is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 38, 18-06-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEISJES PORTRET

Hanny Michaelis ~Klein Voorspel

I, M. Meulenhoff. A’dam 1949. f 2.90

Ik heb een zwak opgevat voor dit bundeltje van een beginnende dichteres. De gronden voor dat zwak zijn ten dele van niet-litteraire aard. Het is waar, ik vind deze dertig gedichten voor het werk van een beginner opvallend goed, en er is een zo verheugende groei in, dat men wel verwachten mag, op dit „kleine voorspel” nog iets te zien volgen waar wij blij mee zullen kunnen zijn.

Maar toch is het dat eigenlijk niet, waardoor dit boekje vat op mij gekregen heeft. Het is niet omdat ik Hanny Michaelis als heel bijzonder begaafd beschouw, of omdat haar verzen mij getroffen hebben als zoiets buitengewoons. Zij hebben mij getroffen als zoiets gewoons, en dat is waarom ik mij aan hun bekoring niet onttrekken kan. Dit werk is door en door vrouwelijk, zuiver, evenwichtig en natuurlijk. Het is gevoelig maar niet sentimenteel, eenvoudig maar niet stuntelig, intelligent maar niet cerebraal. Het heeft een element van humor, maar verlaagt zich nooit tot „leuk willen zijn”, het is óprecht, maar niet zonder pudeur. En tenslotte maar dat volgt eigenlijk al uit het voorafgaande men krijgt nooit de indruk dat de auteur haar gevoelens opgedreven of geweld aangedaan heeft om zodoende aan een belangwekkender practisch materiaal te komen. Dit

alles zijn geen buitengewone eigenschappen; maar al lezende beseft men hoe zeldzaam (en hoe kostbaar daardoor!) het gewone is. Het zijn ook eigenlijk geen litteraire kwaliteiten. Neen, maar het zijn wel kwaliteiten die de kansen voor een gezonde litteraire ontplooiing gunstig maken, en hoeveel beginnende talenten zouden er niet

zijn bij wie aan die voorwaarden niet voldaan is?

De charme van dit boekje is voor mij niet, dat er verdienstelijke of zelfs goede verzen in staan (al ben ik daar zeker gevoelig voor!) maar dat het onbedoeld een zo zuiver en ontroerend meisjesportret grift. Het heeft mij wat dat betreft herinnerd aan het dagboek van Anne Frank dat men immers ook niet leest uit nieuwsgierigheid naar wat nu Juist dit kleine onderduikstertje ervaren of gedacht heeft, maar om het stuk menselijke en vrouwelijke rijping, dat er zijn neerslag in heeft gevonden. De verzen van Hanny Michaelis strekken zich kennelijk over een aantal jaren uit. Er is er één, en niet het oudste, van 1942 gedateerd. Zij geven een stuk ontwikkeling vanaf zou men kunnen zeggen die grenslijn, waar het jongemeisje beseft geen kind meer te zijn, tot die andere, nog minder na te speuren grens, waar zij van meisje tot jonge vrouw is gerijpt. Men zou boven de oudste van deze verzen, met hun dagdromen en hun heimwee naar het kinderparadijs, genoeglijk nog „Puberteit” kunnen zetten. Er is gevoeligheid voor muziek, voor de natuur, langzamerhand een sterkere gerichtheid op de toekomst, en dan toch telkens weer een schuw terugwijken. De oorlogsinvloed dan, die ook een opgeruimd meisje niet meer toestaat zich alleen op haar eigen gemoedsleven te richten; gegevens eigenlijk te donker en te zwaar voor deze jeugd, maar het resultaat zijn een paar verzen van menselijk meegevoel, die toch zuiver zijn gebleven en niet boven de kracht van de schrijfster gingen. Dan een vers waar je even bij stil blijft staan: Uitzicht, een bewust getekend zelfportret van het Amsterdamse stadskind en haar speuren naar „iets” wat van een andere wereld zou zijn. Zelfportret, maar zonder de ijdelheid van verschillende litteraire zelfportretten; zakelijk, als een stuk bewustwording.

