is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 30, 20-04-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nement Polen” In eigen taal de heerlijkheden en de onoverwinnelijkheid van het Derde Rijk verkondigen.

Misdrijf aan de Duitse jeugd

Over een bekend thema schrijft Robert d’Harcourt dit fijnzinnig opstel:

„ Men moet bang zijn voor het kind. Hoeveel gruwelijke oordelen, hoeveel vonnissen moeten niet teruggevoerd worden op het praten of nog erger op de aangifte van een jongen of een meisje, die aan de politie meegedeeld hebben, wat ze in de intimiteit van de huiskamer gehoord hadden. In het vertrouwde huis, verenigd onder de warmstralende lamp, heeft de gekwelde vader, die de hele dag zijn gelaat heeft moeten beheersen, en gevoelens heeft moeten huichelen, zich verheugd nu eindelijk eens een ogenblik geheel vrij en ontspannen te kunnen zijn.

Nu kan hij het masker laten vallen en zijn hart eindelijk eens open uitspreken. Hoe zou hij op de gedachte kunnen komen, dat jonge onschuldige oiren, de oren van zijn eigen kinderen zijn opmerkingen zullen opvangen en ze doorgeven aan de geheime politie. Morgen zal een ambtenaar van het Derde Rijk binnendringen in de stille woning, die hij zo veilig achtte. Hij zal zijn hand op de schouder van den onschuldige leggen, die, op het zelfde ogenblik, dat hij naar de gevangenis of naar het concentratiekamp gesleept wordt. Ineens de ontstellende ontdekking zal doen, dat hij door zijn eigen kind verraden werd.

Het verraad, dat men huiselijk heeft gemaakt, de politiespion, die aan de huistafel zit, het misbruik van kinderen, die men als agenten gebruikt, die men tot verdienste en plicht aanrekent het spionneren van eigen ouders dat alles wijst naar een diepte en verlaging in het Nazistisch Duitsland, als tot nu bijna nooit bereikt werd tenzij bij de Russische Tscheka.”

Democratie en krantenpers

In de Times vonden we een goede uiteenzetting over de samenhang tussen krant en democratie. Dr. Garvin schrijft hieromtrent: ~Als democratie wil slagen, dan moet het volk behoorlijk ingelicht worden omtrent alles wat hun land betreft. Hiervoor moet de krant dienen. De eerlijke journalist moet beseffen, dat hij verantwoordelijk is aan het volk, wiens vertrouwen hij geniet.

In verband hiermee komen drie punten in aanmerking:

1. Een groot bedrog gaat voortdurend door heel ons kapitalistisch regime en wordt door het publiek gretig aanvaard; dat de dmgen beoordeeld moeten worden volgens hun (financieel) succes.

2. Het begrip van vrije discussie. In een democratie hoort de pers vrij te zijn van te veel regeringsinmenging maar eveneens van te grote invloed, uitgeoefend door een klein groepje mensen, ten koste van de anderen.

3. Democratie hoort het regime van de redelijkheid te zijn. De pers moet dus een beroep doen op de rede. De journalist, die zich niet op de rede beroept, is een verrader van het openbare welzijn en moet behandeld worden als iedere andere bedrogplegende leverancier.

In dit land (Engeland) is heel de persindustrie in handen van enkele Lords, die in de enge zin van het woord zelf geen journalisten zijn, maar de kranten beschouwen als winstobjecten. Dat is volslagen verkeerd. Ze onthouden in beginsel aan den lezer elke kennis, die nadelig is voor hun adverteerders en laten zich nauwelijks in met de belangen van de consument.

Door aan het publiek slechts voor te zetten, wat het verlangt (gruwelen, horoscopen enz.) dreigt men Engeland neer te halen tot een voorwerp van spot.

Hart en beurs

Het geld heeft geen schaamtegevoel. Uit een Frans morgenblad knipte „Temps présents”;

„New York. Bij de opening was de beurs zeer actief en gaf aldus uitdrukking aan zijn voldoening over de berichten uit Washington, volgens welke vrede in Europa voorlopig uitgesloten is”.

