is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 28, 10-04-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nakomen ófwel zich de vijandschap der Arabieren op de hals halen, die in staat zouden zijn de petroleumpijpleidingen te vernielen die niet alleen van het grootste belang-zijn voor het Europese herstel, maar bovendien onmisbare slagaders zijn voor alle militaire activiteit tegenover Rusland. Voor dit laatste gevaar is Washington tenslotte gezwicht; om de Arabieren tot rust te brengen, heeft men voorlopig van de verdeling afgezien de Algemene Vergadering der U.N.O. zal dit gewijzigde standpunt wel volgen en wordt er gedacht aan een tijdelijk trustschap der U.N.O. om een vreedzame regeling voor te bereiden. Maar de Joden, die het doel van het Nationale Tehuis zo nabij zagen, zijn niet van plan zich bij dat besluit neer te leggen en zullen gewapenderhand het verdelingsbesluit trachten af te dwingen. Zo dreigen de dagelijkse aanvallen en overvallen tot een bloedige burgeroorlog uit te groeien, wanneer Amerika niet toch ter elfder ure zijn verantwoordelijkheid aanvaardt en voor troepen zorgt ter ondersteuning van de U.N.O. En of de Russen dan in dit troebele viswater niet ook hun aandeel zullen opeisen?

Spanje

Een derde voorbeeld van de tegenstelling tussen het democratische ideaal en de verantwoordelijkheid die het gevolg is van de overheersende machtspositie, is het geval met Spanje en het Marshall-plan. De U.S.A. hebben braaf meegedaan aan het uitbannen van Franco-Spanje uit de volkengemeenschap, omdat de Caudillo • aan Mussolini’s en Hitlers steun zijn positie dankt en deze slechts kan handhaven door een dwang- en politie-regime, dat bovendien door en door corrupt is. Maar daartegenover staat, dat Spanje één van de weinige bruggenhoofden is, die de U.S.A. in Europa werkelijk zou kunnen behouden, wanneer het tot een oorlog met Rusland zou komen; een verweer tegen het opdringen van de communistische macht kan moeilijk genoemd worden, wanneer men niet de troefkaart van Spaanse vliegvelden en verdedigingswerken in handen heeft. De doorsnee Amerikaan ziet alleen deze laatste kant van de zaak en prompt heeft het Huis van Afgevaardigden dan ook de onhandigheid begaan, een voorstel aain te nemen tot inschakeling van Spanje in de Marshall-huip, iets waarnaar Franco reeds maanden gehengeld heeft. Maar de Amerikaanse Congresleden hebben weer niet beseft, dat wanneer er iets de communistische propaganda in de kaart speelt, het Marshall-steun-uit-militaire overwegingen is; en dat in het zicht van de Italiaanse verkiezingen van 18 April, waarvan zo ontzaglijk veel van een overwinning van De Gasperi-Saragat op de Togliatti-Nenni-combinatie afhangt, Amerikaanse steun aan Franco wel het slechtst denkbare middel is om de gematigde socialisten te helpen. Marshall heeft het beter begrepen en heeft zeer verontrust van de Pan-Amerikaanse conferentie te Bogotó, uit getelegrafeerd, dat dit besluit ongedaan moest worden gemaakt. En aldus is dan ook in het overleg tussen Huls van Afgevaardigden en Senaat nog besloten, maar ook uit het mislukte besluit kan propagandistisch nog genoeg munt geslagen worden. En het probleem blijft: hoe kan de enige macht, die tegen de Sowjet-Unie is opgewassen, de beschikking over het Spaanse bolwerk uit handen geven, zonder het ideaal van de democratie, waarvoor zij wil opkomen zozeer te bezoedelen, dat moreel meer verloren gaat dan er aan militaire machtsposities wordt gewonnen?

W. VERKADE.

Stad en Platteland

Vele stille dorpen in Nederland, waar iedereen ieder ander kent, en waar „Men” voor de oorlog, niet kwam, herbergden j.l. zomer stromen vreemdelingen. Het was zelfs zo, dat vooral de oudere dorpelingen zich angstig verwonderd afvroegen, wat van dit bezoek wel de oorzaak mocht zijn. Als oorzaak zien we het feit, dat gedurende de oorlog velen niet in staat waren hun familieleden op het platteland te bezoeken; een schade, die men zich nu beijverde in te halen. En dan zijn er anderen, die door deviezengebrek niet naar het buitenland konden reizen, en dus genoodzaakt waren de vacantie in eigen land door te brengen. Maar er is ook dit feit, dat vele stedelingen, die vroeger niet in de gelegenheid waren in de vacantie naar buiten te trekken, thans nu op sociaal gebied vele verhoudingen zich gewijzigd hebben wél die gelegenheid gekregen hebben, en er dankbaar gebruik van hebben gemaakt.

Zo was er dus gedurende de zomermaanden een grote trek uit de stad naar het platteland te constateren.

Reeds tijdens de oorlog is het contact tussen de stad en het platteland tot stand g_ekomen. Toen hebben vele stedelingen, door de nood gedwongen, het werk van landarbeider en boer leren waarderen. Het is iets heel belangrijks, dit contact tussen deze twee bevolkingsgroepen, want zoals de toestand voor de oorlog op vele punten ziek was, zo was hij het ook op dit punt.

