is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1947, no 10, 29-11-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«len Heer behoort de aarde en haar i volheid. S. Psalm 24:1 /

” ff .

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

No. 10 Verschijnt 50 maal per jaar 46ste jaargang van de Blijde. Wereld

* Redactie Prof. Dr. W. Banning Ds. J. J. Buskes Jr. Ds. L. H. Ruitenberg Mr. G. E. V. Walsum Secr. der redactie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48111 – Tel. 24386

Ab. bij vooruitbet. p.j. f 8 halfj. f 4.25, kwart, f 2.30 pl. f 0.15 inc. Losse nrs f 0.15, Postg. 21876, Gem.giro V 4500, Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, A’dam-C.

Té vroeg of te laat?

Morgen wordt de nieuwe Kerkorde in ontwerp aan de Generale Synode der Ned. Herv. Kerk aangeboden. Nu, vlak voor de waarschijnlijke openbaarmaking, heeft het wellicht zin te vragen, wat de betekenis van deze belangrijke gebeurteis.

Belangrijk, want het is een bewijs, dat van de vele verwachtingen, die tijdens de oorlog gewekt zijn, de nieuwe vormgeving van onze grote volkskerk althans voortgang vindt.

De toestand werd dan ook onhoudbaar, Niet, dat de Hervormde Kerk staat of valt met zijn reglèment. Dat doet geen enkele Kerk. Toch is de wijze, waarop de Kerk geordend is, van beslissende betekenis. Niet alleen voor zichzelf, maar voor het gehele volksleven. Hoe zou Nederland er politiek immers anders uitzien zonder Afscheiding en Doléantie, beide geboren uit verzet tegen regle'mentsartikelen.

Onhoudbaar noemde ik de situatie. De oorlog heeft n.l. duidelijk gemaakt, dat het spreken van de Kerk niét een zaak is van aparte predikanten, maar van het gehele lichaam. Welnu, dit gehele lichaam was daar niet toe in staat. De Kerk deed het, maar feitelijk clandestien. Daarbij hebben velen weer beseft, dat het werken van de Kerk niet een zaak was, die zich alleen naar binnen richtte, maar óók naar buiten. Christen-zijn is zendeling-zijn. Met woord en vooral ook met de daad. Midden in de wereld, waar men deel aan heeft, en waarin men krachten voelt, die de gemeenschap tot over de afgrond dringen. Hierbij beseft men dan tevens, dat het niet aangaat naar binnen een kille strijd te weren, maar dat men samen heeft' te zoeken naar het allerwezenlijkste van de christelijke boodschap voor het persoonlijke en het gemeenschappelijke leven, Ziedaar de kracht, die het verlangen naar een nieuwe bewerktuiging, een nieuwe orde der Kerk heeft gewekt.

In welk een klimaat komt nu deze Kerkorde? Openhartig gezegd: in die van de menigvuldige teleurstellingen.

Dat behoeft ons niet te «verwonderen. De oorlogstijd is als een crisis over ons heengegaan. Hij heeft echter de meeste van ons doen dromen, dat het vooral dè ander zou wezen, die zou veranderen. Wij hebben de hoop gehad, dat anderen met de-- scherpte zouden gaan inzien, wat wij zelf als overtuiging Helaas,

de ander deed precies hetzelfde als wij. Ook in, de Kerk.

Velen hebben verwacht, dat nu eindelijk de ogen zouden opengaan voor de waarheid van de bijbelse boodschap. Zij hebben zich vergist. De „propaganda” onder buitenkerkelijken was vaak een miezerig geval; de ontmoeting was te oppervlakkig geweest, ook onzerzijds. En nu is er vermoeidheid en een vaag gevoel, dat ’t toch allemaal niets wordt. En wij halen de schouders er over op. Men kan daar verbitterd over worden. Maar dat is dom. Gelukkig kunnen wij vaststellen, dat er toch een grote groep predikanten en gemeenteleden is, die de grote ontmoeting begeren. Die zich niet laten ontmoedigen door het uitblijven van ogenblikkelijk succes. Want zij hebben met verschrikte ogen gezien, welke onderstromen werken: massalisering, nihilisme. Zij bereiden zich er op voor, dat het voorlopig alleen' maar erger zal worden. Hun diepste droefheid geldt veeleer de Kerk zelf, die tienduizenden telt, voor wie deze dingen niets zeggen. Die zich veiligstellen binnen de vertrouwde engte van eigen kring. Die geen enkele poging doen om, zij het stuntelig, iets van de Waarheid, die zij achter hun eigen geloof weten, in de taal der wereld uit te drukken. Die denken, dat hard roepen in volle kerken hetzelfde is als geduldig luisteren naar de ander, om ergéns een vraag te ontdekken na,ar het Eeuwig Goed.

