is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 41, 14-07-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een verbijsterende brief

In het weekblad „De Hervormde Kerk” van deze week is in de rubriek „Actie wekt reactie” een brief opgenomen, waarvan ik geschrokken ben. Het is een brief van „een vader” en ik laat hem hier volgen:

~Ik wil iets schrijven over het lot van de grote gezinnen in ons land. Er gaat een schreeuw om hulp, om sociale rechtvaardigheid door ons land. Deze noodkreet komt van de grote gezinnen, die gezien de loonpolitiek en alles wat daarmee samenhangt, doodgedrukt worden. Er is in ons land geen plaats meer voor! Tijdens de begrotingsdebatten in de Tweede Kamer werd er door de heer Andriessen van de K.V.P. een motie ingediend tot steun aan de grote gezinnen. Toevallig zat ik naar de radio te luisteren en u begrijpt, dat ik als vader van een gezin met elf kinderen m’n oren spitste. Er werd keurig uiteengezet, hoe nodig hulp v,as. Ik weet uit ervaring, dat het van een gewoon arbeiders- of ambtenarensalaris ónmogelijk is om vandaag 8 of 9 kinderen geheel te onderhouden. Alle officiële berekeningen worden dan ook gemaakt voor een gezin met 2 of 3 kinderen, en dan geeft men toe, dat het een kunst is om de eindjes aan elkaar te knopen, ook al krijgt men ƒ 3 toeslag per week per kind, want ieder kind kost minstens ƒ 7 per week aan kleding en voedsel, en dan is het heus geen vetpot. Maar als het met 3 kinderen net gaat, hoe moet het dan met 9?

Intussen zit ik dan nog steeds met gespitste oren bij de radio. Eindelijk, eindelijk zou er dan misschien iets gebeuren! Maar de volgende dag bracht reeds de ontnuchtering, toen we in de kranten lazen, dat nagenoeg allen er tegen hadden gestemd, ook de christelijke partijen. En toen brak er iets in ons. Waren wij met ons principieel inzicht ter zake van het gezin er dan naast? Hadden we niet dikwijls gehoord, dat kinderbeperking niet naar Gods wil was? En hoe staat het ook weer met die Psalm: ~Het was alles in Zijn boek geschreven, de dagen dat ze geformeerd zouden worden, toen er nog geen van die was.” Hadden we dat verkeerd gelezen? En ik zag mijn vrouw eens aan, die verteerd door zorg maar reeds achteruit gaat. Het oordeel van de zenuwspecialist was: „Zorgen”.

Ik heb vaak over deze dingen gesproken, maar men wil dit in Nederland niet meer tot zich laten doordringen. Een christelijk onderwijzer ging zelfs zover, dat hij kinderbijslag een schande noemde. Een ander zei: „Men moet ruimte laten voor de barmhartigheid”. Maar ik weet te goed, dat, als men het hebben moet van vrije hulp, er niet veel van terecht komt. Hulp uit barmhartigheid komt pas als er aan alle kanten de gaten in vallen. En dat willen die moeders \an fatsoenlijke gezinnen nu juist niet en ze ploeteren dag en nacht. Men leest in de Schrift over „Moedërs in Israël” en zij waren geëerd. Kan men dit van de moeders in Nederland nog zeggen? Vele vragen schreeuwen om een antwoord; zowel deze ouders als de opgroeiende jeugd aan wie deze zaken niet onopgemerkt voorbij gaan, snakken naar licht en leiding.”

Zo’n brief is eenvoudig verbijsterend. Niet alleen omdat hij a.h.w. de zorgen in de nood van talloze gezinnen uitschreeuwt. In zoverre Is zo’n brief alleen maar nuttig. Nuttig om mogelijke illusies kapot te slaan, dat het nogal gaat in ons land, dat arbei-

ders en kleine ambtenaren het toch heus niet zo kwaad hebben, enz.

Maar verbijsterend is zo’n brief vooral omdat hij een testimonium paupertatis is voor althans een deel van de kerk. Deze vader en zijn vrouw hebben hun levenshouding, hun ethiek van de kerk meegekregen. Van de dominee hebben ze het telkens gehoord, dat geboorteregeling niet naar Gods wil is. Deze dominee vertegenwoordigt gelukkig niet de dominee, maar wel een bepaald type dominee. En in het kielzog daarvan een bepaald type kerkmens. Het type, dat erg vlot en erg zeker precies weet, wat eens en voor altijd Gods wil is. Dat maar enkele (schijnbaar) goedpassende bijbelteksten nodig heeft om er een ethiek mee op te bouwen.

