is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 19, 11-02-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

India’s perspectief de erfenis en de erfgenamen

TWEE JAAR NA GANDHI’S DOOD

„De geschiedenis heeft talloze malen laten zien, hoe snel de idealen van een heilige door zijn discipelen worden losgelaten, zelfs wanneer zij hun optreden dekken met zijn naam. Ten tijde van zijn leven werd Gandhi menigmaal met St Franciscus vergeleken; de snelle veranderingen bij de Franciscanen na St Franciscus’ dood, hadden een aanwijzing kunnen zijn voor wat in India te wachten stond....

.... De regering van India besteedt meer dan de helft van haar inkomsten aan haar leger, terwijl de plattelandsbevolking schreeuwt om hulp. Zij voert een valuta- en handelsoorlog met Pakistan, hoewel zij weet, dat de kosten hiervoor door de armen van beide landen gedragen moeten worden.”

The Manchester Guardian.

Een der volkrijkste, maar ook een der armste staten, is sinds korte tijd toegevoegd aan de rij van ’s werelds onafhankelijke en souvereine mogendheden. India’s vrijheid is bezegeld. Thans zoekt dit enorme land onder leiding van Nehru, Patel en de nieuwe president Rajendra Prasad, zijn weg. Zowel buiten als binnen de grenzen ziet de nieuwe regering zich gesteld tegenover dreigende gevaren. Om daaraan te ontkomen is een staatsmanschap van een Roosevelt nodig en een geestelijke diepte van de twee jaar geleden vermoorde leider Gandhi. De regering van India heeft zich Gandhi’s nalatenschap tot erfenis en opdracht gemaakt: „Waarheid en geweldloosheid”, maar zullen de discipelen kunnen voorkomen, dat de leer tot leuze alleen wordt?

Reeds in Gandhi’s leven zijn zijn idealen vele malen misbruikt. Het was het nationalisme, dat onder deze dekmantel in de eerste plaats werd gediend. Nu deze nationale aspiraties in vervulling zijn gegaan, is er gelegenheid om de schapen te tellen. Daarbij blijkt, dat de werkelijke aanhang van Gandhi klein is. Er is meer waardering voor, dan geloof in hem.

Hoe ziet de politieke kaart van het land er uit? De Congrespartij is nog altijd de machtigste. Uiterst links staat een militant communisme, daarna komen de socialisten van Prakasj Narayan, eens een oppositiegroep in het Congres. Dan, eveneens buiten het Congres, de strijdvaardige Sikhs. Voorts, weer verder rechts, de Mahasabha, vertegenwoordigd in het centrale kabinet. Nog verder rechts vindt men de R.S.S., een militante Hindoe-beweging. eveneens een oppositiegroep in het Congres.

Niettegenstaande deze lijst van oppositiepartijen en dissidente groepen neemt het Congres nog steeds een centrale en overheersende positie in. De verdeeldheid in eigen gelederen is echter tegelijk duidelijk geworden. Deze verdeeldheid zal eerder toe- dan afnemen, nu datgene wat het Congres samenbond, nl. de strijd voor de nationale onafhankelijkheid, met succes is bekroond. Een tweede bedreiging voor de Congrespartij ligt in de politieke bewustwording van het volk. Tot nog toe werd politiek slechts door een dunne bovenlaag der bevolking bedreven. De massa der bevolking vormde het materiaal, waarmee gewerkt werd. Het kan niet uitblijven, dat dit „materiaal” nu ook gaat meespreken, en dan hangt het van de Congrespartij af, of deze nu ontwakende macht zich al dan niet tegen haar gaat richten. Zoals Dean Acheson het formuleerde, is de revolutie in Azië van tweeërlei aard. Het betreft hier

een verzet tegen het imperialisme zo goed als tegen de armoede. Tot nu toe neemt de Congrespartij zeker niet de leiding in de strijd tegen de armoede. De economische en sociale omstandigheden, waaronder vooral de plattelandsbevolking leeft, zijn ontstellend. De boer en zijn gezin leven voortdurend op de rand van de hongersnood. Zowel feodalisme als achterlijkheid van het boerenbedrijf is hiervan oorzaak. Daarnaast ook de overbevolking in de vruchtbare streken. Uitbreiding van het

landbouwareaal is een eerste vereiste. Op het ogenblik evenwel richt de bodemerosie, gevolg van overbevolking en ondeskundig landbeheer, grote schade aan. Daarbij komt nog een bevolkingstoenemingvan circa acht millioen zielen jaarlijks. Er zijn projecten nodig als het Amerikaanse schema voor de Tennessee-vallei om verbetering te brengen. Het komt ons voor, dat de regering voorlopig geen kans ziet om hierin te voorzien. Er is reeds machtig veel theoretisch werk verzet; vele bevloeiings- en ontginningsplannen zijn opgesteld. Geen enkel echter is tot nu toe uitgevoerd! Aldus worden de velden wit voor de communistische oogst!

