is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 24, 17-03-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij is er een tijdlang door buiten gevecht gesteld. In enkele nummers van genoemd blad kwamen artikelen voor, die duidelijk maakten dat het zingen van Gezang 121: „God roept ons broeders tot de daad” een soort goddeloze bezigheid was. En dan te bedenken, dat de Kerkelijke werkers stuk voor stuk (orthodox), als de moeilijkheden ons boven het hoofd groeien Gez. 121 aanheffen en daaruit nieuwe kracht en moed putten. Gez. 121 zegt ons immers, dat God ons tot de daad roept en we daarom, en daarom alleen, moeten doorzetten en volhouden, al voelen we ons zelf onbekwaam en machteloos. In de genoemde artikelen echter wordt dat mooie bezielende lied, uiteengerafeld en becrltiseerd tot er niets .overblijft. En dit koude gevoelloze muggenziften heeft mijn vriend tot een moedeloosheid gebracht, die hem er toe bracht zich terug te trekken uit alle Kerkewerk. Toen hebben we echter opnieuw gez. 121 gezongen en toen wisten wij en ook mijn vriend het weer, toch is het God die wint, ook van de schijnheilige en vrome kleinzieligheid.

Lectuurzendingen en nog wat, heb ik boven dit schrijven geplaatst. Ik hoop niet, dat het „en nog wat”, de trouwe zenders van lectuur van hun ijver zal doen afzien, maar dat de producenten en samenstellers van lectuur zich gaan bedenken wat hun lectmxvzending kan betekenen, neen moet betekenen! A. SNAAUW

LEESTAFELNIEUWS

C. W. Ceram: Goden, graven en geleerden. Geschiedenis der Archaeologle. Vertaling: Hermien Manger. Geïllustreerd met 33 photo’s. Uitgave v. h. Van Ditmar N.V. Amsterdam 1951. 426 blz.

De titel van dit boek is tegelijk zinvol en raadselachtig, maar in de geschiedenis der opgravingen gaat het nu eenmaal vaak over godenbeelden en deze schrijver die het effect niet versmaadt, had zodoende een fraaie alliteratie. Hiermede is feitelijk het boek getypeerd; een episodische geschiedenis van de Archaeologle. De schrijver heeft enkele beroemde archaeologische vondsten boeiend verteld; zo krijgen de Oud-Griekse, de Egyptische, de Klein-Aziatische en de Mexicaanse opgravingen een beurt. Over de methodiek van de Archaeologle krijgt men weinig te horen, over de zoveel minder romantische opgravingen als b.v. die in ons land door Holwerda e.a. verneemt men niets, maar wat ik zou willen noemen archaeologische stunts uit de laatste eeuwen, worden smakelijk verteld. Al met al een buitengewoon prettig boek, dat iedereen met genoegen zal lezen; een boek dat, voor zover ik het kan nagaan, op serieuze voorstudie berust. Persoonlijk heb ik mij verbaasd, dat men zo smakelijk de Archaeologle, die immers de naam heeft taai te zijn, kan opdienen.

Aanbevolen, ook als geschenk voor wat oudere jeugd.

Prof. dr H. van Oyen: Op weg naar een Christelijke Wijsbegeerte? Uitgave: G. F. Callenbach N.V. te Nijkerk. 16 blz. Fl. 1.—.

Een afscheidscollege, slechts 16 bladzijden druks en toch een heel waardevol bezit. Wie wel eens over dit vraagstuk heeft nagedacht, zal dit betoog van Prof. Van Oyen niet graag missen; vooral de wijze waarop hij het werk van dr A. E. Loenen waardeert en critiseert, is kortweg meesterlijk. Jammer maar waar: over de verhouding Theologie en Philosophie zijn bibliotheken geschreven; het vraagstuk blijft de denker boeien, maar telkens is het negatieve deel het meest overtuigende. Van Oyen doet Loenen recht, maar wijst hem tenslotte af; echter wie op een nieuwe oplossing wacht, komt dan toch bedrogen uit. (Zie het citaat op blz. 13.)

Jacqueline E. van der Waals: Gebroken kleuren. Bloemlezing sde druk. Uitgave: G. F. Callenbach N.V. te Nijkerk. 103 blz. Fl. 2.75.

