is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 3, 13-10-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Britse plaats In de olieruif van het Midden-Oosten nog meer zullen innemen. Het bezoek aan Amerika komt Mossadeq dan ook goed van pas. Hij zal volop gelegenheid hebben om zijn geluk naar alle kanten te beproeven. Bovendien heeft de reis het voordeel, dat een nederlaag van hem een belediging voor geheel Perzië wordt. Een belediging, die het Westen zich niet goed veroorloven kan. In Teheran is Mossadeq een toevallig tot macht gekomen politicus. In New York wordt hij officieel vertegenwoordiger der Perzen, een belangrijk verschil!

Het ZOU zeer verbazingwekkend zijn, als de grondslagen voor een werkelijk vergelijk thans niet gelegd kunnen worden. De prijs, die het Westen betalen moet, is zeer hoog. Het alternatief is echter terugzenden van Mossadeq, met zijn dan onvermijdelijke val, maar zonder een nieuwe toeneiging tot Engeland, waarop de Britse taktiek tot nu toe gebaseerd was. Het betrekken van de Veiligheidsraad in de oliekwestie op dit moment is dan ook onmiskenbaar een grote Britse fout, die Attlee’s partij duur kan komen te staan.

Reacties in Engeland.

Het ligt voor de hand, dat het Engelse publiek fel reageert op de ontruiming van Abadan. Attlee heeft alle schijn, maar ook een aantal onuitwisbare feiten tegen zich. Voor een reële politiek kon een militair avontuur nimmer in aanmerking komen. Maar nu blijkt, dat Engelands verklaring Abadan niet te zullen ontruimen, zuiver bluf geweest is. Engeland is overspeeld door een zwak landje als Perzië. In een verkiezingstijd als deze kan zoiets fataal worden, tenzij er alsnog een goede regeling getroffen wordt. Voor de Labourregering is Perzië nu ongeveer een kwestie van leven of dood geworden.

De liberale „Manchester Guardian” is met de gevaarlijkste, maar ook de redelijkste aanval gekomen. Het blad heeft de laatste Perzische voorstellen gepubliceerd, die wel degelijk een mogelijkheid tot overeenstemming zouden hebben ingehouden. O.a. zou de Perzische regering bereid geweest zijn toch een Engelsman als „general manager” aan te stellen. Voorts zou de schadevergoeding voor de overneming van de installaties betaald kunnen worden door een korting op de prijs van de door Engeland af te nemen olie. Vooral op deze punten is de missie-Stokes vastgelopen. In elk geval is de door de regering gegeven verklaring, als zou het laatste Perzische aanbod „niets nieuws” bevat hebben, bedenkelijk. Kennelijk heeft de regering Attlee de kool en de geit wilien sparen. Beangst door het conservatieve iawaai heeft zij een dubbelzinnige koers gevaren. Nu heeft zij wellicht de bus gemist. De gevoelens van het Britse volk heeft zij willen sparen. Het resultaat is, dat zij of wel door een militaire interventie haar eigen aanhang woedend had kunnen maken, of wel door de politiek die hierop moest uitlopen, plotseling af te breken, het conservatieve Engeland. Zij koos het laatste en heeft nu ook nog met de tegenzin te kampen van het gematigde publiek.

Misschien is er nog een uitweg. Namelijk door de speculatie op Mossadeq’s val, die, nu hij in Amerika zijn land vertegenwoordigt, irreëel geworden is, te laten vallen en door zo royaal mogelijk alsnog tot zaken te komen. Het is niet het slechtste staatsmanschap om een foutieve koers radicaal te wijzigen. En Attlee heeft dit dringend nodig om de voor de Westerse wereld zozeer gewenste voortzetting van zijn regime mogelijk te maken.

H. VAN VEEN

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij er u even op;

1. Waar blijft ons belastinggeld. Uitgave Staatsuitgeverij, Den Haag 1950. 18 blz. ƒ0,17. Een helder geschreven boekje, waarin de millioenennota voor leken doorzichtig wordt gemaakt. Aanbevolen onder de leuze: eeret studeren, dan praten!

2. Onderdrukking en Verzet. Afl. 29. Uitgave Van Loghum Slaterus. Arnhem 1951. Per afl. ƒ2,50. De geschiedenis der vakverenigingen onder de Duitse bezetting wordt hier geschetst, de drieste (of trieste) activiteit van het Arbeidsfront, maar ook het ontstaan in het verborgene van de Stichting van de Arbeid. Vervolgens komt er een hoofdstuk „Van werkverruiming via arbeidsplicht tot slavenjacht”. Alles boeiende en leerzame lectuur. „Opdat wij niet vergeten zouden”.

