is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 43, 23-07-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/C~^ den Heer behoort de aarde en haar j volheid. \ Psalm 24 ; 1

V ~Ê fijn en laak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE EN SOCIALISME TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

Zaterdag 23 Juli 1949 No. 43 Verschijnt 50 maal per jaar 47ste jaargang van de Blijde Wereld « Redactie Prof. dr W. Banning Ds J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V. Walsum Secr. der redactie J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 Tel. 24386

Ahnn. vooruitbel per /aar f 8.00, halfjaar f 4.2}, kwart: f 2.i0 plus f o.l} incasso. Losse nrsfO.l}, Postg. 21876, Gem. giro V 4}oo, Adm. N.K De Arbeiderspers, Uekelveld n, A'damC.

De wildernis

In een studiecommissie over vraagstukken van het arbeidsleven komt de invloed van het moderne industrialisme op de arbeider ter sprake en wordt naar het oordeel van de arbeiders gevraagd. Een Engelsman zegt kort en bondig: het hedendaagse industrialisme is the jungle, de wildernis.

In een andere studiecommissie over internationale vraagstukken de verhouding der staten en de betekenis van het internationaal recht zegt een Leids hoogleraar in het volkenrecht, ook kort en bondig: het is a jungle, een wildernis. Misschien is iemand geneigd, vooral tegen het eerste oordeel te protesteren: heeft de machine dan niet een nieuwe orde én een vaste regelmaat gebracht? Zijn er niet overal machtige vakbonden, die voor de arbeiders niet alleen hoger lonen, maar ook betere arbeidsvoorwaarden en een zekere rechtspositie hebben veroverd? ,Is er in Nederland niet een Stichting van de Arbeid, die in sterke mate de arbeidsvrede heeft bevorderd en de klassenstrijd getemperd?

Ik vraag: wat heeft die Leidse hoogleraar bedoeld, toen hij de verhouding tussen de staten als wildernis betitelde terwijl er toch ook zo iets is als de Verenigde Naties met een plechtig statuut? Mij dunkt, hij bedoelde: internationaal woedt een felle onbarmhartige machtsstrijd terwijl de kleine staten en de volkeren himkeren naar een rechtsorde, die in het bijzonder de dreiging van een nieuwe wereldoorlog zou kunnen terugdringen, trekken de grote machten zich daar bitter weinig van aan en staat de internationale politiek uitsluitend in het teken van de ongetemde macht; d&t is „wildernis”.

Hoe is dan wanneer wij deze betekenis aan het woord „jungle” geven, het industriële arbeidsleven te zien? Ik zou twee gezichtspunten willen onderscheiden: het institutionele en het persoonlijke. Institioneel gezien: er is in de laatste halve eeuw inderdaad veel veranderd, waarvan het Arbeidsrecht, in het bijzonder de sociale

verzekering, de duidelijke uitdrukking is. Persoonlijk gezien: de arbeider in het moderne grootbedrijf met ploegenstelsel ervaart het arbeidsproces nog steeds als een macht die over hem komt, waar tegen hij zich wel verzet, maar het baat hem niet, zijn geestelijk leven gaat er aan kapot, hij kan in deze arbeid niets van een goddelijke roeping of opdracht, niets van een vervulling van de zin des levens ervaren, hij voelt zich in de macht van maatschappelijke krachten, die met hem en zijn lotgenoten onbarmhartig spelen. En als hij niet denkt aan het eigen grootbedrijf en het eigen werk, maar aan de maatschappij, dan valt op hem de beklemmende vrees voor nieuwe crisis en werkloosheid, de angst voor verpauperisering: „men” is kennelijk niet in staat het economisch leven zo te leiden, dat deze rampen worden voorkomen want men wil de eigen belangen en machtsposities niet onderwerpen aan algemene regels, én daarom: wildernis, jungle. Nu kan men natuurlijk gaan betogen, dat deze arbeider zich „vergist”; ten dele is dat ook waar; niettemin: hij ondergaat zijn positie ongeveer op de wijze als ik hier aangeef.

