is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 20, 16-02-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijdige samenstelling van de op de voorgrond tredende groep speuren een herinnering aan de critische functie, die de intellectuelen in het volksleven nog altijd hebben. Men kan er ook een waarschuwing in zien tegen een nieuwe „trahison des clercs”, een verraad van de geestelijke leiders. Ik meen, dat naast het politieke aspect van de beweging dit het belangrijke sociaal-psychologische aspect is: dat men de geest wil vrijhouden van de massale denkwijzen, die de geestelijke dictatuur van pers en partijpropaganda ons oplegt. Wij kunnen nooit genoeg ervoor waken, dat ons deze geestelijke zelfstandigheid niet ontnomen wordt. Er dreigen in dit opzicht namelijk grote gevaren juist van de zijde dergenen, die ons terwille van de geestelijke vrijheid opjagen tot de grootste bewapeningsinspanning tegen de dictatuur, tegen de ontkenning van de geestelijke vrijheid. Een voorbeeld van dit gevaar is de waarschuwing tegen de vereenzelviging van de Derde Weg met communistische vredespropaganda of tegen het applaus, waarmede communisten de Derde Weg wel begroeten, alleen omdat er geen positie gekozen wordt uitsluitend voor Amerika. Omdat de Derde Weg ook vrij wil staan ten opzichte van de geestelijke inlijving bij Amerika’s machtspolitiek, zou „De Waarheid” juichen en zou de Derde Weg de conimunisten in de kaart spelen. Wanneer het in Nederland echter niet meer mogelijk is om onafhankelijk iets te zeggen over de gebruikelijke gang van zaken in de politiek en om zelfstandig af te wijken van wat ieder elke dag kan horen of lezen, zonder dat men voor een stiekeme vriend of voor een toekomstig aanhanger van het communisme wordt uitgemaakt, waar blijft dan onze hooggeroemde geestelijke vrijheid, terwille waarvan wij ons enorme lasten laten opleggen? Het lijkt mij nu een belangrijke functie van een beweging als de Derde Weg, dat zij aan die geestelijke vrijheid inhoud geeft door de weg der geestelijke vrijheid thans te gaan, nu deze wordt bedreigd van binnenuit, doordat zij wordt vermagerd en uitgehold tot een leuze in de verkiezingspropaganda. Wie dit niet verdraagt, wie zich hiervan afmaakt met verdachtmakingen, is reeds onderworpen aan de macht van de geestelijke dictatuur, die waarachtig met het Nationaal Socialisme niet uit ons midden is verdwenen en waarachtig met het communisme niet eerst terugkomt.

Oude Schans – Willem Witsen (iB6o-ig2j)

Over het sociale aspect van de Derde Weg slechts een korte opmerking, omdat dit een herhaling is van wat in ander verband reeds meermalen is gezegd. Namelijk dat hier opnieuw de vraag wordt aangeroerd naar de prioriteit van de militaire politiek boven de sociale poUtdek, een vraag, die ons als socialisten in het hart moet branden. Het is goed, dat ook in dit manifest erop gewezen wordt, dat er verband Is tussen de verlaging van het levenspeil der massa ten gevolge van de militaire uitgaven èn de vatbaarheid voor het gif der communistische propaganda.

In onze ijver om met uitwendige middelen het levenspeil van de volkeren in de Westeuropese landen te verdedigen door militaire paraatheid worden er maatregelen genomen, waardoor inwendig dit levenspeil alvast gevoelig wordt aangetast. Zo zagen we de boomtak af, waar we zelf op zitten. En wat hier van de sociale kant van het volksleven gezegd is, zou eveneens kunnen gelden van het culturele leven: het zou kunnen zijn, dat wij door onze bewapening de verwoesting van onze musea en bibliotheken voorkomen 'en dat wij dan toch geen cultuur meer bezitten

Nog een opmerking moet mij van het

hart, in het bijzonder aan het adres van hen, die zeggen, alle gevaren en bezwaren, die de Derde Weg in de huidige politieke en geestelijke wereld ziet, evenzeer te kennen en te vrezen; maar die zich er toch niet bij kunnen aansluiten, omdat zij kozen voor de bewapening (met het gebruikelijke „bloedende hart” dan). Zulken zijn er in en buiten de P.v.d.A. Ik vraag mij af, of zij in de Derde Weg'niet méér 'willen zien dan er in gezien moet worden. Want voorlopig toont de beweging zich niet uitsluitend als een anti-militairistische beweging. Wél als een vredesbeweging. Maar dat is nog wat anders. Zolang er binnen de gelederen van hen, die op deze weg gaan, verscheidenheid van beslissing mogeiijk blijft ten aanzien van het al of niet be-

wapenen, mag degeen, die vóór de bewapening koos, zich er niet van af maken en zeggen, dat deze weg de zijne niet is. Juist hij zou de Derde Weg kunnen helpen, niet uit te lopen in het spoor der fanatiekelingen. Zou het niet een weg kunnen zijn voor die zich niet zonder meer weerloos overgeven aan de geestelijke verarming, waar wij thans aan lijden, onverschillig of men uiteindelijk ja of nee zegt tegen de bewapening? Het zal een eerste taak van de nieuwe beweging zijn om zich hier duidelijker uit te spreken. Daarom eindig ik met de raad: rijd door op deze weg; maar steek de koplampen aan in de mist, opdat men wete, waarheen men rijdt!

H. J. DE WIJS

Oude huizen

Kleine stad Uw oude huizen Hebben mij immer weer bekoord.

Op stille avonden, als ik het donk’re suizen Van late wind langsheen hun muren had gehoord.

En als dan hier en daar een licht begon te schijnen. Of vage stemmen praatten aan een open raam.

Werd ik verrast door ’t roerloos spel van hun verweerde lijnen. En fluisterde beschroomd hun haast vergeten naam:

„Het Moriaanshoofd” en „De Gulden Pompe”

„In ’t Vliegend Hert” en „Waar de Keizer heeft gewoond”,

“Tot louter naam ineen gekrompen. Wat eens als trotse vlag een rijke lading heeft gekroond.

E 7. E. LUCrOR