is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1950, no 47, 02-09-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WESTEN EN HET OOSTEN

Nehru vindt het een grote fout van de Verenigde Volken, dat zij weigeren het China van Mao Tse-toeng te erkennen en tot de Veiligheidsraad toe te laten, en een nog veel grotere fout, om de schijnregering van Tsjiang Kai-sjek met kunst en vliegwerk in stand te houden.

In het Westen zijn er, die menen, dat Nehru zo oordeelt, omdat hij geen wezenlijke tegenstander en bestrijder van het communisme is, zoals volgens hen het Oosten in het algemeen het grote gevaar van het communisme niet onderkent. Het laatste wil ik in het midden laten, al is er ook wel een en ander over te zeggen, maar het eerste is bepaald onjuist en met de feiten in strijd. Er is geen sprake van dat Nehru voor het toelaten van het communistische China pleit, omdat hij toch heimelijk sympathie voor het communisme zou koesteren. Hij is er echter van overtuigd, dat, ook al zijn Rusland en China beide communistische landen, er toch ook grote verschillen en spanningen tussen deze beide landen bestaan. En de fout van het Westen is, volgens hem, dat het Westen in het Oosten bezig is om al wat in China communistisch denkt, zonder evenwel wat de politiek betreft Russisch-communistisch te denken, steeds meer in de richting van Rusland te drijven.

In plaats van rekening te houden met de spanningen, die er tussen Rusland en China bestaan en deze zoveel mogelijk uit te buiten, is het Westen al maar bezig om de spanningen tussen zich zeif en het communistische China te vergroten en te verhevigen en daardoor Rusland en China steeds meer naar elkaar toe te drijven.

Wie de spanningen tussen het communistische Rusland en het communistische China ontkent, omdat communisme overal in de wereld hetzelfde is, is geen reële politicus, maar een onwerkeiyke theoreticus. Hy miskent het Russische karakter van het Russische en het Chinese karakter van het Chinese communisme. Hij reken,t niet met de historische ontwikkeling van het communistische Rusland, waarby het bij voegelijke naamwoord natuuriyk mede de inhoud van het zelfstandige naamwoord bepaalt, maar het omgekeerde evenzeer en in nog veel sterker mate het geval is. Hetzelfde geldt voor China. Valentin Toma geeft van deze spanningen tussen Rusland en China een typische illustratie in een artikel over de geschiedenis van de Noordkoreaanse volksdemocratie, opgenomen in Paraat van 25 Augustus. Toma vertelt, dat er niet alleen een yzeren gordijn is neergelaten tussen Noord-Korea en Zuid-Korea, maar ook tussen Noord-Korea en China. Van de geschriften van Stalin werden honderdduizenden exemplaren in Noord-Korea verspreid. De publicaties van de communistische leiders van China werden echter stelselmatig geweerd. leder communistisch contact met het China van Mao Tse-toeng werd in Noord-Korea onmogeiyk gemaakt. Zelfs het postverkeer wordt van de zijde der regering verhinderd. De Koreaanse communistische partij is gezuiverd van alle pro-Chinese elementen en

van allen, die onder verdenking staan nationalistische of racistische afwijkingen te vertonen. De Russen hebben Noord-Korea dus aan alle zijden geïsoleerd, ten einde het volledig voor hun eigen, d.w.z. Russische doeleinden te kunnen benutten. Het staat natuurlijk vast, dat het Westen het communistische China ten slotte zal erkennen en toelaten. Engeland en Nederland deden het al. De Verenigde Staten doen het echter niet. Het voorstel van Rusland werd verworpen. Vanwege een prestigekwestie jaagt het Westen China steeds meer tegen zich in het harnas in plaats van zijn politiek in het Oosten mede te laten bepalen door de spanningen, die er tussen Rusland en China bestaan.

De oorzaak van deze kortzichtige politiek heeft Nehru duidelijk aangewezen: het Westen bekijkt de zaken in het Oosten uitsluitend van uit het Westen en verzuimt telkens weer ze ook van uit het Oosten en de problematiek van het Oosten te bekijken.

Nehru is er zelfs van overtuigd, dat het conflict in Korea waarschijnlijk nooit zou zijn gekomen, indien het communistische China aan het begin van dit jaar tot de Veiligheidsraad zou zijn toegelaten in plaats van het nationalistische China van Tsjiang Kai-sjek.

Men kan natuurlijk tegenwerpen, dat dit dan toch ook volgens Nehru slechts een waarschijnlijkheid was. Alsof een der gelijk inzicht ooit meer dan een waarschijnlijkheid zou kunnen zijn. Nehru is een te reëel politicus, om een waarschijnlijkheid een zekerheid te noemen. Maar hij kent het Oosten in elk geval beter dan de Westerse politici. En in de loop der jaren zijn waarschijnlijkheden van Nehru telkens zekerheden geworden, terwijl zekerheden van het Westen minder dan waarschijnlijkheden bleken.

