is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 43, 02-08-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 2 AUGUSTUS 1947 N0.43

Aan den Heer behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ONDER REDACTIE VAN Prof. Dr. W. BANNING; Ds. J. J. BUSKES Jr. EN Ds. L. H. RUITENBERG. SECRETARIS DER REDACTIE: J. G. BOMHOFF, ROERSTRAAT 48111, AMSTERDAM (Z.), TEL. 243'86

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 45ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

abonnement BIJ VOORUITBETALING PER JAAR ƒB.OO. HALFJAAR f 4.25. KWARTAAL ƒ 2.30 PLUS f 0.15 INCASSO. LOSSE NUMMERS ƒ 0.15 POSTGIRO 21876 GEMEENTE GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE ARBEIDERSPERS. HEKELVELD 15. AMSTERDAM-CENTRUM

NEDERLAAG

De lezer van „Tijd en Taak” verwacht van de redactie van zijn blad een oordeel, een standpunt, een motivering daarvan. Alléén daarom schrijf ik vandaag dit artikel; ik besef, dat ik niet zonder meer zwijgen mag al is er een zeer sterke drang in me om anderen nu het woord te laten men spare mij de nadere motivering van deze drang

Voorop dan: het gewapend optreden der Nederlanders in Indonesië beschouw ik als een smartelijke nederiaag, smartelijker dan die van de 14de Mei 1940. Toen immers waren wij het slachtoffer van de worsteling om de wereldmacht tussen fascisme en anti-fascisme, een worsteling waarin wij werden meegesleurd. Thans is ons gewapend optreden de afsluiting van een tweejarige activiteit, waarachter een ideaal stond: dat wij een tot vrijheid ontwakend volk zouden helpen om zijn weg naar de historie die imrners met een zelfstandig volksbestaan begint —■ te betreden. Alles wat wij met Linggadjati hebben bedoeld, is thans kapot. Daarom spreek ik van een diep-smartelijke nederlaag.

Of ik dan niet overtuigd ben van de politieke noodzakelijkheid van deze beslissing? Ik antwoord twee dingen: ik blijf overtuigd van de ernst, waarmee de Commissie-Generaal getracht heeft gewapend optreden te voorkomen, of liever: waarmee zij een positief vreedzame weg in kameraadschap met de Republiek heeft willen zoeken; ik versta wel zoveel van de politieke zijde van het conflict, dat onze Regering verantwoordelijkheden heeft, andere dan de ai te gemakkelijk gescholden „kapitalistische belangen”, waardoor zij tot dit optreden is

/ / gekomen; ik meen ook de innerlijke strijd van de verantwoordelijke mensen in de Partij van de Arbeid wel zo ver te verstaan, dat ik de vrijmoedigheid mis om hen en hun motieven te veroordelen. Maar ik zeg daarnaast: na overweging van al wat ik heb gelezen' en gehoord, ben ik niet overtuigd, dat gewapend geweld, de onvermijdelijke oplossing was. Met name ben ik niet overtuigd, dat het aanbod van goede diensten, door Engeland (in overeenstemming vermoedelijk met Amerika) gedaan, is uitgebuit tot zijn laatste mogelijkheden. Voorzover er nog iets te doen valt, hoop en verwacht ik dat met name de Partij van de Arbeid, die over contacten met de Engelse Labourregering beschikt, Mies zal aangrijpen wat er nog gedaan kè,n worden. Of ik dan niet overtuigd ben van de oprechtheid van hen, die deze „politionele actie” voeren om Linggadjati te redden? Ook daarover twee opmerkingen. Ik ontzeg mij zelf het recht en de bevoegdheid om over „innerlijke oprechtheid” van mensen als de ministers Beel, Jonkman, Drees, Vos en zovele anderen, die hiin deel van verantwoordelijkheid dragen, te oordelen ik wens deze volstrekt buiten discussie te stellen. Maar ik geloof grondig niet in de mogelijkheid, dat er met gewapend geweld (óók als men eerlijk bedoelt het „beperkt” toe te passen), iets van het wezenlijke van Linggadjati te redden, valt. Misschien heb ik dat „wezenlijke” verkeerd verstaan maar voor mij was het de eerlijke poging om de koloniale verhouding te vervangen door -één van vrijwillige samenwerking. Wil men vrijwillige samenwerking af dwingen met geweld? Wil men vertrouwen oproepen.

door het kanon te laten spreken en de bommen te laten vallen? Zodra het geweld beslissen gaat, móet het wezenlijke van Linggadjati vluchten.

Of dan „alles” verloren is? Ik weet niet precies wat men onder zo’n stemmingsterm verstaat. Engeland heeft indertijd de Boerenrepublieken neergeworpen en gedwongen tot samenleven binnen het Empire daar is ook wel wat goeds uitgekomen (al blijft onrecht onrecht). Misschien gebeurt dat nu ook wel. Ik wens mijzelf echter met dit soort opiumargumenten niet in slaap te sussen. Evenmin met de stichtelijke gedachte: dat God er ook nog is ai is die gedachte geweldig waar en zou hij ons, juist nu, ten diepste moeten verontrusten. Ik moge nadrukkelijk de raad geven: men hoede zich voor de bombastische of stichtelijke of politieke frase. Daaronder reken ik zowel de oproepen tot kerkelijk gebed als het armoedig radicalisme dat nü waarschuwt voor reactionnair geweld. Het bittere feit staat er: het woord is gegeven aan het geweld. Dat I blijft een diep smartelijke nederlaag. Natuurlijk: ook nu is het laatste woord niet aan het geweld. Het heeft een goede zin, is voor wie de dingen beoordelen als ik, zelfs volstrekte pUcht, om te denken aan wat hierna komt. Maar in dat denken over het hierna wens ik niet te vluchten. En daarom moet het in alle beheerste bewogenheid worden gezegd: Zondag 20 Juli 1947 is in de geschiedenis van ons volk een dag van nederlaag, waarover wij ons schamen

W. B.