is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 22, 01-03-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tijd en Taak

ZATERDAG I MAART 1947 No. 22

Aan den Heer behoort de oorde en hoor volheid. Psolm 24:1

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ONDER REDACTIE VAN Prof. Dr. W. BANNING; Ds. J. J. BUSKES Jr. EN Ds. L. H. RUITENBERG. SECRETARIS DER REDACTIE: J. G. BOMHOFF, ROERSTRAAT 48 111, AMSTERDAM (Z), TEL. 24386

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 45ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR ƒB.OO, HALFJAAR ƒ4.25, KWARTAAL ƒ 2.30 PLUS ƒ0.15 INCASSO. LOSSE NUMMERS ƒ0.15 POSTGIRO 21876 GEMEENTE GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMS^ERDAM-CENTRUM

REINHOLD NIEBUHR IN NEDERLAND

% belangrijk genoeg, om ook in ons blad aandacht te vragen voor de tournée van den Amerikaansen theoloog Niebuhr, die van 4—ll Maart in verschillende steden van ons land voordrachten houdt al begrijp ik, dat slechts een beperkt aantal onzer lezers daarvan zal kunnen profiteren. Belangrijk genoeg, deze tournée, zowel om den persoon van den spreker als om de boodschap, die hij te brengen heeft.

Verleden zomer had ik het voorrecht, dezen man gedurende een week aan het werk te zien, en van mensen die hem kenden enige bijzonderheden te horen. Een levende, beweeglijke, forse figuur, die een discussie beheersen kan niet alleen om zijn grote kennis van zaken, maar vooral door zijn vermogen om door te stoten tot de geestelijke kernvragen. Ik schat hem een vijftig jaar. Als jong predikant heeft hij naar ik meen dertien jaar gewerkt in een der Amerikaanse industriesteden; hij kent het arbeidersleven, heeft opgebokst tegen de burgerlijke geest in zijn kerkelijk Christendom, kent de methoden en levensstijl der grote zakenwereld. Zijn realisme en wetenschappelijke zin dwingen hem, om zich ook theoretisch in de structuur der kapitalistisch-industrialistische wereld te verdiepen. Zo ontplooit zich in zijn geestesleven de confrontatie der sociale werkelijkheid aan het Evangelie het resultaat van deze Worsteling heeft tot gevolg, dat „men”, óók uit de kringen der politiek, der vakbeweging, van het zakenleven, naar hem luistert. Op de conferentie, waar ik hem aan het werk zag, zei dr. Oldham, de grijze leider van het sociaal-bewuste deel der Engelse Christenheid: hoe komt het, dat ook in Engelse politieke kringen men naar Niebuhr luistert? En hij antwoordde Waarschuwende tegen bekende Christelijke schablones —: omdat Niebuhr het Evangelie levend en waar weet te maken aan de reële sociale en politieke problemen van vandaag. Er is een boekje over hem verschenen onder de titel: „Reinheid Niebuhr, a profet from America”. Er klinkt inderdaad in zijn prediking een sterke profetische toon.

