is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 51, 24-09-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tjilatjap

Op de eerste Augustus was er In het huls van Somadlhardjo In de dessa Gunungslnplng, Tjllatjap, een bruiloftsfeest.

Vroeg In de morgen was het feest begonnen. Er waren veel gasten en er heerste een opgewekte stemming. Er was muziek en er werd goed gegeten.

Het feest zou ’s avonds besloten worden met een wajang-orang-voorstelllng. Men had vergunning gevraagd bij het Binnenlands Bestuur en de daerah-polltle. Die was royaal gegeven. Het gehele dessa-bestuur was trouwens van de partij.

Terwijl de voorstelling In volle gang Is, nadert een troep van dertig Hollandse soldaten. Zij stellen zich op langs het erf van het huls. Een mitrailleur en twee stenguns worden In stelling gebracht. Het feest gaat rustig door. Niemand heeft enig vermoeden van wat er gebeuren gaat. Het gebeurt Immers heel vaak, dat soldaten komen kijken, wanneer er een wajang-voorstelling gegeven wordt. De officier, die over de troep het bevel voert, begeeft zich tussen de toeschouwers.

Plotseling trekt de officier zijn revolver, laat zich op de grond vallen en roept: schiet! De mitrailleur en de stenguns beginnen te ratelen. Er wordt op het publiek geschoten. Wie kan, laat zich op de grond vallen, maar de soldaten komen het erf op en schieten op de op en over elkaar liggende mannen, vrouwen en kinderen.

Wanneer het schieten ophoudt, liggen er zeven en twintig doden op het erf, een vrouw van vijftig jaar, meisjes van zestien en zeventien jaar, een kind van tien jaar. Er zijn een en dertig zwaar gewonden. Onder hen zijn kinderen van vijf, zes, negen en tien jaar.

De mannen, die nog in leven zijn, moeten aantreden. „Handen omhoog, niet bewegen, niet praten.” Ze worden allen gefouilleerd. Er wordt niets gevonden. Ze krijgen vergunning naar huis te gaan.

Eén van hen blijft bij de doden achter. Later wordt hij door een paar soldaten, die terugkwamen, weggestuurd. Zij vinden het niet nodig, dat de doden bewaakt worden. Niemand in Tjilatjap weet waarom deze krankzinnige schietpartij gehouden werd. Er wordt beweerd, dat de soldaten bericht hadden gekregen, dat een feest voor terugkerende guerilla-strijciers gegeven werd. Maar Binnenlands Bestuur en daerahpolitie wisten, dat het een bruiloftsfeest was.

Onder pressie van de bevolking Is het gebeurde In de regentschapsraad besproken. Een commissie van vijf burgers werd benoemd, om een onderzoek In te stellen. Het rapport van deze commissie met de namen van de doden en gewonden, ooggetuigenverslagen en sltuatle-schetsen werd gezonden aan dr Koets en de Procureur-Generaal, met verzoek om een spoedige behandeling van de zaak.

Voor de nabestaanden der slachtoffers werd een Inzameling gehouden. In korte tijd werd twee duizend gulden opgebracht. Het Binnenlands Bestuur stelde voor ledere dode vijf gulden beschikbaar en een lap wollen stof, om er het lijk In te wikkelen.

Wy hebben geen reden om aan de waarheid van dit verhaal, dat wij vonden In „Kritiek en Opbouw” (15 Augustus en 1 September), het bekende Indonesische tydschrlft, te twyfelen.

Men zal de vraag stellen, of het wel juist is, deze dingen op het ogenblik te publiceren. Velen zullen deze publicatie opvatten als een uiting van een deloyale houding tegenover onze soldaten en onze regering. Naar onze overtuiging is zij veeleer het tegendeel. |

In de pers van Indonesië is de zaak uitvoerig besproken. Wanneer wij in Nederland haar verzwijgen, moet men in Indonesië de indruk krljgjen, dat wij gruwelen, door onze soldaten en onder onze verantwoordelijkheid bedreven, goedkeuren of verdonkeremanen. Terwille van de zo noodzakelijke nieuwe verhouding moeten wij zo’n misdaad openlijk signaleren en afkeuren.

Wij van onze kant vragen ons af, hoe het mogelijk is, dat zulke dingen gebeuren. Een man als Koch zoekt één van de oorzaken in de voorlichting, welke onze soldaten krijgen.

