lange termijn en voor vérgaande doeleinden een toereikende basis kunnen leveren, kunnen wij nog altijd niet de gedachte van ons af zetten, dat ook thans nog het samengaan met Moscou voor Berlijn mede een speculatief oogmerk heeft.

De diplomatie van Von Ribbentrop is ongetwijfeld van grove kwaliteit. Het is daarom

niet geheel ondenkbaar, dat het Derde Rijk in eerste aanleg de Russische opmars in het Oostzee-gebied zo geheel en al met de Duitse traditionele politiek in strijd alleen met het doel heeft getolereerd, om de westerse mogendheden nog eens extra bang te maken voor het „bolsjewistische spook”. De nazi-leiders zullen nooit vergeten, dat deze tactiek zowel in als buiten Duitsland altijd het grootste effect bij de reactionnaire elementen der bourgeoisie heeft gesorteerd. Natuurlijk geldt ook in dit spel, dat de bedrijvers ervan zelf kunnen worden meegesleept. Maar daarvoor zijn de avonturiers van het Derde Rijk nimmer teruggeschrikt.

Een illustratie van deze tactiek vormt hetgeen zich rond de Russisch—Finse oorlog af speelt. Dat Berlijn de Russische inval in een land, waarmee vele Duitsers door sentimentele banden zich verbonden gevoelen, heeft getolereerd, kan natuurlijk ook worden verklaard uit de zwakke positie, welke Hitler tegenover Stalin inneemt. Maar stellig heeft daarbij ook de hoop meegespeeld, dat dit agressieve optreden der Russen de antiboisjewistische stemmingen in en buiten Europa weer zou versterken. Hetgeen ook inderdaad het geval is geweest, maar zonder tot dusver het Derde Rijk op directe wijze ten goede te komen.

Nu zet echter ook in dit opzicht de nazipolitiek het eenmaal begonnen spel tot in het redeloze voort. Want hoe zijn anders de geruchten te verklaren, dat Duitsland en Rusland tot een „verdeling” van heel Scandinavië zouden hebben besloten, waarbij wederom aar Rusland het leeuwendeel in de buit zou zijn toegewezen, in het bijzonder de controle over rijke ertsvoorraden in Zweden, die voor de Duitse oorlogseconomie zelf volslagen onmisbaar zijn?

Het is natuurlijk niet uitgesloten, dat Duitsland en Rusland inderdaad een gemeenschappelijk plan de campagne hebben ontworpen om heel Noord-Europa aan zich te onderwerpen. Men kan een dergelijk plan zelfs onderbrengen in een heei strategisch systeem, namelijk als onderdeel in de strijd tegen het Britse Rijk. Uit het hoge noorden zouden Russen en Duitsers gemeenschappelijk een offensieve actie ter zee en in de lucht tegen de Britse zee-heerschappij kunnen ontketenen. Maar afgezien van het bezwaar, dat een bezwering van het Scandinaafse verzet, ondanks de zwakke bewapening, toch stellig zou opleveren, moeten de échecs van het Russische leger in Finland toch ook voor de nazipolitici een waarschuwing zijn tegen groots opgezette plannen met zulk een bondgenoot Wanneer deze hele Scandinaafse politiek van het Derde Rijk, de bedreigingen incluis jegens landen als Zweden wegens de hulp aan Finland, op grond van al te doorzichtige beschuldigingen van handlangersdiensten aan de Geallieerden, dan ook niet een noodsprong is, kan men haar nog het beste verklaren in verband met het hele chantage-spel met het „bolsjewistische spook”.

Stellig is het een geruststelling, dat de westerse mogendheden zich ook in de Finse kwestie niet tot een openlijke oorlog met Rusland laten provoceren. Voor de Scandinavische staten levert deze Duitse tactiek veel groter moeilijkheden. De Deense minister-president Stauning heeft misschien zeifs al te duidelijk zijn bezorgdheid voor het lot der kleine neutralen in een Nieuwjaarsrede uiting gegeven. De Zweedse regering biedt krachtiger weerstand aan het chantage-spel. Maar ook hier zijn duidelijk symptomen van de zware druk, waaraan men blootstaat. De Zweedse regeringswijziging was er één van. Het proces, onlangs tegen een redacteur van een antifascistisch weekblad gevoerd wegens „publicatie van beledigende uitingen, leidende tot onenigheid met staten, waarmee Zweden vreedzame betrekkingen onderhoudt” (deze staat was Duitsland), een tweede. Voor de openbare mening in Zweden, waar de persvrijheid de vierde fundamentele wet des lands

vormt, was het zware vonnis, drie maanden gevangenisstraf, een ernstige schok.

