is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1951, no 8, 17-11-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De raad der Goden

De film De Raad der Goden heeft in ons land nog al enige beroering gewekt.

Het Tweede-Kamerlid jhr Van der Goes van Naters heeft aan de minister van Binnenlandse Zaken schriftelijk de vraag gesteld, op welke grond de Centrale Commissie van de Filmkeuring deze film, „die aan de Verenigde Staten van Amerika een gefingeerde gemene rol toeschrijft”, heeft toegelaten voor openbare vertoning.

En de nieuwe Duitse ambassadeur in Den Haag, dr Karl du Mont, heeft bij onze regering tegen de vertoning van deze film geprotesteerd.

De critieken in de dagbladen waren over het algemeen scherp en afwijzend.

De film, die in Oost-Duitsland vervaardigd werd, zou niet anders dan gevaarlijke communistische propaganda zijn.

Nu zou ik zeker niet willen ontkennen, dat deze film wel met bepaalde bedoelingen vervaardigd zal zijn, maar wel ontken ik, dat zij aan de Verenigde Staten van Amerika een gefingeerde gemene rol toeschrijft. Geen enkel volk en geen enkele regering wordt als zodanig in De Raad der Goden in staat van beschuldiging gesteld. Men mag de Standard Gil en bepaalde Amerikaanse instanties niet met Amerika vereenzelvigen. En de feiten, die deze film in dit opzicht

bekendmaken, zijn feiten, die door een ieder kunnen worden gecontroleerd. Er zijn al heel wat boeken over deze feiten verschenen en het zijn hoofdzakelijk Amerikaanse boeken, die men niet kan verdenken van Russische en communistische sympathieën.

Overigens is er geen enkel bezwaar tegen, dat men tegen deze film als communistische propaganda zij kan als communistische propaganda gebruikt worden, al is zij als zodanig geen communistische propaganda waarschuwt, indien men tegelijkertijd bereid is, deze film als waarschuwing tegen bepaalde instanties, die de vrede bedreigen en zo nodig de in onze wereld bestaande spanningen verhevigen, om zich zelf te bevoordelen, te accepteren.

Het kan, geloof ik, geen kwaad, om eens op een enkel feit, dat sinds kort bekend is geworden, het volle licht te laten vallen.

Het is dr F. Bayle, een Frans psychiater, werkzaam bij de Franse militaire regering in Koblenz, die dit feit in Nederland bekend heeft gemaakt.

Otto Ambros, die in Neurenberg vanwege talloze oorlogsmisdaden tot acht jaar veroordeeld werd en het vorige jaar, ondanks deze veroordeling, vrij kwam, is sinds korte

tijd werkzaam als adviseur van de regering van West-Duitsland te Bonn.

Deze Otto Ambros is één van de belangrijkste figuren van de I. G. Farben. Hij was specialist in kunstrubber en als zodanig directeur van de Buna-fabriek Auschwitz-Monowitz, waar onder zijn beheer twintigduizend buitenlandse arbeiders zijn omgekomen, voor het grootste gedeelte door vergassing (Sonderbehandlung), omdat zij te ziek en te ondervoed waren om te werken. Hij was ook een van Hitlers Wehrwirtschaftsführer, leider van de Sonderausschuss C. (Chemische strijdmiddelen) en van de Ausschuss für Sprengstoffe van Hitlers ministerie van Oorlog (Wehramt).

Het feit, dat deze man nu weer adviseur van de regering van West-Duitsland is, spreekt boekdelen en verklaart wellicht ook de gevoeligheid van deze regering ten opzichte van De Raad der Goden, die de waarheid over de I. G. Farben onthult.

Er zouden veel meer feiten te noemen zijn. De Amerikaanse boeken, die voor ieder toegankelijk zijn, geven er talloos vele, maar juist het noemen van één enkel feit kan veelzeggend zijn.

In 1944 schreef Roosevelt: „De geschiedenis van het gebruik van de I.G. Farbentrust door de Nazi’s laat zich lezen als een detectiveverhaal. De nederlaag door de Nazi’s zal gevolgd moeten worden door de verdelging met wortel en tak van dit wapen van economische oorlogvoering”.

Van deze uitroeiing met wortel en tak is niets gekomen en komt steeds minder terecht. Onze vijanden van gisteren zijn onze vrienden van vandaag. Ze weten dat zelf maar al te goed en grijpen de kansen, die hun geboden worden, maar al te gretig aan. Daarom is het noodzakelijk, dat wij weten, hoe in de wereld van vandaag nog altijd dezelfde instanties aan het werk zijn, die voor de vrede tussen de volken een permanent gevaar opleveren. Men kan zeggen, dat dit alles door de ontwikkeling van het wereldgebeuren onontkoombaar geworden is. Als men er dan maar tegelijkertijd van doordrongen is, dat in Duitsland weer de oorlogshaarden branden, van welke wij in de oorlogstijd zeiden, dat ze na de oorlog geen schijn van kans meer zouden hebben.

