is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 44, 1946, no 28, 13-04-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een typisch Hollandse combinatie: Zon, zand en wolken.

KAJ MUNK

„Réforme” publiceert de laatste preek van Kaj Munk, die hij hield op 1 Januari 1944. Drie dagen later werd deze Deense vrijheidsheld en martelaar door de Duitsers vermoord onder nog steeds zeer geheimzinnige omstandigheden. Men vraagt zich af, of deze preek, die een waarachtige politieke geloofsbeleidenis en een samenvatting is van alle preken, die hij gedurende de bezetting gehouden heeft, niet de druppel is geweest, die de beker van het Duitse „geduld” deed overvloeien.

De tekst van deze preek was Jacobus 4 : 13—17: „Welaan nu, gij die daar zegt: wij zullen heden of moigen naar zulk een stad reizen en aldaar een jaar doorbrengen en koopmanschap drijven en winst doen; gij die niet weet wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt en daarna verdwijnt. In plaats dat gij zoudt zeggen: indien de Heer wil en wij leven zullen, zo zullen we dit of dat doen. Maar nu roemt gij in uw hoogmoed: alle zodanige roem is boos. Wie dan weet goed te doen en neit doet, dien is het zonde.”

„Ongetwijfeld verbaast ge u er over, mij hier te zien staan vlak bij de Kerstboom onderaan de preekstoel met mijn overjas aan en mijn rode shawl om; maar toen ik me gisteren voor Gods aangezicht voor deze dienst voorbereidde heb ik gevoeld, dat het mij onmogelijk zou zijn, heden preekstoel te beklimmen en mij voor het aitaar te plaatsen. Mijn geest is vervuld van diepe smart en grote rouw, want er is een breuk gekomen in de saamhorigheid van onze kerkelijke gemeente.- Enkele mannen zijn in Duitse dienst getreden, zonder dat zij daartoe gedwongen waren.”

,In naani van de waarheid is het onze plicht mer van dit feit melding te maken, in deze kerk, die gebouwd is om een tempel der waarheid te wezen. Zonder twijfel vinden sommigen onder u dat een dergelijke toespraak misplaatst is in Gods huis. Zij vergissen zich echter. Wanneer de mensen zich verkeerd gedragen in de gemeente, moeten WIJ daarover spreken in het huis van God. Het woord van God staat geen enkele beperking toe. Het heeft betrekking op ons hele gedrag en 00 ons gehele leven.”

„Denemarken is in oorlog met Duitsland. Tot 29 Augustus is onze positie ons nooit geheel duidehjk geweest. Die dag verleende de Duitse generaal die hier het bestuur uitoefent, zijn goedkeuring aan maatregelen, die slechts geldig zijn tussen

ooilógvoerende landen. Wanneer thans een Deen hulp verleent aan een Duitser, maakt hij zich schuldig aan verraad.”

„Ik sta hier niet om haat te prediken, tegen wie dan ook. Dat is me eenvoudig onmogelijk. Ik kan niemand haten, zelfs Adolf Hitler niet. Ik weet in welke ellende en in welke verschrikking de wereld is geworpen. Ik weet weike smaad mijn land heeft moeten ondergaan. Ik weet, dat ik mij al sedert maanden geen enkele keer ter ruste heb begeven zonder tegen mezelf te zeggen: „Zullen ze je vannacht komen halen?” en dat is volstrekt geen vrolijke gedachte voor iemand, die'het leven liefheeft, die nog veel werk heeft te verrichten en die gelukkig is met zijn vrouw en kinderen. En toch kan ik niet haten, want ik weet, dat de mensen zo verschillend zijn, bezeten door zo verschillende geest, dat de Heer ons dit gebed heeft geleerd: „Vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”.”

„Maar daarom is het nog geen Christelijke daad, ae Duitsers te helpen versterkingen te bouwen tegen de EJngelsen, opdat ons land zo lang mogelijk m slavernij blijft. En nog minder is het een Christelijke daad om de eieren en het spek, waaraan onze arme werklieden zo dringend behoefte hebben, voor veel geld aan de Duitsers te verkopen En het zal ook nooit een Christelijke daad zijn, zich aan de kant van het onrecht te stellen, zij' het uit lafheid, uit zucht naar gewin of uit domme ogendienst.”

„Men zei vroeger, in de goede oude tijd: „Als de pachter op Zondag, met de paarden, die hij van zijn baas geleend had, zijn land bewerkt, zal God wel een oogje dicht doen”. Best. Het is mogelijk, dat in die tijden, waarin men zo hard voor zijn bestaan moest vechten, er een of andere stakker was, die niet wist hoe hij aan brood moest komen voor zijn vrouw en kinderen. Dan kan het best zijn, dat God hem in zijn erbarmen neemt en een oogje dicht doet. Het komt ook voor, dat men de loop van een revolver tegen onze slaap houdt of tegen onze borst of buik Wij weten heel goed, dat Christus zijn apostelen zich door zo’n kleinigheid geen vrees zullen laten aanjagen, dat men hen niet had kunnen dwingen, hun geloof te verloochenen. Wij zouden hetzelfde kunnen doen, maar wij zijn zwakke mensen.” „Doch wanneer de Denen, zonder dat de nood hen daartoe gedwongen heeft en uit eigen vrije

wil, hun land en hun geloof verraden uit vuil winstbejag, moet het hun door deze kerk gezegd worden, dat rijkdom, die aldus verkregen is, gelijk is aan de zilverlingen van Judas en dat die hun verderf zal zijn Men behoeft niet als uitvlucht in te brengen, dat het niet zeker is of het voordeel zal geven, ja of neen, want het is altijd de duivel, die aan de winnende kant is.”

~En als ge denkt: „Valt niet alles op ons terug? Maakt dit onze toestand niet nog erger dan zeg ik u; „Neen, neen, duizendmaal neen! Het zou op ons terugvalien als we niets deden, als we de activiteit van den vijand niet bestreden zou het land reeds sinds lang bedekt zijn met een tapijt van bommen en indien we door zouden gaan met hem vriendelijk tegemoet te treden, zouden wij ons een aanhangwagentje achter de zegekar van Duitsland laten haken in zijn duizelingwekkende val naar de afgrond ”

„Vandaag is het twintig jaar geleden, dat ik voor het eerst deze preekstoel beklom. Ik had niet gedacht, dat ik dit jubileum op deze manier zou vieren. Twintig jaar! Hoeveel herinneringen komen er thans bij me op! Ik zeg u dank voor uw trouw jegens mij en dat ge zo veel van mij verdragen hebt. Wij zijn zo zeer van eenzelfde gevoelen en gij zijt zo verschUlend van de anderen. Wat er deze laatste dagen is gebeurd, is mij daarom des te smartelijker. Ik ken de namen niet en zal ook geen moeite doen, ze te,weten te komen. Ik kan slechts bidden, dat het geweten van deze kinderen wakker wordt en dat zij uit zichzelf him plaats als goede Denen en als goede Christenen weer onder ons innemen.”

INHOUD

pag.

De kerk en Indonesië (J. J. Buskes Jr.) 1 Tegenstellingen in naam der waar-

heid (W. Banning) 2 Er is wellicht ... n (Ad den Besten 2 Het grootste gevaar (A. E. Cohen) ... 3

Indonesië (Harm de Jong) 3 De Internationale met nieuwe tekst .. 4

Uit het nabije verleden (mr. H. Boasson) 4

Columbus (Ad den Besten) : 5 Van Jan van Eyck tot Rubens (H. A.

Gerretsen) q Kaj Munk