is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1949, no 1, 01-10-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorging der voorstelling (décors en costuums) behoeft men niet te beknibbelen. Maar het grote euvel van reizen en trekken, waardoor aan de kunstenaars lichamelijk wel zeer zware eisen worden gesteld, behoort niet tot het verleden, ook door het gerechtvaardigde verlangen om niet alleen de grote steden van goed toneel te laten genieten.

Beantwoordde het afgelopen seizoen aan de gestelde taak?

Er is door onze gezelschappen hard gewerkt en van de zeer vele gespeelde stukken kunnen hier alleen de voor ons doel belangrijkste genoemd worden, waarbij de veelzijdigheid van ons toneel duidelijk blijkt. 1. Van de grote meesterwerken ontbraken natuurlijk die van Shakespeare niet: Albert van Dalsum speelde het machtige „Koning Lear” (ook door de radio uitgezonden), hier te lande in geen jaren opgevoerd; Paul Steenbergen vierde zijn zilveren jubileum in „Hamlet” onder regie van Eduard Verkade, wiens loopbaan zozeer met deze figuur verweven is. Onze enige toneeltraditie, de jaarlijkse „Gijsbreght van Aemstel”, bleef gehandhaafd; buiten Amsterdam krijgt men dit werk van Vondel echter zelden te zien. Veel minder dan Shakespeare verschijnt op onze planken de Griekse tragedie; Franse studenten zorgden voor een voortreffelijke opvoering van Aeschylos’ „Perzen”, maar de Haagse Comedie speeld.e de moderne bewerking van diens „Oresteia” door de Amerikaanse Nobelprijs-winnaar Eugene O’Neill: „Rouw past Elecha”, merkwaardig om de modernpessimistische wereldbeschouwing en het volkomen ontbreken van de loutering der oorspronkelijke klassieke tragedie, maar toch als toneelprestatie een der hoogtepunten van het seizoen, niet het minst door het spel der drie hoofdpersonen, die van half acht tot half één de toeschouwers wisten te boeien.

Jan van Goyen – Molen aan een rivier, ISlederland 1642

2. Tijdsproblemen kwamen in twee 'oorspronkelijke stukken aan de orde. Aug. Defresne, één der leiders en regisseurs van het Amsterdamse Toneelgezelschap, schreef in opdracht van de overheid voor het regeringsjubileum „Anno Christi 1948”, waarin hij echter niet veel verder kwam

dan het aanduiden van de overstelpend vele problemen van onze tijd. Luisa Treves beperkte zich in „De ring en de Kelim” tot een enkel gegeven, nl. dat van het ongelukkige lot van op Cyprus geïnterneerde Joden, wier verlangen het is om naar Palestina te gaan, dus het probleem van onderdrukking en vrijheid, dat, zoals de schrijfster in een historische parallel aan toonde, van alle tijden is. Ook in andere stukken werden actuele vraagstukken in de historie geprojecteerd: Zo behandelde de Amerikaan Maxwell Anderson het roepingsbesef en de gedachte van de persoonlijke zuiverheid, zoals deze gestalte kregen zowel in de historische figuur van Jeanne d’Arc, als in de actrice die deze rol moet spelen. („Jeanne

van Lorraine”, gespeeld door het Rotterdamse Toneel). Ook blijkt de laatste jaren een zekere voorliefde voor bijbelse stof: behalve een wel zeer sterk ge-Amerikaniseerde visie op Abraham („Abrahams Vrouwen” van Gordon Daviot) waarin de schrijver in eerbied voor zijn onderwerp te kort schoot, schonk ons deze een oorspronkelijk stuk van Jef Heydendaal, „Voor altijd Pilatus”, waarin de eerbied stellig aanwezig was, maar de auteur er niet ten volle in slaagde zijn bedoelingen te verwezenlijken; ook hier was een duidelijke toespeling op het ook voor ons nog altijd geldige van het gestelde probleem.

De Amerikaanse invloed, ook op ons toneel, wordt steeds groter. Dit bleek behalve uit het reeds genoemde, ook uit een herhaling van „Onze Stad” van Thornton Wilder, die bewust breekt met décors en andere hulpmiddelen behalve costuums en belichting maar het spel der acteurs alleen wil laten spreken; het stuk is niet alleen belangwekkend om deze vorm, maar ook om de inhoud, waarbij het probleem van de Dood op eerbiedige wijze wordt behandeld. Van twee Amerikaanse stukken over moderne jeugd: „Kinderen zonder toezicht” en „Christopher Blake”, had vooral het laatste een verdiend succes, mede door het spel van de hoofdfiguur en door de goed afgestemde regie. Deze zelfde factoren maakten ook „Tramlijn Begeerte” door Tennessee Williams tot een der hoogtepunten van het afgelopen seizoen, ondanks het terneerdrukkende gegeven, de tragische ondergang in waanzin van de laatste vrouwelijke telg,uit een aristocratisch geslacht, dat alleen voor zijn begeerte leefde. 3. Er was een rijke oogst aan stukken ter ontspanning, vooral blijspelen die vaak te veel de klucht naderden, met een zekere voorkeur voor familieverhoudingen, met te weinig een aanloopje tot een diepere behandeling. Het is echter een verheugend verschijnsel, dat de belangstelling voor de hiervoor genoemde ernstige stukken zeker niet geringer was dan voor het louter als ontspanning gebodene.

De belangstelling van het publiek is trouwens vergeleken met die van voor de

RUIMTE

Soms lijkt het wel, of onze weg In doorn en distel dood zal lopen;

Wij zien geen enk'le uitgang open In d’ ondoordringbaar dichte heg.

Maar plotseling neemt onze tocht Een wending, boven elk verwachten:

Daar, waar we ons het einde dachten Heeft slechts de weg een scherpe bocht.

Daar ligt opeens de ruimte wijd. Uitnodigend voor onze voeten.

En als een nieuw begin begroeten Wed' onvermoede moog'lijkheid.

J. F. B. VAN DER SCHEER