Nuchter maar waar: dit boek is mooi en niet duur. Met een zekere schroom neemt men deze bundel verzen op; er wordt altijd over deze dichteres zo vriendelijk en welwillend gesproken én poëzie van Christelijke inspiratie staat nu eenmaal tegenwoordig niet hoog genoteerd. Het zij zo: deze dichteres

heeft zich zelf niet geforceerd tot het gewild geniale; haar stem is bescheiden, haar inspiratie is innig Christelijk en geeft daardoor een toon als van het reeds lang bekende, maar hoe zuiver! Met diepe instemming citeer ik hier Rispens: „De lichte zilverklank van haar eerste verzen wordt mettertijd donkerder en dieper, maar behoudt toch altijd iets van de ironische speelsheid van haar dialectische geest, een speelsheid, die zich uit in losse en haarfijne etsen van een beeld of het luchtig fantaseren met de loutere klankmuziek der woorden.” Dit is edele poëzie en veel dieper dan men licht denkt; het prachtige „Annunciatie” is niet zo zeldzaam als de eenstemmigheid der bloemlezers doet vermoeden. Laat men het bundeltje lezen en herlezen; deze verzen openbaren aan de beginneling het wonder der poëzie en ze blijven u ontroeren, ook als ge ingegaan zijt tot de grote meesters en (óf) ge u verdiept hebt in de duistere „modernen”.

Dr Tj. W. R. de Haan: Volk en Dichterschap. Over de verhouding tussen Volkscultuur en officiële literatuur. Uitgave: Van Gorcum & Comp. N.V. (G. A. Hak & Drs. H. J. Prakke) Assen. 187 blz. Fl. 5.90 geb. en PI. 4.90 ingenaaid.

Het, schema van dit boek is de tegenstelling tussen de zgn. Volkskunst en die van de literaire élite. Uitgangspunt is hierbij Folklore. De schrijver bespreekt uitvoerig de taalkundige Folklore en wijst op de in de geschiedenis wisselende verhouding tussen volk en individualistisch kunstenaar. Zo gezien is dit boek een mooi stuk wetenschappelijk werk. Maar het is veel meer, want deze geleerde voert ook een pleidooi en het is deze kant aan zijn boek, die mij het meest heeft getroffen: hij komt op tegen verguizing van eigen tijd, tegen het telkens herhaald kleineren van de smaak van het volk, dat immers maar „Schlagers” zingt, naar sentimentele films gaat kijken, minderwaardige romans leest enz. Hij laat zien, hoe beperkte gelding dit verwijt heeft, hoe ook hier onder de rommel menig waardevol gegeven schuilt, hoezeer de zelfoverschatting van de snob het waarde-oordeel bederft. J. G. B.

Florence Maroyne Bauer: Ziet uw konlng. Uit het Amerikaans vertaald door Nel Bergmans. Uitgave: J. H. Kok, Kampen, z.j. (1950?) 375 blz. Fl. 6.90.

Een roman over de tijd van Jezus’ leven op aarde. Hoofdpersoon is Jonathan, neef van Jozef van Arimathea. Hij hoort Johannes de Doper, later in Kapernaum is hij onder Jezus’ gehoor. Hij is bij Jairus als diens dochtertje genezen wordt, hij trekt een tijdlang mee en gaat nauw om met de discipelen. Hij is in Jeruzalem als Jezus binnentrekt en hij is het die Jezus aan ’t kruis laaft met een vochtige spons. Bovendien zijn er nog liefdesverwikkelingen in Jonathans leven. Stof genoeg dus voor een boeiende roman. Het boek geeft veel interessante bijzonderheden over het leven in die tijd. De lectuur biedt een goede repetitie en aanvulling van eigen bijbelkennis. Ontroerd heeft het verhaal mij niet. Het bleef te veel in de sfeer van het interessante. Het deed ook dikwijls te opzettelijk aan om echt te lijken. Het is dus eerder leerzaam dan boeiend, en als zodanig aanbevolen. R- B.—v. R.

BRIEFWIS SELING

De heer v. d. Ploeg uit Den Haag schrijft ons. Met betrekking tot het gestelde in de brief van de heer J. v. d. Berg betreffende mijn artikel „Die rijk willen worden”, zou ik gaarne het volgende willen opmerken;

1; Uiteraard heb ik de heer Basoski niet willen verdedigen en neem voor de inhoud van diens brochure geen enkele verantwoordelijkheid. Dat deze brochure een minderwaardig geschrijf inhoudt ben ik helemaal niet met de heer v. d. B. eens. Ik meen, dat Basoski op grond van zijn christelijke overtuiging gehandeid heeft en van deze overtuiging de consequentie heeft aanvaard.

