is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 26, 29-03-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen derde Christelijk Sociaal Congres

Al lange tijd was men bezig met de voorbereiding van een Derde Christelijk Sociaal Congres. Het eerste werd in 1891 gehouden, het tweede in 1919. Met de voorbereiding van het derde liep het echter niet zo vlot. Er waren vele moeilijkheden: de formulering van de grondslag, de ontwikkeling in de Hervormde Kerk, de politieke verdeeldheid van de Nederlandse Protestanten, de keuze van de sprekers. Ten slotte kwam men toch tot overeenstemming.

De grondslag zou dezelfde zijn als die van het tweede congres: „De deelneming aan het congres staat open voor mannen en vrouwen, die, Christus’ Koningschap alom erkennend, bij het licht van de Heilige Schrift als Godswoord de oplossing der maatschappeiijke vraagstukken zoeken.” leder, die deze grondslag aanvaardt, zou als deelnemer welkom zijn.

Wat de sprekers betreft, besloot men geen inleiders te vragen, die publieke tegenstanders van christelijke maatschappelijke organisaties zijn.

Op deze wijze meende men de bestaande moeilijkheden overwonnen te hebben.

Toen verscheen er in de loop van 1951 een persbericht, dat de hele zaak in de war stuurde.

In dat bericht werd meegedeeld, dat op het congres ook socialisten en vrijzinnigen zouden spreken. Enkele namen werden genoemd, o.a. die van mr dr A. A. van Rhijn en dr De Graaf.

De heer Ruppert, de voorzitter van het C.N.V., was over dit persbericht helemaal niet te spreken. Het zou een onduidelijk, verwarrend en onjuist beeld hebben gegeven. Naar onze overtuiging was hij zo verontwaardigd, omdat dit persbericht een al te duidelijk beeld gaf. Mr Van Rhijn is inderdaad socialist en dr De Graaf noemt zich vrijzinnig.

Hoe dit ook zij, men is aan het overleggen gegaan, of het congres wel door kon gaan. Dit alles tengevolge van het persbericht.

De afspraak was, dat bij de keuze van de sprekers niet gelet zou worden op hun politieke gezindheid en evenmin op de modaliteit in confessionele overtuiging. Dit betekende, dat ook een christen, die socialist is, en een Hervormde, die zich vrijzinnig noemt, als spreker gevraagd zou kunnen worden, wat dan ook gebeurde: mr Van Rhijn en dr De Graaf werden als sprekers uitgenodigd. Een persbericht deelde dat mee en het hele congres wankelde op zijn grondvesten.

Dit kan toch niet anders betekenen, dan dat de hele opzet een labiele geschiedenis was.

Nu kan de heer Ruppert wel zeggen: de ellende van de Protestantse Christenheid zit in haar verdeeldheid op politiek terrein en vooral in het feit, dat een deel van de Protestantse Christenen behoort tot de P.v.d.A., daarin schuilt de kern van de hui-

dige moeilijkheden, hij moge weten, dat wij het heel anders zien: de kern van de moeilijkheden schuilt in het feit, dat een deel van de Protestantse Christenheid niet bereid is, om te aanvaarden, dat wij, ondanks de verschillen, samen het Koningschap van Christus erkennen, samen Avondmaal vieren, samen Christus als Heer belijden en ons samen op onze sociale roeping willen bezinnen.

Dr Emmen, de secretaris van de Synode der Hervormde Kerk, heeft geprobeerd de zaak te redden door een artikel „Het derde christelijk nationaal congres”.

Hij schetst in dit artikel de ontwikkeling in de Hervormde Kerk en vertelt van het initiatief van het C.N.V. om een derde christelijk sociaal congres te houden. Met blijdschap constateert hij, dat men het contact met de Hervormde Kerk wenselijk heeft geacht, en tot overeenstemming kwam. Daarom wekt hij allen op, elkaar te zoeken en te vinden. De handen moeten ineen worden geslagen. Dr Emmen betreurt de door het persbericht gewekte verwarring en hoopt, dat zij, die ondanks verscheidenheid van overtuiging elkaar in het Evangelie van dezelfde Heer hebben gevonden, zullen voortgaan op de weg om ons volk in zijn grote nood zo te leiden en voor te lichten, als naar de ons geschonken verantwoordelijkheid nodig is. Daartoe zal veel wijsheid en veel zelfverloochening van ons allen gevraagd worden.

Intussen schreef prof. H. Ridderbos in het „Gereformeerd Weekblad” van 2 November 1951 een artikel over de kwestie onder de titel „Een moeilijke geboorte”.

