is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1948, no 7, 06-11-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men ziet niet het gevaar van te grote staatsmacht of dat van een dictatuur der georganiseerde arbeiders over het misch leven. Aan de andere kant valt niet te ontkennen, dat in de sociale politiek de houding van het socialisme zeer dicht komt bij de grondbeginselen der christelijke sociale ethiek, zo dicht dat hier sprake is van het verzinken der grenzen... Daarom is een gemeenschappelijke arbeid van christendom en socialisme in de vraagstukken van de nieuwe bouw van ons sociale leven thans stellig mogelijk. De schrijver noemt dan met name: belastingstelsel, hervorming van grondbezit, economische democratie, het brengen van sociaal gevaarlijk kapitaal in gemeenschapsbezit (socialisatie), nieuwe opbouw der sociale verzekering, vakverenigingswezen. Ter zake van de cultuurpoiitiek zullen wij moeten werken in deze richting, dat bepaalde eisen, die het georganiseerde socialisme thans dikwijls nog stelt, door dat socialisme niet als noodzakelijke consequenties van het eigenlijke sociaal-politieke streven worden verstaan, maar 5f als resten van een burgerlijk liberalisme öf als dogma’s van levensbeschouwing, die de kracht der socialistische beweging verzwakken en niet wezenlijk tot het socialisme behoren.

Het inzicht in de veranderingen in het socialisme (nog steeds is pater Hirschmann aan het woord) en de hedendaagse sociale nood hebben in christelijke kringen geleid tot de roep om een „christelijk socialisme”, naar een „socialisme uit christelijk verantwoordeiijksheidsbesef” waarbij dus zowel het marxisme als de religieuze onverschilligheid worden afgewezen. Men zoekt, in overeenstemming met natuurrecht en Evangelie een ordening der maatschappij die aan het streven der socialisten recht doet door een sociale ordening van eigendoms- en inkomensverhoudingen, door een economische democratie in de staat. Daartoe zijn opgericht de werkgroepen voor christendom en socialisme, wie het te doen is om een concreet sociaal program uit te werken en een sociale beweging in het leven te roepen, die zowel aan het christelijk als aan het socialistisch streven recht doet.

Tot zover pater Hirschmann. Voorlopig onzerzijds niet meer dan twee opmerkingen. Ten eerste: ik hoop dat wij voldoende humor en wijsheid bezitten, om het ons maar te laten aanleunen, dat alleen de socialisten veranderd zijn. Wij moeten begrijpen en aanvaarden, dat de' r.k. krachtens hun leer nooit zullen zeggen, dat zij ook fouten kunnen corrigeren. Zelfs als het volledig juist was, dat aiieen de socialisten waren veranderd, zou ik dat een compliment achten: het is geen verdienste om in het jaar 1948 nog precies te denken als een eeuw geleden. En ten tweede: ik denk een ogenblik aan onze eigen strijd in Nederland. De strijd voor personalistisch socialisme heette immers een goedmoedige warhoofderij? en de doorbraak is immers radicaal mislukt? Wij zuilen er ons niet op verheffen, dat er in ons land socialistische beweging is, die voldoet aan de eisen die pater Hirschmann voor Duitsland zo gaarne verwerkelijkt zag. Maar wij zijn er wel dankbaar voor, en wij vinden in de nu in Duitsland aan den dag komende strijd een bevestiging van het door ons verdedigde inzicht. Dat willen wij ook rustig uitspreken anders zou je het nog beleven, dat over vijf of tien jaar (want de gang der dingen is niet tegen te houden) prof. Romme zou constateren, dat de doorbraak van dan aan het werk van de K.V.P. van nu is te danken...

Je kunt overigens niet weten... W. B.

(S^rankuiks

DIEPTEPUNT

De stakingen in de mijnen, bij het kolenvervoer per schip en elders hadden in het begin van de week Frankrijk zoveel schade toegebracht als een jaar Marshallhulp dit land ten goede zal komen.