Ethiek stelt de vragen van een juiste levenshouding aan de orde. Maar een juiste levenshouding is alleen maar te bepalen (voor zover dit al mogelijk is) tegen de achtergrond van de concrete situatie, waarin dit leven geleefd moet worden. Het gaat in de ethiek om de mens. Zeker: in zijn relatie tot de medemens en tot Ood, maar dan toch om de mens. In concrete: om deze man, deze vrouw, deze kinderen. Deze vader schrijft verbitterd: Er is in ons land geen plaats meer voor grote gezinnen! En als nu eens nuchter geconstateerd zou moeten worden: deze plaats is er ook niet meer, tenzij men een volgende generatie wil blootstellen aan werkloosheid en verpaupering? Ik zeg niet, dat deze conclusie nu getrokken moet worden, maar acht het ook niet onmogelijk. Deze moeder is aan het eind van haar Latijn en gaat aan dit grote gezin ten onder. Ik vraag wat algemener: wanneer een vrouw lichamelijk of geestelijk of allebei niet opgewassen is tegen de opgaven van een groot gezin, moet

dan de vrouw en het gezin hieraan worden gewaagd? Anders gezegd: ik vind het gruwelijk, wanneer anders dan vanuit de concrete vragen en de concrete nood in de naam van God aan de mensen een bepaalde ethiek wordt opgelegd. Het is waarachtig geen wonder, dat honderdduizenden aan de kerk voorbijgaan, die pretendeert het woord des levens te bezitten, wanneer die kerk niet vanuit de werkelijke nood helpt zoeken naar werkelijke oplossingen. Theologen staan dadelijk klaar met systemen, trekken doorgaans dadelijk „theologischverantwoorde” uiterste consequenties. Noch de systemen noch die consequenties interesseren de moderne mens in zijn problemen een fluit. Wat de kerk terwille van zich zelf en terwille van de wereld nodig heeft is: een werkelijke belangstelling voor de mens. Daar kan men verschillende namen aan geven. Men kan zeggen: de kerk heeft in deze tijd primair een werkelijk-Christelijke (en dus ook: werkelijk-meraselijke) anthropologie nodig. Of: de kerk heeft een ethiek nodig, die een ethiek-derrealiteit is. Of: de kerk heeft een werkelijk-Christelijk humanisme nodig. Wie bezwaren heeft tegen de ene formulering, kieze de andere.

De brave broeder, die ruimte wilde laten voor de barmhartigheid was een goed leerling van het genoemde theologen-type. Ook hij slaakte een christelijke, theologisch verantwoorde kreet, zonder zich werkelijk bewogen met de nood van zijn naaste af te vragen, op welke wijze de barmhartigheid (in bijbelse zin!) in onze moderne maatschappij het beste gerealiseerd kan worden.

Aan het einde van zijn brief spreekt deze vader over „Moeders in Israël”, die geëerd waren en vraagt, of men dit van de moeders in Nederland ook nog kan Zeggen. Ik zou alleen willen vragen: hangt de eerbied van een moeder af van het aantal kinderen dat zij heeft? Ook in onze moderne tijd komt het nog voor, dat moeders juist vanwege de kwantiteit van het kindertal worden geëerd. Officieel (met medailles enz.) gebeurt dit echter tegenwoordig... in de totalitaire staten. J. H.

Uit de anti-sfeer

De kansen van het Westen

De Chinese leiders hebben het nodig gevonden om hun volk te vertellen, dat de Amerikanen in Korea om de wapenstilstand gevraagd hebben. Na al wat zij daarvoor hadden verkondigd, was deze geringe openhartigheid wel gewenst. Zij hebben de Koreaanse oorlog gebruikt en verdedigd voor en door een uiterst felle anti-Westerse, vooral anti-Amerikaanse campagne. In krant, tijdschrift en filmjournaal, op dansvertoningen, lezingen en redevoeringen, met alle propagandamiddelen die ten dienste staan, hebben zij de Chinese bevolking de haat jegens het Westen ingepompt. Dit alles is giepaard gegaan aan een terreuractie van volksrechtbanken en monsterprocessen tegen iedereen, die reactionnair is, en waarbij volgens verschillende schattingen duizenden en duizenden het slachtoffer werden. De rechtspraak is maandenlang een openbaar volksvermaak geweest, om de bevolking de gelegenheid te geven haar ellende op de al dan niet schuldige overtreders af te reageren.

Het verschijnsel is niet nieuw, de uitwerking even bloedig en fanatiek als altijd. De excessen, het geavonturler van enkelingen.

de volkswoede, de openbare moord... zij zijn altijd onafscheidelijk verbonden aan elke revolutie. Als een nieuwe tijd doorbreekt, gaat dit met pijn en onrecht samen. Het verzet er tegen komt later, veel later. De waarde der omwenteling blijkt eveneens later, ten minste voor wie in vooruitgang gelooft.

Er wordt op het ogenblik veel gehamerd op de terreur in China. Waarom niet. Er is terreur, verschrikkelijke terreur zelfs,-maar wie mocht anders verwachten? Azië zal nog door een zee van bloed gaan, voordat de nieuwe vormen van samenleving daar duidelijk humanitair kunnen worden. Ook Europa heeft zo’n ontwikkeling meegemaakt, rond en sinds de Franse Revolutie. Ook Noord-Amerika, waar men zich nu zo onthutst en verontwaardigd toont. Dit te constateren is geen verontschuldiging, maar het geweld gaat nu eenmaal met de altijd uit idealen voortspruitende revolutie samen. Het geweld van de stuwende leiding, die meedogenloos gehoorzaamheid eist van iedereeen en „vastheid in de leer”. Het geweld ook van het vertrapte en opgehitste volk, dat juicht van opgekropte haat en wonderlijk geloof te zamen... of zwijgt, uit