is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 18, 04-02-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

''Bentveld-nwiws

De Arbeidfers Gemeenschap der Woodbrookers organiseert op 4 en 5 Maart a.s. te Bentveld een conferentie, in het bijzonder bestemd voor mensen werkzaam in het volksontwikkelingswerk. Voor zover de plaatsruimte het toelaat, kunnen ook belangstellenden voor deelneming aan deze cursus worden ingeschreven. Leider: Mr Dr J. F. de Jongh

INTERN BERAAD OVER HET PROBLEEM DER VOLKSONTWIKKELING Programma ; Opening Zaterdag 17.00 uur Taak en inhoud van de volksontwikkeling door dr Ph. J. Idenburg ... Zaterdag 19.30 uur Ochtendwijding Zondag 9.45 uur De huidige situatie van het Volksontwikkelingswerk door R. Beumer Zondag 10.15 uur Algemene discussie Zondag 10.15 uur Zondag 18.00 uur

Zakelijke gegevens: Cursusprijs naar draagkracht ƒ4,—, ƒ5,— of ƒ6,—. Echtparen: ƒ8,—, ƒ9,— of ƒ 10,—. Aankomst Zaterdag tussen 16 en 17 uur. Om 18 uur is er een broodmaaltijd. Vertrek Zondagavond, zó, dat ieder nog thuis kan komen. Ook bestaat de mogelijkheid tot Maandagochtend te blijven. Praktische mededelingen worden te zijner tijd aan de deelnemers gezonden. Opgaven kan men zenden aan, inlichtingen inwinnen bij de administratie van de A.G. der 'Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld.

Korte aankondiging

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij er u even op:

le. Dr G. Ch. Aalders. De Oud-testamentische profetie en de staat Israël. Uitgave J. H. Kok, Kampen, 48 blz., ƒ 1,50.

Schrijver onderzocht of de instelling van de staat Israël aangekondigd werd in de vooral Oud-testamentische profetieën over de terugkeer van Israël naar het beloofde land, en komt daarbij tot een overtuigend negatieve conclusie. Nuttig om bepaalde chiliastisohe beweringen tegen te spreken. De studie zegt weinig positiefs over de verhouding Christendom-Jodendom, maar dat was ook niet de bedoeling.

2e. Aanvangsdiensten voor de jeugdkerk. Uitgave H. H. Kok, Zwolle, 12 bl., ƒ0,40.

Ziehier, uit de praktijk geboren, tien aantrekkelijke schema’s voor kerkdiensten van een jeugdkerk. Zij, die met de leiding van een jeugddienst belast zijn, kunnen er wellicht hun nut mee doen.

3e. Paaszangdienst. Uitgave Boekencentrum N.V., Den Haag. Kooruitgave ƒ 1,25, gemeente-uitgave ƒ 0,25.

Deze Paasdienst, voor gemeente, koor en orgel is samengesteld in opdracht van de Hervormde raad voor Kerk en Eredienst, de muzikale, 'bewerking is van Leo Mens, organist van de Pieterskerk te Leiden. Zo ontstond een verantwoord, zorgvuldig samengesteld geheel, dat een dienst garandeert, waaruit de improvisatie geweerd is, maar alle onderdelen op elkaar zijn afgestemd. Het kan tevens als model dienen. Aanbevolen.

4e. W. C. Jolles. Begin en einde. Uitgave Laverman N.'V., Drachten 1949, ƒ0,75.

Een oorspronkelijk idee ligt aan dit boekje ten grondslag. Voor elke week is een bijbeltekst gekozen, de dagen bieden variaties en toepassingeri van deze tekst en ten slotte is er een uitvoeriger bijbelfragment aangewezen ter illustratie van het geheel. 'Wie uitziet naar een eenvoudige handleiding om zijn dag te heiligen door een goede gedachte, vindt hier iets van zijn gading. Aanbevolen.

