is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 33, 11-05-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De affichekunst van Aart van Dobbenburgh

Het materiaal dat een kunstenaar ter bewerking kiest en waartoe hij gekozen wordt biedt hem zijn eigen vorm van tegenstand. Als een levend wezen lokt en verleidt het en wil door hem bedwongen zijn. De dagelijkse strijd van den kunstenaar is zijn materiaal te kennen en het gehoorzaam te doen zijn. Aart van Dobbenburgh heeft de steen verkoren en blijft haar trouw met een liefde, die evenmin tot verflauwen neigt als die van een H. Fransiscus van Assisi voor Vrouwe Armoede. Gedurende veie jaren reeds geeft hij ons een zich steeds voortzettende reeks prenten, welke getuigt van een zeldzame ernst ten opzichte van het vak dat hij beoefent. Het tekenen op de steen vereist een voihardend geduld, een vastheid van visie, een steeds hoger kunnen opvoeren der werkingen tussen het zwart en wit. Bij een gebrek aan beheersing wordt het effect van het krijt in de druk vettig zwart en ondoorzichtig, terwijl de langzaamheid van doen verleidt tot een te grote uitvoerigheid in onderdelen. Een litho wordt gauw wat taai en saai. Het is als verzet zich de stugheid van de steen tegen een sneile en lenige bewerking.

Een diepgaande kennis van het vak Is nodig om de iitho geheei levend en doordrongen van de geestesgespannenheid van den ro,aker te doen zijn.

In de gang van v. Dobbenburgh’s werk wordt de strijd gemarkeerd om de beheersing van het materiaai der steen. Hij komt de grijsheid van toon te boven, hij vindt zwarten en witten die glanzend zijn en diep,

hij maakt een te nadrukkelijke uitvoerigheid door en hervindt een eenvoudige samenvatting. Onder zijn iaatste bladen zijn er, waarin het zwart als licht geademd op de steen is gebracht. Verwonderlijk is het niet dat deze lithograaf in zijn veeizijdig zich ontwikkelende werkzaamheid het teekenen van affiche’s heeft kunnen opnemen. De gestemdheid van zijn kunstenaarschap opent van den aanvang af perspectieven in deze richting. Het sentiment dat uit zijn werk spreekt is eenvoudig zonder intellectuele verwikkelingen direct sprekend tot het gemoed van den beschouwer op romantisch-realistische wijze. Hij geiooft in het leven ondanks de demonische verwording die er in huist. De nood en vreugde van wat lijdt en schoon ontbioeit op onze donkere aarde drijft hem tot de vertolking in zijn kunst. De vondsten van zijn onderwerpen zijn pakkend, de behandeling is van een kinderlijk ernstige toewijding tot in een uitvoerigheid toe, die herinnert aan een oude met trouw gedane volksprent. Er is een neiging naar het uitdrukkeiijk pathetische, een zwaarte van het gevoelselement, het sentimentele (hij zelf is daar natuurlijk zeer beducht voor). Een zuivere zeif-critische intuïtie wijst hem de weg, die ieder kunstenaar heeft te ontmoeten en te doorstaan.

In de stijl van zijn naturalisme wordt hem de werkelijkheid van zelf een zinnebeeld, een teken. En dit is een zeldzaamheid ten tijde van een overheersend intellectualisme, dat het vinden van symbolen eer forceert of remt. Van Dobbenburgh vindt tekens die door velen kunnen worden verstaan. lets van den eenvoud, het goede „volk” eigen breekt door in de vorm van zijn werk. Hij werd de ontwerper Van een soort affiche, waarin een zekere religieus-sociale gezindheid onzer

dagen duidelijk haar uitbeelding vindt, waardevol en wel geheel anders dan de brave humanitaire slapheden, die wij In deze contreien iang hebben moeten verduren.