De tweede helft van het bundeltje valt na

tratie te bestrijden, onderschat heel sterk de communistische taktiek.

Het heeft de heer Ruppert getroffen, dat in de nationale bewegingen sterke sociale motieven werken. De Indonesiërs willen ook maatschappelijk gelijke rechten in de wereld hebben. In een koloniaal systeem is geen plaats voor vrijheid van de arbeidende stand.

Het merkwaardige is, dat de Indonesiërs naar een eigen vaderland verlangen. Dit verlangen is volkomen in strijd met de marxistische overtuiging, dat de arbeiders geen vaderland hebben. Voor de Indonesiërs is het vaderland echter een realiteit, zowel nationaal als sociaal. Een gevolg is, dat alle verenigingsactiviteit een politiek karakter draagt. Ruppert vindt dit gevaarlijk. Politieke en sociale activiteit moeten onderscheiden worden. Anders loopt men gevaar, door de politieke partijen te worden geknecht.

In Batavia heerst momenteel een bezuinigingswoede, die alle voorzichtigheid mist. De eerste slachtoffers zijn de afdelingen van het Departement van Sociale Zaken: sociale politiek en onderwijs, van welke men grote verwachtingen had. Het is noodzakelijk, dat deze maatregelen zo spoedig mogelijk ongedaan worden gemaakt.

Over de arbeidersbeweging in Indonesië heeft dr C. C. van Doorn in het Indonesiënummer van „Wending” (Mei 1949) nog enkele interessante mededelingen gedaan. Hij geeft enkele citaten uit redevoeringen.

o.a. van Hatta, waaruit blijkt, dat men een vakbeweging wil, die als voornaamste doel stelt: het belang en heil der arbeiders, een vakbeweging los van partijpolitiek. Op dit punt is er grote eenstemmigheid, zowel bij de leidende figuren van de Republiek als bij die van het Federale, gebied.

Toch is er een belangrijk verschil. Terwijl in de Republiek alles in beweging kwam en het alleen maar moeilijk was, andere beweging in vruchtbare kracht om te zetten, is het in het Federale gebied niet eenvoudig, om zonder de niet-gewenste politieke impulsen tot organisatie van de arbeiders te komen. Van een enigszins levende vakorganisatie onder de eigenlijke arbeidersbevolking is geen sprake. In de Republiek was dit wel het geval. De verbondenheid van regering en volk gaf de Republiek de mogelijkheid, de vakbeweging, hoe dikwijls zij ook ontspoorde, op te roepen, om haar plaats in te nemen in de strijd voor een nieuwe maatschappij en staat.

Wij zullen goed doen, onszelf bij de voortduur te doordringen van het besef, dat in Indonesië niet enkel een politieke, maar ook een sociale vernieuwing aan de orde is. Wij lopen, door al wat er de laatste maanden gebeurd is, gevaar te vergeten, dat het sociale aspect zeker niet het minst belangrijke van de revolutie in Indonesië is. De Republiek is niet alleen het symbool van de politieke vrijheid, maar ook dat van de sociale gerechtigheid. J. J. BUSKES Jr

BEKENTENIS

Al te gewillig liet ik mij verleiden tot dit bekoorlijk maar gevaarlijk spel. Ik was te roekeloos, ik weet het wel: ik ben immers de zwakste van ons beiden.

Maar het besprong me, onverhoeds en snel. Er bleef geen tijd meer om het te vermijden. Nu kan en wil ik me niet meer bevrijden: de pijl trof doel, verraderlijk en fel.

Het is er laat, er valt niet meer te kiezen. Ee laat en in een plotselinge schrik voel ik één tel mijn hart, mijn bloed bevriezen.

Want vroeg of laat, eens komt het ogenblik dat een van ons dit spel moet gaan verliezen door te bezwijken voor de ander. Ik.

HANNY MICHAELIS

Uit; Klein Voorspel.