is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 7, 10-11-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Psalm 24 y'

Tijd en Tuuh

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR – 50STE JAARGANG VAN ~DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 10 November 1951 Nr7

Redactie: ds J. J. Buskes Jr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoflf

Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. Botnhofif

Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H.J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

lbonnementperjaarfS,—; halfjaar f 2,75; kwartaal fi,50 plusf 0,15 mcasso. Usse nrsf0,15; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

De trouw

Wij hier in West-Europa, die op het ogenblik de Europese traditie vertegenwoordigen, moeten erkennen, dat we niet in staat zijn een maatschappelijke orde in uitzicht te stellen die evenredig is aan de droom van het aardse geluk-voor-allen, waar destijds de nazi’s, en waar in andere zin de communisten van dromen. Er schuilt dan ook in de vaak onrechtvaardige critiek op Amerikaanse en Europese toestanden een brok teleurstelling, dat daar niet de volmaakte maatschappij in aantocht is, die we zo graag als spiegelbeeld zouden voordragen tegenover de Russische illusie. Het lijkt wel of de toekomstie triomf van de Sowjet-Unie gemakkelijker inspireert dan het behoud van enkele, lang geleden verworven rechten, als daar zijn de vrije keuze van een eigen levensbeschouwing, het veiligburgerlijk leven zonder angst voor het onberekenbaar ingrijpen van politie. Trouw aan overgeleverde waarden inspireert minder dan de fanatieke gerichtheid op een denkbeeldige toekomst.

De inzet van de tegenstelling Amerika-Rusland is ontzettend groot. Nochtans is de politiek niet in staat aan het menselijk bestaan zijn diepste rechtvaardiging te schenken. Men overspant mateloos de betekenis van de maatschappelijke ontwikkeling, als men verwacht dat een politieke beweging, dat een revolutie antwoord kan geven op onze laatste levensvragen. Ziedaar dan voor de mens van vandaag de moeilijke, dubbele opgave: het verdedigen van een orde, waarvan hij de gebreken overduidelijk ziet, tegen een opdringende horde van toekomst-fanatiekelingen; het strijden voor een verbetering van de orde, waarin hij leeft, zonder het geloof, dat deze orde hem of zijn nakomelingen ooit bevrediging zal schenken. Er staat veel op het spel: we kunnen ontzaglijk veel verliezen, maar weinig winnen. Er zijn er, die bevangen door deze toestand, menen hun inspiratie te moeten aanwakkeren door een tomeloze haat tegen alles wat naar communisme zweemt. Wat zal ik er van zeggen tenzij dat het mens-onwaardig is! Maar dan vallen we weer terug op de noodzaak van trouw als inspirerende factor van onze maatschappelijke activiteit.

Misschien zijn er die een zekere weerzin op voelen komen tegen het begrip „Trouw”. Het is erg modern om te roepen om vernieuwing en de onrust zit ons in het bloed. Maar hoezeer men ook het waagstuk der verandering aan moge prijzen, verandering om de verandering, revolutie om de revolu-

tie, is onvruchtbaar en zinloos. Heel in het bijzonder geldt dit voor de zedeiyke waarden. Alle geschimp op de zgn. burgerlijke moraal kan de ervaring niet ongedaan maken, dat het levensgevaarlijk is te breken met de overgeleverde zedelijke traditie: zij moet verdiept, zij moet gezuiverd, zij kan niet opgeruimd worden!

Toen destijds de Duitsers in ons land waren, hebben we het gelaten gedragen, dat men ons verweet, dat we niet enthousiast waren voor de nieuwe orde, dat we de nieuwe tijd niet verstonden. We waren in hun ogen wel erg ouderwets en conservatief. Waarom zouden we vandaag een slecht geweten hebben als we tegenover de stalinisten onze oude orde verdedigen en waarom zouden we tegen hen op moeten bieden in verguizing van het overgeleverde erfgoed?

Men zou de eis door deze tijd aan ons gesteld, kimnen omschrijven als: weest trouw.

Trouw aan de democratie, trouw aan het socialisme, trouw aan de Europese traditie, trouw aan het Christendom.

Ik weet het: er schuilt heel wat problematiek tussen al deze aanduidingen, maar sta me toe, geduldige lezer, dat ik er het zwijgen toe doe, en alleen met u overweeg, wat trouw is.