3. Dr H. J. Frietsma. Het vraagstuk van de Europese economische integratie en de landbouw. Uitgave Stenfert Kroese. Leiden 1950. 32 blz. ƒ 1,25.

Een inaugurale rede aan de Economische Hogeschool te Rotterdam. Het is verheugend, dat voortaan ook een universitaire leerstoel bezet wordt om agrarisch-economische vraagstukken te bestuderen. Aanbevolen aan wie deze kwesties ter harte gaan.

4. Dr H. F. J. Westerveld. Het godsdienstonderwijs op de scholen voor voorbereidend hoger en middelbaar onderwijs.

Uitgave J. B. Wolters, Groningen 1951. 27 blz. ƒ 0,90.

Deze studie bevat de resultaten van een enquête uit het jaar 1949; de vragenlijst, de wettelijke bepalingen krachtens welke godsdienstonderwijs gegeven ..wordt (kan worden), de resultaten der enquête en de opmerkingen van de schrijver naar aanleiding hiervan. Om de situatie in Nederland t.o.v. dit probleem te leren kennen, biedt deze brochure goed materiaal. De overwegingen van de schrijver lijken me juist, maar gemeenplaatsen. 5. Dr F. ten Have. Het werkende woord. 3e deel, 5e druk. Uitgave J. B. Wolters, Groningen 1951. 150 blz. ƒ2,10.

Een uitstekend, goed geïllustreerd leerboekje bij het bijbels onderricht voor inrichtingen voor voortgezet onderwijs.

In dit deeltje worden ook niet-historische bijbelboeken ingeleid. De leerlingen, die uit zo’n boekje les krijgen, zijn te benijden. Ook geschikt m.i. voor zeifstudie.

6. Prof. dr F. Schippers. De bronnen van een Oecumenisch Ethos.

Uitgave J. H. Kok, Kampen 1951. 29 blz. ƒ 1,25.

Inaugurale rede van de nieuwe professor in de ethica aan de V.U.; gaat over de vraag naar de mogelijkheid en de fundamenten van een in de oecumene geldende levensstijl, waarbij dus de christenen der verschillende landen en kerken elkaar zouden kunnen herkennen aan éénzelfde levenstrant. Waarschijnlijk uitsluitend voor vakmensen interessant; meer refererend dan origineel.

7. L. Hoyaek. En het Woord is scheep gegaan. Uitgave N. Kluwer, 1951. 183 blz. gecart. ƒ 6,50. Dit boek gaat over de apostel Paulus. Er moet veel werk voor verzet zijn: de belezenheid van de schrijver op velerlei gebied is imponerend. Het is daarom des te meer jammer, dat ik dit geschrift zonder meer moet afwijzen ais vrijwel waardeloos. De stijl is erbarmelijk. Wat men hier over Paulus leest, is zo’n zonderling mengsel van opvattingen, dat ik me geen lezer kan voorstellen, die van deze collectie van halve waarheden en speelse fantasieën op een spiritistisch theosophisch thema, profijt kan trekken. Ik verbaasde me doorlopend over des schrijvers moed om over de moeilijkste vraagstukken een apodictisch, eigenzinnig woord te zeggen. Voor een gelovig christen zou dit boek kwetsend kunnen zijn, als hij het ernstig nam.

Red. secr.

LEESTAFELNIEUWS

Dr J. S. Bartstra. Handboek tot de Staatkundige geschiedenis der landen van onze beschavingskring van 1648 tot heden.

Derde deel 1815—1871. Uitgave L. C. G. Malmberg. Den Bosch 1951. 455 blz. ƒ 17,50.

Dit forse werk vordert gestadig en sedert Bartstra, tot ieders instemming, de prijs voor Meesterschap 1950 kreeg, heeft eigenlijk dit werk geen aanbeveling meer nodig tenzij wat in de mededeling vervat ligt, dat hij zijn niveau handhaaft. Naarmate de geschiedenis dichterbij komt, lijkt het of Bartstra’s toon persoonlijker wordt. Dit komt waarschijnlijk, omdat zijn onderwerp steeds meer ter discussie staat. Een enkele keer klinkt in zijn waardering een on-academisch woord op; ik mag dat wel. Het boek is met grote zorg gecomponeerd, niet zo zeer land na land, maar alle feiten gegroepeerd om centrale gebeurtenissen. Het heeft

