is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 46, 1948, no 48, 05-09-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oude tekening: Deventer Houtmarkt te Amsterdam omstreeks 1671 Tegenwoordig Waterlooplein hoek Nieuwe Amstelstraat

In het volgende schetsje gaat dr Meijer een kleine eeuw met ons terug:

„Links op het Markepleintje woonde omstreeks de helft van de vorige eeuw Gabriel Polak hebraicus, bibliograaf, historicus. Een eenvoudige man met een omvangrijke kennis. Hij correspondeerde met de groten van zijn tijd, die hem ook opzochten in het Joodse Amsterdam naam met de klank van een bronzen klok. Toen Samuel David Luzzatto de grote negentiende-eeuwse geleerde op zoek was naar zijn „correspondent”, belandde hij eindelijk hier. Bij zijn kelderwoning stond daar gelijk Diogenes bij zijn ton Gabriel in ouderwetse kuitbroek met een lange Goudse pijp.

Vlak bij op de Jodenbreestraat bevond zich nog een kelderwoning. Daar woonde een eeuw geleden een andere Jood, met de voornaam Bernardt. Hij trouwde een mejuffrouw Kinsbergen. Uit dat huwelijk werd een dochter geboren, wier naam ge wellicht kent... Sara Bernardt. Zeker, hier begonnen eens sprookjes ...”

En dan weer wordt de grote dichter A. van Collem geciteerd die de Jodenbreestraat van 1896 lyrisch schildert: „Der Joden breedstraat het Óósten in ’t Noorden die haar huizenreeks van Westersch kabbalisme voortkantelt onder de grijze luchten. Straatblad, waarop modern geschoeiden de namen voortschrijden van bijbelse sandalendragers. Plaats van inkeer en belofte voor de zonen van Aser, Issachar en Zebulon, in de negotie gestrand.

Kohelets schamper-nieuwe leerschool om te roemen het waardeloze. Deinende handels-vloot onder de geluidsmist der zwarte geringbaarde zonen Dans. Arena voor de peren-vechters achter de karreji, die roepen: de ten handel gedoemden groeten u.” •r*

Een tien jaar geleden sprak zij nog tot ons, deze wereld der armen die toch uitbundig konden zijn. Zij waren de mesjomme (ziel) van het ghetto, waarin zij en hun voorouders sedert eeuwen in alle vrijheid konden leven, werken, feest vieren zij waren óók een deel van de ziel van dit grote, oude Amsterdam. Tien jaar geleden nog... Het was dit Am-

sterdam waaraan Jacob Israël de Haan, toen reeds levende in Jeruzalem, deze woorden van verlangen wijdde:

„Die te Amsterdam vaak »ei: Jeruzalem” En naar Jeruzalem gedreven kwam, Hij zegt met een mijmrende stem: „Amsterdam. Amsterdam.” H. WIELEK

' . GOD VAN DE WIND . . . .

God van de wind en alle hemelstreken Gij waart mij eertijds zo nabij, ik ben verdoold zend mij een teken en kom weer achter mij. i

Het steile licht, een stad van straten rees onherstelbaar tussen U en mij, I en eenzaam hebt Ge mij gelaten . ver van Uw heerschappij. |

' Want onverbiddelijk verborgen niet te benaderen blijft Gij, zie: elke fonkelende morgen rijst tussen U en mij.

God van de wind en alle hemelstreken, één woord, één enkel teken!

D. JORRITSMA %