is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 34, 22-05-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ Aan “ 'y '/ <ien Heer I behoort de aardej l en haar I iV volheid. \. Psslm 24 ; 1 /

ind en laan

onafhankelijk'WEEKßLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

Zaterdag 22 Mei 1948 No. 34 Verschijnt 50 maal per jaar 46ste jaargang van de Blijde Wereld «

Redactie Prof. Dr W. Banning Ds. J. J. Buskes Jr Ds. L. H. Ruitenberg Mr. G. E. V. Walsum Secr. der redaetie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 A’dam»Z. Tel. 24386

ilb. bij vooruitbet. p.j. fa.—, half], f 4.25, kwart, f 2.30 pl. fO.IS inc. Lossenrs f 0.15, Postg. 21876, Gem.giro V 4500, Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, A’dam-C.

Israël

Vrijdag de 14e Mei is de nieuwe Joodse staat uitgeroepen. En het is Pinksteren, wanneer ik mij tot mijn gewone artikel voor „Tijd en Taak” zet. Natuurlijk: het is niet meer dan toeval, dat het uitroepen van de Joodse staat en Pinksteren van het jaar 1948 zo dicht bij elkaar vallen. De eerste datum hangt samen met het feit, dat Engeland zijn mandaat over Palestina niet langer wenst te ver-vullen; de tweede met het feit, dat de eerste Zondag na de eerste volle maan na 21 Maart dit jaar vroeg viel. Het is dus tamelijk willekeurig, dat ik verband leg. Toch acht ik het geoorloofd: aan de nieuwe Staat Israël wordt op bijzondere wijze duidelijk, dat politieke en godsdienstige gezichtspunten door elkaar heen gevlochten zijn.

Ik hoop, dat onze lezers even hun denken hebben stilgelegd bij het feit Israël. Misschien is ons hart vervuld van diepe zorg in verband met de omstandigheden: zal er onmiddellijk oorlog zijn om de pas geborene? Alles is nog in wording, nog nergens geconsolideerd; Jeruzalem staat in vuur en vlam in sommige delen, en de puinhopen spreken een welsprekende taal; de Arabische wereld zal zich met geweld van wapenen verzetten... v/at moet dat worden? Wij vragen dat ook als socialisten. Wij zijn niet alleen vervuld geweest van bewondering yoor de prestaties der Joden, die na eeuwenlang door de andere volken gedwongen te zijn geweest aan de zelfkant der productie te leven —zich omschoolden en ontpopten als voortreffelijke bewerkers van de grond, die tot woestijn verwilderde bo‘dem herschiepen in vruchtbare akkers en tuinen. Ons socialistische hart was met hen, omdat zij hun kolonies bouwden op socialistische grondslag, en het socialisme wezenlijk verbonden met geestelijke- vrijheid.

Ware Palestina vrij geweest, het zou voor de gehele wereld een voorbeeld geworden

zijn van socialistische opbouw. Ik werp mij niet op als kenner en beoordelaar der internationale politiek, al begrijp ik wel dat Palestina één der objekten is, waaraan de belangen der moderne grootmachten zich meten —■ maar mijn socialistisch hart verstaat nochtans niet, waarom de Engelse Labour regering de ploeterende en om socialisme vechtende Joden niet volledig heeft gesteund. Opnieuw staan wij bij „Israël” voor het martelende raadsel der historie, waarmee zovelen hebben geworsteld : waarom de weg van dit volk door zo eindeloos veel leed is heengegaan.

Ruim drie duizend jaar geleden treedt het de historie der volkeren binnen als volk: bij de berg Sinaï, onder leiding van Mozes —de held, voor alle eeuwen het bijzondere voorbeeld van wat godsdienstig-poUtieke leiding betekent. Vanaf dat ogenblik is Israël het volk van de „Thora”. Ik wil dat niet zonder meer vertalen met „Wet” of „Tien geboden” die termen klinken te juridisch, doen te veel denken aan voorschriften, overtredingen, straffen enz. Vooraf gaat het woord, dat wel tot schablone is ontaard, maar dat toch eenmaal de glans van eeuwigheidsvuur heeft afgestraald: „Ik ben Jahwe, uw God die U uit Egypteland, uit het slavenhuis, heb uitgeleid.” Ik,waarschuw onze lezers: ik ga dat woord mishandelen, als ik drie momenten eruit licht het is, als één van de oerwoorden van Bijbels geloven, volstrekt onvatbaar voor analyse en systematiek. Maar ik tast in dit uu/ nu de Staat Israël opnieuw de rij der staten binnentreedt naar het geheim van het oude volk. Dat ligt in zijn verbondenheid met de Thora. Dat wil zeggen, teni eerste het breken van de slavernij. Een volk dat sedert het begin van zijn loopbaaa de herinnering aan het breken der oerslavernij meedraagt, móet wel het volk van een ontembare vrijheidsliefde worden. Het wil ten tweede zeggen:

op de weg der historie, hoe raadselachtig en smartelijk, ook door menselijke zonde, gaat de Eeuwige mee met dit volk, en daarom kan het niet ondergaan. En ten derde: er wordt een zeer innige en persoonlijke band gelegd: Ik ben uw God, waar bij behoort als wezenlijke keerzijde:. Gij zijtmijn volk, gij zult Mij dienen in gerechtigheid, heiligheid, broederlijke gemeenschap.

Of ik niet weet, dat millioenen Joden van de godsdienst der vaderen zijn vervreemd? Of ik zo naïef ben om te menen, dat het moderne Zionisme ,een zuiver godsdienstig ideaal zou zijn? Of mij dan ontgaan is, dat in de kolonisatie alleen het politieke motief heerst, en een figuur als Bouber b.v. vrij eenzaam is tussen zijn landgenoten? Ik weet het, en geef er mij rekenschap van. Nochtans zeg ik: nu dit volk opnieuw als Staat binnen' de rij der andere staten treedt, kiest het als naam: Israël, d.w.z. „God heerst”, of „God strijdt”. Er is mij geen ander volk bekend, dat zo onmiddellijk en openlijk eigen bestaan met het mysterie Gods verbindt als Israël. De naam is opnieuw een vlag óók een vlammend protest tegen een politiek, die enkel met macht en geweld rekent. En zelfs wanneer voor het bewustzijn van millioenen Joden de God der vaderen is verbleekt of verdwenen, deze Naam blijft op het volk zijn teken zetten. Daar komt bij: in ogenblikken van diepe spanningen, van nationale katastrofen, van worsteling op leven en dood, wordt een volk niet alleen als teruggeworpen op het meest centrale en wezenlijke, maa,r breekt uit oude vormen en gedachten, die men meetorste door de eeuwen, dikwijls nieuw leven, nieuwe bezielende en louterende kracht voort. Mij dunkt: de' Joden in Palestina hebben afdoende bewijzen geleverd niet alleen van arbeidsvermogen en organisatietalent, maar ook van levenswil en geestkracht. Daarom, èn om het beslissende feit, dat Israël en Thora wezenlijk aan elkaar verbonden zijn, kan ik aan dit volk niet wanhopen al is de konkrete situatie somber genoeg.

Wat de Christenen betreft, die hun Pinksteren hebben gevierd: komt de toekomst van Israël niet mede voor onze verantwoording? Wat doen de Christenen in Amerika en Engeland voor het oude volk in zyn worsteling op leven en dood om vryheid?

W. B.