De heren herademen. Men is een ogenblik benauwd geweest in New York. Verbeeld je.

dat in Europa de oorlog plotseling opgehouden was. Nu lezen we verder, dat speciaal staal-, automobiel- en vliegtuig-aandelen meerdere punten vooruit zijn gegaan. En de Fransman meesmuilt: Wij hebben nog bondgenoten in de Verenigde Staten. We zouden wel liever hebben gehad, dat een ander motief hen dreef, maar ja, als de beurs het hart vervangen heeft

Volksgemeenschap in de gevangenkampen

In de Engelse kranten kan men lezen, dat het in de krijgsgevangenkampen van Engeland tot strijd en onrust gekomen is wegens het optreden der geïnterneerde Nazi’s tegen de politiek-onverschillige of de Nazi-regime vijandig gezinde gevangenen. Er warerii onder deze Nazi’s ambtenaren van de Gestapo, die volgens beproefde methodes hun volksgenoten poogden bang te maken. Matrozen van) handelsschepen, die ook hun medegevangenen lastig waren gevallen, zijn nu met de Nazi’s in een bijzonder kamp onldergebracht, terwijl de overige Duitsers rustig bij elkaar kunnen blijven in de overige kampen.

Schennis van het internationaal recht Hieromtrent lazen we het volgende onderscheid.

De verscheidenheid van de schendingen van het volkerenrecht gaat terug op de bijzondere inhoud der wetsparagraphen. Het kan zijn, dat deze inhoud enkel en alleen bepaald wordt door het positieve recht. Zo kan men het b.v. eens worden over de wijze, waarop men een mijnenveld aanlegt en aanwijst. Men had ook een geheel andere afspraak kunnen maken, wijl de zaak zelf verscheidene mogelijkheden biedt.

Andere paragraphen echter zijn niets anders dan concrete toepassingen van het alleenverplichtende natuurrecht. Het gaat dan om een wettelijke formulering van handelswijzen, die ook buiten alle geschreven wetten om aan bepaalde normen gebonden zijn. Zo kan het b.v. nooit geoorloofd zijn om een aanslag te plegen op leven en eigendom van neutralenL Zolang deze zich werkelijk als neutralen gedragen. Gebeurt dit toch, dan heeft men kortweg met roof en moord te doen. ledereen kan deze beginselen zelf toepassen. RENÉ

Cineac, Kerk, Toekomst

Rotterdam.

De Coolsingel. Drukte van mensen. De nieuwe Beurs spreekt ervan, dat men tóch nog een toekomst na deze dagen verwacht...

De Cineac.

Ik ga er binnen.

Er is net een voetbalwedstrijd: Nederland—Luxemburg: 4—5. Hij is in volle gang. Het gejoel der menigte vult de zaal. En we kijken.

Dan: een Polygoon-opname van de Zwarte troepen, die Frankrijk mobiliseert. Onder muziek vertrekken ze uit hun land. Daar gaan ze. En waarvoor? En waarnaartoe? We kijken, aliemaal. Ik zie om: Daar zitten een paar jongetjes van een jaar of tien. Eén informeert bij z’n moeder naar die zwarte mannen met hun dikke lippen.

Montevideo. Paardenrennen. Waanzinnige vaart. Even een vertraagd beeld. Dat breekt de spanning. En het houdt de spanning erin. Want men weet hier wel, hoe ’t hoort.

’n Kerk. Een vorstelijk ouderpaar, ’n Priester. Er wordt een kind gedoopt.

Daar is Polygoon weer. Het laatste type Duitse duikboten en Franse bommenwerpers. Even later moet ons speciaal-Nederlandse gevoel geraakt worden: een mars-wedstrijd bij het veldleger. Onze soldaten défileren voorbij een militair, hoog in rang. En ja, daar staat ook een priester, vlak bij hem, in lang gewaad. Symboliek?

Het gaat weer verder. De Keulse Dom. Uitvoering van de Matthaus-passion. We horen het beginkoor, de fluiten, de violen, de hobo’s... We zien de brede bogen, de statige zuilen. Daar staat het koor:

„Sehet – was? – seht die Geduld.

Seht – wohin? – auf unsre Schuld.”

