is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 39, 1940, no 2, 12-10-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de Bijbel

Joël is de tweede in de rij. Naar de inhoud en de toon van zijn profetie behoort hij tot de nazaten; tot hen in wie de geest niet meer zo oorspronkelijk noch zo volstrekt spreekt als in zijn beroemde voorgangers. Het is moeilijk om de tijd van zijn optreden te bepalen. Waarschijnlijk behoort zijn geschrift tot de jongste van het Oude Testament.

Geen schokkende wereldgebeurtenissen hebben in zijn dagen plaats, ook schijnt de afgoderij een geleden leed te zijn, althans daarvan beschuldigt Jpël zijn landgenoten niet.

Directe aanleiding tot Joël’s optreden is een natuurramp: zwermen sprinkhanen hebben het gewas kaalgevreten en de gehele oogstopbrengst vernietigd. Inderdaad een ramp voor een volk, dat moet leven van eigen ternauwernood voldoende landbouwproducten I Joël is een goed verteller. Wanneer men de beginverzen van het eerste hoofdstuk (in de Leidse vertaling) naleest, ziet men het voor zich: het weggeknaagde loof, de verschraalde akkers, de aangevreten wijngaarden. En men hoort de mensen klagen en morren, nu zij hun wijn moeten missen (dit is in het oude, ook wel hedendaagse Oosten erger gemis, dan wij kunnen denken, al is het wel typerend, dat de profeet juist de categorie der wijndrinkers beklaagt en heel wat minder woorden wijdt aan de mislukte voedseloogst). Je ziet de boeren bij elkaar staan met somber gezicht en je hoort de tempelpriesters klagen, dat zij de ere-dienst, nu meel- en plengoffer niet kunnen worden gebracht, niet naar behoren kunnen verzorgen. (1:1-13). Welk woord heeft de profeet te spreken in deze omstandigheden? Nu komt, wat ons op het eerste gezicht vreemd aandoet. ~Doet boete,” zegt de stem van den prediker, „schrijft een vastendag uit, verzamelt de oudsten des volks in de tempel om den Heer herstel af te smeken en redding te vragen uit deze nood.”

Vreemd is ons dit, omdat ons a.h.w. is ingegrift, dat dit niet de manier is om een dreigende hongersnood af te weren. Dan moeten er snélle maatregelen genomen worden om erger te voorkomen, doeltreffende hulp moet worden georganiseerd, alles komt aan op menselijke activiteit, die de kwade gevolgen zo goed mogelijk bedwingt en verkort. Wat helpt in zo’n geval bidden en vasten? Opeens wordt duidelijk, dat onze houding tegenover zulk. soort situaties wel zeer gewijzigd is. Sinds wetenschap en techniek het ons mogelijk maken zulk een nood te lenigen, berusten wij niet in dergelijke „plagen”. Zij hebben voor ons het karakter van een onherstelbaar en onveranderlijk fatum verloren. Wij hebben in tegendeel de dure plicht om er tegen te strijden en hun herhaling zo goed mogelijk te voorkomen (denk aan de bestrijding van de coloradokever!).

Maar deze gedachtengang is den profeet vreemd. Hij roept tot boete, misschien zal dan de Heer het onheil afwenden... Tegelijkertijd nemen zijn gedachten hun verdere 100 p... „Waarvan is deze ramp slechts een „voor”- teken?”

~Van de dag des Heren, antwoordt Joël, van het oordeel, dat komen gaat over allen, die het heilige Godsgebied aanvallen en schenden, binnendringen en leegroven. Vreselijke dag van duisternis, zeer verschrikkelijk, wie kan hem doorstaan?” (Joël 2:1-11). Alweer men ziet de verwoestende benden aanrukken en voortjagen als een laaiende vlammengolf... En dit is waarlijk onvermijdelijk, wat kunnen wij er tegen doen dan ons buigen in boete en bekering: „scheurt uw hart en niet uw kleren!” (2:13).

Opnieuw: alle Werk sta stil, berouwt en bidt... en vertrouwt, dat God zijn volk niet laat ten gronde gaan in de ellende, maar dat Hij uitredt en vergoedt, al wat vernield is.