Met ontzetting nemen zij waar, dat er een mystieke verering in brede kringen is ook van hen, die de Kerk leiden voor de „goede” gemeente, voor de trouw, voor de beginselvastheid 'en de offervaardigheid. Want zij weten: ook deze gemeenten zullen vroeg of laat op de wan gegooid worden en zij zullen op hun grondvesten schudden. • '

Het kan niet ontkend worden, dat, wat tot nu toe, sinds de bevrijding, door de Hervormde Kerk werd verkondigd als dè kerkelijke boodschap, niet indrukwekkend is geweest. Dit. mag echter alleen'hij zeggen, die weet, hoe er met de moeilijke materie geworsteld is. En wij zeggen er direct bij: de poging was te waarderen, Als teken van een nieuw-besefte verantwoordelijkheid kan het met vreugde worden begroet. Maar de inhoud nagaande, vraagt men zich af, of de Hervormde'Kerk in haar geheel met haar huidige geestelijke kracht er wel aan toe was iets indrukwek-

kends te zeggen. Beschaamd zwijgen Is beter dan .Voorzichtig spreken ofschoon voorzichtig spreken toch nog beter is dan zwijgen uit angst.

Ten aanzien van het richtingsvraagstuk merkt men hetzelfde. Vrijzinnigen hoopten, dat orthodoxen nu eindelijk, eens hun rechten zouden gaan erkennen, en rechtzinnigen waren bereid, nog even geduld te hebben met de modernen om ze tijd te gunnen om orthodox te worden. Noch het een noch het ander 'gebeurde, maar deze verwachting was eigenlijk ook belachelijk. Helaas hebben te weinigen begrepen, dat het om heel wat anders ging dan ruimte voor meningsverschillen en om punctuele leer-uitingen. Het ging en gaat om een nieuwe verhouding tot Christus, waar-' bij onze filosofische en dogmatische vooronderstellingen opnieuw getoetst dienen te worden. Dat is een werk van een generatie. En daji niet van een generatie, die als hoogste doel heeft een goed-functionerènd en gesloten gemeente-leven, maar die gemerkt heeft, dat wij in een geestelijke crisis leven, zoals slechts eens in de duizend jaar voorkomt. –

In deze Kerk zal nu de nieuwe Kerkorde verder moeten worden voorbereid. Ik vraag mij wei eens af qf zij niet te vroeg wordt aangeboden. Te'velen hebben er op zitten wachten, zonder zich innerlijk te hebben laten aanspreken door de diepe nood van deze wereld. Zij willen straks wel aanpakken, als er maar niet getornd is aan de belijdenisgeschriften en als de vrijzinnige prediking maar onmogelijk v/ordt. Te velen, van vrijzinnige zijde, hebben nog het gevoel, dat het wel met zo’n vaart niet zal lopen, omdat niets ter wereld trager is dan een grote kerk. En daarom speuren zij naar tekenen van welwillendheid, zonder veel aandacht te wijden aan de slapheid en de aarzelingen in eigen kring, in eigen hart. Moet dat eigenlijk niet eerst allemaal veranderen? Kan niet eerst pas dè,n een werkelijk vruchtbaar gesprek over ordening en uitdrukking van de opdracht vah het kerkelijke leven’plaats vinden,als wij tezamen weten, waar wij eigenlijk voor staan, n.l. voor een nauwelijks beheerste chaos, voor een revolutie in de menselijke verhoudingen; als wij tezamen weten wat onze troost en onze sterkte Is: dat de Liefde ons leiden wil tot een nieuwe orde, tot het Rijk van God. Met dat visioen voor ogen kunnen wij het aan, de verschrikkingen moedig te analyseren, behoeven wij niet onze plechtankers te werpen in christelijke, kringen, die alleen daarom nog zo christelijk zijn, wijl zij nog niets gemerkt hebben, en die daarom zo christelijk blijven Tilanus stemmend en het harmonium bespelende!) omdat zij bang zijn iets te merken.

Ik ben mij ten volle bewust, dat het niet