Voor de oorlog leefden stedeling en plattelander volkomen langs elkaar heen, en het valt moeilijk te zeggen wie van de twee het meest op de ander neerzag. Dat deze verhouding onze cultuur niet ten goede kwam, zagen destijds betrekkelijk weinigen in; dat de consekwenties van een totale vervreemding van stad en platteland, zelfs het einde van de cultuur betekenen, wilden slechts enkelen erkennen. Thans menen velen, dat de afstand tussen stad en platteland verkleind zal worden door een aantal sociale en economische maatregelen. Natuurlijk zijn deze maatregelen toe te juichen, doch de uiteindelijke oplossing kunnen zij niet brengen, omdat het probleem stad-platteland in laatste instantie een CULTUREEL probleem is.

Wij verheugen ons echter om het hervonden contact, al zijn we er ons van bewust, dat dit slechts een eerste begin is; een juichkreet laten we nog niet horen, want de afstand die beide scheidt, is nog angstwekkend groot.

Om de kloof geheel te doen verdwijnen, zal er aan verschillende voorwaarden moeten worden voldaan. In de eerste plaats is het nodig, dat men elkaar van beide zijden eerlijk wil naderen en leren begrijpen. Dat kost meer moeite darw men misschien geneigd is te denken, want het stelt aan beide partijen hoge, eisen! Men vergete niet, dat hier een historisch gegroeide mentaliteit overboord gezet moet worden.

Een toenadering van beide zijden is dus nodig. Dat betekent, dat men elkaar accepteert voor wat men is. Dat betekent dus niet en dit is een gevaar dat reëel aanwezig is dat men de stadscultuur naar het platteland, brengt, om er hem, eventueel met filantropische bedoelingen, met een lepel te trachten in te gieten.

Het is op dit terrein, waar de volkshogeschool baanbrekend werd verricht. Daar komen stedeling en plattelander samen, en er Wordt een basis gezocht waarop beiden eikaar kunnen verstaan. Het is een verheugend verschijnsel, en tevens een bewijs voor de verandering, die zich in de verhouding stad-platteland voltrekt, dat de volkshogescholen veel succes hebben, en dat het aantal zich uitbreidt.

Er is een tweede punt en dat is een beroep op de plattelander. Het is nu eenmaal de stedeling, die het platteland binnendringt, en niet omgekeerd. Het is nodig, dat de plattelander leert inzien, wat de vacantie, buiten doorgebracht, voor de stedeling betekent. De behoefte aan het vrije spel der wolken of aan een stuk bos, het verlangen naar een reep strand of naar een verre horizon, dat alles kent de boer niet, orpdat het dingen betffeft, die in zijn levenskring een onbesproken plaats hebben. Hij kan zich moeilijk voorstellen, dat de stedeling er reeds op de eerste mooie voorjaarsdag naar hunkert er op uit te trekken. En toch zal hij dit moeten leren begrijpen, opdat hij in de komst van de stedeling niet slechts een middel ziet om zijn portemonnaie te spekken. Dit zal hij thans moeilijker doen dan voor de oorlog omdat hij tijdens de oorlog heeft geleerd, dat er juist aan de stedelingen veel te verdienen was. Komt hij echter tot het inzicht, dat hij de stedeling, die zichzelf wil ontvluchten dat is toch eigenlijk de zin van de vacantie buiten —■ helpen moét, dan is ons volk, en dus ook hijzelf, dan is onze cultuur er ten zeerste mee gediend.

C. LOUWERSE.

Een grote klok wordt geluid

Hebt u ook Zaterdag 3 April j.l. om 2 uur geluisterd naar Het Ned. lied 0.1. v. Renske Nieweg? Dan zult u intussen wel De Grote Klok, een bundel liederen, canons en volksspelen voor het feestjaar 1948, uitgave Ned. Jeugdgemeenschap A’dam, Henri Polaklaan 14 besteld hebben voor ƒ 0.25, als u het al niet had. De radio-uitzending van het Ned. lied was ditmaal gewijd aan dit boekje: een aantal liederen eruit werden besproken en gezongen en ons werd aangeraden toch vooral met dit handige uitgaafje te werken, opdat het geestelijk bezit van ons worde. Het zal niet eenvoudig zijn geweest een aantal liederen uit te zoeken die aanvaard kunnen worden door jong en oud van verschillende levensovertuiging, maar moeilijker is het die liederen tot bezit te maken van ons volk. Laten nu alle jeugdorganisaties, schoolbesturen en onderwijsinstellingen, maar ook ouders in eigen gezin eens meedoen aan dit frisse initiatief. Wij bezitten een schat van prachtige volksliederen, ernstig en jolig, maar helaas.

wie kent ze? En van canons, die het een lust is tê horen, nog meer te zingen. Er zijn liedjes voor volksspelén waar jong en oud aan mee kunnen doen. Wat zal ons feestelijk samenzijn winnen aan waardigheid, schoonheid en leutigheid,* als we nu eens niet vervallen in ordinaire straatdeunen en in zinloos hossen. Voor velen bestaat de herinnering aan Koninginnefeesten in deftige heren met hoge hoeden in rijtuigen en kinderen die aandoénlijk zingen van „Waar de blanke top der duinen”. Het kan zoveel beter en gezelliger. In dit boekje in zakformaat met 27 liederen vindt u het recept.

ontvingen eveneens ter bespreking „Kinderzang en Kinderspel” door Dien Kes, dr Jop Pollmann en Piet Tiggers, Tweehonderdvijftig liejd.les, canon? en spelen voor jongens en meisjes van 6—13 jaar, in twee deeltjes resp. ƒ 1,95 en ƒ 1.85 geb. Er verscheen ook een ingenaaide school-editie, die uitsluitend de liedjes met melodie bevatte (dus zonder in-