is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 19, 11-02-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om dit laatste (de feiten) gaat het hier. Een juist inzicht in de ware toedracht der feiten, een zakelijke kennis van wat er werkelijk in de historie van dit ogenblik geschiedt, zou een wapen kunnen zijn tegen veel misleiding en vooroordeel en zou ons de kunst der politieke oordeelsvorming eigen maken. Daar zit echter juist ook de moeilijkheid. Want hoe verkrijgen wij die feiten? Door eigen aanschouwing? Door courantenlectuur? Door studie?

Deze vragen houden mij zeer bezig in de maanden, welke wij thans beleven en waarin in steeds groter aantal de ontmoetingen plaats vinden met gerepatrieerde militairen. Talloos zijn de gesprekken, die in kleiner of groter kring gevoerd worden met hen over de gebeurtenissen in Indonesië, waar zij middenin gezeten hebben en waarbij hun familieleden en vrienden betrokken zijn geweest, omdat het hun zoon, hun man, maar ook hun land en hun partij aanging. En nu zien wij steeds weer, dat aan de gerepatrieerden, die met het aureool van de teruggekeerde soldaat, van de held soms, van „onze jongen” in elk geval, voor enige tijd leven moeten, een onbetwijfelbare deskundigheid wordt toegekend in de oordeelsvorming aangaande de feiten der Indonesische geschiedenis. Het is de eigen aanschouwing, op grond waarvan velen hun deze deskundigheid toekennen. Zij hebben met de TNI gevochten, zij weten dus, hoe onbetrouwbaar de zwarten zijn, zij zijn de kenners van „de Oosterse mentaliteit”! Zij bouwden hun oordeel op uit persoonlijke ondervinding verkregen feiten. Wat is deze bron van feitenkennis de eigen aanschouwing echter waard?

In het algemeen blijkt, dat de mens slechts een zeer klein deel van de werkelijkheid aanschouwt, wat hem voorzichtig moet maken bij het vellen van een oordeel over de gè.nse werkelijkheid. De werkelijkheid is zó samengesteld en ingewikkeld, zó ondoorzichtig en tegenstrijdig, dat het bijwijlen in het geheel niet mogelijk lijkt om een oordeel te vellen. Wij kunnen ons de onthouding van elk oordeel, het scepticisme der historici dan ook goed indenken, al weten we evenzeer, dat scepticisme leidt tot onmacht en onvruchtbaarheid. In den regel worden enkele feiten van eigen aanschouwing gegeneraliseerd en opgeblazen tot een oordeel over politieke en culturele zaken, dat hoogst aanvechtbaar moet heten. Wij hebben iets dergelijks gezien bij de beoordeling van de NSB. Uit eigen aanschouwing wisten velen jarenlang te vertellen, dat de NSB voor het overgrote deel bestond uit verbitterde werklozen, die zich in hun wanhoop hadden overgegeven aan de machtsgroep, die gouden bergen beloofde en wel op korte termijn. Nu blijkt het uit de statistiek, dat dit oordeel der eigen aanschouwing onjuist is, en dat het vooral middenstanders en op drift geraakte intellectuelen waren, die samen met een aantal arbeiders de NSB vormden. Op dergelijke wijze zou het ook kunnen blijken, dat de met veel zelfverzekerdheid uitgesproken oordelen over Indonesië en de toekomst van land en volk ginds onjuist zijn, ook al ligt daar de eigen aanschouwing aan ten grondslag. Het is een zozeer beperkte aanschouwing en onder zo ongunstige omstandigheden gevormd, dat de deelneming aan het militaire optreden in Indonesië enkele jaren lang niet geacht kan worden, enige waarborg voor deskundigheid in oordeelsvorming te zijn. Daar de uitgesproken oordelen menigeen, die in Holland bleef en de eigen aanschouwing dus mist, in verlegenheid brengen en hem weerloos maken tegenover al wat de militaire voorlichting en de reactionnaire propaganda over ons volk willen uitstorten, meen ik, dat het goed

is, wanneer wij de werkelijke waarde van de eigen aanschouwing leren kennen en ons niet van de wijs laten brengen door een vermeende deskundigheid. Wij moeten ons wenden tot wetenschappelijke voorlichting en statistiek, ten einde een zo objectief mogelijk oordeel te verkrijgen. Er is dan ook een grote behoefte aan eenvoudige documentatie, niet slechts voor het kader, doch evenzeer voor de massa van elke politieke partij.

Geldt het bovenstaande in het algemeen de politieke feitelijkheid, de Indonesische gebeurtenissen maken de eigen aanschouwing bovendien nog betwijfelbaar, in het bijzonder doordat het oorlogsgebeurtenissen zijn. Wie bij een oorlog werkzaam is betrokken, is partij in een conflict. Zijn oordeel is noodwendig partijdig en dus eenzijdig. Elke oorlogvoerende natie of groep heeft er namelijk belang bij, dat de kracht van de eigen partij zoveel mogelijk wordt versterkt en de kracht van de tegenpartij zoveel mogelijk wordt verzwakt. Een van de middelen is dan, het oordeel over de eigen houding zo gunstig mogelijk en het oordeel over de tegenstander zo ongunstig mogelijk te doen uitvallen. Elk geweldsgebruik maakt ons onmachtig om de tegenstander het volle pond te geven.