Het Hjkt zo pover, zo weinig inspirerend, zo vrijheid-dodend voor een levend mens: trouw te zijn; totdat men zich voor ogen haalt dat trouw de bezegeling der liefde is. Een mens verbindt zich, vrijwillig en met open ogen; hy onderwerpt zich aan een hogere eenheid, omdat in die eenheid een stuk ideaal verwerkelijkt wordt, omdat in die eenheid hy zich verbonden voelt met de anderen, zyn medemensen. In de trouw wordt de eenzaamheid opgeheven en wordt de stuurloosheid overwonnen. Een gemeenschap, hetzy een gezin, een politieke beweging, een kerk of zelfs een werelddeel wordt byeengehouden door een ideaal. Het niet willen loslaten van de dienst aan dit ideaal heet trouw. Te laat beseft de mens vaak, wat dit ideaal voor hem kon betekenen, nl. als in lyden, dood en nederlaag de gemeenschap, die het ideaal hoog moet houden, gekwetst of vernietigd werd. Een weduwe, die over haar huweiyk spreekt; hoor, hoe ze teder getuigt van wat eens zo alledaags leek! Eki hebben we ooit beter beseft wat Nederland was, dan toen het diep vernederd lag onder de Duitse laars? De herinnering leest in het verleden niet hoe het ideaal in werkeiykheid was, maar hoe het had moeten zyn. Het is immers niet het succes, dat allereerst tot trouw inspireert, maar het lijden voor een zaak, die welhaast verloren lykt. Dan pas ontdekt men, als men voor een verloren zaak strydt,datde volle maat van iemands trouw opgevorderd wordt voor een Zaak, die eigeniyk te goed is om zichtbaar te kunnen triomferen in deze ellendige wereld. Eigeniyk is elke

goede zaak, die waard is in trouw gediend te worden, reeds van tevoren een verloren zaak, want de trouw richt zich op een ideaal, d.i. op een ideale eenheid van menselijke strevingen, die het ons niet gegeven is hier en nu ooit te bereiken. Ik laat aan de lezer over op een stU ogenblik na te denken hoezeer bijv. socialisme en Christendom, ieder in hun eigen sfeer, verloren zaken zijn en hoezeer ze juist daarom om onze trouw vragen.

Het kan zijn dat deze beschouwing weerstanden oproept, omdat ze schijnt in te leiden tot een verheerlijking van het starre conservatisme. Men ziet te vaak, dat wat als trouw begonnen is, ontaardt tot een zinloos herhalen van steeds hetzelfde, tot een groeiend onbegrip van wat andere tijden eisen. Een dood conformisme, een weerzin tegen elke vernieuwing is de woekerplant, die elke echte trouw dreigt te verstikken. We zullen moeten besluiten: er is trouw en trouw.

Ik geloof te zien, waar het onderscheid schuilt. Elke trouw begint met een vrijwillig en bewust afgelegde belofte, een instemming met de Zaak, die men in trouw dienen wil. Daarmee is een vreemd element in mijn leven gekomen, een binding aan iets buiten mij. Het ware zin vol dat ik telkens en telkens me opnieuw afvroeg, of de Zaak nog steeds beantwoordt aan wat ik destijds dacht en geloofde. Een geestelijke luiheid dreigt; ik heb geen lust me zelf telkens te ondervragen en ik word zodoende een machine, die een routine-product aflevert. Het maatschappelijk leven dringt in dezelfde richting: ik ben nu eenmaal door mijn omgeving geclasseerd bijv. als socialist, als Christen. Ik kan niet meer anders. Men zal mij voor wispelturig verslijten, als ik veranderen zou.

De echte trouwe mens heeft open ogen. Hij laat zich niet door de buitenwacht dicteren, wat er van hem verwacht wordt. Hij ziet met smartelijke duidelijkheid, waar en hoe de zaak verraden werd door hem zelf en zijn medestanders, maar als het, toen hij de belofte aanging, een goede zaak was, dan blijft de zaak goed, en zou hij zich zelf moeten verloochenen, als hij de zaak afzwoer. Trouw zal zelden on voorwaardelijk kunnen zijn, tenzij zij het Geloof zelf betreft, maar steeds zal ze de onvoorwaardelijkheid pogen te benaderen. In elke echte trouw ligt een gebed aan de Allerhoogste, dat de gebeurtenissen me niet zouden dwingen mijn belofte prijs te geven.

Trouw kan scheppend zijn: ze vernieuwt en verrijkt de mens, die haar beoefent en dat niet alleen: het kan zijn, dat de belofte weggeschonken werd aan de Zaak die het eigenlijk niet helemaal verdiende. Hoe vaak zien we niet, dat de trouw de Zaak zelf zuivert, verheft en bezielt met de adem der eeuwigheid, die in de menselijke ziel leeft.

J. G. B,