is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 39, 28-06-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Taah volheid. J Psalm 24:1 /

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE 'EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 50STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 28 Juni 1952 Nr39

Redactie:

ds J. J. Buskesjr ds L. H. Ruitenberg

dr J. G. BomhoflF

Redactie-Secr.:

p/a dr J. G. Bomhoff Roerstraat 48’ Amsterdam-Zuid

Telefoon 24386

Vaste medewerking van

prof. dr W. Banning J. Hulsebosch

H. van Veen

dr M. V. d. Voet

dsH.T. de Wijs Mej. ai M. H. v. d. Zeyde e.a.

tnnement ptrjaarfS,—; halfjaarf2,7s; kwartaal/1,50plusf 0,15 incasso. Losse nrsfo,ls; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 80

HET GEREFORMEERDE VOLKSDEEL

Vergun my een wat lang citaat uit een kerkbode van 3 Mei 1952. Het is de Amsterdamse Kerkbode, officieel orgaan van de Gereformeerde Kerken in Amsterdam. Ik neem aan dat dit „officieel” ook betekent dat de kerkeraden van de Gereformeerde Kerken van Amsterdam er verantwoordelijkheid voor nemen. Volle verantwoordelykheid.

Onder de rubriek „Jeugd en Kerk” lees ik het volgende: OPROEP.

„Nog twee maanden en dan... zyn de verkiezingen al weer voorbyi Dan heeft het Nederlandse volk gekozen: geoordeeld. Kiezen betekent oordelen!

Wie van u zal durven ontkennen, dat er van de juiste keuze ontzagiyk veel afhangt? ’t Gaat om ons nationaal welzyn. „’t Volk ten baat” is de leus van de A.R.

En zeker onze A.R. Nederlanders weten dit. zy weten immers, dat de grootste geschenken Gods, onze geestelijke goederen worden bedreigd, ’t Gaat om onze vryheid, geesteiyk, politiek, sociaal, economisch. Wat zei onze Koningin ook weer: ’t is een zaak van „to be or not to bel”

Maar het is niet alleen bittere noodzaak, doch ook een eer, een groot voorrecht. Wij behoren er trots op te zyn: uitverkoren soldaten van Gods koninkryk, soldaten van Christus’lyfwacht. Met trots schryven we de naam van onze Koning in ons vaandel. Pro Deo!”

Zo volgt dat nog meer. Het stuk eindigt met een oproep om ailemaal naar een vergadering te komen. Prof. S. U. Zuidema zal in de week, volgend op het verschynen van die kerkbode, komen spreken. „De slagorden scharen zich. Ik hoor de trompetten klinken”, staat er aan het slot. Men zal begrypen, dat het my niet lust op deze zinnen in te gaan. Als dit artikel gepubliceerd wordt, hebben wy de verkiezingen achter de rug Dan gaan wy allemaal bewyzen, dat we gewonnen hebben of

wij zyn al bezig met speculaties over de kabinetsformatie. Neen, het is my er om begonnen aan de hand van dit stuk iets op te merken over de positie van de Gereformeerde Kerk in ons volksleven.

Ten eerste: de Anti-Revolutionnaire Partij moge dan geen kerkelijke partij zijn, de Gereformeerde Kerk is in haar totaliteit tevens een politiek figuur. Hier is geen sprake van een stukje, dat door een partijorgaan geschreven werd los van de kerk. Hier betreft het een stuk in een officieel gereformeerd orgaan. Het is kerkelijk gesanctionneerd. De redacteur heeft niet gezegd: hé, hé, jongens, dit gaat te ver. Hij vond het wellicht vanzelfsprekend dit te plaatsen. Wanneer men nu gaat vragen of het wel in orde is, dat een kerk zulk een duidelijke voorkeur voor een bepaalde politieke party vertoont, dan komt er ongetwyfeld een hele redenering, die bewyzen wil, dat er een verschil is tussen de kerk als orgaan en als organisatie. Maar dat is praten achterna. Die redenering zal wel kloppen, maar die functionneert niet in het ievensgevoel van deze jongeren. En klaarbiykeiyk ook niet bij de ouderen.