Daar is zij weer, die onuitblusbare hoop op het „gelukkig einde”, dat komen moet. De menselijke, al te menselijke hoop, omdat ze zich slechts richt op een tijdig herstel van alle akeligheid. Dan is het de hoop die vaak bedriegt, al doet ze ook leven. Want zou, zo vragen wij twijfelend, dat waarlijk goddelijke genade zijn zo ons het verlies van vorige jaren

vergoed werd in een dubbel rijk bezit? Is dit ‘ de heimelijke bedoeling van onze boete en berouw?

Of is er heiliger verwachting mcgelijk van een waarlijk vernieuwde wereld? Eén ogenblik schijnt het of ook de profeet deze aardsbaatzuchtige hoop te gering is. Eén ogenblik scheuren de ons omhullende kille nevels en wordt het uitzicht groots en wijd: Dan zal God Zijn geest uitstorten over alle vlees, uwe zonen en dochteren zullen profeteren, uwe ouden zullen dromen dromen, uwe jongelingen gezichten zien... vreselijk zal het zijn en groots, maar wie des Heren naam aanroepen, wie zich aan Hem toevertrouwen en ten eigendom geven zullen niet bezwijken...

De Pinksterbelofte! Maar de Geest blijft niet lang vaardig over dezen kleinen profeet en opnieuw krijgen menselijke berekening en lang gekoesterde wensen voor zijn verdrukte volk de overhand: God zal het lot van Juda en Jeruzalem wenden, alle volken zullen geoordeeld worden, die Mijn volk en erfdeel Israël hebben verstrooid. (3:1-3). Dan barst de volle strijd los in de Vallei der beslissing. De ploeg scharen worden tot zwaarden, de sikkels tot lansen omgesmeed, de natiën rukken op, tot weer de Heer ter gerichte zit.

De uitslag is niet twijfelachtig: „Egypte zal een woestenij zijn, Edom wordt een wildernis, maar Juda zal tot in eeuwigheid ongestoord blijven en Jeruzalem van geslacht tot geslacht. Ik zal hun bloed wreken, de straf niet kwijt-, schelden... en de Heer blijft wonen op Sion.” (3:19, 20).

De stem zwijgt; een zeer menselijke stem, waarin bitterheid en hoop, haat en verzekerdheid doorklinken. We verstaan die wel, het lijkt soms bepaald op onze eigen stem. Met zulk soort kracht en moed proberen wij elkaar te sterken. Soms stroomt er iets Heilige Geest doorheen, heel kort, dan denken we weer onze eigen te kleine gedachten. Want meestal gaan we meer gebukt onder ons ongelukslot, dan onder onze schuld. Wij worden meer verontrust, ook nu door wereldrampen, dan door ’s werelds ongerechtigheid. Maar van een profeet verwachten wij een andere bemoediging en als wij lezen van ploegscharen, die tot zwaarden worden omgesmeed, dan moeten wij denken aan die andere stem uit de profetenrij, die ook spreekt van een Gods-dag en verkondigt: ~Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden...” (Micha 4:3). Meer dan ooit weten we: Niet ons lot moet worden gewend, maar ons hart. Maar daarvoor is dan ook inderdaad nodig: boete en inkeer. „Scheurt uw hart en niet uw kleren!” E. B. A. POORTMAN.

VERENIGINGSLEVEN R.S.G. – Utrecht Op Zondag 13 October wordt opnieuw in gebouw „Harmonia", Ambachtstraat 12, een bijeenkomst gehouden, waarop als spreker zal optreden de heer J. H. Scheps te Den Dolder. Aanvang des avonds 7 uur.

Tijd en Taak groep Beiien Zondagmiddag kwam ons clubje bijeen ter verdere behandeling van religieuze ophouw. Tevens werd besloten het clubje om te vormen tot. een R.S.G. en daarvoor aansluiting bij de Federatie te vragen. De groep omvat de gemeente Beiien en Westerborg met elf leden. Twee abonne.es op Tijd en Taak werden ingeschreven. De lezers van Tijd en Taak, die per kwartaal betalen, kunnen dat toL 20 October doen bij den secr. G. Schut; dan worden de gezamenlijke bedragen ner giro verzonden.

