is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 38, 23-06-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A ew Q

Lucas II : 49

HET KIND JEZUS IN DE TEMPEL (LUCAS II: 41-5 1) RIBERA (1588-1652)

Het mooiste werk: Grieks in het eerste jaar Het Griekse alphahet staat op het bord.

„Kijk, kinderen, W: dat is een kandelaar Maak dat de Omega gaaf getrokken wordt.”

Behoed dit eerst beginnen voor gevaar;

dat niet het werk, nauwelijks ontkiemd, verdort.

Zie, als het buiten vroege lente wordt, liggen de kleine Griekse bijbels klaar.

Pasen: een jongen leest met heldere stem van Jezus, twaalf jaar, in Jeruzalem;

en hoe hij voor de schriftgeleerden las.

En elk kind in de luisterende klas

begrijpt het vragend: „Wist gij niet?” . . . van Hem, die in de dingen van zijn Vader was.

IDA G. M. GERHARDT

UIT „SONNETTEN VAN EEN LERAAR”

(VANGORCUM & GOM?., ASSEN)

A en Q (alpha en omega) zijn de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet; symbolisch kunnen zij staan voor „begin en einde”; aan het slot van de Openbaring worden zij op Christus betrokken, „de eerste en de laatste, het en het einde”. Het begin van het Grieks-leren is het kennismaken met de letters: het herkennen van aanvankelijk raadselachtige tekens („W dat is een kandelaar”), het toegewijd natrekken van figuren („de omega”), die pas later hun functie zullen krijgen. Zo bezien is dit verwerven van een allereerste, elementaire vaardigheid reeds een gebeuren vol zin.

Nu komt het er op aan: strijkt er een winter vol verveling en grammaticale mismoedigheid over dit zaadsel van September, dan is het winterkoren mislukt. Maar gaat alles goed, dan ligt het veld in de vroege lente al groen, en wordt het mogelijk omstreeks Pasen een stukje eenvoudig Grieks te gaan lezen. En gelukkig toeval! het Grieks van de Evangeliën i s eenvoudig.

De twaalfjarige Jezus in de tempel; ook dat was immers bij gelegenheid van het Paasfeest. De schriftgeleerden waren „versteld over zijn doorzicht”. En deze nauwelijks meer dan twaalfjarigen de jongen die voorleest, de klas die luistert voelen zich op een wonderlijke wijze met het wonderlijke verhaal vertrouwd. „Wist gij niet dat ik moest zijn in de dingen mijns Vaders?” Met letters lezen was de alpha, mag men het verstaan van een Evangeliewoord niet de omega, de vooltooiing noemen? „Kijk, kinderen, W: dat is een kandelaar.” Het leek niet meer dan een spelletje, een naïeve ezelsbrug hij het leren van het alphabet; nu pas zien wij dat het licht van die kandelaar over het hele vers valt en, zoals de Bergrede zegt, „schijnt voor allen die in het huis zijn”. ★ ★★ ★★★★★★★★★★ ★★★

Ik aarzel of ik nog verder mag gaan met mijn interpretatie. Toch zegt m.i. de verstitel, met zijn uitdrukkelijke verwijzing naar het woord uit de Openbaring, méér dan tot nog toe aan het licht is gekomen. Maar is ook eigenlijk deze kleine scène, hoe treffend ook, niet iets wat zich nog beweegt op de grens tussen spelen en verstaan, en dus religieus gesproken nog in de buurt van de alpha thuishoort? Wat een eindpunt leek, blijkt bij diepere beschouwing slechts een begin, maar ontleent juist düdraan

zijn wezenlijke betekenis.

M. H. V. d. Z.