is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 24, 15-03-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antie met de Fransen gesloten, waarvan de betekenis niet zo groot is ais dit verbond bijkans een halve éeuw geleden nog was, maar die toch ais het ware een Europees program inhoudt. Bovendien vindt een uiterst belangwekkende ontwikkeling in het Middellandsezeegebied plaats. Hier immers maken de Engelsen zich op, Griekenland te verlaten om er door Amerikanen te worden afgelost. Zo komt in deze laatste weken een soort eenheidsfront van de drie westerse groten tot stand, dat men beter een Amerikaanse patronage over twee exgrote mogendheden zou kunnen noemen. Dat dit eenheidsfront tegen de Sowjetunie gericht zou zijn, is stellig niet juist, maar het ligt voor de hand, dat de Russen dat denken. De discussies in de atoomcommissie en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties hebben in de afgelopen maanden steeds Amerikanen en Russen tegenover elkaar gezien (de één wilde zijn atoomgeheim, de ander zijn veto niet prijsgeven) met vooral de Fransen als zwakke bemiddelaars.

Zo hangt de hele internationale poUtiek aan elkaar van machtsverhoudingen, op welker onbestendigheid de wekelijkse verslaggever moet letten. Hij noteert wat op internationale bijeenkomsten geschiedt en voorts de binnenlandse ontwikkeling in de doorslaggevende landen. Verder wat er voorvalt in die gebieden, waar de machtsverhoudingen zich wijzigen, hetzij dit door binnenlandse omstandigheden, dan wel door van buiten af komende drijfveren gebeurt. En zo kan het komen, dat ik, dezer dagen eens nakijkend, waarover ik tot dusver in Tijd en Taak geschreven heb, bemerkte, dat het min of meer altijd over hetzelfde gaat, met een duidelijke voorkeur voor de problemen, waarbij Nederland belang heeft, met name Duitsland en het Aziatisch nationalisme, benevens de algemene sociaal-eoonomische kwesties, van welker juiste oplossing vrede en welvaart in de eerste plaats afhankelijk zijn. Allerlei voornemens om aan bepaalde ontwikke- in minder belangrijke landen een overzicht te wijden, werden door actuele situaties achterhaald. Toch is het principieel onjuist niet (zoveel doenlijk!) alles tegelijkertijd in het oog te houden. Er moge nimmer een duidelijke aanleiding zijn tot een bespreking van Japan of Brazilië, wat in gindse landen gebeurt, vindt op de één of andere wijze, nu of later, zijn weerslag elders.

Deze algemene samenhang van alle verschijnselen op het gebied van de internationale politiek kwam ongeveer anderhalve week geleden aan de dag ter gelegenheid van een Sowjetrussische nota aan de Amerikaanse regering over de Japanse mandaat-eilanden in de Stille Oceaan. Het betrof hier eilanden, die voor 1919 Duitse koloniën waren (de koraalriffen van de serie woestijnen en koraalriffen, waaruit de koloniën van het laat expansionistisch geworden Duitsland, heetten te bestaan); zij waren in de eerste wereldoorlog door Japan veroverd en aan Japan als mandaat toegewezen. De Jappen hadden sommige ervan evenwel tegen hun verplichtingen in tot vlootsteunpunten uitgebouwd. Het heeft de Amerikanen veel moeite en tijd gekost ze te veroveren, en nu willen ze deze waardevolle strategische punten niet in andere handen zien. Een verovering dus, die strijdig is met de geest van het Atlantischei handvest. In de verwachting van heftige oppositie van de zijde der bondgenoten, de Russen vooral, hebben de Amerikanen maar meteen zoveel mogelijk gevraagd; dan konden de anderen afdingen. Maar wat

geschiedde? De Russen zonden een honingzoete nota, waarin ze zeer gaarne deze eilandjes aan de Amerikanen af stonden, zulks met de motivering, dat de Amerikanen verreweg het meest hadden gedaan voor de onderwerping van Japan. Meenden de Russen dat? De algemene opinie is, dat de Russen aldus de toestemming van de Amerikanen voor de voorlopige Duits—Poolse grens hopen te verwerven. Zo ziet men, hoe de meest afgelegen en onbewoonde delen van de wereld plotseling een rol in de algemene internationale politiek komen te spelen.

Een dergelijke nog weinig spectaculaire rol is ook die van de nog onontdekte of althans onbewoonde continenten, Noorden Zuidpool. De eerste is belangrijk om strategische redenen, daar de weg over het eeuwige ijs de kortste is tussen Moscou en Washington; niet voor niets houden de Amerikanen thans manoeuvres in het onvoorstelbaar koude Alaska en op de modderige Aleoeten, de landbrug tussen Amerika en Siberië. Ten aanzien van de Zuidpool mompelt men over uranium, de grondstof voor de atoomenergie; reeds maken Argentijnen en Chilenen aanspraak op delen van het onder ijs bedolven Zuidpoolland. In het algemeen is de ontwikkeling

in Latijns Amerika niet geheel duidelijk; of deze landen zich tot een zelfstandige oppositie kunnen opwerken, staat nog te bezien. De Engelse invloed wordt er minder, tegen die der USA is men er begrijpelijkerwijze gekant, de Spaanse en Portugese is hoofdzakelijk van culturele aard, terwijl de Sowjetrussische nog weinig te betekenen heeft. In hoeverre met name Argentinië onder tascistisch en bedekte Duitse heerschappij staat, moet in de komende jaren blijken; er zijn aanwijzingen, dat zulks werkelijk het geval is. In Afrika heerst thans een rust, die wel de stilte voor de storm betekenen moet; ook onder de inboorlingen ginds wordt een streven naar losmaking van het Westerse koloniale bestuur kenbaar, zoals een paar decenniën eerder in Azië het geval is geweest. Inmiddels komen, wanneer India uit het defensiestelsel van het Britse rijk wegvalt, Australië en Nieuw Zeeland op eigen benen te staan, met Singapore als steunpunt. Dit is een gebied, waar na de Japanse nederlaag de vrede naar buiten toe wel gehandhaafd zal blijven, daar het nu afzijdig van de wereldpolitiek is komen te liggen. Maar een dergelijke vrede wordt dan voedingsbodem voor inwendige sociale strijd, 9 Maart 1947 A. E. COHEN.

wolken drijven langzaam, als op zee

de schepen zeilen voor de wind en stroom; stille gedachten drijven met hen mee

• en alles wordt zoals ik dikwijls droom:

* Het bloeiend land, wit in het middaglicht;

stemmen van kinderen, blij en puur gerucht een leeuwerik stijgt zingend in de lucht

hemel en aarde in roerloos evenwicht.

Zo is het buiten, en zo ook in mij: geen rimpeling van vreugd, van angst of smart;

de vrede die ver weg was, is nabij, neemt intrek in het wijd geopend hart. . .

De wolken, schepen en de golven gaan; de zon dooft in de sterrenloze nacht

eens in de dood wordt alles saamgebracht: leven en liefde, en de droom en waan

maar ’t hart heeft vrede, en neemt alles aan: het zoete en ’t bittere zonder lach en klacht.

ANDREAS GLOTZBACH.