is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 30, 26-04-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inboet en ik wil ernstig trachten de oorzaken hiervoor op te sporen. Alleen kennis van de oorzaken toch kan ons helpen, het kwaad te stuiten. Daarom wil ik, als een man van de betekenis van W.B. een uitspraak doet als de bovenaangehaalde, deze woorden maar niet dadelijk weerspreken; liever wil ik ze eerst overdenken en me af vragen: Schuilt er in deze uitspraak ook waarheid en zo ja, kan ik die waarheid dan gebruiken in ciienst der openbare school?

De ideologie der openbare school, wat moeten we daaronder eigenlijk verstaan? Welke ideologie was het, die het aanzijn gaf aan de openbare school? Een antwoord hierop vinden we in het laatste kwart der vorige eeuw. De openbare school werd geboren uit de ideologie van het rationalisme, de ideologie van het liberalisme in die dagen. Achter de openbare school stond de evolutiegedachte, het vertrouwen, dat de mensheid zich onweerstaanbaar zou ontwikkelen tot een rijk van redelijkheid en vrijheid. Hét „kennis is macht” heerste die dagen. Zodra alle mensen voldoende kennis zouden bezitten, zou de mag,tschappij vanzelf een gelukkige en vredevolle worden, waarin de rede zou zegevieren over domheidsmacht.

Deze ideologie bleef echter niet beperkt tot het liberalisme. Aan de socialistische bewegingen lag dezelfde gedachte ten grondslag. Zeiden wij niet „De mens is goed” en zongen we niet van „Al wetensmacht”? Het mag ons daarom niet verwonderen, dat op de school de intellectuele vorming boven alle andere kwam te staan.

Wij kunnen in dit korte artikeltje hierop niet dieper ingaan; we mogen echter deze ideologie voldoende bekend veronderstellen om te vragen: is het niet waar, dat deze ideologie het verloren heeft? Ik zou zeggen, dat meer dan iets anders het nationaal-socialisme ons deze les heeft ingebrand. Wij hebben het moeten ervaren op de wreedste, smartelijkste manier, dat deze ideologie onmachtig is geweest om onze beschaving te behoeden voor de vloek van het nationaal-socialisme. Andere krachten zullen in de wereld moeten worden vrijgemaakt, het besef van een nieuwe roeping, van niéuwe verantwoordelijkheid zal bezit van den mens moeten nemen, ook van den mens in ons eigen vaderland.

Dit is niet de opvatting van W. B. alleen. Het is de gedachte, die op politiek terrein vorm nam bij de geboorte van de Partij van de Arbeid, de partij van het personalistisch socialisme. De stichting van deze partij is meer geweest dan een formele omzetting van de oude , S.D.A.P. tot een nieuwe partij, die onder een andere naam toegankelijker zou worden voor, andere mensen en elders op breder basis 'zou komen te staan. Het betekende ook het loslaten van de oude ideologie, van het geloof aan de rede,' die alleen wel in staat zou blijken ons van geweld en barbarij te verlossen.

Op onderwijskundig terrein vinden we hetzelfde streven naar vernieuwing:'Want we maken een grote fout, wanneer we onderwijsvernieuwing alleen beschouwen als een streven naar nieuwe didactische mogelijkheid, het vinden van frisse, aardige methodes. De achtergrond, vanwaaruit de nieuwe didactiek ontstond, is het verlangen naar een nieuwe ideologie, een nieuwe grondslag voor onze opvoeding, zodat niet „kennis” daarin de boventoon voert, maar we tevens volle aandacht wij-

Vervolg op pag.

_ . , . .s.!wmaii^.aa. -.Jwab^xA-^<Kag.^fcar^>aes^s j i Heeft u het gehoord buurvrouw Mijn man heeft een hogen Duitsen officier gesgroken Zo juist was mijn neef hier, hij zei, dat ze net op de Engelse radio hadden gezegd Ze zijn geland Ze zijn niet geland Breda is bezet De Canadezen zijn de Maas, de Rijn, de Lek over Ze staan voor Den Haag.

En verstoken als wij waren van ook maar het geringste betrouwbare nieuws, vlo- « gen wij er op af en slikten alles. Het gerucht. Het kwade gerucht, het maakte zijn slachtoffers bij honderden. Het gerucht, en de verwarring, die het onvermijdelijk met zich sleepte, het waren de geniepigste wapens, waarvan de dictatuur zich bediende.

Een onnozel buurpraatje en het gerucht verspreidde zich. Het bleef hangen als .een dikke mist op een windstille herfstdag; de dictatuur belette iedere weerlegging, iedere tegenspraak.

Het gerucht: het wapen der dictatuur, der reactie, der achterbaksen. De dictatuur moest wijken voor de slagen, die de technisch volmaaktere geallieerde oorlogsmachine haar toebracht.

De reactie en de achterbaksen, ze zijn, gebleven. ■ En zij gebruiken nog hun wapen: het gerucht, het kwade gerucht Vorrink wilde samen met Arnold Meijer een greep naar de macht doen Vorrink heeft al zijn invloed aangeioend om Van Vessem als licht geval vrij te krijgen —Sjahrir is getróuwd met de zuster van Van Mook Een volledige famüie-congsi daar in die Repoebliek.

Maar ze hebben vergeten die achterbaksen —, dat de met bloed en tranen overde democratie ons nit de vrijheid heeft gegeven ons in het openbaar te verdedigen tegen alle laster. De democratie is de wind, die de mist verdrijft en het licht der openbaarheid weer laat schijnen over al deze perdachtmakingen. En het kwade gerucht wordt een tandeloze leeuw.

Als er nu enige buurvrouwen bij elkaar staan te praten kan het reden zijn om er een aardig plaatje van te maken. M. K.