De vraag staat voor ons: hoe wordt deze wildernis bedwongen en ontgonnen? Een algemeen antwoord ligt in het bovenstaande reeds besloten: door macht te onderwerpen aan recht. Ik zal niet beweren, dat een dergelijke stelling zonder meer een frase is ik wil zelfs gaarne verdedigen, dat in het scheppen van een rechtsorde de zin van alle politiek ligt. Maar concreet staat er dan nog de vraag; hoe zullen Amerika en Rusland nü komen tot zulk een rechtsorde, waarin de belangentegenstellingen worden opgelost? en vooral: is macht en machtswil in zichzelf niet zozeer geladen met gevaarlijke, demonische kracht, dat hij zich niet zomaar laat onderwerpen? Of voor het industriële arbeidsproces: gegeven de voor Nederland onverbiddelijke noodzaak om te industrialiseren en zuinig te leven hoe wordt het

geestelijk verarmingsproces waaraan arbeiders onderworpen zijn, tegengegaan, hoe wordt in de verhoudingen van nu de mens beschermd, en de arbeid zinvol?

Het stellen van deze vragen is ook voor socialisten noodzakelijk, omdat daaraan opnieuw duidelijk wordt, dat politieke en sociale maatregelen op geestelijke beslissingen en overtuigingen teruggaan, en recht evenzeer geestelijk geladen is (wat wij overigens aan de dictaturen en hun „recht” hebben kimnen beleven). Maar ditmaal moge een andere kant worden belicht. Wie nog enige heugenis heeft aan Bijbelse woorden en begrippen, weet dat de „wildernis” er is, opdat er een heerbaan doorheen worde aangelegd: Baant in de woestijn een weg voor den Heer, effent in de wildernis een heerbaan voor onzen God (Jes. 40 : 3). Ik bedoel dat niet stichtelijk —al is het inderdaad in hoge mate bemoedigend en vertroostend, dat God óok met de wildernis te maken wil hebben, en zij eenmaal zal bloeien als een roos maar heel concreet. De Christen van vandaag mag zich niet afwenden, wanneer een arbeidersmassa het arbeidsleven in het grootindustrialisme ondergaat als wildernis; het mè,g hem niet onverschillig laten, dat de machtsstrijd der groten ongebonden voortgaat en elke rechtsorde of de eerste schuchtere kiemen daarvan vertreedt. Zeker, dan zal zijn woord vol verontrusting om geestelijke nood moeten oproepen tot radicale ommekeer: „Land, land, land, hoort des Heren woord” maar dat betekent onmiddellijk: een concrete aandacht voor elke politieke en sociale maatregel, die de machtsstrijd kan onderwerpen aan recht en de reële nood opheft.

Ik v/eet, dat dit niet eenvoudig is. Wil men reëel de wildernis bijv. in de metaalindustrie, in de textielbedrijven, onder de arbeiders van hoogovens of Philips of A.K.U. of waar ook bestrijden, dan zal men deze bedrijven en de mensen, en de plaats in het economisch geheel van Europa en de wereld goed moeten kennen. Wil men de internationale wildernis overwinnen, dan zal men grondig op de hoogte moeten zijn van de machtsverhoudingen nu en in de naaste toekomst. Dat alles is niet eenvoudig, en niemand lost deze vragen* in z’n eentje op. Ik stel niet meer dan deze, ook niet eenvoudige, voorwaarde voor het vinden van vruchtbare oplossingen; dat wij een socialisme nodig hebben, dat leeft uit de diepte en waarheid van het profetische woord over de wildernis, en een Christendom, dat het moeizame werk van politieke en sociale reconstructie als geloof sopdracht aanvaardt. Een innige doordringing van beide moge scheppende kracht vrijmaken. W. B.