Wat hier „verzetshelden” heet, heet aan de overzij „terreUrbende”. De bij elke oorlogvoering wezenlijk behorende gruwelpropaganda trekt de feiten zozeer scheef, dat een oordeel van welke gerepatrieerde ook over de daden, de eigenschappen en de geest der Indonesiërs, op zijn minst twijfelachtig moet heten. Het militaire bedrijf, hoe men over de noodzakelijkheid en het zedelijk gehalte er van ook mag denken, schept nimmer die voorwaarden, die nodig zijn tot een zuivere oordeelsvorming. Het lijkt mij van grote betekenis, wanneer deze dingen overwogen worden, wanneer wij in deze en de komende maanden te maken krijgen met gerepatrieerden, die aanspraak op uitsluitende deskundigheid maken. Al beduidt dit niet, dat wij het leven zwaarder zullen mogen maken -\an hen, die toch al moeite genoeg hebben met hun aanpassing aan het gewone leven.

Wij staan voor de reusachtige taak om, ten aanzien van de Indonesische geschiedenis in het bijzonder en ten aanzien van de politieke feitelijkheid in het algemeen, ons de kunst der oordeelsvorming meer en meer eigen te maken. En daarmee te werken aan de geestelijke weerbaarheid van ons volk.

H. J. DE WIJS

Scène uit: Drcams that money catChuy

Het spel van de avantgardist en het gevaar van hineininterpretieren

Niet alle bioscopen worden door lieden giexploiteerd, die van zakendoen alles en van films niets afweten. Er zijn bioscoopexploitanten die in de wereld van de cinematografie niet alleen „zakelijk” thuis zijn maar die er een eer in stellen, in hun —■ kleine, weinig luxueuze theaters de meest verantwoorde filmwerken te vertonen. Wie onzer kent niet „Kriterion”, de studenten-bioscoop, voortreffelijk geleid en een uitkomst buitendien voor tientallen werkstudenten die hier verdienen wat zij ter bekostiging van hun studie nodig hebben. De éérste avantgarde-bioscoop in ons land was echter de Amsterdamse „Uitkijk”, opgericht precies 2Ó jaar geleden, in een tijd waarin film-liga’s ontstonden, waarin op hartstochtelijke wijze over problemen en de problematiek van filmkunst werd gediscussieerd, waarin vooraanstaande publicisten als Menno ter Braak op de bres stonden voor een vrije, onafhankelijke cinematografie. „De Uitkijk” nu herdenkt het feit van zijn 20-jarig bestaan met een merkwaardige jubileum-voorstelling. Er worden twee films vertoond, waarvan de éne („Kleine mensen op de grote weg”, door Camerini) tot de typisch Italiaanse d.w.z. levensechte, door onnavolgbare humor, sociale gezindheid, de vitaliteit van het rhythme en het rhythme van de vitaliteit uitmuntende filmwerken behoort, terwijl het twééde door een team beeldende kunstenaars, surrealisten, letterkundigen onder leiding van de sedert lange tijd in Amerika levende avantgardist Hans Richter werd vervaardigd. Déze film, „Dreams that money. can buy”, gekleurd en op 16 mm-band, werd in de niet zeer paleisachtige woning van Richter gemaakt, er was nagenoeg geen geld voor dit experiment beschikbaar... en het resultaat? Het is van dien aard, dat ieder die zich met de film en haar mogelijkheden bezighoudt, van Richters werk kennis moet nemen.

De man Joe vlucht uit de verveling der dagen. Met zó veel wordt gehandeld waarom niet met dromen? Hij is in staat, achter de maskers der mensen te kijken, hun hunkeringen en verlangens te erkennen hij heeft de gave diep in zich zelf te zien en ze hun in vorm van dromen „duidelijk” te maken. Hij gaat dromen verkopen.

Zeven dromen worden gerealiseerd door kunstenaars die zelfs juist! in onze tijd van het conformisme, nieuwe uitingsmogelijkheden willen blijven scheppen, ook in de film, door middel van wat de wetenschappen in onze eeuw hebben ontdekt. Freud wordt hier zuiverder en consequenter dan bijv. in heel wat „psychoanalytische” filmwerken van Hitchcock, in de filmtaal overgebracht.

Wij beleven in deze dromen van de meest verschillende mensen, hoe zij ingesponnen zijn in het spinneweb van hun driften en angsten. Draaiende schijven, etalagepoppen, draadfiguurtjes... vooral de kleur, niet te vergeten de muziek... dit alles en nog meer komt er aan te pas, om enkele wezenlijke symptomen van de hedendaagse mens en de moderne maatschappij te onthullen