„Manieren en de dokter van morgen

Wanneer Bruins ') voor den dokter „kunde en karakter” meer nodig acht dan „kleren en keurigheid”, wil ik hem gaarne bijvallen. En ook zijn eis, dat een dokter zowel kennis en begrip van het leven als van huiselijke en maatschappelijke omstandigheden moet hebben, lijkt mij gegrond. Dat er uitstekende dokters uit alle maatschappelijke kringen voortkomen, is geen vraag, doch *een feit. Doch wordt door ons Nederlanders de waarde van wat wij „manieren” plegen te noemen, niet wel eens onderschat? Andere volken overschatten deze waarde soms. Zo vertelt Gervais in zijn „Aesculape en Chine”, hoe hij de schoonmoeder van een patiënte, die hem wilde verhinderen haar lijdende schoondochter te behandelen, onheus moest bejegenen. De patiënte kon toen onmiddellijk worden genezen, doch alle Chinezen keurden zijn optreden eenparig ten sterkste af. Ik wil deze Chinezen hierin niet navolgsn, maar toch geloof ik, dat goede omgangsvormen een culturele waarde vertegenwoordigen voor ieder mens en zeker voor hem, wiens werk het is om zijn zieke medemensen te helpen. In de eerste plaats al omdat zij de zieken weldadig zullen aandoen, maar ook voor den arts zelf zijn zij van waarde, omdat zij er toe kunnen bijdragen hem de eerbied, die hij zijn medemensen verschuldigd is, steeds weer in herinnering te brengen.

Het is geenszins mijn ervaring, dat goede omgangsvormen het monopolie zouden zijn van bepaalde maatschappelijke groepen. Mogen zij eenmaal het culturele bezit worden van allen. Maar dan is het daartoe ook nodig hun waarde niet te onderschatten.

J. C. BERNTROP Jr. ‘) Zie T. en T. van 5 October „De oude en de nieuwe tijd” door J. A. Bruins.

Aan onze abonnees Mogen wij er nog eens aan herinneren, dat 1 Oct. een nieuw kwartaal is ingegaan? Betaling van het 4de kwartaal (ƒ0.30) ontvangen wij gaarne deze maand op postrek. 227499 van penningm. Arbeidersgemeenschap te Bentveld. Wie per 1 Sept. of 1 .-iug. abonné is geworden, verzoeken wij ƒ0.30 per maand meer tc storten.

Door ons bericht, dat 1 Oct. de nieuwe jaargang begon, zijn vele abonné’s, die gewend waren per 1 Jan. voor een heel jaar te gireren, opgeschrikt en hebben nu reeds hun abonnementsgeld voldaan. Dat hebben wij afgeboekt op het jaar 1941. De za.ak is zo: de jaargang van ons blad loopt van October tot Oetober, maar de betalingen gesehieden in de regel op de kalenderjaren, -halfjaren en -kwartalen.

INHOUD: Blz. Traditie en ideaal, W.B i Van week tot week, J'. A. Bruins 2 Geschiedenis of Levende werkelijkheid, S. Gorter 2—3 Van over de grenzen, L. H. Ruitenberg 3 In memoriam G. M.—S. K., Mea Mees—Verw'eij 3 Uit de Bijbel, E. B. A. Poortman 4

Mevr. de Wed. G. Muilwijk, wonende Hilvertsweg 268 te Hilversum, biedt pension aan voor dame of heer.

Inwoning 't Gooi (Blaricum) gem. zit- en 2 pers. slaapk. of 2 afzond, zitslaapkamers incl. pension look voor kinderen). Referenties aanwezig. Brieven v. Alphen Red. Bur., Spuistraat 102, Amsterdam.

Betalende logé Alleenw. oudere dame, landhuAsje, geheel buiten, doch met goede verbindingen, bewonende, zoekt voor gezelligh. betalende logé (veget. leefw.) tegen kl. kostgeld. Dagmeisje aanwezig. Br. onder letter D., bur. v. d. blad.

Verschenen: De Brochure NEDERLAND, GRIJP DE KANS! door H. J. AMESZ Prijs 15 cent Verkrijgbaar bij den boekhandel, de spoorwegkiosken, bij den Uitgever Drukkerij Bronssema, Enschede en Postbus 50, Internationale Vereeniging Bellamy, Haarlem Zie de recensie in het nummer van verleden week