is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 25, 19-03-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Q „má/

„De Blinde Weerelt”, zo heet het huis, waar Griet Manshande, die wij kennen uit „De Gouden Reael”, haar intrek neemt op de Noordermarkt, aan de rand van de Jordaan.

Jan Mens heeft over haar een boek geschreven en hij heeft aan dat boek de naam van haar huis gegeven: „De Blinde Weerelt”. Echt een boek van Jan Mens. Hij kan vertellen en omdat hij uit zijn jonge jaren de Jordaan kent, is zijn boek- een warmbloedige vertelling van het leven in de Jordaan geworden.

De meesten hebben een totaal verkeerde voorstelling van de wereld, die door het woord „de Jordaan” wordt aangeduid. Veel te romantisch. Ik beweer nieh dat er in de Jordaan geen romantiek zit, maar wie uitsluitend aan romantiek denkt, vergist zich en verkijkt zich op de Jordaan. Dit nieuwe boek van Jan Mens geeft niet alleen het levensverhaal van de Jordaan, maar ook dat van een mens met een goed hart, die in deze blinde wereld onbegrepen en eenzaam haar weg gaat, omdat de mensen om haar heen haar in wezen niet zien en daarom zelfs haar beste bedoelingen miskennen.

Griet Manshande krijgt ten slotte een afschuw van de mensen. Haar hart wordt zo koud als een grafsteen in de Noorderkerk. Hard wordt ze. En ook het Opperwezen houdt ze op een afstand. Ik vind dit boek van Jan Mens een boeiend, maar tegelijkertijd een triest boek. Het is alles de blinde wereld. Er is geen uitzicht en geen doorzicht. Op de laatste bladzijde loopt alles dood.

En ik vraag mij zelf af, of het wel verantwoord is, in deze tijd een boek te schrijven, dat zo negatief eindigt.

TEKENING VAN REMBRANDT (WESTERTOREN)

Ik weet zeer wel, dat het positieve verondersteld is en wij kunnen dit boek lezen, en moeten dat ook zeker doen, tot beschaming vanwege onze hardheid tegenover de mens vlak naast ons, op wie wij een moord plegen door ons gebrek aan mildheid en menselijkheid. Maar onze wereld is toch al zo’n blinde en gesloten wereld en ik zou zo graag gewild hebben, dat Jan Mens er een gat in geslagen had.

Vraag ik te veel? Maar dit boek, dat in duizenden exemplaren onder het volk komt Jan Mens schrijft voor het volk knijpt je de keel dicht.

Ik heb nog een bezwaar. Daar komt de dominé aan, zal Jan Mens zeggen. Ja, daar komt de dominé aan. Hij aanvaardt de critiek, die in dit boek op de kerk geleverd wordt en die critiek is niet mals. Hij vraagt zich echter af, of Jan Mens nog niet iets anders over de kerk weet te vertellen.

Ik weet heus wel, dat ook de kerkelijke wereld vaak een blinde wereld is, stekeblind en gesloten, en ook ik ken ouderlingen en zelfs dominé’s, die de bijbel op hun duimpje kennen, al heeft er naar het woord van de schrijver nooit een engel aan hun oren gezongen. Maar dit boek is mij in dit opzicht toch te negatief. Is de Westertoren er dan niet? Ja, die is er!

„Dan moet je ’s avonds es kijke, wanneer de zon als ’n bonk vuur wegzakt achter de Westertoren. Eerst lijkt ’t of heel Amsterdam in brand staat, met de toren in de rouw d’r boven uit. Dan wordt alles zo zachies rood in de lucht, of er een school sluierstaartjes doorheen zwemt. Och, mens, ’n wonder. En als Lange Jan dan nog begint te luie, is ’t net of Onzelieveheer ’n kosteloze openluchtvoorstelling geeft.”

De Westerkerk, waar Rembrandt begraven ligt, is mij liever dan welke kerk in Amsterdam ook. De Nieuwe en de Oude zijn prachtige kerken, maar het zijn toch eigenlijk Roomse kerken. De Wester is een echt Protestantse kerk en de mooiste, die wij hebben. Het maakt mij niet uit, waar ik preken moet, als ik maar zo nu en dan in de Westerkerk mag preken. Ik houd van de Westerkerk, sinds ik als student het uitzicht op haar en haar toren had vanuit mijn kamer boven het café op de hoek van de Rozengracht en de Prinsengracht.

Maar Onze Lieve Heer geeft op de Westermarkt niet alleen kosteloze openluchtvoorstellingen.

Is er in de Jordaan alleen de caiicatuur van het christelijk geloof in de gestalte van een eigengereide en bekrompen ouderling? Of is er, voor wie niet blind is, ook nog het Evangelie?

Het is maar een vraag. Ik mis dat gat.

En dat had Jan Mens er in moeten slaan, want in een blinde wereld kan ik niet leven. Overigens een prachtig boek, een voortreffelijk vervolg op De Gouden Reael. Echt een boek voor het volk, want dit is de grote verdienste van Jan Mens, dat hij voor het volk schrijft.

Maar ik wacht op nog een vervolg.

Neen, alles behoeft niet op zijn pootjes en zeker niet op zijn christelijke pootjes terecht te komen. En Jan Mens behoeft geen christelijke suikerbakker te worden. Laat hij Jan Mens blijven. Maar hij moet er een gat in slaan. In deze blinde wereld. „Weet je waar we zo nodig als brood behoefte aan hebben”, vraagt Korevaar op bladzijde 60 aan Tante Griet. „We hebben behoefte an vrolijkheid. Die in de hemel zit zal lachen, staat er ergens in de bijbel, leve we d’r naar?”

Ik wil de milde lach van God horen. Over de Jordaan en over mijn eigen leven. Daar heb ik behoefte aan en daar hebben de Jordaners behoefte aan. Zo nodig als brood.

En de Westerkerk staat niet voor niets aan de rand van dit typische Amsterdamse stadsdeel. J. J. BUSKES Jr.

P.S. „De Blinde Weerelt” is een uitgave van de N.V. Uitg. Mij. Kosmos te Amsterdam en kost ƒ 5.90.

WIE HET AANGAAT!

Het kamp „Crailoo” wordt 24 Maart opgeheven. De lezers die hun gelezen exemplaar van T. en T. er heen ge-

zonden hebben, worden oprecht bedankt door de geestelijke verzorger, ds A. C. Diederiks, die ons verzekert, dat ons blad bijzonder gewaardeerd werd. De bevolking van het kamp wordt overgebracht naar Veenhuizen en naar de cellenbarakken te Scheveningen.