is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 28, 09-04-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Q)e kermb te a€ccge2and

De gemeenteraad van Hoogezand heeft besloten op stilie Zaterdag en gedurende de beide Paasdagen kermis te houden. Met verbazing las ik dat in „De Hervormde Kerk” en ik vond het bepaald onpieizierig er bij vermeld te zien, dat van de 15 raadsleden er 7 tót de P.v.d.A. behoorden. Waar het besluit met vier stemmen tegen werd genomen, lag het voor de hand dat deze beslissing zonder medewerking van de kant van de P.v.d.A. niet tot stand had kunnen komen. De fractie van de P.v.d.A. draagt dus niet in de laatste plaats de verantwoordelijkheid voor deze .maatregel. Dat betreur ik, in de eerste plaats om de zaak ' zelf, maar daarnaast ook omdat dit tot de dingen behoort, die het wantrouwen tegen het socialisme onder het kerkvolk wakker houden.

Intussen wil ik vooropstellen, dat de zaak iets anders ligt dan men uit het bovenstaande zou afleiden. Er werd in Hoogezand tot dusver tweemaal per jaar kermis gehouden. Eenmaal met Pasen, welke kermis van een particulier uitging en dan nog een keer in de zomer en deze laatste kermis ging van de gemeente uit. Blijkbaar vond men tweemaal kermis per jaar wel ,wat te veel van het goede en daarom wilde men het kermisvermaak tot één keer per jaar bepalen! Toen moest worden uitgemaakt of de zomerkermis dan wel de Paaskermis zou worden gekozen en men deed het laatste, met dien verstande dat deze kermis de officiële gemeentelijke zou worden. Het ging dus niet om de invoering van een nieuwe kermis, die men op Pasen heeft gesteld, maar om de vraag of men de bestaande kermis op Pasen zou handhaven. Ik breng dat naar voren, omdat het een verzachtende omstandigheid is, maar meer beslist ook niet, omdat men uit twee kermissen moetende kiezen, ook de zomerkermis had kunnen kiezen. Het tweede dat ik voorop wil stellen is dat ik tegen de kermis ais zodanig geen

bezwaar heb. Er zijn mensen,, die tegen de kermis bezwaar hebben, omdat zij deze zondig vinden en zijn anderen, die haar liefst zouden willen afschaffen omdat zij het kermisbedrijf een verheffend vermaak vinden. Met het laatste kan ik het eèns zijn, ai wil ik daarom de kermis nog niet afschaffen. Men kan nu eenmaal niet aan ieder de eis stellen, dat hij zich op een verheven manier vermaakt, want het aantal van degenen, die dat doen ook onder hen die zich van de kermis verre houden is maar zeer beperkt. Bovendien is het kermisvermaak voor verreweg de meesten, die er aan deelnemen, wanneer de Overheid er voor zorgt de zaak goed in de hand te hebben, een volstrekt onschuldig vermaak en ik zou het onredelijk vinden de mensen het genoegen en de vertreding die zij daar vinden, te onthouden. Bovendien komt het voor, dat de gemeenten uit de kermisexploitatie de middelen vinden waaruit zij edeler vormen van volksvermaak en volksfeesten kunnen bekostigen. Uit hetgeen ik tot dusver gezegd heb, volgt vanzelf al dat ik de kermis niet zondig vind. Ik neem aan, dat ik dat hier niet breder behoef te motiveren.

En het derde waarop ik zou willen wijzen, is dit, dat niet de gehele fractie van de P.v.d.A. voor het besluit heeft gestemd. Het socialistische raadslid van Prot. Chr. Unie heeft zijn stem er niet aan gegeven. Intussen, dit moge pleiten voor het betrokken raadslid, het verzwaart echter de schuld van* de andere leden van de fractie, omdat men bij deze gang van zaken mag aannemen, dat zij uit eigen kring gewezen zijn op de bezwaren tegen de kermis op Pasen en desondanks aan de tot standkoming er van hebben meegewerkt.

Ik zei reeds dat ik het besluit in de eerste plaats betreur om de zaak zelf. Ik behoef aan hetgeen „De Hervormde Kerk” daarover schreef, niets toe te voegen. De Overheid moet in het volk als geheel iets van

de stilheid rondom Kruis en Opstanding symboliseren. Zij moet dat niet doen, omdat sommigen dat graag willen; zelfs niet omdat het traditie is zonder meer, maar omdat het gebeuren rondom Pasen iets (alles, zegt de christen) met het gelaat van onze samenleving te maken heeft. Aldus het betoog van „De Hervormde Kerk” en ik sluit mij daarbij gaarne aan, omdat ik het treffend juist acht.

