is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 21, 23-02-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk als een geheel, maar voor millioenen individuen, die pas in ideologische, beroeps- en dergelijke groepen, of in zich beurtelings vormende en ontbindende vage collectiva, onderlinge samenhang vertonen.

Dit zou nu nog zo vreselijk niet wezen, ware het niet, dat voor ons aller welzijn, de regering van sommige groepen, die de sleutelposities innemen, beslist afhankelijk is. Men kè,n het eenvoudig niet op een grootscheeps conflict laten aankomen. In Juli zijn de Rotterdamse bootwerkers nog gezwicht, toen ze begrepen dat ze het hele volk tegen zich kregen, ook al bleven ze van de gegrondheid van hun grieven overtuigd. Maar zij waren niet zo onontbeerlijk als nu mijnwerkers, boeren en ambtenaren zijn. Vandaar dan ook dat, alle gelijkheidstheorieën ten aanzien van de distributie van levensmiddelen ten spijt, onze regering wat deze groepen betreft, door corruptie regeert. Hoe moet men het anders noemen als de regering de mijnwerkers veertig mud kolen verschaft, waarvan natuurlijk een deel in de door dezelfde regering verfoeide zwarte handel verdwijnt (deze feiten noemde het voorlaatste nummer van Commentaar, het blad van de Regeringsvoorlichtingsdienst) en goed vindt dat de boeren boter eten inplaats van de gebruikelijke margarine? En men zou zeggen dat de regering liever karakterloze en volgzame ambtenaren heeft die in de Duitse tijd hun ambtenaarssalaris plus hun spitloon opgestreken hebben dan principiële lieden die niet gespit hebben en liever onderdoken dan in krijgsgevangenschap te gaan, maar nu met salaris en pensioen aanmerkelijk bij de spitters enz. achtergesteld worden. Deze maatregelen brengen tussen haakjes trouwens mee, dat een eventuele volgende „emigrantenregering” helemaal geen enkel gezag in bezet gebied zal kunnen hebben; wat de regering-Schermerhorn nu op het gebied van zuivering en rechtsherstel doet en nalaat, gaat immers lijnrecht tegen de voorspiegelingen van Gerbrandy in.

Ziedaar een stukje maatschappelijke chaos. En dat in Nederland, waarvan alle bezoekers van buiten getuigen, dat het er beter in dan elders in landen met overeenkomstige problemen. Wij hebben een regering die zekere groepen naar de ogen moet kijken en andere volstrekt machteloze en afhankelijke collectiva als de oorlogsslachtoffers gerust wat langer in hun lijden kan laten, omdat ze tenminste door allen gerespecteerd en gehoorzaamd wordt. Maar er zijn landen waar men doet alsof er geen regering is; de Londense discussie over Griekenland heeft dat wel overtuigend bewezen. Er zijn landen waar de chaos aanmerkelijk wordt vergroot door veel erger problemen dan wij kennen. In Poien door de gewelddadige grensveranderingen en de latente burgeroorlog; in Italië door de afwezigheid van ook maar elk greintje public spirit daar zou de oprichting van een Partij van de Arbeid niet mogelijk geweest zijn. Maar ook buiten de direct door de oorlog getroffen landen is het gezag der regeringen niet onaangevochten. In Amerika verliest Truman zienderogen aan prestige, Argentinië leeft op de grens van dictatuur en burgeroorlog. Ja, het schijnt dat nergens het staatsapparaat zoveel gezag geniet als sedert de jongste verkiezingen daar, waar volgens de theorie de maatschappij de staat overbodig moet maken, in de Sowjet-Unie, die in onze wereld dezelfde rol is gaan spelen als het Rusland des tsaren na 1815. 14 Februari 1946. A. E. COHEN

DIE;K^TLUN-C.^^

DIENSTWEIGERING Velen vragen zich wellicht af of de Dienstweigeringswet nog van kracht is en of men daarop ook thans nog een beroep kan doen, indien men, gewetensbezwaren heeft tegen de militaire dienst.

Hun kan worden medegedeeld, dat een dergelijk beroep ook nu mogelijk is. (Het onlangs in de bladen opgenomen bericht, dat de desbetreffende commissie van onderzoek is opgeheven, heeft betrekking op de commissie, welke gedurende de oorlog in Londen zetelde.)

Het is duidelijk, dat geen beroep op de wet kunnen doen zij, die menen

niet tegen Indonesiërs te mogen strijden. Evenmin zij, die gedurende de bezettingstijd, als illegaal strijder, wapens droegen of verborgen of levens van N.5.8.-ers of Duitsers bedreigden of namen.

Zij, die omtrent de D.W.-wet nadere inlichtingen wensen, kunnen zich wenden tot den secretaris der Commissie van Voorlichting aan gewetensbezwaarden tegen de militaire dienst, J. H. Frangois, Timorstraat 7, Den Haag (postzegel voor antwoord insluiten. Een ex. van de tekst der wet en een concept-rekest is tegen 20 ct. in postzegels aan dit adres te verkrijgen).

