is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 36, 05-06-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den Heer behoort de aardei en haar 1 volheid. y Psalm 24 : 1 J

Tijd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

/ • s TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTEL 11 KE WERKGEMEENSCHAP

No. 36 Verschijnt 50 maal per jaar 46ste jaargang van de Blijde Wereld «

Redactie Prof. Dr W. Banning Ds. J. J. Buskes Jr Ds. L. H. Ruitenberg Mr. G. E. V. Walsum Secr. der redactie: J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 A’dam.Z. Tel. 24386

Ab. bij vooruitbet. p.]. f 8 halfj. f 4.25, kwart, f 2.30 pl. f 0.15 ine. Lossenra f 0.15, Postg. 21876, Gem.giro V 4500, Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, A'dam-C.

3 n de afgelopen week verzamelde zich een merkwaardig publiek in het Schevenings? Kurhaus. Er was muziekconcours. De beste jongere musici van de gehele wereld hadden zich aan kunnen melden. Een jury, bestaande uit louter stérren, beoordeelde de prestaties. Violisten, zangers en zangeressen, pianisten.

Publiek werd toegelaten. De eerste dag was er wedstrijd voor de viool. De tweede voor zang, de derde voor piano. Die laatste dag kon ik voor een groot gedeelte in het Kurhaus doorbrengen. De een na de ander verscheen op het podium. Ze speelden allen prachtig. En niemand benijdde de jury. Maar toch...

Laat mij drie opmerkingen maken. Opmerkingen van een volslagen leek. Die alleen graag af en toe goede muziek hoort.

Ten eerste: wat was het voor wonderlijks, dat daar het artistieke kunnen zo werd geetaleerd? In een wedstrijd. Met daarachter de belofte van groot gewin. En het apparaat van de reclame. Hier werd gedemonr streerd, hoe muziek uitgevoerd kè,n worden. Met een spierbeheersing, die duizend maal dezelfde oefening vraagt. Met een verfijning van toonvorming, die een lange scholing eist. Ik wil niet zeggen, dat het op effect berekend was. Daarvoor was er teveel echte-muzikaliteit, die onmiddellijk aansprak. Maar het werd toch allemaal gezet tegen de achtergrond van de concurrentie. Het kunnen werd opgezweept terwille van het gewin. Want straks zouden de bekroonden hun engagementen krijgen. En het concertbureau zijn volle zalen. Het publiek gaat naar namen luisteren, en hier werden namen gemaakt.

Ziehier wat kapitalisme is. Het is niet zozeer een stelsel als wel een wijze van omgaan met mensen. Het besmet het bloed in alle levensaderen der samenleving. Dat mensen zich met elkander meten is natuurlijk. Het is zelfs fraai. De Grieken konden dat reeds vertellen. Maar niets is in deze wereld onttrokken aan de geld-verdienende

IM HET KURHAUS

handen. En die kneden het leven in zijn bepaaide vorm. Het kapitalisme moge op industrieel gebied een voortbrenging hebben geprikkeld —: zij het onder geschreeuw van gepijnigde miilioenen waar velen thans de vruchten van plukken, het heeft ook andere gebieden in zijn greep gekregen... en ze bedorven. Dat leerde mij het Kurhaus, ondanks de schone muziek.

Ten tweede: wat heeft dit musiceren te betekenen voor de muziekbeoefening? Zeker, een dergelijk kunstenaarschap onthult ons onvermoede schoonheid. Maar het slaat tegelijkertijd zeer veel persoonlijke activiteit terneer. Ik herinner mij nog levendig, hoe ik, als jongen, terugkwam van een concert. Frederic Lamond had Beethoven gespeeld. Ik pleegde plichtmatig voor de piano gezet te worden en saboteerde uiteraard zoveel iftogelijk de kwartieren van studie en de lessen. Études van Heller, dat ging nog, ai waren de fouten er niet uit te krijgen. Maar dan die oefeningen van Gezmer! Piano-op, piano-af. Hortend, stotend. Nuttig, zéér nuttig. Maar ook zeer vervelend. Na Lamond was de lust om te studeren volstrekt verdwenen. Zo kon een mens het toch nooit leren. En dè,t werd toch toegejuicht. Het enige nut van al die verchaggerijnde uren, dat ik later kon ontdekken, lag in het beter begrip van het musiceren van anderen. Dergelijke hooggecultiveerde kunst leert de gewone, de middelmatige alleen maar, dat hij er beter mee uit kan scheiden. En ofschoon ik de vreugde ken, die een goed concert kan schenken, toch vraag ik mij af, of deze werking niet fnuikend is. Voor de muzikaliteit van het volk.

