is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 34, 27-05-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oost-Duitsland bij het overige deel van het land te voegen. Misschien is het Russische ingrijpen in het volksbestaan op het ogenblik nog niet zo doorgevreten, dat herstel onmogelijk is. Maar het is wel duidelijk, dat de Sowjet-Unie het werk in Oost-Duitsland nog dit jaar wil voltooien. Zij heeft dan ook geen enkel belang bij verkiezingen, die in een verenigd Duitsland de grondslagen voor een democratischer samenleving zouden kunnen leggen. Het Westerse voorstel werd dan ook handig overtroefd. Het is goed als het Westen de overtuiging sterkt in West-Duitsland, dat één land een illusie is geworden. Wellicht kan een krachtig stellen hiervan de nog altijd sluimerende geneigdheid van vele Duitsers, ook van toonaangevende politici, om ter wille van die Duitse eenheid een compromis met de Sowjet-Unie aan te gaan, verzwakken. In elk geval zal hierdoor aan kracht tegenover het „oudere land Oost-Duitsland” gewonnen worden. Het Russische offensief in de koude oorlog kan enkel beantwoord worden met een even realistisch tegenoffensief. Het uitgangspunt van de Russen is in feite de aparte staat Oost-Duitsland. Worde de volmondige erkenning, dat West-Duitsland evenzo een aparte staat is, het tegenwapen. Pas als de Westduitse bevolking van dit onloochenbare feit voldoende is doordrongen, kan met enig vertrouwen tot volledige inschakeling van dit land in het Westen geheel worden overgegaan. De consequentie van een afzonderlijke vredesregeling voor West-Duitsland ligt daarmee voor de hand.

H. VAN VEEN

Ceciel trekt zo graag de aandacht. Er v/ordt zo nu en dan gemopperd, zelfs geroddeld. Een ding is dan van groot belang: dat de leiding het gauw merkt. Meestal gebeurt dat ook en dan is een bespreking in de kring voldoende, om de narigheid uit de weg te ruimen. Zo’n bespreking werkt bijna altijd verruimend. ledereen kan vrijuit zeggen, wat ze vindt, men krijgt begrip voor eikaars bedoelingen, er komt meer waardering. Na afloop is iedereen blij, „dat er maar eens over gesproken is” en het Vonkleven herstelt zich weer.

Tekening van Wilhelm von Schadow circa 1820.

Natuurlijk is het van betekenis, welke lessen en inleidingen de meisjes krijgen. Het onderwerp van onze cursus is: Levensvoorbereiding. Belangstelling is er voor alle onderdelen: voor vragen van geloof en leven, voor het gezinsleven, voor het arbeidsleven, voor het leven als staatsburgeres. Zelfs voor de krant. Een van ons bespreekt deze elke dag aan de thee. Er zijn niet zoveel meisjes, die gewend zijn, de krant te lezen, maar het gaat ze toch op den duur interesseren en een moedige geeft zich na een dag of tien op, om ook eens de bespreking te houden.

Eén van de belangrijkste dingen van zo’n cursus vinden wij echter het leren in vrijheid samen te leven. Het zich verantwoordelijk leren voelen voor het geheel, voor de gang van zaken. Niet vragen: mag ik van slaapkamer ruilen met Toos, dan zijn w'e juist twee paren, die het zo goed met elkaar kunnen vinden, maar zeggen: Hetty en ik zijn nu op één kamer terecht gekomen en Toos en Jet ook en nu hebben we daar wat van te maken. De bereidheid is er meestal wel. De energie, om te volharden lang niet altijd. Maar dat deze jonge mensen het willen proberen, dat er ook gauwer iets van terecht kan komen dan in de wereld hierbuiten, dat heeft o.i. een grote waarde. C. H. D.

DE KACH7 IS ALS EEN MOEDERHART ZO OPEN EN ZO MILD

De nacht is als een moederhart zo open en zo mild Voor wie hun stil verdriet, hun angsten en hun klachten.

Hun droef verlangen kunnen delen en verzachten In liefdes hof. Maar ook voor hen, die nóch verwachten Noch hopen kunnen dat in tranenrijke nachten

Een ander leven met het hunne samentrilt, Is als een moederhart de nacht zo open en zo mild.

Ach, reeds in ’t koele morgenlicht verkilt

Hun huivrend hart, tot geen gemeenzaamheid hij machte; Hard is voor hen de dag, onder zijn effen schild Versteken zich hun scherpe, afwerende gedachten. En tegen elke overval zetten ze norse wachten

Uit. ... en hunkren haveloos weer naar de stilt’ Der nacht, die als een moederhart zo open is en mild.

JOHAN TOOT