Over schoonheid

’n Merel fluit z’n avondlied, hoog op de top van ’n donkere spar, zwart tegen de rode westerkim de heldere tonen druppelen omlaag en verkwikken den luisteraar, die stil en aandachtig toehoort en even iets ondergaat van zuivere Schoonheid.

Een kindje komt aanlopen: ’nrank, gracieus figuurtje, vol leven en beweging, ’t blanke snoetje zonnig lachend, de kroezige haartjes fladderend op de wind, de heidere ogen, blauw als diepe bergmeertjes, spiegelend het geheimzinnige, verborgen leven van de nog onbewuste kinderziel: natuurlijke Schoonheid van jong, bioeiend leven.

Donkere, woeste wolken jagen langs ’n loodgrijze hemel, storm giert door de zwiepende bomen, felle bliksemschichten scheuren de wolkenflarden, ratelend dreunen de donderslagen: majestueuze Schoonheid voor de mens, die klein zich voelt vóór dit grootse.

Op het podium van de concertzaal zijn twee mensen, de een, de verre biik schouwend in vreemde wereiden, speelt viool; de ander, vóór de piano, weerspiegelt op z’n bewegelijke trekken ieder gevoel dat hem bezielt. Toch zijn ze samen één en volkomen gelijk af gestemd in hun opvatting: zij dienen samen de Schoonheid en geven, geven met volle handen van hare schatten aan de ademloos luisterende hoorders.

’n Oud, verdroomd stadje, met kronkelende straatjes, waarlangs de zuivere, oude geveltjes met hun rijp-rode pannendaken, zich rijen in heerlijk individuele onregelmatigheid. Statig en verheven, toch met iets van beschermende moederlijkheid, rijst boven hen uit de Gothische Kathedraal: de kleurige ramen gloeiend in het zonnelicht, de ranke toren reikend naar de hemel: bovenaardse Schoonheid, edel en onaantastbaar.

Griilige bergtoppen met glinsterende sneeuw bedekt, donkere ravijnen, waar de klaterende bergbeken in dansende watervallen naar beneden storten, alle schakeringen van het groen en goud en geel, van het koperrood en oranje der herfstbossen tegen de berghellingen, onverwachte, verrassende doorkijkjes naar geheimzinniglokkende dalen en zonnige bergweitjes: Schoonheid als balsem voor de zielsvermoeide mens, die zich iaaft en opricht aan haar wonderkracht.

’n Kleurige vlinder, sierlijk fladderend van geurige bloem naar bloeiend kruid, ’n gouden tarwe-akker tegen ’t felblauw van de zomerhemel, ’n glinsterend watertje dat de wuivende rietpluimen weerspiegelt, ’n rank zich strekkend veulen, dravend door de bloemige weide, ’n kleurig tapijtje: gloeiend rood en diep-blauw en zilverig wit in zuivere iijnen en verhoudingen, ’n fonkelende gesp, liefdevol en aandachtig gesmeed uit edel metaal en gesierd met even tot straling gewekte steentjes, ’n trots-stappende haan, pronkend z’n kleurige vederen: fel-oranje, metaiig groen en warm-bruin, ’n luchtig liedje van spelende kinderen, ’n geurige, warmgestoofde, donzige perzik... het is alles schoonheid voor oog en oor en hart, van hen die haar weten te verstaan en die er aan groeien en rijker van worden. Want zelfs in de verschrikkelijke jaren, die achter ons liggen, toen zó veel wat zuiver was en goed, aangevreten werd en zóvele geestelijke waarden vernietigd werden en verstikt hoezeer ook in vele harten de vonk van Vrijheid en Gerechtigheid brandende bleef is veel van deze, zintuigelijk-waarneembare Schoonheid ong als troost en lafenis gebleven, al waren onze zielen vaak te zeer gehavend en. vermoeid om haar balsemende heling te kunnen ondergaan. Laat ons nu trachten ons weer volkomen voor haar gezegende krachten open te stellen, want ook op deze wijze zal de wederopbouw van de gehavende Mensheid zich moeten voltrekken. F.

INHOUD

pag.

Om de ziel van Europa, W. B 1 Open Vragen, L. H. Ruitenberg 2 Indonesië, J. J. B. Jr 2

Sonnet, P. J. Houtens 3 Centrale Verwarming, J. J. Buskes Jr. ... 3

Arbeidswaardering, Harm de Jong 4 Het ware Sowjet Rusland .• 4

Het heilig experiment der Quakers 5 Regering en overleg, A. E. Cohen 6

Het kinderkamp te Huis ter Heide, H. Roland Holst 6 Over schoonheid, F 7

In de kantlijn 7