Daarmee ben ik bij de boodschap, die hij brengt. Ik zie daarin voornamelijk twee

elementen. Ten eerste: een weldadig realisme ten opzichte van wereld en maatschappij, realisme uit ervaring èn kennis. Daarin is volledig verwerkt een sterk pessimisme omtrent menselijke idealen, tengevolge van de ervaringen van de eerste wereldoorlog en de periode tussen de beide oorlogen. Wij zijn gewend, Amerika te beschouwen als het land van het naïeve optimisme en het ongebroken cultuuridealisme. Welnu, dan is Niebuhr typisch niet-Amerikaans. Hij is er diep van doordrongen, dat de moderne maatschappij en cultuur zijn vastgelopen daarom is b.v. zijn critiek op de Amerikaanse democratie zo weldadig. Het tweede element is: zijn bewuste terugkeer tot de oerwaarden van het Evangelie, vooral in de zin der Reformatie, doch verbonden met inzichten en methoden ener critische theologie. Dit doet hem afwijzend staan tegen de Amerikaanse „liberals” in godsdienstig opzicht, maar evenzeer tegen de traditionele orthodoxie, die wetenschappelijke inzichten der 19e eeuwse theologie meent te mogen negéren. Men spreekt in Amerika van „neo-ortho<ioxie” of „neoprotestantisme”, waarvan Niebuhr de duidelijkste exponent is. Wij zouden hem in Nederland in de buurt brengen van die vrijzinnigen en orthodoxen, die eerlijkcritisch willen zijn over de hele lijn van hun denken, maar diep weten, dat de oerwaarden van het Evangelie een werkelijkheid van leven vertegenwoordigen, die óók nu de enige uitweg uit onze ellende betekent. Waarbij dan ook hoort: een relativering van de tegenstellingen tussen „orthodox” en „vrijzinnig”, zowel omdat de nood der wereld ons samen hoort te brengen, als wel om het diepere motief, dat waar inderdaad de oerwaarden van het Evangelie met oerkracht spreken, deze menselijke tegenstellingen onder het oordeel komen. Het is vooral om dit laatste, dat ik hartelijk hoop op innerlijk contact tussen Niebuhr en dat deel onzer Christelijke wereld in Nederland, dat geloof heeft in de z.g. Nieuwe Koers al zou men met recht kunnen zeggen, dat het andere deel van Christelijk Nederland hem méér nodig heeft.

Laat mij op één centraal punt van Niebuhr’s gedachtenwereld nader ingaan.

Ik mag mij niet opwerpen als deskundige: ik heb niet alles gelezen wat hij schreef. Hun, die vooral belangstelling hebben voor de sociale en politieke vraagstukken, raad ik aan een boek uit 1941 te lezen: Christianity and Power Politics, waarin een hoofdstuk: „Waarom de Christelijke kerk niet pacifistisch is”, verder critische beschouwingen over de democratie, en twee prachtige hoofdstukken over optimisme, pessimisme, geloof. Het laatste, en voorlopig verreweg het belangrijkste boek is „The Nature and Destiny of man”, in de oorlogsjaren verschenen. Daar vindt men de kern van Niebuhr’s opvatting over den mens, polemisch en systematisch ontwikkeld. Tk waag een poging om daarvan de hoofdzaak mee te delen.

Het martelend, probleem, dat het uitgangspunt is van dit boek, kennen wij allen: wij zijn onszelf kwijt geraakt, wij weten niet meer wie de mens is, wat zijn aard, plaats in het geheel, wat zijn roeping en bestemming zijn. Van de vraag öf en op welke wijze de moderne mensheid deze wezenlijke nood weet te overwinnen, hangt de toekomst onzer wereld af. Nu zijn er in de gang van het Europese denken twee opvattingen naar voren gekomen, aldus N.: de eerste, die het wezenlijke van den mens zoekt in de ratio (de rede), die al het bestaande doorwoont en in den mens zich van zichzelf bewust wordt (de Griekse, humanistische opvatting). De andere opvatting berust op de Bijbel; principieel staat de mens in een dubbele positie: enerzijds is hij be- en gevangen in de eindigheid, anderzijds weet hij van de heilige wil Gods die eeuwig is en alle eindigheid te boven gaat, en wordt den mens de roeping tot eenswillendheid met God ingebrand. Anders gezegd: enerzijds blijft de mens steeds in de gebrokenheid en dus in gebreke, is menselijk leven steeds leven in schuld en zonde; anderzijds werkt in dien mens de liefdewil Gods om hem aan dit bezoedelde leven te ontrukken en de gebrokenheid te helen. N. spreekt op zijn wijze van de „dialectische” situatie van den mens: de realiteit der gebrokenheid èn de bestemming tot de opheffing daarvan, zijn dialectisch aan elkaar verbonden. Men verkracht het wezen van den mens, door één