is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1946, no 6, 02-11-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neurenberg proces

EIN ENDE MIT SCHRECKEN

Het geheel onder het gezichtspunt van Psalm 2 : 4a

Sinds de be vrij ding hebben wij over de stad Neurenberg horen spreken in verband met het proces tegen een reeks hooggeplaatste personen uit het Nazi-régime. Lang heeft dit rechtsgeding geduurd. Te lang! De publieke belangstelling verflauwde allengs; slechts van tijd tot tijd leefde deze even op, wanneer er sprake was van opzienbarende onthullingen. Dan luwde de aandacht weer; och het leven heeft heden zovele zorgen en vragen; en eens zou het einde van deze rechtzaak wel daar zijn. En de beruchte beklaagden zouden hun straf wel niet ontlopen! Nu is dan dat einde gekomen. Inderdaad: uit den het proces geduurd; urenlange redevoeringen zijn er bij de vleet gehouden; zeer uitgebreide rapporten bij menigte ingediend, doorgelezen en beoordeeld. Bergen acten’ en documenten zijn ter tafel geweest en hebben punt van bespreking uitgemaakt; een massa mensen hebben zich direct of indirect er mee bezig gehouden; vele talen klonken door de rechtzaal; het was een zaak, waarin de wereldgeschiedenis minstens der laatste 20 jaren aan de orde kwam. Nu werd van zeer onlangs de openbare aandacht opnieuw gewekt; het einde was in zicht. Maar het werd een schrikwekkend einde! Het kondigde aan de vernietiging der beklaagden; op drie hunner na. En nu hebben wij bij dit einde dan toch onze ernstige bedenkingen, die nog wel gans anders zijn dan die van Shaw, in ’t vorig nummer van dit blad door prof. Banning aangehaald. Deze bedenkingen hebben geen enkele juridische waarde hoegenaamd. Doch wat doet dat er toe? Alleen door het recht wordt de wereld ook niet gered; laat staan verbeterd; hoogstens wat beveiligd. Maar bij een wereldhistorisch gebeuren, vetgedrukt te vermelden in de annalen der historie, gelijk dit proces te Neurenberg, vraagt men iets meer dan enkel dat „recht”. Want dit geding moet, behalve op dat recht, ook steunen op de vóór-geschiedenié van deze wereldstrijd.

En welk een historie! De opkomst van een absoluut zich doorzettend staatkundig régime en nihilistische levensbeschouwing, die in betrekkelijk korte tijd een zeer grote macht bereikten en tegelijk daarmee een explosie teweeg brachten, die over de ganse wereld voelbaar was; deze stortte tal van volken, ook het eigen volk, in ellende. Nog nimmer tevoren was er zo iets veelomvattends vertoond. Door vooruitziende geesten kon dit zelfs bij benadering niet vermoed worden. Nu zijn dan de leidende figuren, voorzover die zelf die explosie en haar gevolgen hebben overleefd, gevonnist. Doch daarmee is dit proces niet tot een keerpunt geworden in de historie onzer eeuw en het heeft er zich ook niet boven kunnen stellen. Want wat wij daarin missen is de openheid en eerlijkheid over de wereldpolitiek, in de jaren, die aan deze oorlog voorafgingen. Die jaren behoorden alle bij dit Maar wij hebben grondige redenen om aan te nemen, dat in het geval van die genoemde openheid, niet enkel de rechters, maar ook de beklaagden in deze zaak uit meerdere landen afkomstig moesten zijn geweest. Zeker, wij vergeten niet, dat speciale Duitse organisaites in staat van beschuldi-

