is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 34, 27-05-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hebben wij die aandacht, die liefde voor de enkele mens behouden? Wij, die als socialisten denken in machtsvormen en -ismen, maar die tegelijkertijd het woord „personalisme” graag gebruiken? Ik kan mij met afkeer afwenden van mensen, wanneer ik zie, hoe ze wonen met elkaar in de dode stenenstapels der grote steden, die ze woningen noemen; hoe ze leven in genotzucht, gemakzucht, rommel en ruzie; hoe ze eten en lachen; hoe ze zich vermaken en hoe ze converseren, platvloers, burgerlijk. Maar nu sta ik opeens tegenover één van hen. De enkele mens boeit me, zijn leven, zijn lot, zijn verdriet, zijn beetje levenswijsheid, zijn beetje geluk. En ik vergeet wat achter ons beiden ligt: dat ook hij gevloekt en gezopen heeft, dat ook zij „Libelle” leest en meesjouwt ’s Zondags

Wij geven door

de zorg van het bestuur van „Kerk en Wereld”. Het verwacht met September as. weer vele jonge mannen en vrouwen op „De Horst” om de Wika-opleiding te volgen. Zij zijn onmisbaar bij de arbeid van de kerk. Zij moeten met de predikanten, die alleen het werk niet af kunnen, de zielszorg behartigen in de ruimste zin van het woord en de bodem voor de voorbereiden. Zij krijgen op „De Horst” een driejarige opleiding, maar voor velen zijn de kosten te hoog. Wat nu? Wanneer zij zelf, en de leiding van „Kerk en Wereld” geloven dat zij uit roeping vragen om deze opleiding? En de kerk het zonder deze geschoolde werkers niet kan stellen? Er is een Eykmanfonds (giro 29700 Driebergen). Hieruit zou hun opleiding bekostigd kunnen worden, indien

U wordt dringend uitgenodigd in het licht van het Pinksterevangelie na te denken over uw verant-W’oordelijkheid voor de Evangelieverkondiging m ons land.

Nogmaals „Kerk en Wereld” Het zomerprogramma 1950 is verschenen. Het is gratis te verkrijgen op aanvi-age aan „Kerk en Wereld”, Hoofdstraat 211, Driebergen. Het is een rijk programma van conferenties en ontmoetingsdagen. Ook worden er van 24 Juli tot 21 Augustus gastenweken gehouden voor hen, die alleen of met hun gezin hun vacantie geheel of gedeeltelijk op dit mooie landgoed willen doorbrengen. Van de conferenties vermelden we alvast: Zaterdag 15 Juli 17 Juü: intellectuelenweekend onder leiding van prof. dr W. Banning.

Onderwerpen: 1. De functie van de intellectueel in de moderne samenleving door dr Ph. J. Idenburg, Wassenaar. 2. De moeilijkheden van de Christen-intellectueel in het moderne arbeidsproces. 3. De inhoud van de mensehjke verhoudingen door ds C. D. Moulijn. Aankomst Zaterdagmiddag 16 uur. Vertrek Maandagmorgen. Prijs ƒ8,50.

Verbeter

in uw exemplaar van T. en T. 13-5-50 blz. 3 artikel ,De nood der kinderen” een misleidende drukfout: kolom 3 regel 35 moet gelezen worden: „Want men hoort nog niet vaak beweren ” („niet” was weggevallen).

Vul aan

in uw exemplaar van T. en T. 20-5-50 blz. 4 einde artikel „De zielenood der wereld”, slotzin: „Misschien dat dan de kerk werkelijk open kan staan in letterlijke en figuurlijke zin voor ieder die in nood verkeert.”

naar de voetbal. En ik strek mij uit naar wat voor mij staat: die enkele mens, geen ding als de massa, maar een wonder van léven, een eigen 'persoonlijkheid, die al mijn liefde weer opwekt, die God heden op mijn weg heeft gebracht en in wie Christus roept.