5. Voorjaarsprogramma 1950, van de Arbeidersgemeenschap der 'Woodbrookers verschenen, verkrijgbaar bij de administratie der A.G., Bentveldsweg 3, Bentveld.

Aanbeveling overbodig.

6e. Rie Knipseheer. Kijkjes in bijbelland. Uitgave ■Vrijz.-Prot. Blaadjes-vereniging, Nieuwe Gracht 27, Utrecht, 1949, ƒ 1,25 per stuk. Bij aanschaffing van tien of meer exemplaren reductie.

Een bundeltje van zes kleur- en knipplaten ten dienste van het onderwijs in de bijbelse geschiedenis. Ik vermoed zo, dat de kinderen er geboeid aan zuUen werken en dat ze dus doende met het bijbelse verhaal intiemer vertrouwd raken. Gegeven de beperkte mogelijkheden is de uitvoering fraai en kleurig. R e d.-S eer.

Leestafelnieuws

Evert Zandstra, Volk zonder uren. H. P. Leopolds Uitgeversmij N.V. Den Haag. 1949. Ing. ƒ5,40, geb. ƒ 6,90.

Het is merkwaardig, dat bij dezelfde uitgever twee boeken tegelijkertijd verschijnen, die beide het primitieve leven der plaggenhutbewoners in het laatste kwart der 19de eeuw beschrijven. Voerde Van der Geest ons in: „Gezegend is het land ” naar de Drentse venen, Zandstra brengt ons in aanraking met de Friese „Kompenijsters”. Ook in dit boek (we bespraken in deze rubriek reeds andere boeken van hem) doet Zandstra zich kennen als een bekwaam schrijver. We hebben grote bewondering voor de wijze, waarop hij zich de toestanden heeft ingedacht en ze voor ons weet te doen herleven. Als een treffend onderscheid met de door Van der Geest beschreven Drenten, ontmoeten we hier een vrolijk, danslustig en zingend volk. Maar dat ook zijn luchthartigheid en zorgeloosheid verliest, zodra in dronkenschap het wrede en dierlijke in hen de overhand krijgt.

Er is in het boek van Zandstra meer bontheid en beweeglijkheid, meer kleur en gloed. Zandstra heeft een romantische inslag en komt daardoor zo nu en dan in de verleiding schoon te schrijven en taferelen te schilderen met sterke verve en gevoelige nuanceringen. De gang door dit boek wordt als het ware een boeiende gang langs een schilderijenexpositie. Deze veelkleurigheid, deze afwisseling van taferelen is vermoeiend en doet afbreuk aan de eenheid en monumentaliteit van het geheel.

Toch wil ik niet te veel kwaad zeggen van dit boek; het blijft een geweldig werkstuk en bevat prachtige bladzijden. Bovendien is het interessant voor de socioloog en. de historicus, al zegt de schrijver uitdrukkelijk, dat hij een roman en geen geromantiseerde sociale studie heeft willen schi'ijven.

G. van Veldhuizen: Pastorie op stelten. Boekencentnim N.V., ’s-Gravenhage. 1949. Geb. ƒ 3,75. Dominee en domineeske, pas getrouwd, betrekken hun pastorie. En de moeill.ikheden beginnen. Dominee werpt zich vol ijver op zijn taak, maar vindt, reeds na zijn intréepreek, terughoudendheid, geslotenheid, gekwetstheid en afweer in de kring der gemeenteleden. Hij zit zonder het te vermoeden in een wriemelend nest van critiek. Zit het in de jonge vrouw, die zich wat opmaakt? Zij is gelukkig met haar man, maar zijn preken zeggen haar niets, zij verstaat de mensen niet, botsingen zijn met haar temperament en haar impulsief optreden onvermijdelijk en zo laat zij het verenigingswerk met vrouwen en meisjes schieten; het wordt overgenomen door de pittige onderwijzeres van de Christelijke school. Zij voelt zich eenzaam, verwaarloosd; de jonge mensen drijven van elkander weg. De illegaliteit, die zoveel mensen tot elkander, zoveel verdieping bracht en wederzijds begrip, werkt ook hier bevrijdend. Niet alleen in de' verhouding tot de mensen in het dorp, ook tot de vrijzinnige zwager en collega en ten slotte ook in de pastorie zelf. De jonge mensen vinden’ de weg van hart tot hart terug, zij neemt, als haar man gevangen wordt genomen en de onderwijzeres is ondergedoken, haar taak als domineeske weer op zich en ten slotte komt alles op zijn pootjes terecht.

