is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1950, no 13, 23-12-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het kerkelijke erf gebeurt, maar een intensief er aan deelnemen kan toch moeilijk geconstateerd worden. De nieuwe oriëntering, het beschroomd en bedachtzaam zoeken naar nieuwe wegen en vormend zoals zich dit met name in de Herv. Kerk openbaart, wordt wel aandachtig gadegeslagen, maar men springt er zelf niet in, mede omdat men weifelend staat tegenover de mogelijkheid van dndere visie bijv. ten aanzien van het politieke terrein. Ik schrijf met opzet dndere visie en niet meer-geëigende, omdat het mij te doen is alleen nog maar om openheid te verkrijgen, en die openheid is zeker niet aanwezig, indien men té voorbarig al zou gaan poneren, dat bijv. de vroegere situatie inzake de politiek verouderd is! Dén zeker gaan de deuren dicht, en is er zelfs geen mogelijkheid van gesprek, omdat zó’n uitlating opgevat wordt als een directe aanval op de sinds lang ingenomen stellingen, die dermate vertrouwd geworden zijn, dat men daarom al geneigd is ze als de enig-mogelijke te beschouwen.

Om evenwel te blijven bij het onderhavige onderwerp: hoe wil men nu de jongeren vormen, indien men zo verschrikkelijk bedachtzaam en voorzichtig blijft? Hoe wil men de jongeren vormen, indien men alles wat er dan toch maar aan de gang is, óf verzwijgt, óf alleen in particulier gesprek te berde wil brengen, óf zelfs zonder meer afwijst? Ik heb de stellige indruk, dat men op deze wijze niet alleen een slechte dienst bewijst aan de eigen leden, maar dat men hen in elk geval niet voert tot politieke bewustwording. Men versta mij wel: indien men door expresselijk ook de politieke vragen aan de orde te stellen, bereiken zou, dat vele leden dier jeugdorganisaties zich bewust voegen in de bestaande christelijke

partijpolitiek, dan is mij dit wél zo goed, dan wat er thans geschiedt, nl. dat vele dier jongeren om volstrekt bijkomstige redenen zich daarbij bepalen. Ik noem bijkomstige redenen het bijv. op grond van het „van thuis meegekregene” blijven bij wat „thuis” de gewoonte was, of het meegaan in politieke beschouwing met iemand, omdat hij zo’n betrouwbare man is, of iets dergelijks. Ddt staat juist de politieke bewustwording in de weg. Ik kan de op een conferentie gehoorde opmerking wel begrijpen, maar niet goedkeuren, „dat vele bestuurders daarom juist de politieke bewustwording der leden tegenhouden, omdat zij bang zijn stemmen te verliezen”. Deze veronderstelling van kwade trouw, want dat is het toch eigenlijk, lijkt mij niet juist. Maar daarmede is er in elk geval gewezen op een vraag, die m.i. urgent is: wordt de stem straks inderdaad bewust en verantwoordelijk uitgebracht, of meer in de sfeer van „ik zal het zo maar doen, want dat is me zo voorgehouden”?

Naar de oorzaken van de politieke gedesinteresseerdheid van vele jongeren speuren we hier thans niet. Het is er ons om te doen deze vragen aan de orde te stellen:

1. is het juist om het „geestelijke” en het „politieke” zó uiteen te leggen als veelszins gebeurt?

2. is het juist om de jongeren zonder politieke vorming het leven in te sturen?

3. is het juist om de nog veel te veel gehoorde afwijzing van de mogelijkheid van een andere combinatie van het „geestelijke” dan met christelijke partijpolitiek, te handhaven in een wereld, die juist tot het christelijk-geestelijke zulke geweldige uitdaginge.n richt?

A. A. W.

Korte aankondiging

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij u er even op: Ie S. de Diétricb, Terug tot de bijbel. 2e geheel heraiene drukuitgave Boekencentrum Den Haag, 1950, 292 blz. ƒ 5.90. We hebben destijds dit Ijoek nadrukkelijk aanbevolen als het beste boek dat we kenden ter inleiding in de gelovige bijbelstudie. Deze tweede druk is geheel herzien. Dit is nu eens geen uitgeverstrucje, maar de zuivere waarheid en zo handhaven we met nog meer klem onze aanbeveling. Het eerste deel is theoretisch en behandelt vraagstukken als de inspiratie en de historische waarde van de Bijbel; het tweede deel is zeer oorspronkelijk en behandelt de verhouding van Bijbel, Kerk en kerkelijke eenheid (oecumene); het derde deel is practisch en wijst een begaanbare weg voor individuele en collectieve bijbellezing.