De enkele mens, hij is het, die wij in het beschouwen van toestanden en verhoudingen nooit uit het oog zullen mogen verliezen. Want hij is méér dan zijn communisme, zijn militarisme of zijn nihilisme. Om hem zullen wij met deernis bewogen moeten blijven, ook en juist in onze strijd tegen zoveel, waarom we hem ook wel eens verachten. Want in de enkele mens allereerst komt Gods vraag tot ons. H. J. DE WIJS

'T^entvc'ld-nieiiws

Huisvrouwbn-vacantieweek B—l2 Mei te Bentveld

Bij de aankomst op Maandagmiddag was er direct een prettige sfeer, doordat oude bekenden elkaar opnieuw ontmoetten. De nieuwelingen onder ons werden daardoor gelijk in de kring opgenomen. In het lezingzaaltje werd, na de thee, de week geopend door de leidster van deze week, mevrouw De Vries—Rorije. Zij zeide 0.a., dat we allemaal met bepaalde verwachtingen naar Bentveld waren gekomen en dat zij hoopte, dat door naar elkander te luisteren, goed te luisteren, deze week aan haar verwachting zou beantwoorden. De inleiding, die ds Van Biemen ’s avonds voor ons hield over „Persoonlijk religieus leven” sloot hierbij aan, en bracht ons dus de eerste dag al direct in die stemming, die de gehele sfeer in Bentveld bepaalt. De prettige inleiding van mevrouw Bomhoff Rhijn over „Wat moeten en wat kunnen we lezen” bracht in de discussie veel vragen over het juiste boek voor onze kinderen. Mej. Memelink sprak over haar ervaringen in het buurthuiswerk en de grote betekenis er van. Donderdagavond kwam mevrouw Wibaut ons vertellen uit het leven van H. Roland Holst—v. d. Schalk. Dit was vooral door het persoonlijk contact, dat zij bijna haar gehele leven met de grote dichteres heeft gehad, voor ons heel interessant. Vrijdagmorgen hield ten slotte mevrouw Enters—Geertsma nog een inleiding over „Vrouw en Maatschappij”. Jammer genoeg werd deze lezing gestoord door aanhoudend geronk in de lucht, zodat de inleidster niet die aandacht had, die zij zeker verdiende. Het weer werkte in alle opzichten mee, zodat we genoten van het rustige buiten zitten, van strand- en duinwandelingen. In de onderlinge gesprekken die we hadden, bleek, dat we in onze gezinnen veelal met dezelfde moeilijkheden te kampen hebben. Zo vonden we door het luisteren naar anderen nieuwe kracht om die moeilijkheden aan te kunnen.

En wat hebben we gelachten ’s avonds, wanneer er gezamenlijk wat spelletjes gedaan werden. Al met al, het was een goede week. Gesterkt naar lichaam en verfrist van geest gingen we Vrijdagsmiddags voldaan naar huis. C. P.—v. d. B.

Pinksterzendingscollecte

„Geven een feest!”.

Zo schreef de Zendingspredikante mej. Chr. Slotemaker de Bruine, toen zij getuige geweest was van een oogstfeest in de Oost-Javaanse Kerk. Groep voor groep kwamen de mensen in de kerk naar voren en legden hun gaven op een offertafel neer. Daarna schaarden zich kinderen zingend rondom deze gaven en voegden hun opgespaard geld daarbij. Buiten de kerk lagen in een feestelijk versierd gebouwtje de gaven in natura. Men zong, men bad, men gaf aan de Heer der Kerk. Het was waarlijk feest!

Op het Pinksterfeest-oogstfeest bidt en zingt de Kerk in de gehele wereld: „Och dat men op deez’ eerstelingen een rijke oogst van voorspoed zag”. Weer komt de Zending aan onze deur kloppen! Neen, niet de Zending, maar Jezus Christus, de Heer der Kerk klopt en vraagt of het vuur van de Heilige Geest ons brandt op het hart. Uit ons antwoord daarop blijke, dat geven ook voor ons een Feest is.

Leestafelnieuws

Johannes Hohlenberg Soren Kierkegaard uit het Deens vertaald door dr S. Perwerda. Uitgave Erven Bijleveld, Utrecht 1949, 380 tolz. ƒ9,90.

