is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1949, no 11, 10-12-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nevel scheurde niet, maar scheen zich te vergaren, Sloeg als een sluier uit: Een hoge vrouw stond voor me: een kroon omsloot haar haren. En een hekend geluid

Hief aan: „Ik hen de Stad die ge in uw jeugd beminde. Die ge daarna verliet.

En soms maar, als een vreemd, schoon dan een welgezinde. Bezocht, maar dient haar niet”.

Uit Amsterdam en Vondel van Albcrt Verwey

stellig de stoot tot de omwenteling in Italië onder leiding van Badoglio. Op het ogenblik wordt ijverig gepropageerd, hoezeer de verschillende bezetters in de loop der eeuwen het eiland onrecht hebben aangedaan. De beperkte autonomie, die Sicilië bij de jongste Italiaanse grondwet verwierf, voldoet de eilandbewoners maar matig. Verdergaande zelfstandigheid lijkt de Siciliaanse politici de enige gelegenheid om aan de achterlijke levensomstandigheden van de bevolking een einde te maken. „Men heeft het gevoel”, meent „The Economist”, „dat het niet de fout der Sicilianen zal zijn als Sicilië een volgende generatie boeren nog zal dwingen elke morgen en elke avond kilometers ver te lopen, omdat op de

nederzettingen op het land geen water te vinden is, er geen goede wegen zijn en een redelijke veiligheid ontbreekt.”

Voor Italië bestaat bij voortzetting van het huidige bewind wel degelijk het gevaar van een af glijden naar een nieuwe vorm van hele of halve dictatuur. De onrust onder de arbeidende bevolking behoeft niet direct te leiden tot een communistische zege. Als echter de moeilijke levensomstandigheden niet grondig worden verbeterd, zal de onrust slechts toenemen. Hiertoe moet het kwaad tot in de wortel worden aangepakt. Zal een dergelijk experiment De Gasperi niet te zwaar zijn? |

H. V. VEEN.

Spanningen in de Sowjet-Unie

II

In ons vorige artikel noemden wij een aantal factoren van wat prof. Raymond noemt de politieke en economische crisis in de Sovjet-Unie.

De „morele crisis”.

Prof. Raymond spreekt in de derde plaats over een „morele crisis”. Een crisis in de houding van een groot deel der bevolking tegenover het Sovjet-regime.

Als oorzaken daarvan noemt hij de volgende dingen.

In de eerste plaats: de groeiende ontevredenheid over het lage levenspeil. In de oorlogsjaren heeft men de ontberingen aanvaard. Er was een doel, dat het de moeite waard maakte. Tegelijk troostte men zich met de hoop, dat het na de oorlog snel beter zou worden.

Deze hoop is niet in vervulling gegaan. Vier jaar na de oorlog is voor een groot deel tengevolge van de naoorlogse economische politiek het levenspeil nog steeds lager dan voor de oorlog. Desondanks wordt de Sovjet-arbeider en Sovjet-landbouwer voortdurend aangespoord tot hogere prestaties en meer productie. Deze „spanningsboog” schijnt voor tallozen te groot te zijn. Wat men eindelijk na alle offers en ellende en inspanning wil, is een eenvoudig, maar redelijk bestaan. Schoenen, kleding, woonruimte, een beetje comfort.

In de tweede plaats heeft de oorlog millioenen Russen in contact gebracht met andere landen en dus ook met andere toestanden. Drie millioen Russen zijn door de Duitsers ais dwangarbeiders of krijgsgevangenen naar het Westen gebracht. Nog eens twee millioen Russen zijn met het Rode Leger opgerukt in de Balkan en Centraal-Europa. Zelfs daar hebben zij een levenspeil en een mate van vrijheid leren kennen, die zij in de Sovjet-Unie nooit gekend hadden. Het natuurlijk gevolg hiervan was, dat aan hun enthousiasme voor het „Sovjet-paradijs” een gevoelige slag werd toegebracht. En even natuurlijk is het, dat de naar hun vaderland teruggekeerde Russen veel te vertellen hadden over al hun oorlogs- en dwangarbeiderservaringen.

Wat hierbij het zwaarst weegt is wel, dat deze mensen voor een zeer groot deel behoorden tot de jongere generatie. De generatie, die opgegroeid is onder het Sovjetbewind en doordrenkt is met Sovjet-ideeën. In het licht van deze feiten krijgen bepaalde officiële uitlatingen een eigenaardig karakter. Zo bijv. het besluit van het 11e Komsomol-congres dat in het begin van dit jaar werd gehouden dat alle jonge communisten het als hun eerste en meest dringende taak moeten zien om „de Sovjetjeugd op te voeden in een geest van Sovjetpatriotisme”. En eveneens de verklaring op het Congres der Sovjet-vakbonden in April 1949, dat „het onderwijzen van de arbeiders in het Stalinisme” een urgente taak der vakverenigingen is. Ook de invloed van de Amerikaanse en Engelse radio-uitzendingen mag volgens prof. Raymond niet onderschat worden. Wel zijn er weinig toestellen en is het luisteren naar deze uitzendingen streng verboden, maar juist in