is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 1, 29-09-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan \ den Heer ] behoort de aarde I en haar I volheid. j V Paalm 24 : 1 y

Tijd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE 'EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR SQSTE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 29 September 1951 Nr 1

Redactie: dsJ.J. Buskesjr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H. J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

ibonnement perjaar f 5,—; halfjaar/2,75; kwartaal/I,soplus/ 0,15 incasso. Losse nrs 0,15; Postgiro 21876; Gent. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveid 15, Amsterdam-C; Postbus 800

Verklaringen

De verklaring van het Humanistisch Verbond plus Centrale Commissie voor het Vrijzinnig Protestantisme, de verklaring van het Partijbestuur van de P.v.d.A. en de Troonrede hebben ieder op hun wijze aandacht in pers en gesprek gevraagd.

Ik vat ze hier samen, maar niet om ze tegelijkertijd te bespreken. Ik wii alleen de eerste mede in het licht van de twee andere zien. Om mijn bezwaren tegen de verklaring van H.V. C.C. duidelijk te kunnen maken.

Een verklaring is een stuk, dat indruk moet maken., Het moet mensen de ogen openen en tegelijk stuwen. Het moet iets in beweging zetten. Dat kan, wanneer niet alleen van de inhoud gezag uitgaat, maar deze ook in de sfeer van de macht getrokken is. Beide moeten bepaald het geval zijn. Als bijv. de heer Jansen, nachtportier van het gerenommeerd hotel „Het Wapen van Tietjerksteradeel” te Dantumawoude, een verklaring aflegt over de herbewapening, dan krijgt hij dat zelfs niet als ingezonden stuk in het Bergumer weekblad, hoe verstandig dit stuk ook zou zijn. Dr Drees behoeft slechts één wenk te geven, of journalisten verdringen zich op Plein 1813 en binnen een kwartier is het over de gehele wereld verspreid wat hij te zeggen heeft. De heer Jansen moge dit betreuren, dr Drees moge er om glimlachen, een verklaring heeft alleen zin, wanneer er een invioed van betekenis achter staat.

Voldoet de verklaring van het H.V. en de C.C. hieraan?

Bezien wij eerst de inhoud. Och, wie zal daar bezwaar tegen maken? Ik zeker niet. Kort gezegd gaat het hierom: de verdedi* ging van het Westen moet de moeite waard blijven. Men kan de militaire verdediging wel sterk maken, maar men moet toezien, dat het volk cultureel, geestelijk, moreel niet verzwakt. En niet aileen de krachtsinspanning voor de herbewapening, ook de los daarvan volstrekt noodzakelijke industrialisatie werkt vervlakking in de hand. Daarom: steun aan jeugdwerk, doordenking van de geesteiijke

problemen is nodig. Laat het Nederlandse volk zich bezinnen op zijn roeping en de beschaving van binnen uit verdedigen.

Accoord, wij betogen week in week uit in ons blad hetzelfde, wanneer wij opkomen voor actieve cultuurpolitiek juist nu.

Maar wat doen wij met al die verstandige woorden? Welke wegen worden gewezen om nu tot vormgeving te geraken? Geen enkele. „Bezinning” is niet iets, waar men een heel volk toe kan oproepen zonder althans te laten doorschemeren dat men, desgevraagd, ook wel plannen heeft op het gebied van onderwijs en „adult education”, vorming van volwassenen, waardoor deze „bezinning” mogelijk en vruchtbaar wordt. Het stuk suggereert deze plannen niet!

Het is duidelijk, waarom men dat niet doet. Daar liggen immers ook binnen de organisaties der Verklaring grote tegenstellingen op politiek en op sociaal-economisch gebied. Een socialist zal van mening zijn, dat de overheid hier èn geld èn een apparaat ter beschikking moet stellen; niet-socialisten zijn daar huiverig voor.

Dus, ook al stemt men met de inhoud ten naastebij in, dan is de noodzaak van deze verklaring een problematische aangelegenheid, want zij beweegt zich in de sfeer van de macht zonder het te willen en zonder daar iets in te zeggen. Hiervan zegt men als van de eventuele verklaring van de heer Jansen: „Oh”. Het wordt pas de moeite waard, als men verplicht is te zeggen: „aha.”

Dè,t zei men van de verklaring van het Partijbestuur van de P.v.d.A. Niet, omdat zij nu zo indrukwekkend was. Dat was zij niet, ai zal zij velen als mij getroffen hebben door de wil om een constructieve, practische bijdrage te leveren. Maar men moest er aandachtig naar luisteren (wie men ook was) omdat naast de inhoud ook de macht, die er achter staat, een rol speelt. Wanneer de P.v.d.A. thans duidelijk maakt wat zij wil, dan is dat van betekenis, al moet het betreurd worden, dat zij zo weinig zegt over juist het punt van de

geestelijke weerbaarmaking van ons volk. Alleen tegen de achtergrond van een aantal socialistische maatregelen zou men de verklaring van de C.C. -|- H.V. moeten lezen en dan zou men er inderdaad van opkijken. Nu doet men dat niet.

Of wel? Maar dan om een geheel andere reden. En wel omdat hier toch bepaald zeer ongelijksoortige groepen zijn samengestapt. Zijn beide humanistisch? Och, wat is een woord! Het Vrijzinnig Protestantisme draagt een stuk van Erasmus met zich mee. Maar het is bepaald niet humanistisch in de zin, waarin het Humanistisch Verbond dat woord bedoelt. Het Vrijz. Protestantisme is een stroming die, héél vlak gezegd, in levende relatie met het Evangelie staat. Voor de Vrijzinnig-Protestant heeft het Evangelie, de Bijbel, zelfs de kerk een geheel eigen-aardig gezag. Voor de Humanist zijn Evangelie, Bijbel, kerk een interessant en soms een irritant verschijnsel. De christen en de humanist kunnen op vele pimten samenwerken. Zij moeten dat ook doen. Maar zij kunnen alleen niet samen verklaringen afleggen over punten, die een gebied raken waarop zij ten diepste en radicaal verschillen. En als zij het doen, heeft het weinig wezenlijk gezag.

Bovendien: heeft de Centrale Commissie voor het Protestantisme vergeten, dat leden van de bij haar aangesloten groepen en kerken in oecumenische verbondenheid leven? Het probleem, in de Verklaring aangesneden, is uiterst belangrijk. Wil men, als georganiseerde christen, dit probleem nader tot een oplosing brengen, dan ligt daarvoor de weg naar de Oecumene open. Dat men die weg niet is opgegaan en wél contact opnam (of contact kreeg) met het Humanistisch Verbond, valt te betreuren. Daarmee wordt immers gesuggereerd, dat hier twee gelijksoortige organisaties, wel is waar met verschillende beginselen, aan het woord zijn. Is dat waar voor al die organisaties, die bij de C.C. zijn aangesloten, waaronder kerken (Remonstrantse Broederschap) en organisaties met sterke kerkelijke verantwoordelijkheid (Ver. v. Vrijz. Hervormden) ?

Ten slotte: laten wij zuinig zijn met verklaringen. Mijn werk brengt mee, dat ik wel iets weet van de totstandkoming en het effect van dergelijke stukken in kerkelijk verband. In 1943 hadden verklaringen een diepe zin en een enorme werking. In 1951 mogen ze alleen afgelegd worden, wanneer de nood dringt, het gezag groot is, en het woord-zelf concreet is. Dat is, dunkt mij, bij de verklaring van 15 September niet het geval.

De nood is wel groot. Maar wij vragen om mensen, die hem doorzien en om practische voorstellen. Juist omdat de nood zo dringend is.

L. H. R.