is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1946, no 13, 21-12-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrede op Aarde?

De tegenstelling van oorlog is vrede. Maar het kan alleen in sprookjes gebeuren dat op de oorlog de vrede volgt. Bij de ridderoorlogen in de Middeleeuwen kon het er nog op lijken: men stroopte eikaars land af en dronk het af; een paar jaar later werd toch weer opnieuw begonnen en de regelmatig gebrandschatte bevolking was eraan gewend. Een samenleving, zo fijn van structuur, waar alle radertjes in elkaar grijpen, als de onze is, verdraagt niet zulk een vreselijke operatie als de moderne oorlog. Oorlog is niet meer iets op zichzelf, dat zich met een druk op een knop door een andere toestand laat aflossen; oorlog is een deel van maatschappelijke ontwrichting.

Na de tweede wereldoorlog is nog geen vrede gevolgd. Geen vrede in de juridische zin en geen ontspanning van de gemoederen. Hoeveel malen in deze rubriek de ontwerp-vredesverdragen met Duitsland’s kleine satellieten ter sprake gekomen zijn, durf ik niet meer na te 'zien. Meer dan een jaar geleden begonnen de overwinnaars erover te onderhandelen en de hele v/ereld verwachtte dat dit kleine werk hen niet lang zou ophouden de talrijke grotere problemen die zij op te lossen hadden, in aanmerking genomen —, maar reeds deze eerste opgave maakte de latente tegenstellingen los die men pas bij de behandeling van Duitsland had verwacht. Het is eigenlijk niet minder dan beschamend dat wij de onlangs in New York' bereikte eenstemmigheid over de vredesverdragen met Italië enz. nu met zoveel opluchting begroeten. Hoe weinig ver zijn we nog. Maar misschien moeten wij hier denken aan het woord van een ouden Engelsen puritein, dat Huizinga vaak aanhaalde: „Things must go worse bef ore they go better”.‘)

Het is overigens met de innerlijke gesteldheid van het mensdom en meer speciaal met de neiging van groepen en individuen, tegenstellingen tot anderen te overbruggen nog slecht gesteld. De oorlog die achter ons ligt, heeft velen, die min of meer onnadenkend leefden en zich geen rekenschap gaven van de onderlinge samenhang van het maatschappelijke leven op aarde en hun eigen plaats daarin, bewustheid bij gebracht omtrent hun eigen positie en vooral van hun tegenstellingen tot anderen. Wie zijn positie bedreigt ziet, leert zijn vrienden en zijn vijanden kennen. Voor mensen in de oorlog had Roosevelt’s uitdaging aan de mensheid zich vrij te maken van vrees en behoefte, een diepe zin; immers een menselijke samenleving kan slechts waardevol zijn als men elkaar zonder wederzijdse of eenzijdige angst en jalouzie in de ogen kan zien. Maar velen geloven dat een dergelijke samenleving een onbereikbaar ideaal is, van oordeel dat de door de natuur gegeven ongelijkheid van de mensen vanzelf onderlinge vrees en verschillende sociale posities meebrengt. Neiging tot zelfhandhaving die, van het individu op de groep overgebracht, de wortel is van de krachten die thans, zoals zo dik-

wij Is vroeger, regeringen en andere machthebbers beheersen.

De tegenstellingen tussen de grote mogendheden zijn hier al zo vaak besproken, dat het niet nodig is, hierop wederom uitvoerig in te gaan. Verschillende culturen, uiteenlopende geaardheden en onderling afwijkende stadia van ontwikkeling staan hier tegenover elkaar en kunnen, in eigen beperktheid gevangen, elkander niet vinden. Het is het noodlot van alle kleine conflicten, dat zij tenslotte allemaal in deze grote stroom uitmonden en het niet eigen recht of onrecht, maar de algemene machtsverhoudingen zijn die beslissen.

Oorlogen tussen staten onderling zijn inderdaad met de capitulatie van Duitsland en Japan geëindigd, maar des te dichter staan vele landen bij de burgeroorlog. Landen waar geen volkseenheid bestond, zoals in Palestina, of waar die volkseenheid grondig bedorven is: Griekenland. In het algemeen zijn door de oorlog alle volken de toestand van burgeroorlog meer genaderd. Ook van ons land zou ik zeggen, dat de politieke en sociale tegenstellingen, die vroeger ondanks alle internationale binding van onze partijen toch een tamelijk autonoom karakter droegen, meer in de sfeer van de internationale burgeroorlog zijn komen te liggen. De ontwikkeling van Frankrijk zou wel eens symptomatisch voor de

gang van zaken elders kunnen zijn, in het verdwijnen van middengroepen en toeneming van de extremen. En wie van extremen spreekt, denkt meteen aan de extremisten die als het geweten van alle gematigden tegen elkaar gekeerd staan.

Een ontwrichte wereld staat nu voor de vraag wat te doen met de vreselijke vernietigingswapens die de tweede wereldoorlog heeft voortgebracht. Er valt nog weinig van te zeggen. Hoogstens dit dat iedere militair op een verantwoordelijke post er rekening mee houdt dat ze gebruikt kunnen worden. Alleen de desperado’s hopen cp een derde wereldoorlog, maar talloos velen houden met de kans erop rekening en verwachten die strijd. De mens heeft blijkbaar de vrees zomin overwonnen als het gebrek.

De oorlog is voorbij, maar er is geen vrede op aarde op het eind van 1946. Toch is het perspectief niet zo duister. Wel, als rnen het vergelijkt met hoop op de oudejaarsavonden in de oorlog. Stellig niet als men het huidige uitzicht legt naast de zich van jaar tot jaar versomberende toekomstbeelden van voor 1939. Wij leven in een tijdperk na de oorlog en in afwachting van de vrede, in een periode van onvrede, onvrede van volken, van mensen onderling en innerlijk. 12 December 1946. A. E. COHEN.

‘) De toestand moet slechter worden eer hij verbetert.

RECTIFICATIE. P.S. In mijn artikel „Bewaart het recht en doet gerechtigheid” zaten helaas weer vele drukfouten. Een enkele moet ik corrigeren. In de tweede kolom wordt twee maal over het Kerkevangelie gesproken. Ik bedoelde: het Kerstevangelie. Verder wordt gezegd, dat dit Kerstevangelie niet alleen te maken heeft met het medeleven van den enkelen mens, terwijl ik zijn zieleleven bedoelde. J. J. B. Jr.

BIJ DE FOTO’S: 1 „ARBEIT MACHT FREI”. De leuze, die in zwaar gegoten ijzeren letters de hermetische ingang van het Concentratiekamp Auschwitz markeerde en ivaaraan millioenen zijn geofferd.

2 „HALT! STOJ!” —ln het witte Kerstkleed prijkt de doodskop met het in Duits en Pools gestelde, dreigende bevel. Achter de dubbele, vaak electrisch geladen prikkeldraadversperring, ziet men de wachttorens van de S.S.