De moeilijkheden zijn de ontwikkeling op confessioneel terrein in de Hervormde Kerk en de politieke verdeeldheid onder de Nederlandse Protestanten. Toch heeft men volgehouden en is men tot overeenstemming gekomen. De politieke verdeeldheid zou niet op het congres worden overgebracht in overeenstemming met het woord van Kuyper: „Protestantse Christenen van Nederland, althans wat de sociale noden betreft, verenigt, zo nodig herenigt u.”

Terecht is dan ook volgens prof. Ridderbos de heer Ruppert boos geworden over het persbericht, dat meedeelde, dat er onder de sprekers ook socialisten en vrijzinnigen waren. Immers men had steeds afgewezen, dat op het congres vertegenwoordigers van de socialistische beweging zouden spreken. De politieke kleur zou juist buiten beschouwing blijven. Prof. Ridderbos hoopt, dat de moeizaam verkregen overeenstemming gehandhaafd zal kunnen worden op grondslag van de erkenning van de christelijk sociale gedachte en die van het recht der christelijke maatschappelijke organisaties. Hij voelt echter wel, hoe précair een samenwerking is, die door een enkel persbericht aan het wankelen kan worden gebracht.

Enkele maanden hoorden wij verder niets. En nu komt het bericht, dat het Derde Christelijk Sociaal Congres niet door gaat. Er wordt enkel een Christelijk Sociale Conferentie gehouden met dezelfde sprekers en dezelfde onderwerpen. Men treedt niet naar buiten op als een christelijke eenheid. Men wil uitsluitend met elkaar besprekingen houden over sociale kwesties. Als reden wordt opgegeven, dat er onder de sprekers mannen waren, die niet behoorden tot de christelijke sociale beweging, hoewel zij de grondslag van het congres onderschreven.

Prof. Ridderbos schrijft weer een artikel („Gereformeerd Weekblad” 21 Maart 1952). Hij betreurt de gang van zaken. Men had van de zijde van de doorbraak een ogenblik gepoogd, het congres te annexeren, maar als Christelijk Sociaal Congres, als poging cm in het exclusief verband van het orthodoxe Nederlandse Protestantisme aan de christelijke gedachte op sociaal gebied een duidelijke uitdrukking te geven, was het veel meer een demonstratie tégen dan vóór de doorbraak. Dat enkele figuren, die de doorbraak steunen, aan het congres zouden deelnemen, kon volgens prof. Ridderbos de betekenis van dit congres als demonstratie van christelijke samenbinding en samenwerking niet wegnemen.

Het komt mij voor, dat prof. Ridderbos zich vergist.

Van de zijde van de doorbraak is geen enkele poging gedaan, het congres te annexeren. Dat beruchte persbericht kwam niet van de zijde van de doorbraak. De man, die het lanceerde, behoort tot een christelijk politieke partij. En verder: als het inderdaad ging om het exclusief verband van het orthodoxe Nederlandse Protestantisme, had men dr De Graaf niet als spreker moeten uitnodigen, en als het inderdaad de bedoeling was meer een demonstratie tégen dan vóór de doorbraak te geven, had men mr Van Rhijn niet op de lijst van de sprekers moeten plaatsen.

Ik geloof daarom, dat het maar goed is, dat de pogingen mislukt zijn, omdat het ik laat de subjectieve bedoelingen ter zijde geen eerlijke en royale pogingen waren. Men moet met deze dingen niet knoeien, ook niet met de beste bedoelingen en ter goeder trouw.

Ik kan de gang van zaken heel goed begrijpen, maar heel moeilijk waarderen. En ik kan er mij alleen maar over verheugen, dat het ongelukkige persbericht de zaak grondig in de war heeft gestuurd. Dat zou onmogelijk zijn geweest, als men royaal, open en eerlijk tot overeenstemming was gekomen. Dat was men niet. Daarom alleen kon dat persbericht, dat een man afschoot in zijn onnozelheid, de zaak in de war sturen. Hadden de zaken anders gelegen, dan had men zich van dat persbericht niets aangetrokken. Nu deed men dat wel en moest het wel doen.

Willen wij echt tot samenwerking komen, dan zal het moeten gebeuren op een royale, eerlijke en open wijze.

Laat ik het concreet zeggen, al vrees ik dat men weer spreken zal over een ongelukkig en verwarrend persbericht: Men had Banning als spreker moeten uitnodigen. Dat heeft men zeer bewust niet gedaan. Men nodigde dr De Graaf uit. Maar dr De Graaf betekent principieel gewaardeerd Banning.

Maar Banning werkt in de orthodoxkerkelijke wereld als een rode lap, dr De Graaf niet.

Men zal ons royaal en eerlijk moeten accepteren of men zal moeten zeggen: samenwerking met u is onmogelijk. Maar laat men niet knoeien. J. J. BUSKES Jr