En hiermede ben ik tot mijn derde opmerking gekomen. Aansluitend bij deze vraag: wat betekent muziek eigenlijk voor het leven? Ik stel die vraag enkel als leek. Maar ook als vader. En als iemand die zich rekenschap moet geven van de cultuur.

Die Kurhaus-uitvoeringen waren de schitterende (letterlijk opgevat) spitsen van

muzikaliteit, die in de mensheid leeft. Maar in hun licht verbleekt de echte, de algemene muzikaliteit, die vreugde en vorming aan het leven kan geven. Al die concertcultus verhult de eigenlijke betekenis van muziek. Muziek is de uiting van de mens in melodie en maat. Muziek is in wezen begeleiding Begeleiding van de arbeid; van het woord in eredienst en in wereldlijke samenkomst. Begeleiding van het levensgevoel, dat zich in rhythme en klank wil uiten. Losgemaakt van dit alles wordt het techniek, wordt het kunst, die men op een podium zet, en die men toejuicht. Maar die tegelijkertijd toch leeg wordt. Muziek kan in een roes brengen, gelijk bij de primitieven hun trommels. Muziek kan in verrukking brengen, omdat het rhythme van de ziel zich in het rhythme van de componist herkent. Muziek, die men zelf maakt, brengt orde in het gevoelsleven en daardoor een zekere tucht. Daarin ligt haar waarde voor de mens. Zij stelt in staat zich te uiten zonder iets te zeggen. Heel precies gezegd: zonder iets van het aller wezenlij kste mede te delen. Maar muziek schept tegelijk een illusie. Ga naar een concert, en gij kuht die illusie tasten: de illusie van een gemeenschap, die nochtans niet bindt. Want het zijn eenlingen, die luisteren en er is geen werkelijke samenbundeling van mensen. Die komt alleen, wanneer de muziek werkelijk haar eigen functie heeft: die van de begeleiding. De begeleiding van het muziekcorps voor de troepen en een golf van eenheid slaat door hen heen. De begeleiding ook van de gemeente, die zingt; die het Woord zegt in rhythme en melodie. In het gezin, waar vreugde en droefenis op maat en in vers gemeenschappelijk gezongen wordt.

De muziek, oorspronkelijk begeleiding van de eredienst daar vond zij haar eerste en hevigste bloei —■ is zelfstarjidig geworden. Zoals alle dingen, die niet meer op de dienst van God betrokken zijn. En nu heeft de techniek er zich meester van gemaakt, en de organisatoren. Maar nu is ze leeg geworden. Nu wijst zij niet meer naar het onzegbare. Nu is het spel om het spel. Nu is het een zeker: verheven vermaak. Nu komen genieters zitten in een zaal en zij doen mij denken aan drinkers op een deHig terras.

Vergeef mij nog een jeugdherinnering. Het was een toevallige ontmoeting met een oud, gereformeerd man. Ik wilde hem met jongensachtige bravour een beslissende vraag stellen, wetend, dat die zonder antwoord zou blijven. Ik vroeg: „weet u, waarvoor wij leven?” Hij, een bakker in ruste, kleine burger tot-en-met, die geen andere muziek kende dan die van het orgel, zei alleen: „om God een loflied te zingen.” Meer niet.

Nu, na het Kurhaus-experiment, weet ik, dat hij waarschijnlijk méér van muziek afwist, dan velen, die daar juichten.

L. H. RUITENBERG.