En ik denk: moeten we dat allemaal zo maar slikken? Ook dit? Het beginkoor is ten einde. En door de Dom en door de Cineac (hoe is het mogelijk: midden in Rotterdam) kiinkt het: ~... als wie ein Lamm”.

Polygoon. Oorlogsnieuws. (Want we krijgen dit aUes bij beetjes tegelijk. De portie ineens zou ons deze spijs doen tegenstaan.) Het nieuwste Duitse geschut. Geweldige kanonnen. Ernstige soldaten. De kanonnen worden gericht. Eén voor één heffen zich de vuurmonden. Meer zien we niet. Jammer. Waarom krijgen we de andere helft niet te zien om zo te zeggen: het mogelijke vervolg? Al was het aUeen maar een statistiekje met duidelijke, rode cijfers:

Polen, Finland ... zoveel doden, zoveel gewonden, enz.

Ten besluite: een tekenfilm. De avonturen van een goudvis. Kleurrijk en geestig.

Dan staan we op. We zijn weer op de Coolsingel. Daar staat de nieuwe Beurs. Men rekent dus tóch nog op een Toekomst...

Intussen kunnen we over die nieuwe Toekomst nu niet zo bijster gerust zijn.

Het ontstellende van zo’n Cineac-voorstelling is toch wei dit: dat men dit alles slikt. Het wordt technisch- en paedagoglsch-juist opgediend. En dan gaat het wel.

Men aanvaardt dit ailes. En blijkbaar wordt dit ook verlangd: anders werd dit niet zo vertoond. Er is een zeker raffinement in.

Maar als zó de geestes-gerichtheid is van wat men dan „de massa” of (christelijker) „de schare” noemt, hoe moet dan de toekomst worden?...

De officiële kerk kwam er ook niet al te best af. Zij is een verschijnsel geworden, passend in déze wereld, zelfs zo, dat zij rustig kan worden opgenomen in een Cineac-programma. Het falen van de officiële kerk, ons gebrek aan innerlijke, wézenlijke, geestkracht werd mij op schrijnende wijze duidelijk bij het dopen van het vorstelijke kind te midden van militaire polygoon-opnamen.

Nog meer bij de Matthaus-passion in de Keulse Dom. „... als wie ein Lamm.” En zien we niet meer, dat we druk bezig zijn, Christus weer te kruisigen. Hem tot „Lam” te maken? „Seht wohin? auf unsre Schuld.” Ik heb mij af gevraagd: hoeveel christenen betrekken de lévende (niet slechts aesthetische!) geestelijke werkelijkheid van de Matthaus-passion op al dat andere, wat wij zien, meemaken, doen? Maar hoe kan ik zo vragen; in hoeveel kerken wordt het denken en beleven en handelen op déze evangelische wijze gericht?

Cineac, Kerk, Toekomst.

Daar zit een tragisch verband tussen deze drie woorden. Ook dit: dat „de Cineac” (nu als symbool der tegenwoordige geestes-situatie gezien) meer betekent dan „de Kerk”.

En toch. In het middenste woord zie ik de enige redding. Duidelijker dan ooit blijkt, dat, als deze wereld, als wij, als onze kerk, als onze maatschappij, als ons volk, als de volkeren, niet willen gehoorzamen aan het Evangelie, de afgoden ons meevoeren naar de afgrond. ledere krant spreekt ervan.

De „gezonde” kerk, die moedig én ootmoedig (misschien beter: ootmoedig én moedig) in deze wereld staat, en spreekt van, handelt naar, lijdt voor dit Evangelie van Jezus Christus kan een „Licht der wereld” zijn. Een reddend en genezend en louterend Licht.

Als er b.v. straks een „vrede” gesloten wordt, waarbij geen rekening wordt gehouden met de Evangelische waarden van Gerechtigheid, Waarheid, Erbarmen, Offerbereide Vijandsliefde en de „gezonde” kerk bewaart toch deze geestelijke schat, en lééft eruit, ook al dreigt het Kruis dan is er geen toekomst meer voor Europa. Of; de toekomst van de jungle.

Zo gaat er van „de Cineac” maar één roep uit; de kerk ontwake! Wij, christenen, moeten ontwaken.

Want het gaat om de Toekomst.

KR. STRIJD,