ging zijn gesteld. Maar het bewijs kan niet geleverd worden, dat die niet tevens door buitenlandse machten en economisch en politiek winstbejag op poten zijn gezet! En het is juist door deze organisaties, dat het régime zich heeft gehaat gemaakt en doden bij honderdduizenden heeft gemaakt. De ellende daarvan is wel zeer groot geworden en nog steeds gebleven. Welnu, dan zal er eens een voorbeeld gesteld worden voor het oog der wereld; die wereld zal eens zien, dat er nog recht gedaan wordt. De misdadigers zullen gestraft worden. In dit verband is hier al eens van farizeïsme gesproken. Maar wij menen: nog lang niet nadrukkelijk genoeg. Dit wereldleed ware te keren geweest. Wanneer in 1935 en volgende jaren met dezelfde bravoure over recht doen van alle kanten was ingegrepen en internationale vriendschap was aangewakkerd, dan zou dit stellig gelukt zijn. Zeker wel met zeer grote moeilijkheden en opofferingen van vele zijden. Doch het zóu gelukt zijn. Natuurlijk er was in Duitsland ook machtswellust; maar wanneer de genoemde krachten hiertegen optreden, dan wordt deze machtswellust omgebogen naar eerzucht op minder gevaarlijke gebieden of in de personen zelf bijtijds gebroken. En men behoeft later niet de schijn van het recht te redden in een Neurenberg-proces! Een schrikkelijk einde is er thans voor een reeks mannen. Die iets niet hebben aangekund, wat wij stellig ook wel niet gekund hadden. Er wordt voor hen een rijtje galgen opgericht. Gratie, clementie en interventie, waarbij zowaar onze koningin nog betrokken werd, zijn geweigerd. Och ja, wat zouden de mensen wel zeggen? Zulke personen hang je toch'immers het beste maar op! Dan is „men”, die

niet verder kijkt dan zijn neus lang is, voldaan. De sensatie daarover in de krant doet de rest der volkeren-bevrediging wel. Maar hebben daarmee nu deze zichtbare misdadigers hun misdrijf adaequaat geboet? Neen; want dat is immers niet te doen, dan alleen in wroeging, die duurt. Daarvoor ware nodig geweest een straf-retraite, laat ons zeggen van een jaar of tien, waarin-zij dag aan dag, ten overstaan van het Evangelie, de diepte van hun misdadig optreden jegens volken leerden zien, en jegens God leerden zien; en dit in waarlijk schuldgevoel leerden bereiken. „Zoiets geks is nog nooit vertoond”, zegt U? Och neen, dat zal wel; maar een misdrijf als dit evenmin. Tenminste niet in deze omvang. Doch nu zijn er wat galgen opgericht. Dat is wel vaker vertoond in deze wereld. Galgen zijn het ditmaal, die de waarlijke Gerechtigheid trachten te camoufleren. En bij den God van het Christendom; voor de zeer velen gelukt het daarmee ook! Doch deze zelfde God, die de V-wapenen heeft zien vliegen en de atoombommen heeft zien ontploffen, lacht om dit proces te Neurenberg. Hij lacht erom in de hemel. Hij lacht in bespotting van beklaagden èn rechters; van de laatsten vooral. Ook om hun opdrachtgevers en de met hen en hun werk sympathiserenden. En dat zijn er heel wat. Hij lacht om commissies en vorstelijke personen, die het recht van gratie bezitten over levens; een recht, dat hun niet toekomt en voor welk machtig goddelijk recht zij ook te klein zijn; en bovendien te „zondig”. God lacht ook om de wereld, die zich nè, de les van 1940-1945 nog iri zulk een bespottelijke vertoning als het vonnis te Neurenberg tracht te redden ih het recht. Als Zijn bespotting maar niet opnieuw in toorn overgaat, doch in genade overgaat Misschien dat Hij zijn gerechtigheid voor onze wereld zelf reserveert, welke wereld anders omkomt in de huichelarij, die er is overal, en die moet worden verafschuwd als de pest; en in de zonde, die er in ons allen, nief-beklaagden van deze wereld-geschiedenis, leeft, scharlakenrood.

Beetgum (Fr.).

G. H. W. VAN MEDEVOORT.

„De sensatie daarover in de krant, doet de rest der vcAkerenbevredigmg wel”..