is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1946, no 9, 23-11-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TECHNISCHE HULPMIDDELEN .

voor den uitvoerder van lichte muziek

Herinnert u zich de liedjes uit de eerste sprekende films: de Amerikaanse en Duitse „Schlager”? u kent toch Lucienne Boyer nog wel? u heeft toch in ’n verloren ogenblikje wel eens naar Louis Davids geluisterd, of Charles Trenet?

Ik zal niet doorgaan met vragen: zelfs zij, die amusementsmuziek ’n paskwil vinden, zullen moeten toegeven, dat zulke muziek, met ’n aardige, soms gevoelige tekst, welke goed voorgedragen wordt, waarde heeft.

Ik weet dat Speenhoff wie van u zou ’m nog nooit gehoord hebben?! eenvoudige teksten en melodieën maakte, maar ze raakten de kernpunten van het onderwerp: ze staken de draak met allerlei mode-mallotigheden, of ze lieten ons philosophisch glimlachen over kleine ergenissen.

Ik heb hierboven enkele personen genoemd, die bijna uitsluitend eigen werk aan het publiek voorstellen. Dit draagt dan ook meestal het stempel van hun persoonlijkheid en het is soms voor anderen onmogelijk, zulke stukjes voor te dragen. Toch gè.è,t het

Bij de meeste film- en cabaretliedjes bestaat de noodzaak, een onderwerp te karakteriseren, of een persoonlijkheid uit te beelden. Maar zeer weinigea kunnen dat. Degenen, die er kans toe zien, nemen meestal zelf de compositie enz. voor hun rekening, omdat zij dan rekening kunnen houden met de door henzelf beheerste uitdrukkingsmiddelen. De anderen echter letten niet zozeer op dit uitbeelden van dingen of mensen, als wel op de muzikale illustratie of de zang op zichzelf. Het resultaat is: vervlakking. Er zijn virtuozen, die een zeer persoonlijke wijze van spelen ontwikkeld hebben. Ze spelen altijd stukjes in hetzelfde genre. Zij gebruiken dezelfde grepen; zij schijnen in het bezit van ’n voorraad accoorden, en ’n rekje met gamma’s, maar zij komen niet op het idee hun gevoel te gebruiken.

Er zijn vele zangers en zangeressen, die vooral mooi willen doen en het resultaat is gebrom of het lang aanhouden van een lastige noot (applaus-hoge-C!) bij wijze van climax. De tekst, die er toch ook bij hoort, doet dan niets terzake, ze wordt toch meestal in ’n vreemde taal gezongen...

Werkelijk goede vocalisten zoeken het niet in de stem alleen. Soms hebben zij zich door een rijstebrijberg van technische moeilijkheden moeten werken, om terug te keren tot de eenvoud. Door hun beheersing van die moeilijkheden hebben zij gelegenheid tot het leggen van de juiste gevoelsaccenten.

Anderen buiten de weinige mogelijkheden van hun stem uit, maar vermijden te grote inspanning: het resultaat is hetzelfde. Toen ik daarstraks vroeg, of u Louis Davids „wel eens” gehoord had, was dat ’n ironische vraag. Misschien zullen sommigen hem niet waarderen, omdat zowel z’n onderwerp als z’n auditorium het eenvoudige publiek was. Doch hij zong niet alleen voor dit publiek, hij deed meer.

Als hij het relaas geeft van de tocht naar de „bollen” van een Amsterdamse familie, dan kunnen we ons heel goed voorstellen.

dat hij zelf er achteraan gefietst heeft, en misschien als handelend persoon is opgetreden bij de wederwaardigheden van „Pa, Ma en de kinderen”. Maar als een ander dit liedje zingt, kan het al gauw ontaarden in ’n gevoelloze spotternij: het belachelijk maken van een timmermanin-hemdsmouwen, met een onbetekenende vrouw en drenzerige kinderen.

Bij Louis Davids zelf leeft men mee: men ziet niet langer het ruwe, doch ook het grappige, en soms het droevige van het geval. En toch had deze zanger een zwakke stem. Zonder hulpmiddel als de microfoon zou hij niet voor het publiek opgetreden zijn.

Als men zulke goede nummers hoort, valt het op, dat zij bijna net zo gespeeld en gezongen worden, zoals u en ik dat zouden doen, als we daartoe in stemming zijn. Heel even tonen de artisten, dat zij meer mogelijkheden hebben, zij overdrijven ’n beetje, en geven blijk van hun kijk op de zaak: en juist die kleine overdrijving, dit nauwkeurig gedoseerde gebruik van die . mogelijkheden toont, dat zij zeer veel gevoel voor harmonie hebben, een vereiste voor lederen kunstenaar.