Van Dobbenburgh’s opvatting der affiche komt uit het organisme van zijn „vrije” kunst organisch op. Hij handhaaft de drie dimensionale dieptewerking en probeert op generlei wijze met geweld stylerend een decoratieve viakvulling te verkrijgen. Hij wandelt zo tamelijk ongegeneerd stijlprincipes omver. De puriteinse vrees om het vlak door uitbeelding van het ruimtelijke te breken is hem onbekend en juist daardoor is te zwaarder een eenheid te vinden, die de schijn der werkeiijkheid te boven gaat en waarin| de letter als niet ruimtelijk ding organisch samenhangt met de uitbeelding van het ding in de ruimte. Het ietterteken moet als beweging zinvol in het geheel zijn opgenomen. Van Dobbenburgh’s intuïtie voor het goede evenwicht tussen wit en zwart deed hem gaandeweg het probleem oplossen

In de eerste Kerk en Vrede-plaat doet de voorstelling het overtuigend, de letters staan er naar mijn mening wat los en stakerig in. In de reclasseringsaffiche’s met de bioeiende magnoiia en die der vlinders komt hij er heelemaal uit. Vooral de laatste met het donker silhouet der geketende handen omgeven door het licht rythme der vlinders, de rust der letters, „deed” het ongemeen goed. Minder voldeed mij de laatste Kerk en Vredeplaat. Handen, bloemen en letters bleven mij als dingen achter en voor elkaar te rammelend onrustig, niet voldoende samengebonden. De vrouwefiguur der eerste plaat sprak directer dan de wat zoet-schemerige lichtwerking der passiebloem. Er mankeerde iets aan scherpte in deze plaat. Het expressieve kindergezicht, zwaar geteekend, voor Armenzorg der Ned. Herv. Kerk, volgde. 1) Ten slotte als zijn laatste plaat staat de affiche voor de reciasseringsdag op 1 Juni 1940 voor ons. Van Dobbenburgh toont zich hier van zijn sterkste kant. Hij hield in de verdeling de voorstelling geheel gescheiden van de tekst. De overzichtelijkheid komt dit zeer ten goede: om het getoonde middenstuk strekt zich het wit uit, waarop de letters rustig zorgvuldig overwogen in hun tussenruimten verschijnen. Opnieuw is het motief der handen een vondst! de handen van dezen geknakte, die zich traag omhoog heffen en 'door de zachte liefderijke handen van de helpende worden omvat. Deze handen verzinnebeelden enerzijds den verstotene die terug wii keren, wiens gang zwaar en wilioos IS en anderzijds de barmhartige die zonder hoogmoed zich tot hem keert. In deze handen ontmoeten elkaar twee wezens en de genade der evangelische barmhartigheid is hen omringende. Reeds op een grote afstand, vanwaar de voorstelling nog niet duidelijk herkenbaar kan zijn, suggereert de vlakverdeling een heftig bewogen effect. De tussenruimten zijn expressief. Het wit dat overblijft tussen het silhouet van handen en hoofd en de grenzen van de betoonde rechthoek geeft een gapend vlijmend accent, een beweging ais opviiegend van een vogel die zich bevrijden wil, tegengesteld aan de loodzware gelatenheid van de figuur. Ongewoon sterk werken de contouren in deze plaat, die het wit als insperren en vol spanning doen zijn.

Aart van Dobbenburgh heeft met deze affiche duidelijk getoond, het gestelde probleem te kunnen oplossen op eigen wijze, alle weerstrevende stijlprincipes ten spijt.

H. A. GERRETSEN

1) Het spreekt van zelf dat niet alle affiches besproken kunnen worden

BOEKBESPREKING

Dr. K. H. Boersema: „De geschiedenis van het Christendom”, v. Gorcum, ing. ƒ0.90.

In de voortreffelijke „Roessingh-reeks” heeft Dr. K. H. Boersema het peil hoog gehouden door dit boekje. Terecht stelt hij vast, dat de stof pas tot haar recht komt, indien zij onder leiding van deskundigen wordt doorgenomen. Want het boekje vraagt voortdurend om aanvulling en uitlegging. Het is intussen geen geringe verdienste, dat het daartoe weet te prikkelen. l. H. R