Uit de aard der zaak is volgens Nehru ook de Formosa-politiek van Amerika een politieke vergissing. De waarschijnlijke gevolgen van de Amerikaanse Formosa-politiek bstaan enerzijds in een verwijdering tussen Amerika en Engeland, anderzijds in een verwijdering tussen Amerika en India.

lEngeland en India menen nu eenmaal, dat Formosa by China behoort en China is het China van Mao Tse-toeng en niet het China van Tsjiang Kai-sjek. Voor dit inzicht pleit veel en veel meer dan voor de mening van Amerika.

Men kent de ontwikkeling ten opzichte van Formosa. Mac Arthur is naar Tsjiang Kai-sjek gerend. Mac Arthur beweert, dat hij uitsluitend gesproken heeft over de verdediging van Formosa. Tsjiang Kai-sjek echter beweert, dat Mac Arthur hem Amerika’s hulp heeft toegezegd by een eventuele poging om weer vaste voet aan het Chinese vasteland te krygen.

Engeland heeft daarop verklaard, dat het achter Amerika staat, wat Korea, maar niet wat Formosa betreft.

Harriman is daarna door Truman naar Tokio gestuurd, om met Mac Arthur te overleggen. En nu heeft het communistische China aan de Veiligheidsraad verzocht er voor te zorgen, dat Amerika zyn

troepen uit Formosa en zijn vloot uit de wateren bij Formosa terugtrekt. De communisten weten de spanningen tussen Amerika, Engeland plus India zeer wel uit te buiten.

Het Vrije Voik zegt te recht, dat Amerika een hele toer zal hebben, om de Aziaten bij te. brengen, dat niet Mao Tse-toeng, maar Tsjiang Kai-sjek op Formosa thuishoort. Ik wilde wel, dat het iets meer gezegd had. Het is niet alleen zo, dat het aan Amerika nooit lukken zal, dat aan de Aziaten duidelijk maken Tsjiang Kaisjek en zijn regime worden nu eenmaal door de Aziaten gehaat en dat volkomen te recht maar ook zo, dat het Amerika onmogelijk zal zijn, de wereld er van te overtuigen, dat Amerika’s verdediging van Tsjiang Kai-sjek iets te maken heeft met de verdediging van het recht en de vrijheid der volken in het Verre Oosten. Voor de zoveelste maal wedt Amerika op het verkeerde paard.

Het enige resultaat zal zijn, dat de vrees voor het Amerikaanse imperialisme, die in Azië nog altijd leeft, versterkt wordt en dat men in Azië steeds minder gelooft, dat de strijd van Amerika tegen Rusland ook de strijd voor het recht en de vrijheid van de volken van het Oosten betekent.

Pogingen om uit de impasse te geraken en tot een voorlopig compromis te komen, hebben alleen kans van slagen, indien het Westen in staat is, met het Óósten wezenlijk rekening te houden. Is het daartoe niet in staat, dan zal zelfs een overwinning op Korea en Formosa, die voorlopig nog volstrekt niet zeker is, een schijnoverwinning blijken te zijn.

De tegenstellingen tussen Oost en West zullen groter zijn geworden. En Nehru zal blijken gelijk te hebben: als het spannen gaat, trekken de communistische en anti-communistische landen van het Oosten ten opzichte van het Westen één lijn, met al de noodlottige gevolgen daaraan verbonden.

In een krant van India las ik, dat Nehru een uitnodiging ontvangen heeft, om het communistische China te bezoeken. Het is nog niet bekend, of hij deze uitnodiging zal aannemen. Hij schijnt te overwegen, zelf de zittingen van de Veiligheidsraad bij te wonen. Dan komt er van een bezoek aan China voorlopig niets. Een beslissing heeft hij echter nog niet genomen.

Wanneer het Westen in het Oosten politiek blijft bedryven op eigen hand, zonder met India, d.w.z. met het Oosten, rekening te houden, zal een eventueel bezoek van Nehru aan China het anti-communistische India en het communistische China dichter by elkander brengen ten nadele van het Westen. De verwijdering tussen het Westen en India zal groter worden. Indien het Westen in staat is, zijn politiek in het Oosten mede door het Oosten en de problematiek van het Oosten te laten bepalen dit brengt met zich een koerswijziging van de Veiligheidsraad ten opzichte van het communistische China, een loslaten van Tsjiang Kai-sjek en een totaai andere Formosapolitiek kan dit bezoek een toenadering van het anti-communistische India en het communistische China ten bate van het Westen en het Oosten beide betekenen. De afstand tussen Rusland en het China van Mao Tse-toeng zal groter worden.

Er zijn nog altyd mogeiykheden, maar tot dit ogenblik biyken de reële politici van het Westen niet in staat, om deze mogeiykheden in realiteiten om te zetten. Toch is dat voor de toekomst in de gegeven situatie het meest noodzakeiyke.

J. J. BUSKES Jr.