De schrijver heeft, om lot een oplossing te komén, van een oud thema gebruik gemaakt; de belemmeringen op de weg tot elkander worden wat al te gemakkelijk uit de weg geruimd: een oud vriend, die, als zij in een kritieke stemming is, gevaarvol haar weg komt kruisen, blijkt de trouwe medewerkster van dominee, de onderwijzeres, op wie ze hevig jaloers is, van vroeger te kennen. En die beiden vinden elkaar. 'Wé kunnen het hanteren van dit afgezaagde thema de schr. vergeven, waar deze overigens vlot en onderhoudend weet te vertellen, afstand blijkt te kunnen nemen en de verschillende reacties en situaties geestig, met gezonde humor weet te beschrijven. Voor wie zich gaarne verdiepen in wat leeft en streeft in een pastorie en in de boezem van een gemeente, zal dit boek zeer welkom zijn.

Mr J. van der Hoeven. Schee! Engeltje. Uitgeverij Ploegsma. Amsterdam. 1949. Geb. ƒ3,90.

In een gezin van gelukkige mensen wordt een niet geheel normaal kindje, een zgn. mongooltje geboren. De komst van dit kindje is voor de ouders eerst een diepe smart en een bittere beproeving, maar betekent, hoe vreemd het moge klinken, ten slotte een nieuwe rijkdom voor hen. In de eerste plaats voor de ouders (en hoevelen zijn er!), die op dezelfde wijze worden getroffen, maar ook voor allen, die met hun smart geen raad weten, biedt dit boekje troost en uitzicht. Het geeft niet slechts evenwicht en berusting, het geeft bevrijding en geluk, wijst althans de weg er heen. Het bevat de wijsheid, die een mensenziel van node heeft, om het leven te leren aanvaarden, om „in het minste het meeste, in het moeilijkste het rijkste” te leren ontdekken.

Ella K. Maillart. Zo wees dan een Columbus. Met een Ford door de woestijn. Republiek der Letteren, Amsterdam. Ing. ƒ7,25; geb. ƒ8,90.

Twee vriendinnen, de schrijfster Ella Maillart en haar vriendin Christina, reizen met een Ford van

Genève naar Kaboel en het is vooral de tocht door Iran (Perzië) en Afghanistan, die uitvoerig beschreven wordt. We maken kennis met de zeden en gewoonten van de volken, die ze passeren, met de overblijfselen van oude bouwwerken, opgericht in roemruchte tijden, we zien de ervaringen van de beide kamperende en in de meest verscheiden verblijven logerende reizigsters steeds tegen een historische achtergrond. Want de schrijfster overstort ons met tal van geschiedkundige bijzonderheden, die, hoe interessant ze ook zijn, het reisverhaal soms wat droog en eentonig maken en wat Baedekerachtig aandoen. Maar prachtige illustraties vergoeden veel.

Maar door dit verhaal heen speelt zich de tragiek af van een wanhopige strijd tussen beide intelligente vriendinnen. Christina is een tragische, door het probleem van het eeuwig lijden gegrepen en gefolterde figuur; zij is verslaafd aan narcotica en de schrijfster aanvaardde de tocht met het heilige voornemen, haar vriendin van de demon, die haar beheerst, te verlossen. Deze strijd maken we mede en sommige gedeelten van het boek krijgen daardoor tussen de vlakkere beschrijvingen een diepere kleur, een menselijker klank. Een merkwaardig, interessant 'boek.