Maar zo zou men kunnen vragen wanneer nu Pasen voor de meerderheid van de bevolking van Hoogezand en yoor de meerderheid van de raad dier gemeente geen andere betekenis heeft dan die van een paar vrije dagen, mag men dan verlangen dat zij met het bijzondere karakter van het Paasfeest rekening houden? Inderdaad mag men dat. De raadsleden handelen niet als particuliere personen, maar zij vormen een Overheidsorgaan. En aan de Overheid in een land als het onze mag men de eis stellen, dat zij er rekening mee houdt, dat het christelijk geloof niet alleen zijn stempel heeft gedrukt op ons volksleven, maar daarvoor nog van actuele waarde is. Van de dragers van Overheidsgezag mag men verlangen dat zij dit in hun beleid een rol laten spelen, ook al leven zij persoonlijk buiten het christelijk geloof, Het ware niet onredelijk geweest wanneer men alleen al uit eerbied voor de bijzondere betekenis, die Pasen voor een belangrijke minderheid in de eigen gemeente heeft, de kermis naar een ander tijdstip had verwezen, terwijl men goed had gedaan mede in zijn overwegingen te betrekken, dat men leeft te midden van een volk waarin de verhoudingen met betrekking tot de waardering van het Paasfeest anders liggen dan in de eigen gemeente. Dit betekent allerminst dat men een zelfde houding moet aannemen ten aanzien van een kwestie als het openstellen van een tentoonstelling op Zondag, die op het ogenblik ook weer een rol speelt. Daar ligt de zaak weer anders

Niet het communisme is het grootste gevaar voor het Evangelie. Wij zelf zijn het grootste gevaar voor het Evangelie. We laten ons voorlichten, zo eenzijdig als het maar kan, door de pers en de radio. Ook de christenen zijn door deze voorlichting voor het grootste gedeelte gelijkgeschakeld met de „publieke opinie”. Christenen praten precies zo over het communisme als niet-christenen. In de christelijke kranten en weekbladen horen we precies dezelfde geluiden over Rusland als in de meeste niet-christelijke... en de overeenstemming pleit niet voor dat christendom.

Gelukkig zijn er enkele uitzonderingen; In de Waagschaal, Militia Christi, Wending, een enkel jeugdblad... maar dan is de koek ook schoon op. Het aangrijpende van de situatie is, dat wij ais christenen vergeten zijn wie onze Heer is, wat onze opdracht is, welk Rijk ons richt. We zijn vergeten, dat we gekozen mensen zijn. Daarom hebben we ons nu laten kiezen door een pro-amerikaanse, anti-russische politiek. Zoals we ons ten tijde van het nat.-socialisme hebben laten kiezen door een pro-engelse, anti-duitse politiek. Het probleem zit allereerst in onszelf en niet in het communisme. De kerk moet

kerk zijn. Daar komt het op aan. Het grote gevaar“schuilt in de verburgerlijking van onze kerk.^) Het gevaar schuilt, om maar één ding te noemen, in de angstvallige vermijding van het woord kapitalisme in de Synodale verklaring over het communisme, terwijl afgoden toch alleen kunnen worden onttroond en vernietigd, wanneer we hun naam noemen. Dit is niet slechts een godsdiensthistorische waarheid. Dit is ook een waarheid, geldend voor synodale boodschappen.

De kerk is geroepen te verkondigen hetl Koningschap van Christus. Doet zij dit, dan laat ze zeer „onpopulaire” geluiden | horen. I

n Het woord Gods immers is „levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard” (Hebr. 4:12). Maar het redt! Wij hebben ten tijde van het nationaalsocialisme niet gezien, dat het allereerst op ons zelf aankwam... hoe zullen we het doen t.o.v. het communisme?

5. We zien mutatis mutandis: een historische situatie herhaalt zich immers nooit volkomen op dezelfde wijze met betrekking tot het communisme dezelfde tragiek in de bestrijding als met betrekking tot het nationaal-socialisme.

Allereerst: velen dachten in ons land het nat.-socialisme te kunnen bestrijden met middelen als: verbod van de partij, censuur op en verbod van nat.-socialistische kranten, uitbanning van nat.-socialistische wethouders, versterking van instituten als de burgerwacht, enz. Men zag niet, dat, wanneer de wortel, de ontstaansoorzaak, de achtergrond van het nationaal-socialisme niet bestreden werd, zonder enige twijfel de vrucht steeds rijper zou worden... De nat.-socialistische dreiging was met deze middelen niet te keren.

De kerk zweeg in die dagen. Door haar zwijgen heeft zij ons volk t.a.v. het nat.- socialisme laten dwalen. Zij heeft ons volk, ook het kerkvolk, niet duidelijk gemaakt, dat en hoe een volgeling van Jezus Christus een uitzonderingspositie moet innemea ook tegenover het nat.-socialisme. Daardoor heeft zij het nationaal-socialisme in •wezen begunstigd. Dat deed de kerk over het geheel in Duitsland ook.

J^ Het zijn nu weer 'dezelfde „verdedigingsmiddelen”, die worden aangeprezen: uitbanning van communistische wethouders, velen willen het verbod van de CPN, van de communistische kranten enz. „Steun wettig gezag” maakt propaganda. Dit alles wekt een vals gevoel van veiligheid. Als wij hier in West-Europa niet veranderen,