Het probleem schuilt ook hier in India, in de methode. In China biedt het communisme de middelen om tot materiële verheffing te komen. In India probeert de regering het, onder de machtige invloed van minister Patel, met een eigen kapitalisme. Een gevaarlijk experiment, dat in de afgelopen jaren in de steden reeds beden-

kelijke macht in handen van een kleine groep Indische bezitters heeft gelegd.. In China heeft een dergelijk „inheems kapitalisme” de nationale zaak slechts schade gedaan. Mede dit is de ondergang geworden van het nationalistische regiem aldaar. Bovendien is er weinig geneigdheid om kapitaal in eigen land te investeren. De Indische bezitter mist hiervoor veelal het vertrouwen, met als gevolg dat veel van het aanwezige kapitaal over de grenzen vlucht.

In het begin van dit stuk uitten wij de vrees, dat Gandhi’s erfenis weinig meer zou blijken te zijn dan een leuze voor de huidige generatie. Het is nog de vroeg om hier zeker over te zijn. De pogingen echter van minister Patel om een eigen kapitalisme tot ontwikkeling te brengen, zijn geheel in strijd met Gandhi’s ideeën. Deze „verwestelijking” is in strijd met de ideeën van de vredestichter; ook het eveneens o.m. uit dit kapitalisme voortvloeiende buitenlandse beleid, met name het onverkwikkelijke geschil met Pakistan, dat voornamelijk van economische aard is.

Het begin van de nieuwe staat. Pandit Nehru bezegelt met zijn handtekening India’s nieuwe grondwet, twee dagen voordat zijn land een souvereine, onafhankelijke staat werd.

Tevens geloven wij niet, dat deze ontwikkeling, ook zo deze met succes de macht van India zou vergroten, een voor het volk begrijpelijke „methode” zou bieden, die met de communistische kon wedijveren. Misbruik van Gandhi’s idealen voor een dergelijk beleid zou gevaarlijk worden. Nog eerder zou het communisme kans zien, zonder al te duidelijke onoprechtheid, zich op te werpen als wettig erfgenaam van de Mahatma, Nehru en de volgens de constitutie zeker niet machtige president Rajendra Prasad hebben een zware taak op zich genomen, nl. om politiek de ideeën van Gandhi uit te werken en hun volk te leiden langs de vele verleidingen tot avontuur, die het huidige India biedt. H. VAN VEEN

Leestafelnieuivs

Prof. dr M. C. VEin Mourik Broekman: tuigenis. Uitgave Lankamp en Brinkman, 45 blz. met portret, gebrocheerd ƒ 1,50.

Voor velen, die Van Mourik Broekman gekend hebben en hem om zijn milde wijsheid met lichte humor doorstraald, hebben vereerd, is dit een kostehjke herinnering. Hij begint steeds, ook hier, met een voorzichtige analyse, waarbij de eerbied voor wat geloof in het leven zijn kan, overheerst maar klimt altijd op tot een synthese en uitzicht. Ik zou voor mijzelf allerlei dingen anders zeggen; des te dankbaarder luister ik naar deze stem, die in de donkere jaren van-de oorlog bovenal van Gods vaste leiding wist te spreken.

Dr J. de Graaf: Russische denkers over de mens. Theologische Bibliotheek nr 18, ingenaaid ƒ 4,50, gebonden ƒ5,90; 164 bl. met aant. Uitgave Van Gorcum & Co, Assen. Dit boek Is een Leidse dissertatie. Men weet nu meteen, dat hier geen ontspannings- of stichtelijke lectuur geboden wordt. Ik wU met enige nadruk aandacht vragen voor dit 'boek, niet alleen van vaktheologen en filosofen, maar ook van die politici, die de politiek zien als een gewichtig geestelijk handelen, en van hen die zich bewust rekenschap geven van de spanningen in cultuur en kerk. De betekenis van dit proefschrift ligt n.m.m. in twee dingen: 1° hier wordt een poging gedaan om de Russisch-christelijke opvattingen over de mens te confronteren met de Westers-christelijke; zo is het een bijdrage tot beter onderling begrip, tot verwijding van onze Westerse horizon; 2° dit boek is een directe bijdrage tot het oecumenisch gesprek in de wereld. Dr De Graaf blijkt in dit boek diep te kuimen graven, en heeft bovendien mede door zijn Indische jaren wereldverhoudingen en krachten in het vizier. Zulke figuren zijn zeldzaam en broodnodig. Daarom is dit boek in zeer bijzondere zin een belofte. W.B.