Ds M. E. Voila. Peper en zout. J. H. Kok. N.V. Kampen.

Ds Voila beschikt over een goede dosis kostelijke humor en weet in korte schetsjes, meest 2 a 3 blz. en handelend over allerlei ervaringen en ontmoetingen, die zich in een predikantsloopbaan kunnen voordoen, die humorite doen sprankelen en tintelen. Een zeer merkwaardig woord vooraf van een „ver familielid” (maar het zal wel een „inwonend” zijn), een zekere L. E. Voici, waarschuwt de lezers voor deze luchtigheid en scherts en vindt ze maar lichtzinnig en te weinig stroken met de eerwaardigheid van het predikantenambt. En deze tegenstand van (in) ds Voila waarschuwt zelfs de uitgever voor een financiële strop, want hij vertrouwt, dat „het merendeel van onze mensen met verontwaardiging dit boekje zal voorbijgaan”. Ik geloof, dat de uitgever wist, wat hij deed en deze waarschuwing in de wind kon slaan. Wanneer Voici, door van „onze” mensen te spreken, veronderstelt, dat slechts de kring van eigen geloofsgenoten aan dit boekje aandacht zal schenken, meen ik te mogen opmerken, dat het ook buiten die kring zeker zal worden gelezen en genoten.

K. van der Geest, Gezegend is het land H. P. Leopolds Uitgeversmij N.V. Den Haag. 1949. Geb. ƒ6,90.

■Van der Geest, van wie we reeds eerder in „Tijd en Taak” met bijzondere waardering: „Eiland in de Branding” bespraken, heeft in dit boek een voor ons alleszins aanvaardbare visie gegeven op het primitieve, in de ergste ellende levende volk, dat woonde in Drente in plaggenhutten op de heide aan de rand der eerste veen-ontginningen. Hoe uitnemend beschrijft hij dit volk, een vermenging aanvankelijk van arbeiders aan kanalen en wegen, van verarmde Friese boeren en van zwervers: ketellappers en stoelenmatters, een volk, dat, delend hetzelfde armzalige lot, één wordt in gedachten en gedragingen, een volk van verworpenen, met vale gezichten, schorre stemmen, doffe blik in de fletse ogen.

In deze mensengroep ontwaakt langzaamaan enige bewustwording en een streven naar lotsverbetering. De eerste glimp van het socialisme begint hun denken te verlichten. De hoofdfiguren van de Friese Raggert Krikke en vooral van zijn vrouw Wiepje, die door iedereen in de omgeving Moeke wordt genoemd, zijn uitstekend getypeerd. Toch is dit boek groots, niet om de figuren, want ze blijven ondergeschikt, maar om de meesterlijke uitbeelding van dit in uiterste rampzaligheid, bijna dierlijk levende, toch zo saamgebonden volk, dat in wezen goed is en offervaardig.

Van der Geest behield een rustige toon, de constructie van zijn boek is eenvoudig, zijn weergave is eerlijk en sober. Maar hij drong door met liefdevolle aandacht tot het levende hart van dit heidevolk; zijn werk werd daardoor tot een onvergetelijk monument. J. T.

Aan de stichting „Beileroord” te Beilen (gezinsverpleging van geestelijk hulpbehoevenden) kan worden geplaatst een

Hoofd van de naai- en linnenkamer

Moet leiding kunnen geven aan personeel en verpleegden. Gediplomeerde verpleegsters genieten de voorkeur. Aanmelding bij de Geneesheer-Directeur, die uitvoerige inlichtingen verschaft.

■\Vie heeft voor een berooide dame, oud 65 jaar, een kamer in Den Haag af te staan? Br. o. no. T.T. 129 bur. v. d. blad.