is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 41, 13-07-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

ZATERDAG 13 JULI 1940 – No. 41 38STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

RELICIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN Dr. W. BANNING

ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

ORGAAN VAN DE ARBEIDERS-GEMEENSCHAP DER WOODBROOKERS – VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 227499 VAN J. VAN DE KIEPT, PENNINGMEESTER ARB. GEM. WOODBROOKERS AMSTERDAM ADMINISTRATIE BENTVELDSWEG 5, BENTVELD

GEVAAR DER VOORBARIGHEID

Met telkens herhaalde nadruk wordt ons door allerlei woordvoerders en schrijvers in ons volk voorgehouden, dat de sociale hervorming ook der Neders iandse maatschappij grondig en snel ter hand zal worden genomen; daarbij wordt ons dan met een sterk optimisme ges predikt, dat dit althans één der grote winsten kan zijn van het feit, dat wij mede in de Europese oorlog zijn betroks ken. De burgerlijkskapitalistische orde is bezig plaats te maken voor een socialiss tische, en wij worden opgeroepen om ons vertrouwen en onze medewerking te schenken.

Aan de ene kant: wij zouden niets liever willen, dan dat inderdaad een einde kwam aan de kapitalistische maats schappij. Het feit dat het andere machten zijn, die de veranderingen doorzetten dan waarop wij hadden gehoopt, zal ons niet beletten om het goéde te erkennen waar het tot stand komt al is het voor ons op dit ogenblik bijzonder moeis lijk om een enigszins waarheidsgetrouw beeld te vormen.

Er is echter een andere kant. Het staat voor ons vast, niet alleen op grond van onze overtuiging, maar evenzeer op grond van de sociale wetenschap, dat in een maatschappij zedelijke krachten de samenbindende en genezende zijn, dat ook in een maatschappij geestelijke wets ten gelden, die niet ongestraft worden geschonden. Dit spreekt eigenlijk zo vans zelf, dat ik mij bijna schaam deze waars heid als een koe nog eens weer uit te spreken. Maar er wordt nog al eens tegen gezondigd, en het heeft goede zin om de allersfundamenteelste waarheid niet te vergeten. Elke maatschappij heeft nodig een minimum van onderling vertrouwen. Waar wantrouwen en angst voor de medemens, waar wraakzucht, wrokges

voelens, rancune heersen, is de maats schappij in ontbinding. Ons Nederlandse woord zegt het onmiddellijk: een samens leving eist gevoelens van maatsschap; zonder deze is zij ziek.

Nu mogen wij in dit verband enkele lessen van de vorige oorlog niet vergeten. Stellig, er is winst, ook nu. Gevoelens van nationale verbondenheid, van onders linge solidariteit worden sterker; een pleidooi om partijtwisten te staken, vindt spontane instemming. Allerlei mensen en groepen worden door de ges weldige gebeurtenissen losgerukt uit hun eigen kleine dingen, die tegenover het grote wereldleed van geen betekenis mogen zijn. Ik geef dit alles zonder reserve toe. En toch is er in mij een zeer sterke vrees, dat men op deze wijze te gemakkelijk redeneert, en de onmiskem baar aanwezige andere krachten of niet ziet of ondersehat. Een oorlogstoestand moet nu eenmaal de wil tot vernietiging van den vijand zo hoog mogelijk op= voeren, moet de gevoelens van haat en wraak aanwakkeren, en ondermijnt grondig de zedelijke verhoudingen tuss sen de volkeren. Bovendien: deze stand eist de volledige concentratie van het economische leven van het psyehisch=geestelijke evenzeer op het winnen van de oorlog. M.a.w. deze stand is in alle opzichten de meest ongeschikte om tot een waarachtig en duurzaam herstel te geraken. Om het met een actueel beeld te zeggen: het is de tijd voor noodverbanden, maar niet voor daadwerkelijke genezing. Het ges vaar dreigt, dat men noodverband voor genezing aanziet.

Dit wordt mij nog duidelijker, wanneer ik let op de geestelijke voorwaarden voor een gezondmaking der maatschappij. Het is een geestelijke wet van zeer diepe

betekenis: een proces van loutering en innerlijke vernieuwing heeft behalve tijd ook nodig vrijheid en een zekere veiligs heid. De hete drift, de felle wraak, de razende agressie kunnen zich ontladen in een ogenblik; daarom kunnen zij wel verwoesten, maar niet ophouwen. Korts zichtigheid, of moet ik zeggen geestes lijke blindheid? ziet in het felle uitbreken der instincten en hun hevigs heid positieve kracht. Voor waaraehtige ophouw echter zijn behalve bezinning geduld en liefde nodig, en deze krachten kunnen slechts werken op de lange baan. De natuur heeft haar vaste wetten voor voldragen geboorten: het is dwaasheid, de periode der zwangerschap te willen bekorten. Precies zo heeft de geest zijn innerlijke wetmatigheid: waarachtige cultuur groeit alleen waar de geest vrij is. Terecht is gesproken van een prostis tutie van de geest.

Men begrijpe het bovenstaande niet verkeerd. Noodverbanden móeten ge= legd, noodwoningen moeten gebouwd worden. Maar als ik mij de vraag voorleg, wat er nodig is voor een waar= achtige gezondmaking onzer zo door en door ontwrichte menselijke verhoudingen sociale zowel als internationale dan besef ik diep: daartoe is dieper loutering nodig dan die waartoe wij nu nog in staat zijn; daarvoor is nodig een herstel van aller veiligheid en aller vrijheid. Men dringe mij niet de suggestie op, alsof reeds nu het grote werk van de ophouw van een nieuw Europa begonnen kan worden. Het enige wat kan is: nood lenigen waar mogelijk, en onderwijl onze harten bereiden, door de diepe schaamte om de verwoesting van deze tijden om te zetten in innerlijke loutering.

W. B.