Daarom blijf ik de film De Raad der Goden, ondanks alle bezwaren, die men er terecht of ten onrechte tegen in brengt, een ontdekkende film noemen.

Een gewaarschuwd mens geldt voor twee, maar het schijnt al zo ver gekomen te zijn, dat we niet meer bereid zijn ons te laten waarschuwen. Totdat het te laat is.

Laat deze film vervaardigd zijn door onze vijanden, van zijn vijanden kan men in de regel meer leren dan van zijn vrienden.

Wanneer wij deze film afwijzen met de opmerking, dat de Russen geen haar beter zijn, hetgeen ongetwijfeld waar is, en dat ze in de Oostzone vervaardigd werd, hetgeen niemand ontkennen kan, hebben we niets geleerd.

Wanneer we, ook al weten we deze dingen, de les van deze film ter harte nemen, bestaat de mogelijkheid, dat we iets leren en beginnen te verstaan, dat we de éne duivel niet door een andere duivel kunnen uitwerpen.

Het vraagstuk van de inschakeling van Duitsland in de Westerse verdedigingsgemeenschap is niet zo eenvoudig als velen in het Westen schijnen te menen. De Belijdende Kerk in Duitsland weet het maar al te goed en zij houdt niet op het Westen te waarschuwen.

Het minste, dat we kunnen doen, is naar deze waarschuwing luisteren.

J. J. BUSKES Jr

zijn geweest, de laatste jaren. Het beste in het Spaans uitgegeven dagblad La Prensa (qualitatief min of meer met een Franse Monde, of een Engelse Manchester Guardian, of een Nederlandse N.R.C. te vergelijken), werd het zwijgen opgelegd. De rest van de pers werd door dwingend voorschrift gelijkgeschakeld. De oppositiepartijen trof geen formeel verbod, maar de regeringsmaatregelen waren voldoende om elke openbare activiteit nagenoeg uit te sluiten.

Het paaien van de arbeiders bleef intussen doorgaan. Het gemis aan volksopvoeding doet zich al evenzeer gevoelen als het ontbreken van voldoende economische ondergrond. Het meerdere loon werd niet gebruikt om te sparen. De verhoging van de levensstandaard heeft zich vooral geuit in een toenemend cafébezoek, in een gokken met hogere inzet en in een sterk gestegen gebruik van primaire consumptiegoederen. Ook, en dat is misschien het ergste, in een toenemende luiheid. Vier uur werken levert nu meer op dan een halve etmaal tien jaar geleden. Waarom zou men dus meer werken. De gevolgen zijn catastrophaal gebleken. De productie is sterk teruggelopen, terwijl de import eigenlijk een grote toeneming moet vertonen door de gestegen behoeften. Hierbij gevoegd de hoge kosten, die het Peronische „theater” nu eenmaal met zich brengt, kan men zich voorstellen, dat het bankroet van ’slands financiën niet denkbeeldig is. *

Dit was het sombere décor voor de juist gehouden presidentsverkiezingen. Alleen de

moedige radicalen hebben een tegencandidaat durven stellen. Ondanks het feit, dat de radicale leiders de langste tijd voor de verkiezingscampagne in de gevangenis hebben vertoefd, ondanks het totale gemis aan propagandamiddelen (geen pers, geen radio, geen veilige vergaderingen) hebben zij nog een goed aantal stemmen verworven. Op het moment, dat wij dit schrijven, is de definitieve uitslag nog niet bekend. Het heeft er echter alle schijn van, dat ongeveer een derde der stemmen tegen Perón is uitgebracht. De mislukte stunt met Eva Perón zal hieraan mede schuldig zijn.

Inmiddels is de staat van beleg, die in verband met de verkiezingen één dag was opgeheven, weer afgekondigd. Het ligt in de aard der ontwikkeling, dat Perón, die blijkens de laatste révolte de steun van het leger goeddeels verloren heeft, alles op alles zal zetten om in elk geval de arbeiders achter zijn banier te houden.

Of het baten zal. In Zuid-Amerika, ook in Argentinië, wordt de politiek veelal door de militairen beslist. Een nieuwe opstand is geenszins denkbeeldig. Zij hebben er zes jaar de tijd voor.

Het tragische is, dat Perón niet terug kan. En toch zal hij zijn arbeiders op een gegeven ogenblik van de mislukking van zijn politiek op de hoogte moeten stellen. De feiten zullen het overigens in elk geval doen.

Jammer, Peróns begin was voor zijn land niet zo slecht. Maar ja, zo gaat het met dictators. H. VAN VEEN