Hij geeft een sprekend voorbeeld. Eind Augustus vertrok een negentigtal militairen van de 7-December-divisie van Bandoeng per trein naar Batavia, waar ze zich zullen inschepen op de Zuiderkruis om naar Nederland te worden getransporteerd. Hun chef, een overste, hield voor hun vertrek van hier een afscheidsrede. Hij veroordeelde de thans gevoerde politiek. Het was, verzekerde hij, een dwaze fout, de eerste en later de tweede „politiële” actie te stoppen. Men had door moeten tasten en het „horzelnest” Djokja moeten uitbranden. Maar het Nederlandse volk is lamlendig geworden. En de Nederlandse regering durft de veroordeling door V.N. en Veiligheidsraad niet te riskeren. Dat alles op deze mislukking uitgelopen is, hebben de mili-

tairen zich niet aan te trekken; het is alles de schuld van Nederland, van het Nederlandse volk en zijn regering. Gebeurtenissen als die van Tjilatjap liggen in het verlengde van zo’n voorlichting. De legerautoriteiten voeren een eigen politiek en lappen de inzichten van de regering aan hun laars.

Wij beweren niet, dat gebeurtenissen als die van Tjilatjap zonder meer karakteristiek zijn. Wel zijn wij er echter van overtuigd, dat zij niet zo maar uit de lucht komen vallen.

Het Tweede-Kamerlid F. Goedhart heeft aan de voorzitter van de Tweede Kamer vragen gesteld.

Wij betreuren het, dat deze vragen niet gesteld werden doofde voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de P.v.d.A. Dat zou van betekenis zijn geweest. Wij weten niet, waarom dat niet gebeurd is. Juist de socialisten moeten in het brandmerken van zulke misdaden vooraanstaan. Ter wille van land en volk. Ter wille van het socialisme. Verzwijgen en verdonkeremanen van zulke gruwelen kan ons volk alleen maar schaden en is het niet goed en dat waarlijk niet om redenen van partijpolitiek het protest tegen zulke gruwelen aan „De Waarheid” over te laten. Daarmee doen wij aan de waarheid te kort en alleen de waarheid zal ons vrij maken. Helaas is de gebondenheid van ons volk groot, benauwend en beangstigend groot. Toch staat ook voor ons volk in het oude boek: gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schande voor de naties! J. J. BUSKES Jr.

N.B. In mijn artikel „De Ronde-Tafelconferentie” (vorig nummer) staan enkele storende drukfouten. In kolom één, regel tien van onderen, leze men in plaats van materialist: nationalist; in kolom twee, regel vijftien van boven, in plaats van normaal: normatief. J. J. B. Jr.

Amerikaanse Vakbeweging

Het zijn de boeren en de industrie-arbeiders geweest, die Harry S. Truman op de eerste Dinsdag van November het vorig jaar zijn onverwachte overwinning hebben doen behalen. Deze laatste categorie is georganiseerd in twee grote vakbonden, de „American Federation of Labor” en de „Congress of Industrial Organisations”. Groei.

Oorspronkelijk droegen de vakverenigingen in de Verenigde Staten van Amerika een min of meer geheim karakter, zoals de „Noble Order of the Knights of Labor”. Mede door het opnemen van leden van elk ras, was deze heterogene organisatie erg zwak, zodat de werkgevers met hun aanvallen wel succes hadden. Dit was niet het geval met de „Craftunions”, waarin geschoolde arbeiders van hetzelfde vak zich verenigden. Hieruit ontstond in 1886 de Am. Federation of Labor, die al spoedig een voorzichtige en wat conservatieve houding aannam, kenmerkend voor goedbetaalde en geschoolde werknemers. I

De groei der Amerikaanse vakbeweging werd in de jaren van voorspoed in de twintiger jaren tot stand gebracht: de arbeiders meenden geen vakvereniging nodig te

hebben. De crisis van 1930, benevens de gewijzigde houding van de Federale regering, bracht grote beroering in arbeiderskringen. Roosevelt’s New Deal trok veler hart, maar verschillen bleven niet uit. John Lewis verweet het bestuur der A.F.L. gebrek aan wervingskracht en stichtte in 1935 de C. 1.0., die terstond 30 % van het ledental der A.F.L. opslokte.

Onder Philip Murray, die thans reeds 10 jaar president is (hij volgde Lewis in 1940 als zodanig op), breidde de C. 1.0. zich vooral uit in branches als auto’s, petroleum, aluminium en rubber, dus echte industrial Unions, die tot nu toe meer buiten de vakbeweging hadden gestaan. Maar verscheidene industrieën zijn meer georganiseerd in de A.F.L., terwijl John Lewis met zijn „United Mine Workers” geheel zelfstandig opereert, gelijk meer kleinere organisaties doen.

Temperamentsverschil is het belangrijkste onderscheid tussen A.F.L. en C. 1.0.; de laatste is radicaler, telt trouwens ook vele elementen, die politiek erg links zijn. Dit is m.i. te verklaren uit de soort industrieën, die het C. 1.0. bestrijkt: massa-productie en dus vele half- of niet-geschoolde arbeidskrachten. Een ander verschil is de grotere