2. Het staat wel vast, dat van C.N.V.-zijde in de propaganda het N.V.V. als vijand is gebrandmerkt. In „De Vakbeweging”, kaderblad van het N.V.V., van 12 December 1950 is hierop gereageerd. Thans wordt in het nummer van 27 Februari 1951 medegedeeld dat de heer Ruppert in het maandbiad van het C.N.V. ruiterlijk heeft erkend, dat het fout is, het N.V.V. op één lijn te stellen met het communisme en het als (staats) vijand no. 1 te beschouwen. 3. Ik ben er eveneens van overtuigd, dat het reddingswerk van Jezus Christus het gehele leven omvat. Of ik nu bezig ben met het leven tussen werkgever en werknemer of als ik werk voor een vereniging of partij c.q. in een onderneming, nimmer mag ik mij losmaken van mijn geloof. De geloofsgemeenschap vind ik evenwel in de Kerk en niet in de vakorganisatie”. . .-r T fTA XT TX-BIT» nT

Den Haag J. VAN DER PLOEG

Rectificatie

In de briefwisseling van T. en T. (10 III) leze men i.p.v. „60.000 leden”; 160.000 leden Het cijfer geeft aan het ledental van het C.N.V. (nauwkeurig: 165.866 op 1 Jan. 1951).

BENTVELD NIEUWS

Radiobeleid en Cultuurpolitiek.

Weekend-conferentie te Bentveld op 21 en 22 April 1951.

Geen zaak ligt in onze Nederlandse verhoudingen zo vast, wekt tegelijk bij velen zoveel ontevredenheid als de radio-situatie. Het is een strijd om machtsposities geworden, waarbij de culturele verantwoordelijkheid ten opzichte van ons volk bedenkelijk te kort komt. De enige houding die men daartegenover aantreft is: zwijgen en laten gaan.

Deze laatste houding wekt zo mogelijk nog meer verontrusting. '\Vlj menen er daarom goed aan te doen het vraagstuk van het radiobeleid en de cultuurpolitiek eens aan de orde te stellen. Niet omdat we van zulk een gesprek geweldige resultaten verwachten, wel omdat we er van overtuigd zijn dat bezinning op deze vragen broodnodig is. Misschien dat er op de lange, zeer lange duur uit deze verontrusting en groeiende ontevredenheid toch nog eens mogelijkheden tot een verantwoorde cultuurpolitiek ten aanzien van de radio mogen groeien.

Met aandrang nodigen wij daarom hen uit, die ontevreden over de huidige situatie, daarover eens met andere verontrusten openhartig willen spreken. Tot nog toe is de aanmelding voor deze conferentie gering, wat op zichzelf een veeg teken is. Misschien is het velen ontgaan. Vandaar deze herinnering en opwekking. Komt en brengt anderen mee!

Programma

Opening Zaterdag 17.00 uur

DE RADIO ALS CULTUREEL

VORMINGSINSTITUUT

door Prof. Dr P. J. Bouman ... Zaterdag 19.30 uur

Ochtendwijding Zondag 9.45 uur

RADIO-ORGANISATIE EN RADIOBELEID IN HET BUITENLAND door P. Beishuizen Zondag 10.15 uur

RADIOBELEID BIJ ACTIEVE CULTUURPOLITIEK door Ds L. H. Ruitenberg Zondag 15.00 uur Sluiting Zondag 18.00 uur

Leiding: Ds L. H. Ruitenberg

De kosten bedragen naar draagkracht ƒ4,—, ƒ5,— of ƒ 6,— per persoon. Voor echtparen ƒ 8,—, ƒ 9,— of ƒ 10,—. Opgaven voor deelname zende men aan de Administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld.

In het Conferentiehuis van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers te Bentveld (bij Haarlem) wordt gevraagd: een gedipl. HOOFD VAN DE HUISHOUDING, met inrichtingseiwaring, min. leeftijd 25 jaar. Sollicitaties aan de Directeur, Dr A. van Biemen, Bentveldsweg 3, Bentveld.

GRATIS KAMER met gebruik van keuken, aangeboden aan één persoon, liefst oud-verpleegster, in ruil voor enige hulp bij verpleging zieke. Br. V. d. Griend, Rivierenlaan 106-1, A’dam-Z.

«,V, pe «RBeiOIRPPgIIP A'MM I