is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 43, 29-07-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbeeld. Want men moet al heel naïef zijn te menen, dat de Amerikanen dit spelletje van krachtverspillen aan de periferie van Ruslands machtgebied dociel blijven meespelen. Nu al is de publieke opinie van Amerika uitermate geladen; er komt een ogenblik, waarop niet Stalin of het Politbureau, maar de Amerikaanse wereld haar geduld verliest. Wie Okinawa op het tot op de tanden gewapende Japanse leger veroverde, kan Korea heroveren; wie Hiroshima vernietigde, kan Moscou verpletteren. Achesons waarschuwing gaat in deze richting.”

Inderdaad zijn er in Amerika, die in deze richting denken. Maar dat een vooraanstaand lid van de P.v.d.A. in Paraat ons als socialisten in deze richting voorgaat, heeft mij ontsteld. Hier is de propaganda langzamerhand voor iedereen duidelijk geworden. Dat de overwinning van het communisme door oorlogsgeweld de wereld vrijheid en vrede zal brengen, is een gedachte, die wij levensgevaarlijk noemen.

Tas hoopt dat de oorlog voorkomen wordt. Zijn artikel eindigt aldus: „Moeten onze kinderen dan op hun beurt een wereldoorlog doormaken? Laat ik als antwoord daarop het woord citeren van een eenvoudige Amerikaanse vrouw, die tot haar broer zei: Onze jongste, Jackie, is nu acht jaar, het moet afgehandeld zijn voor hij groot is! In deze woorden ligt de overwinning al opgesloten. Maar wat meer is: in deze mentaliteit ligt de enige kans op een overwinning zonder oorlog!”

Zeggen wij te veel, wanneer wij zeggen, dat wij het een noodlottig optimisme vinden, wanneer men inderdaad gelooft, dat in het woord van deze Amerikaanse moeder de overwinning al opgesloten ligt?

Als het afgehandeld moet worden, voordat Jackie groot is, moet er heel wat meer en heel wat anders gebeuren dan wat Tas meent, dat er gebeuren moet.

Als socialist en zeker als christen is het ons onmogelijk te geloven in de atoombom. Inderdaad, wie Hiroshima vernietigde, kan Moscou verpletteren.

Sterker: wie Hiroshima vernietigt, kan niet alleen Moscou verpletteren, hij kan ook de gehele wereld te gronde richten.

J. J. BUSKES Jr

positie heeft gesuggereerd, maar duidelijk heeft te kennen gegeven, dat een Koreaanse oorlog niet het juiste middel is om Mao’s positie te bevorderen. Wat er precies gezegd is door Kelly, en welke antwoorden hij gekregen heeft, weten wij niet. Het is ook niet zo belangrijk meer, aangezien wel is komen vast te staan, dat ook dit overleg geen resultaat zal hebben.

In elk geval heeft de Engelse poging niet op de Verenigde Staten de schijn van oorlogzuchtigheid en op de Sowjet-Unie die van vredelievendheid geladen. Nehroe’s poging tot ingrijpen heeft de Russen wel ruime gelegenheid voor propaganda gegeven. Jammer, aangezien de onmogelijkheid van werkelijk succes van tevoren vast stond.

Als Acheson een gesprek over een vergelijk nutteloos acht, tenzij de communistische agressie volkomen ongedaan gemaakt wordt, wat heeft hij dan wel te bieden? De afgelopen week heeft hierover geen twijfel gelaten: een sterke bewapening, die de communisten moet afschrikkén.

In zijn boodschap aan de volksvertegenwoordiging heeft president Truman een

crediet van 10 milliard dollar gevraagd voor de strijd in Korea, alsmede vele andere milliarden voor versnelde bewapening van de landen van het Atlantisch Pact. Nog dit jaar wordt de Amerikaanse strijdmacht uitgebreid met 600.000 man, terwijl de industrie volkomen gemobiliseerd wordt. Zeer bewust zet de Amerikaanse regering, nu in versneld tempo, haar programma voort tot versterking van de Westerse wereld, er van overtuigd, dat gepn enkel gesprek met de Sowjet-Unie zin heeft, zolang het Westen niet voldoende macht bezit om de uitvoering van een eventuele overeenkomst veilig te stellen.

Voor West-Europa heeft dit Amerikaanse voornemen nog andere gevolgen dan dat haar bewapening in sneller tempo dan aanvankelijk mogelijk geacht werd, plaats vindt. In zijn boodschap heeft president Truman er op gewezen, dat de Europese industrie haar aandeel in de wapenproductie moet hebben. Eventueel zal een deel der Marshallhulp voor dit doel gebruikt worden. Dit betekent dus, dat volgens Amerikaans voornemen het herstel van de Westeuropese welvaart op het tweede plan wordt gesteld ter wille van de bewapening. Als reden hiervoor is er stellig aan gedacht, dat ook de Marshall-landen dienen mede te betalen.

Zo’n bezuiniging op de Amerikaanse uitgaven een zeer klein deel van het bedrag dat de Amerikanen nu plotseling extra moeten uitgeven kan enigszins rechtvaardig klinken. Maar er mag niet worden vergeten, dat hiermede het, ondanks alle sombere berichten opmerkelijke , herstel van de Westeuropese welvaart in de waagschaal wordt gesteld. Ten slotte is welvaart ook een wapen in de strijd tegen het communistische totalitarisme. Wellicht vindt het Congres nog gelegenheid om zich op dit punt te bedenken.