Wat betreft de muziek: deze geeft den beschouwer opmerkelijke bijzonderheden

te horen. De meesten hebben ’n bepaalde stijl ontwikkeld, maar wachteii zich ervoor, zekere stilistische kenmerken te doen domineren.

Het is de schijnbaar ondankbare taak van vele goede musici, als begeleider van goede zangers of zangeressen op te treden. Zij hebben echter een belangrijk onderdeel van de uitdrukkingsmiddelen, zoals de componist ze aangegeven heeft, in handen. Een eenvoudig tussenspel, het accentueren van een bepaalde passage, geeft hun de kans om te tonen, dat zij niet de mindere zijn van den man voor het voetlicht. Wat hierboven gezegd werd van stilistische kenmerken, biedt voor den goeden begeleider veel moeilijkheden.

Er wordt o.a. veel gebruik gemaakt van jazz-motieven. Voorbeelden hiervan zijn: alweer Louis Davids en Charles Trenet. Davids heeft een liedje gemaakt, dat bestond uit ’n aantal accoorden, zoals iedere jazz-musicus ze gebruikt; daarop paste een aantal losse woorden. Het geheel vormde een melodie, en de tekst bleek een tekst in telegramstijl te zijn. Bij een weinig overdrijving van den pianist ontstaat ketelmuziek, en als de zanger faalt, hoort

men onzin. „Je chante” van Charles Trenet is „zo

De wereld spreekt

HERMANN HESSE

De toekenning van de Nobelprijs voor literatuur aan Hermann Hesse, vestigt nog eens de aandacht op dezen dichter, die ook in ons land een uitgebreide en trouwe lezerskring heeft. De belangstelling in Nederland gaat, voorzover ik zien kan, niet zozeer uit naar den fijnzinnigen lyrischen dichter, zoals we dien o.a. kennen uit zijn bundels „Romantische Lieder” (1899), „Gedichte” (1902), „Unterwegs” (1911), ”Musik des Einsamen” (1915) of uit de r,Ausgewahlte Gedichte” van 1922 (later herhaaldelijk herdrukt), als veeleer naar den romanschrijver. Zeker niot uitsluitend, maar toch voor een zeer belangrijk gedeelte dankt Hesse hier zijn roem aan twee zijner hoofdwerken, aan „Narziss und Goldmund” en vooral aan „Siddharta” En op het gebied van de kleinere en grotere prozawerken richt zich onze aandacht niet in de eerste plaats op de bezonken en evenwichtige stijl, die van een sublieme eenvoud is, de innige toon van een dichter, wiens blik met een warme liefde op zijn personen rust, maar, als ik me niet vergis, zijn het vooral de problemen, waarmee onze dichter worstelt, de problemen van levens- en wereldbeschouwing, die den lezer tot Hesse trekken. Waarmee we echter niet willen zeggen, dat we den lyricus en proza-stilist Hesse minder waarderen: de Hesse-minnaar verzuime vooral niet,

ook eens de gedichten van deze in de grond lyrische natuur ter hand te nemen. Hesse zelf beschouwt in zijn „Betrachtungen” de proza-vertelling, zoals hij die geeft, als verhulde lyriek, de roman als een geleend etiket voor de pogingen van poëtische naturen om hun ik- en wereldgevoel uit te drukken.

Hermann Hesse is op 2 Juli 1877 te, Calw in Württemberg geboren. Zijn uiterlijk leven verloopt nogal bont en bewogen: hij was eerst werktuigkundige, werd later boekhandelaar in Bazel, woonde dan, slechts van zijn pen levend, sinds 1905 te Gaienhofen aan het Bodenmeer. In ue Ie Wereldoorlog betoonde hij zich overtuigd pacifist en week naar Zwitserland uit. De ellende van de oorlog, het verlies van zijn vermogen en de vernietiging van zijn buiselijk geluk door de zielsziekte van zijn vrouw leidden tot een ernstige geestelijke crisis. Eerst in de eenzaamheid van Montagnola bij Lugano, waar hij zich vestigde, vond hij allengs de weg tot zijn eigen innerlijk wezen en daarmee tot genezing, Nu eerst ontstaan de grote werken als „Siddharta” (1922), ~Der Steppenwolf (1927), „Narziss und Goldmund” (1930) en voorts zijn „Betrachtungen” (1928), die ook oudere opstellen en schetsen bevatten en die een ieder aan te bevelen zijn, die de persoonlijkheid van den dichter nader