is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 30, 20-04-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de Kerkelijke Wereld

Drankbestrijding in devaluatie

Hoezeer verplaatst zich het centrum van belangstelling voor maatschappelijke bewegingen! Kwaden en noden komen op, vragen aandacht en verdringen daarmee de strijd tegen andere kwaden en noden, die in zichzelf de moeite waard blij Ven te bestrijden. Nieuwere bewegingen nemen het zicht weg op oude noden. Voeg daarbij de zucht naar het avontuurlijke, düs het nieuwe, óók in de maatschappelijke strijd, dan zal men daarmee naar het uiterlijk genomen, de oorzaken hebben aangewezen van de duidelijke vermindering van belangsteiling voor de drankbestrijding. Dit geldt niet alleen de tegenstanders, noch de kleurloze middenstof alleen, maar óók de drankbestrijders zelf.

De vooroorlogse tijd, toen in de drankstrijd een belangrijk knooppunt van individueelzedelijke en maatschappelijke strijd gezien werd, is voorbij. Evenmin is de drankstrijd meer de school voor hen, die straks in de „grotere” beweging hun rol zullen spelen. De drankstrijd ligt onder de doem der onbelangrijkheid. Hij' verkeert in de moeilijke omstandigheid, èn zijn grenzen te moeten erkennen, èn zijn goed recht te moeten bewijzen. In „Tijd en Taak” behoeft de noodzaak van drankbestrijding niet te worden uiteengezet. Evenmin met nadruk te worden vastgesteld, dat onder onze aanhangers geheelonthouding eenvoudig onverwoestbaar een stuk van onze levenspractijk is geworden. Daarmee zetten de religieus-socialisten de traditie van de Friese ..Blijde Wereld”-aanhangers voort, die het ééns en voor goed wisten: blauw èn rood.

De vermindering van belangstelling in de drankstrijd hangt echter ook met andere dan bovengenoemde factoren samen. Het is vooral de vermindering van drang naar vormgeving in het persoonlijk leven, die hier de geheelonthouding parten speelt. Het „moralisme” staat in kwade reuk, ook bij hen, die overigens niet zo anti-humanistisch izijn. Hoeveel te meer zal het thans moeilijk zijn, de blauwe vaan hoog te houden in die kerkelijke kringen, die van ouds schamperden op geheelonthouding, die zich beriepen op het al te vlotte woord van Abraham Kuyper, dat Nederland niet bij de chocoladeketel groot geworden was. In gereformeerde kringen, schuw voor werkheiligheid, heeft men nimmer veel geheelonthouders gevonden. Naast de grote breed-christelijke N.C.G.O.V. en de humanistische N.V. heeft de Gereformeerde Vereniging voor Drankbestrij'ding nimmer breed haar vleugels uitgeslagen. In het gesloten front der drankbestrijding deed zij haar nuttig werk in de achterhoede. Ofschoon zij de volle sympathie had van enige groten uit die kring, waaronder Prof. Bavinck, Mr. V. H. Rutgers, Dr. de Moor.

Veertig jaren hebben deze mannen thans gestreden. Zij hebben gepoogd, aan te tonen, dat het alcoholisme schade doet aan het Koninkrijk Gods, voorzover dit van mensen afhangt. Zij hebben hun strijd gefundeerd in de Bijbel, en dit is hun tenslotte niet meer omstreden. Maar nu, bij hun 40-jarig jubileum, heeft de gereformeerde pers eenvoudig unaniem gezwegen!

In het Aprilnummer van deze Vereniging beklaagt de heer Scheps zich bitter met deze woorden:

~Hebben onze voormannen uit het eerste tijdperk moeten vechten voor het goed recht onzer vereniging, zij verkeerden voor ons besef althans in de goede positie, dat zij dit konden doen, wijl er stemmen opgingen, die dat recht aanvochten en die van oordeel waren, dat de zuivere Geref. lijn verlaten was. Thans is dit helaas anders. Men zwijgt ons dood, bestrijdt ons niet, maar neemt ook geen nota van ons.

En zo geviel het, dat van de Prot. Chr. dagbladen er twee waren, die met geen letter van ons 40-jarig bestaan nota namen en die dus ook niet een artikei opnamen, dat van bevriende zijde werd aangeboden.” Ook zwegen alle kerkelijke weekbladen. „En daaronder zün bladen, die in een kroniek elke week het voornaamste releveren. Die over theologische tegenstellingen kolommen volschrijven of zelfs het feit van een nieuw bankbiljet van

ƒ 20. met de beeltenis van H.M. de Koningln-Moeder de vermelding waard vinden en daaraan beschouwingen verbinden.”