geen zin te vermelden de talloze bladzijden, die ik met diepe instemming, soms ook met grote verrassing las; ik noem er een, het portret van Bismarck (blz. 362-364): een passage voor een bloemlezing! Een rijk bezit is dit boek, ook om de oriënterende bibliographie. (Een drukfout: de verwijzing naar blz. 62 moet naar blz. 67 verwijzen). En men moet Bartstra dubbel waarderen, als men ziet hoe weinig Nederlandse monographieën er eigenlijk bestaan over de moderne Europese geschiedenis. Laat ik enkele bezwaren opperen, al ware het maar, om de schrijver te tonen, hoe gespannen ik zijn boek las. Zo vind ik, dat hij tegenover de legitimisten niet billijk is. Hun standpunt wordt m.i. niet voldoende recht gedaan; Bartstra neemt ze niet au sérieux. Een ander bezwaar; Bartstra wankelt in zijn waardering voor Napoleon 111 tussen de opvatting, dat deze man een charlatan is geweest, die een tijd lang, dank zij een ingeboren sluwheid en veel geluk, niet te veel stukken heeft gemaakt, en de opvatting, dat deze Bonaparte een bekwaam politicus is geweest, (tegenspraak op blz. 263!) Persoonlijk geef ik aan de eerste hypothese de voorkeur. Het was welhaast onvermijdelijk, bij zijn hierboven geprezen opzet, maar de Engelse geschiedenis wordt in dit boek een beetje verbrokkeld. De behandeling van de afscheiding van België is nl. te beknopt en te omzichtig. Bartstra wil hier in de strijd der opinies niet kiezen en daardoor komt zijn verhaal niet uit de verf. Dit zijn enkele opmerkingen die ik prettig vond neer te schrijven, als jongere collega in het leraarsambt, die met dit boek geworsteld heeft, maar zich niet overal gewonnen geeft.

Dr E. F. Grlffith. Het huwelijk.

Nederl. bewerking van dr J. Huizinga. Uitgeverij Born N.V., Assen. 1951 282 blz. ƒ7,90.

In Engeland schijnt dit boek een groot succes te hebben behaald. Het zal hier in Nederland ook wel zijn weg vinden, naast andere boeken van deze inhoud. De tijd dat men over dit onderwerp zweeg, is gelukkig voorbij en ik heb zo de indruk dat de boekhandel een hausse beleeft in boeken over dit thema. Laat ik er meteen aan toevoegen, dat dit boek goed is: het is duidelijk, openhartig en ernstig. Het is een typisch „doktersboek”, geschreven vanuit de practijk van een man, die jarenlang zich geërgerd heeft aan de afgrijselijke gevolgen van onwetendheid en vooroordeel en daar nu een eind aan wil maken. Misschien dat daarom dit soort boeken — en nogmaals, mijn grief gaat meer tégen het soort, dan tegen dit boek in het bijzonder — op mij soms een lichtelijk krampachtige indruk maakt. Gezonde mensen gaan niet naar een dokter en een medicus moet licht de indruk krijgen, dat de mensengemeenschap identiek is met het publiek van zijn wachtkamer. Daarom maken deze schrijvers van het verleden een caricatuur en vertrouwen op een stralende toekomst, als iedereen nu maar hun wijs advies nakomt. Ik help hen hopen. Er staan in dit boek veel suggesties, die misschien op zich zelf niet onjuist, toch halve waarheden moeten heten en die voor lezers, die dit boek raadplegen om in hun moeilijkheden gelijk te krijgen, niet ongevaarlijk zijn; ik denk bijv. aan het hoofdstuk over de ongehuwde vrouw (blz. 49), aan dat over het flirten ■ (blz. 79), terwijl wat het boek over „Sexualiteit en godsdienst” zegt, bepaald oppervlakkig is m.i. Werd vroeger de sexualiteit teveel als zonde gezien, hier wordt ze geheel gedesinfecteerd tot iets ongevaarlijks. Kortom, een leerzaam, maar eenzijdig boek. J.G.B.

Prof. DrW. Banning Het communisme als politiek-sociale wereldreligie Prijs ƒ7,90 gebonden zonder deze studie gelezen te hebben kunt u over dit probleem niet oordelen! Verkrijgbaar in alle boekhandels van de N.V. DE ARBEIDERSPERS Bestelhiljel Aan de Afd. Boekhandel' van de N.V. De Arbeiderspers te Amsterdam, Hekelveld 15. Zend mij een ex. prof. dr W. Banning HET COMMUNISME ALS POLITIEKSOCIALE WERELDRELIGIE a ƒ7,90 gebonden. Naam: Adres: f /jP ) Woonplaats: De AP: uw eigen boekhandel

N.V. De Arbeiderspers