Zover is het met de innerlijke verscheurdheid van het Franse volk nu gekomen: anderhalf jaar geleden was De Gaulle voorlopig staatshoofd en minister-president; overigens de slechtste der Vierde Republiek: voor de onderwerpen die hem niet interesseerden hadden de ministers vrij spel, onverschillig of hun doeleinden in het geheel der regeringspolitiek volstrekt tegenstrijdig waren; en de ministers die het ongeluk hadden een- zaak onder handen te hebben, waarin de president wel belangstelde, stonden voortdurend voor de kans, dat deze volkomen over hun hoofd heen door het staatshoofd werden behandeld. Anderhalf jaar geleden was aan de communisten nog bijkans van alle minister-portefeuilles toevertrouwd, waaronder bijna de gehele sociaal-economische sector. Thans is het een wedstrijd, lijkt het, tussen de communisten en De Gaulle’s volksbeweging om het Franse volk zo ver mogelijk tot wanhoop te brengen, opdat het zich een van beide als „redder in de nood” in de armen zal werpen. Het schijnt zelfs, dat zij elkaar eer een succesje gunnen dan aan de regeringspartijen van het midden. Dat is trouwens logisch: De Gaulle durft alleen met geweld toeslaan als de communisten naar de macht grijpen en de communisten menen niet zonder reden dat hun enige kans om weer sleutelposities in Frankrijk in handen te krijgen, gelegen is in een dictatuur-De Gaulie, waarbij legaal verzet onmogelijk is; in het illegale verzet zijn de communisten nu eenmaal de best georganiseerden. Als het dan ook nog waar is, wat een der weinige christen socialistische staatslieden uit Frankrijk, oudminister André Philip ons verzekerde, nl. dat De Gaulle zijn aanhang, aan wie hij vrije economie, welvaart en internationale successen belooft, binnen een jaar zozeer teleurgesteld zou hebben, dat hij op een vrijwel éénstemmig verzet in Frankrijk zou stuiten, dan kan men inderdaad zeggen dat een autoritair bewind van De Gaulle nog de enige reëie kans voor de Franse communisten is, om zonder oorlog aan de macht te komen. En met oorlog? De communistische partijleiders hebben de vorige maand openlijk verklaard, dat wat er ook zou gebeuren hun partij nooit tegen Rusland zou vechten: daar het bij de huidige miiir taire en economische toestand van Europa ondenkbaar is, dat Frankrijk de Sowjet-Unie ooit zou aanvallen, is het landsverraderlijke karakter van deze verklaring duidelijk.

Het mag bijna een wonder heten, dat de middengroepen met hun zeer middelmatige leiding ondanks de oppositie-totelke-prijs van partijen, die blijkens verkiezingscijfers elk bijna een derde der kiezers vertegenwoordigen, de regering nog in han-

den kunnen houden en de laatste twee weken zelfs enigszins aan gezag gewonnen schijnen te hebben. Het is alleen verklaarbaar als men er zich rekenschap van geeft, dat een belangrijk deel van de communistische en Gaullistische aanhang het gevaarlijk spel van haar politieke leiding niet doorziet. Beide groepen zijn slechts doordrongen van een fanatieke haat tegen de ander en zienin de middengroepen een halve bondgenoot voor de vijand; maar wanneer men op het levensgevaarlijke van de politiek der leiding wijst, zullen velen ontkennen, dat deze zulk een politiek nastreven; zo kan men een locale communistische functionaris rustig horen verklaren, dat de jongste stakingen, althans hun lange duur, uitsluitend toe te schrijven zijn aan „Trotskistische provocatie”; evenzo heel wat Gaullisten, die de drogreden van hun „leider”, dat hij legaal is zolang de regering loyaal blijft, voor zoete koek nemen.

Zo begint, nu de communistische kernen in toenemende mate hun mede-arbeiders in de bedrijven gaan terroriseren en nu de socialistische minister Moch inderdaad blijkt te durven optreden ondanks zijn uiterst behoedzaam begin in beide kampen der tegenstanders het diepgezonken gezag der middengroepen weer wat te stijgen. De beste arbeiders gaan opkomen voor hun vrijheid van mening en gedrag, de benauwde burgerij ziet in, dat ook Moch blijkt het gezag te kunnen herstellen, en wel met heel wat minder bloedvergieten dan wanneer dit aan of door De Gaulle opgedragen zou zijn. Ook de vakbeweging zal ondanks de communistische leiding van de C.G.T. als deze staking is verlopen, voorshands geen nieuw avontuur beginnen. Toch zal de regering-Queille niet veel meer kunnen doen dan tot de nieuwe locale verkiezingen in Maart, de boot naar twee kanten afhouden. Een politiek die de werkelijke problemen gaat oplossen is niet modelij k zolang de regering steunt op economisch zo tegengestelde groepen als de arbeiders en andere loon- en salaristrekkers, die geen genoegen nemen met 15% loonsverhoging bij 30% verhoging van de kosteii van levensonderhoud enerzijds, en als de boeren en industriëlen anderzijds, die va,h deze hogere prijzen voordeel trekken maar van hun politieke partijen practisch vrijdom van prijscontroles en belastinginning eisen. Eerst wanneer in Maart de kiezers weer van extremisten naar de middengroepen terugkeren, worden tegenstellingen van deze aard weer oplosbaar, omdat men dan de „Derde Macht” afgevaardigden niet meer tot de laatste man nodig heeft.

Beslissend zal echter vooral zijn of de communisten met hun actie in Frankrijk de presidentsverkiezingen al of niet zo beïnvloed hebben, dat de Amerikanen van hun kant genoeg krijgen van de Marshallsteun en of De Gaulle al dan niet steun zal krijgen van de nieuwe Amerikaanse regering. W. VERKADE.