Het is voor ons een aanwijzing, waartoe de eindeloze voortzetting en onbeperkte uitbreiding van de oorlog met militaire èn met diplomatieke middelen de Europese samenleving dreigt te brengen.

De Balkan

Wanneer de introductie van het agressieve Stalinistische Rusland in Europa onder de auspiciën van Herr Hitler tot dusver bij de grote westerse mogendheden weinig effect heeft gesorteerd men ziet in het bijzonder in Engeland maar ai te duidelijk in, welke bezwaren de uitbreiding van de oorlog tot de Sowjet-Unie, die zovele wrijvingsvlakken met het Britse Rijk bezit, zou meebrengen zo bleef toch niet alle resultaat uit.

De versterking van de reactionnaire, antibolsjewistische sentimenten in de westerse bourgeoisie is stellig geen versterking van de morele aaneengeslotenheid en zuiverheid der Geallieerden. Er is toch reeds een duidelijke opschuiving in de politiek der westerse staten in reactionnaire richting merkbaar. Zij manifesteerde zich tot dusver het scherpst in Frankrijk, maar naar uit het geval-Hore Belisha blijkt ook Engeland is hiertegen wellicht op den duur niet immuun. Internationaal uit zich deze reactionnaire koers in een toenemende ijver, met het Italiaanse fascisme aan te pappen en Italië zelf los te maken van den anti-Komintern-partner.

Hoewel de principiële onberekenbaarheid van elke fascistische politiek en van de Italiaanse in het bijzonder, een herhaling van de salto mortale van 1915 bij Italië natuurlijk nimmer onmogelijk maakt, lijkt het toch, alsof al deze toenaderingspogingen tot Italië in wezen, behalve de financiële positie van Italië zelf, Duitsland nog het meest ten goede zijn gekomen. Want er is tot dusver geen enkele aanwijzing, dat de band, die tussen Rome en Berlijn bestaat, en die niet enkel een „ideologische” is, maar ook op bepaalde machtsverhoudingen van Duitsland tegenover Italië berust, merkbaar zou zijn verzwakt Alles, wat het prestige van Rome versterkt, komt daarom ook indirect Berlijn ten goede. Zoals elke concessie, welke de Geallieerden op economisch gebied aan Italië doen, ook Duitsland voordelen oplevert.

De grootste winst, die het diplomatieke chantage-spel via Italië de machten van de vernieling in de internationale politiek heeft opgeieverd, iigt waarschijnlijk in de grote rol, die men aan de Italiaanse diplomatie, met oogluiking en zelfs aanmoediging van de Geallieerden, in de Balkan heeft toegekend. In de wereld van de Balkan werkt de suggestie van het „bolsjewistische spook” het krachtigst. Niemand kan ontkennen, dat er hier gevaar van de zijde van het Russische imperialisme dreigt. Al is er reden om aan te nemen, dat Moscou vooreerst werkelijk de handen vol heeft aan zijn Finse avontuur.

Niets is echter gevaarlijker, dan voor deze Balkan-wereld bescherming te zoeken in Rome. Het is immers maar al te duidelijk, dat Italië van de verwarring, die de grote politieke gebeurtenissen van het afgelopen jaar op de Balkan hebben teweeggebracht, gebruik maakt om eigen prestige in dit deel van Europa zoveel mogeiijk te versterken en het gezonde streven naar een aaneensluiting van alle Balkan-staten zoveel mogelijk te verstoren. Zo is de conferentie van de beide „graven” te Venetië, Ciano en Csaky, de ministers van Buitenlandse Zaken van Italië en Hongarije de oude stokebrand in Midden-Europa te beoordelen. Waarschijnlijk is zij het begin van een reeks intriges, welke vooral erop uit is, de belangrijke Balkan-conferentie, die in Februari zal worden gehouden, bij voorbaat in de grond te boren.

Waarvoor wij in dit oorlogsjaar 1940 het meest vrezen, is eigenlijk niet het uitbarsten van een „Blitzkrieg” naar het westen hoewel de mogelijkheid niet mag worden ontkend maar het is de verdergaande demoralisering en ontwrichting van de internationale verhoudingen in ons oude werelddeel, die het hoe langer hoe moeilijker zullen maken, nog eens een nieuw Europa weder op te bouwen.

B. W. SCHAPER.