De drankbestrijdersbeweging, en vooral de geheelonthoudersbeweging, moet het hebben van de aanhang van duizenden, die niet altijd de mond vol hebben over hun standpunt, maar die eenvoudigweg geheelonthouder zijn. Het wordt echter misschien nodig, dat de getrouwen meer gaan spreken, wanneer de anderen zwijgen. Te midden van de demonieën, die losbarsten, is het alcoholisme inderdaad maar een klein duiveltje. Hij heeft echter het voordeel, dat hij van alle duivels, die de mensheid bedreigen, het trefbaarst is. Waarom dan deze ene althans niet gegrepen?

Het zwijgen der gereformeerde pers is mogelijk een maning voor de anderen, gereformeerd of niet, om opnieuw te spreken.

Vrouwenverenigingen en de Kerk

Wie geen vreemdeling in het kerkelijk, speciaal in het vrijzinnig-hervormd gemeenteleven is, zal de functie van de Vrouwenverenigingen niet laag schatten.

Alom zijn ze in de loop der laatste tien jaren opgericht Ze hebben zich gevoegd tot provinciale verbanden. Eerst in Friesland, toen elders, thans landelijk. Ze knopen aan bij allerlei tradities, maar zij krijgen thans een nieuwe vorm en en nieuwe rol.

Natuurlijk kunnen de mannen zelden nalaten, dit verschijnsel onder het schij'nsel van hun overvloedige humor te stellen. Laten zij daarbij niet vergeten, dat het om een inderdaad ernstige zaak gaat. Immers, hoe spreekt men van bewustmaking van de kerk tot Kerk. Men stelt rapporten samen over de schriftuurlijke kerkorde, men wil kerkelijk bewust zijn. Men wil weer Kerk, Kerk, Kerk! En, los daarvan, eenvoudig omdat de behoefte bestaat, komen vrouwen samen, zingen uit hun gezangenboek, lezen stichtelijke stukken en boeiende romans. Moet daaruit de Kerk groeien? Toegegeven: dat geeft nog geen kerkelijk bewustzijn. Wie deel neemt aan zulk een Vereniging, spaart graag voor het reisje, want zij heeft dan kans, ’s zomers één dag erop uit te gaan. Zij heeft bovendien éénmaal in de veertien dagen de gelegenheid om elkaar te zien in lokaal of consistorie; om te breien en te praten en te luisteren. Of om er alleen maar bij te zijn. Men heeft zich, soms helemaal niet opzettelijk, geschaard om de Kerk, om de instelling. Tot haar verbazing heeft menig onkerkelijke vrouw ontdekt, daarbij ingeschakeld te zijn. En zij heeft op den duur die inschakeling aanvaard. Dat geschiedde niet door de theologie van de Barthianen, noch door de liturgie, noch door de actuele preken van dominé, maar eenvoudig omdat het gebeurde, en die gebeurtenis was héél gewoon.

Natuurlij'k, wij kunnen gaan schamperen. Maar laten wij dat verwerpen! Door deze gang van zaken wordt de eigenlijke zielszorg of de theologische arbeid overbodig? Integendeel, zij wordt er steeds noodzakelijker door. Maar deze ontwikkeling toont, hoe in het algemeen het Christendom zich heeft uitgebreid. Vroeger hier, thans nog op de zendingsvelden. Laten wij deze ontwikkeling graag aanvaarden! Zij schept een ruimte, waarbinnen de kerk inderdaad Kerk kan worden. Als zij maar weet, dat een bloeiende vrouwenvereniging niet het eind, maar het begin is. Middel, geen doel. Doel is en biijft: verering van God. Hoe kunnen wij echter God vereren, zonder dat wij van Hem leren. En hoe leren wij ooit anders, dan in gemeenschap met anderen.

De ontwikkeling der Vrouwenvereniging op kerkelijk erf geeft geen groot perspectief op kolossale bekeringen, of lichtende daden van martelaressen. Maar zij geeft wel kans op een nieuwe aandacht langs eenvoudige weg.

De maatschappij vraagt gezellig verkeer. De Vrouwenverenigingen voorzien daarin. Dat Is vroom noch verheven. Maar het is een kans, die de Kerk niet versmaden mag, als zij haar historie en haar roeping kent.