2e Jaap Wind, Bericht van je jongen uitgave Bosch en Keuning Baarn 1950. 80 blz. ƒ2.25. Zo’n eenvoudige Hollandse jongen uit een gelovig protestants milieu ergens in een klein stadje. Hij is verloofd, als hij uitgezonden wordt naar Indonesië en daar deelneemt aan militaire acties. Wat is er in hem omgegaan de jaren van zijn verblijf aldaar voor hij sneuvelde? Het boek is een novelle, waarvan het centrale deel een dagboek is; het dagboek zelf maakt de indruk echt te zijn en zo is hier dan het antwoord op de boven-gestelde vraag. Ik wil wel bekennen dat het boekje me diep ontroerd heeft om sommige fragmenten uit het dagboek, die zeldzaam gaaf zijn. Daarnaast roept het boekje een veelvoud van gedachten op over oorlog en liefde en vaderland. Kortom een heel fijn boekje, echter niet geschikt voor al te jonge lezers.

3e Singel 262. Twee en twintig biografieën, uitgave A.B.C. Querido Amsterdam 1950. 128 blz. ƒ 0.85.

Een boekje als dit komt tegemoet aan de redelijke belangstelling van de lezer, die wel eens wat meer wil weten van de schrijvers, wier boeken hij las. Zijn uitgeverij komt hem hierbij te hulp. Een foto, een levensschets, een korte bibliografie. Dit is de tweede maal dat A.8.C.-Querido dit doet. Als u in uw boekenkast een boek van deze uitgeverij bezit, dan beleeft u wel genoegen aan dit boekje of aan het deeltje 1949. En anders ook. Het is altijd wel leuk iets uit het leven van schrijvers

te vernemen. Als u maar niet vergeet ook hun boeken te lezen. Want daar gaat het om. Overigens blijkt uit zo’n boekje wat voor een belangrijke uitgeverij wij hier in Nederland in „Querido” bezitten.

4e Theun de Vries, Leerschool voor barbaren. Karei de Grote, serie: Gastmaal der eeuwen, uitgave Van Loghum Slaterus, Arnhem. 1949. 66 blz. ƒ 2,90.

Dr J. B. Knipping O. F. M. Hooglied in Steen: De kathedraal, serie: Gastmaal der eeuwen, uitgave Van Loghum Slaterus, Arnhem. 1949. 67 blz. ƒ 2,90. Hier nogmaals twee aardige boekjes uit deze serie. Het eerste is uitstekend voor een eerste kennismaking met Karei de Grote. (Verontschuldig de flauwe opmerking maar ik kan ze niet voor me houden: Karei de Grote is nóg belangrijker dan Abe Lenstra). Wel moet ik opmerken, dat de historisch-materialistische visie van Theun de Vries zonder hinderlijk te zijn, nochtans de schuld is van- een zekere eenzijdigheid in dit boekje. Toch werkt zo’n economische benadering van historische figuren wel eens gezond. De deskundige zal zich_ hier G. Kurth herinneren, niet in de bibliografie genoemd, die t.o.v. Karei de Grote het tegengestelde standpunt innam. Bij De Vries moet Karei wel wat geestelijke luister derven.

Dr J. B. Knipping schreef over de Middeleeuwse geest en hoe die belichaamd is in de architectuur der kathedraal. Een boekje met mooie illustraties en waar veel werk in zit, maar zo berstens vol zinspelingen, die alleen een ontwikkeld rooms-katholiek kan thuisbrengen en geschreven in een zo eigenaardige dwepende stijl, dat Ik vrees, dat onze niet-r.k. landgenoten het (ten onrechte, meen ik) zullen afwijzen als onleesbaar. De pater vergeet dat voor een niet-rooms katholiek een kathedraal even vreemd is als een moskee.

5e prof. dr J. J. L. Duyvendak: Het goede schip „De negen muzen”, uitgave E. J. Brill, Leiden.

1950. Drie voordrachten, gehouden bij de opening der colleges in de faculteit der Letteren en Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit te Leiden, ƒ1,75. Het nut van deze uitgave ontgaat me. Als voordrachten bij de opening der colleges zullen ze het wel gedaan hebben, maar gedrukte welsprekendheid is een hachelijk ding.

De smaakvolle eruditie, de vele goedgekozen citaten kunnen niet verhullen, dat de inhoud een

fraai opgetuigde gemeenplaats is voor het goed recht der zgn. geesteswetenschappen en een ondoeltreffend pleidooi voor geestelijke beschaving. Ten slotte, een wonderlijk contrast treft u in deze bladzijden aan: uiterst precieus taalgebruik en een overmatig-grote import van barbarismen.