Dit was de sombere kant, wat ons werelddeel betreft. Er is echter ook een belangrijk lichtpunt. De moeilijkheid van de samenwerking binnen Europees verband met Engeland is tot dusver voor een belangrijk deel de zwakheid geweest van het „continent”. Het zou voor de Engelse strategie heel bedenkelijk zijn om de gehele Britse macht te binden aan de zeer zwakke macht van Frankrijk en Benelux. Dit is wel begrijpelijk. Ten slotte is er ook nog een Duinkerken geweest, waar de Engelse strijdmacht ternauwernood en met veel goed geluk aan een totale vernietiging is ontkomen.

De belangrijke versterking van de Westeuropese bewapening door de Amerikanen heeft ten doel een snelle verovering door Russische legers onmogelijk te maken. Als de situatie inderdaad zo wordt, kan van Engelse zijde met meer vertrouwen tot samenwerking worden overgegaan. Stellig is deze versnelde bewapening dus een der wegen die tot betere Westeuropese samenwerking leiden kan.

Het is bedroevend, dat thans reeds, vijf jaar na het einde van wereldoorlog no. 2, bewapening het beste middel is om de veiligheid der democratieën te bewaren. Geen mens zal blind zijn voor de grote gevaren van zulk een gewapende vrede. Zeker is het bovendien geenszins, dat het te verwachten Amerikaanse machtsvertoon voldoende indruk zal maken op de communistische leiders om deze van verdere acties te doen af zien. Helaas, een andere wijze van gesprek biedt geen enkele kans. Ten slotte zien wij ons gesteld tegenover een openlijke communistische dreiging. Wie dit vergeet en daarom hoopt op een vergelijk zonder macht, leeft in een droomwereld.

H. VAN VEEN

Vonkjes

Vacantie! Ook de Vonk staat in dit teken! Al van begin Juni af. Telkens komen er andere groepen van zee en duinen, van zon en vrijheid, van spel en sport, maar ook van onderlinge gesprekken, van een mooi boek of verhaal, een inleiding of muziek genieten. Eerst waren het aldoor vrouwengroepen. Nu zijn het meisjes, vooral oudcursisten van de cursussen „Tussen school en leven”. Ze blijven een week en mochten zusjes of vriendinnetjes meebrengen. Het programma staat echt in het teken van vacantie. Zo kort mogelijk corvee en dan er op uit trekken. Soms boterhammen mee, maar niet altijd, want dan is de avond weer zo kort! Wandelen, zwemmen, sporten, gramofoonplaten draaien, voorlezen, spelletjes doen, een „nacht”wandeling, alles moet zoveel mogelijk elke dag aan de beurt komen. En dan enige keren in zo’n week een „praatkring”. Dan zit een groepje van acht of negen meisjes met een leidster in een kring en er wordt gepraat over dat, wat hen interesseert. Dan krijg je een kijkje in het leven van deze kinderen. Er zijn er (gelukkig) een aantal, die uit een „goed” gezin komen, die verantwoord hun plaatsje in het maatschappelijk leven hebben ingenomen. Waar Vader en Moeder leiding geven, zich moeite en offers getroosten voor hun dochter, haar een goed voorbeeld geven. Maar het is ook vaak zo anders. En over die andere gevallen pieker je in zo’n week. Marietje volgde voor twee jaar een cursus, ’t Was toen nog een echt kind, net veertien, een beetje gesloten. Nu is het een jong meisje, heel gesloten, ze bemoeit zich alleen met haar zusje van achttien. Waar die twee kunnen, zonderen ze zich af, onttrekken ze zich aan een gemeenschappelijke plicht. Zo van: als ik het maar goed heb, een ander komt er minder op aan. Datzelfde komt in meer meisjes naar voren. En in vrouwen! Je staat vaak versteld van het egoïsme. Misschien nog meer versteld van de manier, waarop ze dat ten toon spreiden! In een praatkring kwam dezer dagen het feit ter sprake, dat om een verzoek om vrijwilligsters voor een klein karweitje zo weinigen zich spontaan opgaven. De meesten uit dit kringetje hadden zich later geschaamd, dat ze niet meegedaan hadden. En we vertelden elkaar, dat het zo gek was, dat het eigenlijk helemaal niet plezierig was, om in zo’n geval niét mee aan te pakken en dat je toch telkens de kans, om er af te komen, aangreep. Maar Marietje vond dat kennelijk onzin. Als je toch niet hoefde, waarom zou je je dan uitsloven! Greetje zei: „Laatst kwam ik van mijn werk en toen deed mijn moeder juist de keuken en ik vroeg: moeder, zal ik helpen? Toen was mijn moeder veel vroeger klaar. Nou en ik was toch zó blij dat ik het gedaan had!” Marietje luisterde maar half, haar gedachten waren alweer heel ergens anders en ik dacht: hoe kom je zo? Waarom ben je zo? Hoe kunnen we je bereiken? Als je niet bereikt wordt, ga je ook horen tot die ongenaakbare vrouwen, die wel zorgen, dat ze aan hun trekken komen, die je nogal eens hoort zeggen: „ja, ik zal gek zijn!” Maar op wier gezicht geen mildheid, geen liefde te lezen is en die hun kinderen later ook weer in de kou laten staan. Je ziet al vaak aan de kinderen, hoe ze als moeder zullen zijn!

C. H. D.