Bolsjewisme

T. Jack Lance, President van het Young Harris College, een soort universiteit van de

Amerikaanse Methodisten, heeft afgekondigd, dat hij vijf studenten-leiders zal verwijderen van zijh inrichting en studentenvoorrechten zal afschaffen, nadat studenten een demonstratie gehouden hadden. Zij hadden vrije tijd gevraagd, verlof om te dansen bij een studentenbijeenkomst en om een lekker hapje bij het extra menu ’s Zondagsavonds. „De faculteit zal geen bolsjewisme dulden”, zeide Dr. Lance bij de afkondiging van de verwijdering. Aldus „Christian Century”.

Steunverlening tijdens de oorlog

Adolf Keiler schrijft in het „Algemeen Weekblad” van 12 April over de steunacties welke thans gaande zijn. Kort samengevat komt het hierop neer:

Voorop staat de hulp, te verlenen aan de burgerbevolking in China, waar behalve de oorlog, de overstroming 20 millioen mensen bedreigt. Speciaal in Amerika wordt daarvoor geld ingezameld. Men rekent voor het lopende jaar op een millioen dollar.

Vervolgens: Hulp aan noodlijdende kerken in Europa. Dit geldt kerken, gemeenten en predikanten in Polen, Frankrijk, Tsjecho-Slowakije, predikanten in Roemenië, evangelischen in Spanje, de Russische Christenen.

Daarna: Hulp aan Spaanse en Poolse vluchtelingen. Nog steeds bevinden zich 200.000 Spaanse vluchtelingen in Frankrijk, 6000 zijn naar Mexico overgestoken. Hier zijn de Quakers bizonder actief

Ten vierde: De verzorging der Christelijke vluchtelingen uit Duitsland, naast die van de Joden. Amerika nam ongeveer 20.000 van deze vluchtelingen op.

Ten vijfde: De steunverlening aan slachtoffers van de oorlog, met name krij'gsgevangenen en geïnterneerden van de burgerbevolking, die nu reeds niet te overzien is, en nog wel eens een geweldige omvang kon krijgen. De meeste krijgsgevangenen bevinden zich in Duitsland. Hun geestelijke nood evenaart de stoffelijke. Deze laatste wordt door de Staat en het Rode Kruis verzorgd. Centrum van geestelijke verzorging is de Voorlopige Oecumenische Raad.

Ten zesde: Verlenen van hulp voor de zending der strijdvoerende landen. Zowel de Franse als de Duitse als de Zwitserse zending verkeren ten gevolge van de oorlog in grote nood.

Ook hier springt Amerika bij. De Internationale Zendingsraad, de Lutherse Wereldconferentie en in Amerika de Zendingsconferentie, brachten alleen dit jaar voor het op gang houden van deze bedreigde zending één miilioen Zwitserse francs op.

Er is geen reden te hopen, dat deze lijst niet langer wordt.

Mislukt katholiek verweer

Uit ~Kultuurleven”, het Vlaamse R. K. maandblad van „Geloofsverdediging”, Januarinummer, haalt „Leiding” het artikel aan, dat handelt over de katholieke uitspraken over de oorlog en vrede. Daarin stelt het vast, dat Rome „ten overstaan van deze oorlog noch gezwegen, noch goedgekeurd heeft”. Het moest echter laten begaan, omdat het Vaticaan niet verder kon, in naleving van de trouwens wijze en gezonde bepalingen van het Traktaat van de Lateranen”. (D.i. de overeenkomst van den Paus met Italië).

Maar de bisschoppelijke uitspraken dan? De schrijver behandelt ze, geeft ze weer van Duitse, Franse en Engelse zijde. Voor wie de r.k. pers volgt, bevatten ze geen nieuws.

Waar het dan op aankomt, is het volgende:

„Er is dus ontegenzeggelijk tegenstrijdigheid tussen het episcopaat der strijdende partijen. Nochtans, niets is natuuriijker dan dat. Alle bisschoppen zij'n het eens over de grondbeginselen van het recht en over de theorie van de rechtvaardige oorlog. Maar zij verschillen van mening over de feiten; zij kimnen daarover In schuldeloze onwetendheid of dwaiing verkeren. Zij steunen op wat zij weten, maar zij weten lang niet alles. En ieder hunner is overtuigd van het subjectief goed recht van zün land.”

Hier begint de rechtgeaarde protestant toch te steigeren. Ja, ook bij ons is er verdeeldheid. Maar wij noemen dat schuldige verdeeldheid, wanneer deze tot machteloosheid doemt. Wij