Leestafelnieuws

Ds J. J. Buskes Jr: De komst van het Koninkrijk. Dagboek, uitgave Bosch en Keuning, Baarn, 2e druk 1950. 369 blz. ƒ5,90.

Ik wilde juist voor dit Kerstnummer nog even aandacht vragen voor bovenstaand boek. We kunnen het er over eens zijn, dat voor een gelovig christen, althans van hervormden huize, leven uit het geloof betekent leven met de Bijbel. Ik neem maar aan, dat we ook zo langzamerhand wél weten, hoe bedriegelijk de vlakke (oij)-waarheid is, dat het op de zgn. practijk aankomt. Het is voor een christen een kwestie van leven of dood, of hij zijn „practijk” weet te inspireren door zijn geloof. Nu is die omgang met de Bijbel, liefst dagelijks, moeilijk. En hier wijs ik op dit dagboek. Buskes heeft voor alle dagen van het jaar een bijbeltekst gekozen, en daarbij een bladzijde uitleg en toepassing geschreven. Men kent dit systeem: Er zijn ook kalenders met elke dag een stichtelijk stukje. Ge moet dit niet zonder meer afwijzen of bespottelijk maken, omdat er zoveel stichtelijke rommel is. U moet u eens in gemoede afvragen, of het niet beter was naast elke dag uw krant met nieuws ook elke dag even stil te staan bij het nieuws uit de Eeuwigheid. Onze lezers kennen ds Buskes en begrijpen dat hij zijn dagboek „De komst van het Koninkrijk” noemt, juist omdat dit midden in zijn godsdienstige aandacht staat. Zo’n bladzijde van Buskes zet u aan tot nadenken, zet u aan tot bidden. Een bladzijde per dag. Het kost niet meer dan een minuut, maar ge kunt er weer even op teren en de geestelijke leegheid mee bestrijden, die ons aller levensgevaar is. Ik ben niet voldoende thuis in dit soort lectuur om te durven zeggen, dat dit het beste is. Wel weet ik heel zeker, dat dit dagboek heel goed is. Ik geef u in ernstige overweging om het eens te proberen: het dagboek begint op 1 Januari. En de prijs? Ge moet dit met u zelf uitmaken, maar een jaarabonnement op een krant is duurder en dit boek kunt ge bewaren en meer dan één jaar gebruiken. J. G. B.

NEDERLANDS HERVORMD VORMINGSCENTRUM

Alerdinck, Heino (post Laag Zutem).

Predikantenconferentie 8 en 9 Januari 1951. Leider: Ds H. Bardeloos, Lutten. Kosten ƒ6,— p.p. Echtpaar ƒlo.—. Thema: „Hoe richten wij ons met de kerkelijke jeugdvorming op de dorpsgemeenschap”.

Telkens stuiten wij in ons werk op de vraag, welke plaats ons kerkelijk werk heeft in de natuurlijke samenleving. Het duidelijkst kunnen wij de ligging van dit vraagstuk nog aan wij zen in het dorpsleven.

Is de predikant organisator van de dorpsgemeenschap, of enkel van de kerkgemeenschap: Is dit te scheiden, of moet dit juist gescheiden worden? Omdat opbouw van het ene misschien automatisch afbraak van het andere betekent? Of toch niet? Hoe liggen deze dingen?

Van het antwoord zal sterk afhangen, hoe wij de vorming van de jeugd aanpakken. Moeten wij de dorpsgemeenschap in het oog houden bij onze catechisaties, of moeten wij dit juist doen bij het verenigingswerk? Hoe stellen wij dus onze catechisaties in en maken deze bevredigend?

De resultaten van de enquête door dr Tuinstra gehouden in de classes Zwolle, Kampen en Deventer (ged.) worden hierbij besproken. Deze theologische conferentie is dus organisch gegroeid uit de problemen, die zich in onze eigen streek voordoen.

N.B. Wanneer voldoende predikantsvrouwen meekomen, zal een spreekster worden gevraagd voor de behandeling ’van een onderwerp, dat haar interesseert.

PROGRAMMA:

Maandagmorgen 11—12 uur: Aankomst. Maandagmiddag 3. uur: „Dorpsgemeenschap en Kerkgemeenschap”. Ds J. A. Bakker, Oosterhesselen. 4 uur: Bespreking.

Maandagavond 7.30 uur: „Problemen van de catechese” (n.a.v . de gehouden enquête), Dr C. L. Tuinstra, Zwolle.

9 uur: Bespreking. Dinsdagmorgen 9.30 uur: Voortgezette bespreking. Dinsdagmiddag 2—3 uur Vertrek.

Of AROE<D6fISPER& A ü«M