Ten tweede: er leeft een diep verlangen naar méér contact tussen de kerken, tussen de christenen van verschillende kerken. Er leeft óók een besef, dat de kerken op eenheid aangelegd zijn en dat er schuld ligt in de verscheidenheid. Het leeft bij hervormden, remonstranten, doopsgezinden, lutheranen en óók bij gereformeerden. Er is een oecumenische raad in Nederland en herhaaldelijk wordt in de boezem van die raad het afzijdig blijven van de gereformeerden diep betreurd. De synoden van de Hervormde en Gereformeerde Kerken hebben zeifs een commissie benoemd, die moet studeren over wat vereent en wat scheiding brengt. Naar verluidt is men een heel eind op Weg om althans de overeenkomst en het verschil zo zuiver mogelijk te registreren. Dat dit kón, bewijst, dat ook tussen deze twee kerken een verlangen naar eenheid groeiende is. Maar zo’n kort

stukje uit die gereformeerde kerkbode bewijst anderzijds, dat de niet-theologische factoren zwaar wegen. Zie ik goed, dan wegen ze zwaarder dan de theologische. Geen enkele andere kerk uit de Reformatie zou zulk een stuk laten passeren in een officieel orgaan. Men stelle zich een hervormde kerkbode voor van wat voor richting 00k... Of het Doopsgezind Weekblad met een opwekking om allemaal als strijders voor Christus zich op te m.aken de rijen van de „Nieuwe Koers” dan wel van de V.V.D.-jongerenorganisatie te gaan versterken. Dat gaat ieders fantasie te buiten.

Op deze dingen strandt de eenheid. Zij strandt niet op theologische formuleringen, zelfs niet op belijdenisgeschriften. En de eenheid heeft pas kans te gaan groeien, wanneer er méér verontrusting komt bij gereformeerden over deze verpolitieking van het christendom, over deze feitelijke gelijkstelling van de strijd van de Anti-Revolutionnaire Partij met die voor het Koninkrijk Gods, die er tevens een is voor de economische vrijheid. D.w.z., naar de verkiezingsaffiches luidden, voor een sterke middenstand.

Nu moet men niet zeggen, dat dit verkiezingskoorts was, waaraan de schrijvers van het geciteerde stukje leden. Let immers op de datum. Hier werd bewust, nog vóór er van verkiezingskoorts sprake kon zijn, noch vóór de gemoederen waren opgewonden door een misschien te fel woord van de tegenstander, bewust op temperatuur gebracht. Het zat er in. Anders had. het er niet uit kunnen komen.

Wie een diep verlangen heeft naar de eenheid der christenen, moet niet aan wensdromen gaan lijden. Hij moet nuchter blijven. En zeggen: die eenheid is zeer ver. Zie zulk een argeloos-openhartig geschrijf.

Ten derde: wat zijn de perspectieven voor een volk, waarin zulk een kerk leeft? Met zulk een pretentie nog wel? Over de perspectieven van zulk een kerk ben ik somber. Het is géén „wishful thinking”, géén constructie van wat ik wens, wanneer ik verwacht dat deze kerk wel duurzaanl zal zijn, maar in afnemende mate een bijdrage zal leveren tot de herontdekking van het Evangelie door het gehele volk. Het „Parool” schreef een dezer dagen (Vrijdag 20 Juni) over het klimaat van verschillende verkiezingsvergaderingen. Bij ds P. Zandt vond de journalist mensen, die eigenlijk vreemdeiingen waren in deze wereld. Vreemdelingen niet in godsdienstige zin (want dat is ieder, die leeft uit de verwachting van het Koninkrijk Gods), maar ook in de nuchtere zin van innerlijk-geendeel-hebben aan de gewone dingen. Welnu, wat In ’52 over ds Zandt gezegd wordt, zal, als er niets wezenlijks verandert, in 2002 gezegd kunnen worden over de Gereformeerde Kerken. Hiermee is niets slechts over hen gezegd. Ik ga zelfs verder: ik meen dat het