Van 1813—1855 leefde Kierkegaard en zijn aanw'ezigheid in het Denemarken van die tijd was een bron van discussie en verlegenheid. Nu, honderd jaar later, is hij de ganse wereld een ergernis in de zin van Paulus die wilde dat het Christendom een ergernis zou zijn. Ge zijt niet modern, als ge K. niet kent, hij, de vader van het moderne existentialisme, maar hoe zou hij zich bits verweerd hebben tegen zijn hedendaagse volgelingen! Hij wou juist niet modern zijn, maar levend protest tegen de tijd, maar dat is hetzelfde: getuige van Christus in de tijd. Er zijn vele boeken die u iets te leren hebben en waarvan ge met profijt, en laat het zijn met dankbaarheid, afscheid neemt. Zeidzaam zijn de geschriften, die u beletten hen weg te zetten, die u begeleiden willen, goedschiks of kwaadschiks. Zo zijn de boeken van Kierkegaard. Ze worden u tot oud zeer, omdat ze uw geweten openwroeten. Ze laten u niet los, omdat ge nimmer kunt menen ze begrepen en verwerkt te hebben. Nu is hier een uitstekend boek over Kierkegaard, waaruit ge zijn leven kunt leren. Ge moet dit nl. kennen om zijn geschriften beter te verstaan. Dat leven zelf is boeiend als de roman over een zonderling. Ge moogt er niet bij bUjven staan. Het mag slechts middel en toegang tot zijn boeken zijn, maar als zodanig is het onmisbaar. Ik heb maar één grief: het leidt niet volledig tot zijn boeken in; integendeel de boeken leiden, in de visie van de auteur, tot het leven in. Maar al lezende in Kierkegaard herstelt ge deze fout wel, zo goed als ge de overmaat aan psychologiserende verklaringen terugdringen moet, die de S. u geboden heeft. Lees Kierkegaard als een wat zonderlinge geloofsgenoot, wie het gegeven was de Evangelische boodschap te verstaan op een wijze, die ons mensen van vandaag aangaat. En nog iets: voor filosofen en theologen zijn de grote werken van belang, maar voor iedereen heeft Kierkegaard zijn stichtelijke toespraken geschreven. Het ware te wensen dat ze in afzonderlijke boekjes door een ondernemende uitgever op de markt gebracht werden tegen een lage prijs, want, heus vrienden, iedereen kan en iedereen moet Kierkegaard lezen. J. G. B.

Heiliging (222 blz.j; Geloof en Volharding Dr G. C. Berkouwer, Dogmatische Studiën: Geloof en Rechtvaardiging (220 blz.); Geloof en r215 blz.;. Uitgave J. H. Kok te Kampen, per deel ƒ4,95.

Dr Berkouwer is hoogleraar aan de Vrije Universiteit en zeker een van de beiangrijkste figuren in de Gereformeerde wereld. Hij is typisch een leerling van prof. Bavüick, veel meer dan van de grote Abraham Kuyper. Dit is ook het waardevolle van zijn Dogmatische Studiën: zij zijn niet sectarisch, niet wettisch, niet intellectualistisch, maar bijbels. Er is in onze kring vaak een begrijpelijke, maar toch ongegronde hooghartigheid tegenover alles wat uit Gereformeerde hoek komt. Op zichzelf is deze hooghartigheid al uit den boze, maar zij heeft bovendien tot gevolg, dat wij het ons zelf onmogelijk maken, ons te laten zegenen door heel veel, wat waardevol is.

Berkouwer heeft veel van Barth geleerd en de vragen, die hij aan de orde stelt, zijn ook de onze. Tijd en Taak is geen dogmatisch en geen kerkelijk weekblad. Dat mag het ook nooit worden. Maar ik ben er van overtuigd, dat het ons in ons leven en in onze strijd alleen maar ten goede kan komen, warmeer wij een figuur als Berkhouwer niet negeren. Ik wU gaarne verklaren, dat ik aan deze drie boeken veel gehad heb en dat ik met verlangen naar de volgende delen uitzie. Het worden er meer dan twintig. Ik heb een grote bewondering voor de werkkracht van deze Gereformeerde hoogleraar en kan alleen maar hopen, dat deze geschriften ook in zijn eigen kring hun werk zullen doen. Dat zal aan de verhoudingen in het Nederlandse Prötestantisme ten goede komen. Berkouwer is overtuigd Gereformeerd, maar hij is een man, die zijn tijd en zijn taak verstaat. Laten wij onze hooghartigheid overwinnen. Dat is een eenvoudige christenplicht. En laten wij van deze man leren. Hil heeft ook ons wat te zeggen. J. J. B. Jr.

David Tomkins’ nieuwe gekleurde kinderprenten, no. 9: De geschiedenis van Don Qulchotte, no 10: De avonturen van Sindbad de Zeeman, uitgave Van Gorcum, Assen, ƒ0,25 p. st., bij getallen voor scholen lager.

Twee platen voor schoolkinderen met gekleurde tekeningen en tekst waarop je niet zo maar uitgekeken bent. Ze doen mij denken aan het Prikkebeen-boek uit mijn jeugd: nogal plechtige taal en realistische tekeningen, die het stellig wel zullen doen, ook bij de jeugd van nu. Denk er eens aan bij de as. schoolovergang. R. 8.-v. R.